Cor Hendriks – Het Velikovsky Syndroom (13): Mozes

Met Mozes komen we in meer historische tijden, hoewel het onderzoek door Velikovsky nog lang niet het hele gebied van Mozes’ leven bestrijkt. Mozes staat op de drempel van twee werelden, een oude wereld, die ten onder gaat en die we ons nog maar moeilijk voor kunnen stellen, en een nieuwe wereld, die in het hier volgende uit de doeken zal worden gedaan.

Omdat we de Exodus kunnen dateren op ca. 1450 v.C., tevens de datum van het einde van het Egyptische Middenrijk, kunnen we aan de hand van de gegevens uit de Bijbel de geboorte van Mozes stellen op ca. 1530 v.C. (Jos. II:15:2). [Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Mozes] Wie echter de Farao was, die de Hebreeën tot slaven maakte en die de opdracht gaf om alle Hebreeuwse jongetjes te doden, blijft vooralsnog een raadsel. Josephus (II:9:5) noemt zijn dochter, die Mozes uit de Nijl vist, Thermuthis en vertelt een andere legende over Mozes’ geboorte, dan de Bijbel. Volgens Josephus was aan de Farao voorspeld, dat een Hebreeër de koningskroon met voeten zou treden, waarna hij opdracht gaf om alle kinderen van de Hebreeën te doden. Dit verhaal doet sterk denken aan de kindermoord van Herodes de Grote (Mat. 2).

Ook over de jeugd van Mozes vertelt Josephus (II:9:7) interessante legendes. Op jonge leeftijd was iedereen verrukt van zijn gracieuze verschijning en op een keer zette Farao voor de grap zijn kroon op Mozes’ hoofd. Maar Mozes sloeg de kroon van zijn hoofd en vertrapte hem. Dit was een herhaling van het slechte voorteken, waarna Thermuthis Mozes moest verbergen. Later kwam Mozes echter weer in de gratie, toen het rijk van Farao bedreigd werd door de Ethiopiërs en aan Farao voorspeld werd, dat zijn rijk alleen gered kon worden door een Hebreeër. Mozes werd aan het hoofd van de troepen van Farao geplaatst en hij leidde het leger via een omweg naar de vijand, die hij plotseling overviel, waarna hij een klinkende overwinning behaalde en doorstootte naar Saba, de hoofdstad van de Ethiopiërs. Deze stad, gelegen op een eiland, bleek onneembaar, zodat Mozes zijn toevlucht nam tot het sluiten van een verdrag, dat bekrachtigd werd door een huwelijk met Tharbis (zie Num 12:1).

Na deze glorieuze daden werd de farao weer bevreesd en liet zich overhalen om Mozes te doden. Dit is volgens Josephus (II:11:1) de reden van de vlucht van Mozes naar Midjan. De Bijbel geeft een heel andere reden: Mozes zou een Egyptische opziener hebben dood geslagen, toen deze een Hebreeër afranselde. Zijn daad was echter gezien door zijn landgenoten en toen ook Farao er van hoorde, vluchtte hij naar Midjan (Ex. 2:11-15). In Midjan of Midian (Josephus: Madian) kreeg Mozes onderdak van de priester Jetro (Ex. 3:1), ook wel Rehuel (Ex. 2:18) (Josephus II:12: Raquel & Jothor) geheten. Volgens Josephus (II:11:1) is de stad Madian gelegen aan de kust van de Rode Zee en volgens Velikovsky verbinden Arabische tradities de Midianieten met de streek Medina. Een andere oude Arabische naam voor Medina is Jatrib. Van Jetro krijgt hij Zippora, een van zijn zeven dochters, die Mozes zo dapper had geassisteerd, toen zij door andere herders lastig werden gevallen bij het drenken van het vee, ten huwelijk. Mozes blijft een lange tijd in Midjan, krijgt ondertussen een zoon bij Zippora, Gersom, wat zou betekenen ‘ik ben gast in een vreemd land’, totdat hij bericht krijgt, dat de oude farao dood is en dat een nieuwe farao aan de macht is gekomen (Ex. 2:23; Jos. II:13:1; zie http://www.morgenster.org/sinai.htm).

Is dus het opgroeien van Mozes in Egypte en zijn verblijf in Midjan nog in de mist der tijden gehuld, anders wordt het, wanneer we over zijn terugkeer praten. Natuurlijk zijn vele zaken nog onverklaarbaar, omdat we ons nog in een geheel vreemde periode van de wereldgeschiedenis bevinden. We bevinden ons op de overgang van de 3e naar de 4e wereldperiode rond 1450 v.C. Op de een of andere wijze is Mozes op de hoogte van de naderende ondergang. Deze wijsheid kan hij bijv. in Egypte opgedaan hebben, hoewel het waarschijnlijker lijkt, dat zij verbonden is met de Joodse traditie, waarin we overigens de rol van Jetro niet willen kleineren. In de Bijbel is sprake van een goddelijke openbaring, de verschijning van een ‘engel’ in de brandende braamstruik. Velikovsky interpreteert het verschijnsel van de brandende braamstruik, die niet verteert, als het opkomen van de komeet ‘Venus’, als een reusachtige vuurbal, waardoor het lijkt, alsof de struik in brand staat. De naam van God, Yahu, ziet hij als het geluid, dat de komeet in zijn voorbijgaan produceert. Mozes handelt vanaf dat moment in de wetenschap, dat de tijd rijp is en vertrekt met zijn gezin naar Egypte, waar hij al van verre tegemoet gekomen wordt door zijn broer Aäron, met wie hij kennelijk in telepathisch contact staat, aangezien de telefoon toen nog niet bestond. Waarschijnlijker is overigens, dat Mozes een verkenner vooruit gestuurd heeft om de situatie in Egypte te peilen, waaruit we zouden kunnen afleiden, dat Mozes niet zomaar een schaapsherder was in Midjan, zoals altijd zo graag wordt voorgesteld in de populaire boekjes over de Bijbel, naar aanleiding van dat ene zinnetje aan het begin van Exodus (3:1): ‘Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan,’ waarna het verhaal volgt over de verschijning van God, op de Horeb, de berg van God. Op het karakter van deze openbaring wil ik verder niet ingaan. Er is hier ruimte voor veelsoortige gedachten. De theorieën van Velikovsky tasten niet de openbaring aan, maar zetten wel veel, wat als openbaring of dichterlijke fantasie gezien werd, op haar juiste plaats.

– * – * –

Ik wil mijn verhaal beginnen met Mozes, aangezien we hier – althans volgens de reconstructie van de geschiedenis van Velikovsky – aangeland zijn in historische tijden. Ook Velikovsky begint zijn verhaal met Mozes en hij dateert de Exodus, in overeenstemming met de traditie, in ca. 1450 v.C. In het raam van de gevestigde wetenschapstraditie is de tijd van Exodus onbepaalbaar. Magnus Magnusson zegt hierover (Graven in Bijbelse Bodem, 43): ‘Tot op heden is er geen overeenstemming onder de geleerden over de historische perioden, waarin we de komst van Jozef en de opkomst van zijn macht aan het hof kunnen plaatsen of de slavernij, toen de Israëlieten dwangarbeid moesten verrichten voor de farao of de vlucht uit Egypte en de wonderbaarlijke doortocht van de Rode Zee. Zelfs zijn er geleerden, die betwijfelen of het verblijf in Egypte ooit heeft plaats gehad […]. Deel van het probleem is, dat bij de massa aan getuigenissen, die in Egypte opgegraven zijn, er nooit één gevonden is verwijzend naar de aanwezigheid van de Israëlieten. Jozef, de grootvizier van de farao, wordt zelf nooit genoemd, Mozes ook niet, noch de spectaculaire vlucht uit Egypte en de vernietiging van het achtervolgende Egyptische leger.’

Velikovsky weet een duidelijke reden, waarom er geen spoor van Israëls wedervaren in Egypte te vinden is bij haar zuidelijke buren: er wordt in het verkeerde tijdvak gekeken. Alle geleerden zoeken in de periode van de 18e en 19e Dynastie, waarbij een meerderheid te vinden is voor de 19e, daarmee de datum zo ver mogelijk opschuivend naar onze tijd. De verst van ons verwijderde datum is die aan het eind van de Hyksos periode, een thema, dat bij Josephus te vinden is, die de Hyksos en de Hebreeën gelijkstelt, op basis van de getuigenis van Manetho, een Egyptenaar, die leefde in de 3e eeuw v.C. Niemand echter heeft het aangedurfd om een nog vroegere datum voor te stellen. Het idee van Velikovsky is, dat de Exodus plaats vond aan het eind van het Middenrijk, dus aan het begin van de Hyksos periode.

Ons verhaal vangt aan tijdens de regering van de laatste farao van het Middenrijk: Thom of Thoum, Tutimaeus of Timaios bij Josephus-Manetho. Eén van de twee steden, waar de Israëlieten slavenarbeid moesten verrichten, is naar hem genoemd: Pi-thom, het verblijf van Thom. (AiC 38) De andere stad is dus niet genoemd naar Ramses II, maar waarschijnlijk naar Ra-Amon, de hoofdgod van de Egyptenaren tijdens het Middenrijk.

– * – * –

Mozes is een figuur, waar we moeilijk een voorstelling van kunnen maken. De gegevens over zijn opvoeding en opleiding zijn uiterst spaarzaam (zie Philo, ‘De Vita Mosis’). Toch geven die gegevens, die er zijn, wel een fascinerend beeld van deze man, die zo’n belangrijke rol zal spelen in de geschiedenis van de wereld. Over Mozes wordt beweerd, dat hij geleerd was in alle wijsheid van Egypte, wat betekent, dat hij ingewijd was in alle mysteriescholen. Dat dit voor hem mogelijk was kwam, omdat hij geadopteerd was door een Egyptische prinses, zoals de mythografen van de Bijbel ons leren. In deze adoptiemythe ligt zijn hele rol al verborgen. Het rieten mandje is de ark, waarin het kind, pas geboren, onbevlekt aan de stroom, van de Tijd, wordt prijs gegeven. Het lot brengt het bij de Egyptische prinses, hoewel daar natuurlijk wel beraming bij kwam door de zuster van het kindje, die de boel van een afstandje gadesloeg en op het juiste moment tevoorschijn kwam om een min te kennen. De prinses moet natuurlijk wel door hebben gehad, wat er aan de hand was, maar desalniettemin geeft ze de ouders geld om het op te voeden. Van verdere pogingen tot vermoorden van baby’s horen we niets meer. Waarschijnlijk was ook de reden van de kindermoord minder het feit, dat er te veel kinderen kwamen, als wel dat de Farao een voorspelling van de geboorte van Mozes had gekregen als zijnde een kind, dat in de toekomst het volk zou overnemen. Door een semi-wonder werd Mozes dus niet alleen gered, maar zelfs op jonge leeftijd naar het hof getransporteerd om aldaar een prinselijke opvoeding te krijgen. Aan de hand van de Bijbel worden we niet wijzer, wie de Farao en zijn dochter zijn. De naam Mozes kreeg volgens de Bijbel mythe het kindje van de prinses, hetgeen ‘redder’ betekent, want de prinses had het kind uit het water oftewel uit handen van het moordapparaat van haar machtslustige vader gered. Maar natuurlijk was het gelijk de naam van zijn toekomstige rol.

Aan de hand van de hypothese, die Velikovsky stelt in zijn ‘Ages in Chaos’, kunnen we ondertussen een poging doen tot identificatie van de betrokken farao’s. Het is de laatste dynastie van het Middenrijk, dat spoedig ten onder zal gaan in een wereld omvattende catastrofe. Langzaam nadert de komeet de aarde. Als een steeds groter wordende slang kruipt hij op zijn baan langs de hemel, zoals ongetwijfeld vaak door Mozes bestudeerd vanuit het observatorium van de hoofdstad of in andere steden. Die prinsenopleiding was niet niks, want uit archeologische gegevens krijgen we het beeld van een zeer hoog ontwikkelde beschaving, die door de kosmische ramp ten onder ging. En aangezien de onderkenning van Mozes’ rol, gezien de naam en geboorte mythologie en de mythe, dat hij geleerd was in alle wijsheid van Egypte, kunnen we stellen, dat zijn vakkenpakket een uitgebreidheid had, waar menig hedendaags student in de verte niet aan kan tippen. Astronomie en wiskunde en dat dit meer inhoudt, dan er in onze hedendaagse faculteiten wordt geleerd, blijkt uit het feit, dat de Ouden de sterren standen niet bijhielden om wetten, die voor altijd gelden uit af te leiden, maar meer nog om voortijdig prognoses te kunnen doen t.a.v. veranderingen aan de hemel. In nauw verband hiermee staat de astrologie, wat de kennis van de invloed van de planeten op het leven is. Wiskunde was uiteraard een eerste vereiste om berekeningen te kunnen maken, die nodig zijn om de tijden vast te stellen. Maar daarnaast vloeit uit de getallen ook de getallenleer voort, de Kabbala, de symbolenleer en de mythologieën. Langzaam doorliep de leerling de diverse graden van inwijding, waarin zijn bewustzijn langzaam werd opgevoerd tot een uiterste scherpzinnigheid.

– * – * –

Bijna iedereen heeft wel in een of andere vorm een Bijbel in huis en ook vrijwel iedereen heeft zich een beeld gevormd, wat er in staat en wat dat betekent, zodat er over het algemeen niet in gekeken wordt, wat er precies staat. En al zou je kijken, dan lees je toch, wat je al wist. O ja, zo was het.

De Bijbel is onderverdeeld in het Oude en het Nieuwe Testament. Het boek, waar het mij om gaat, is het boek, dat de geschiedenis van het Joodse volk bevat, het Oude Testament. Dit Oude Testament is onderverdeeld in een groot aantal boeken, waarvan vooral de eerste vijf, de zogeheten vijf boeken van Mozes, nogal de aandacht trekken. Deze pretenderen een geschiedenis te zijn vanaf de eerste mens Adam tot aan de verovering van het beloofde land door het Joodse volk.

Nu hebben we op school allemaal geleerd, dat de eerste mensen miljoenen jaren geleden op aarde ontstonden, dus die verhalen uit de boeken van Mozes moeten we niet al te letterlijk nemen. We moeten die verhalen zien als mythen, zoals ook andere volken over hun mythen beschikken. Tot deze mythen behoren de schepping, het paradijs met de zondeval, de eerste mensen met hun absurd hoge leeftijden (Adam leefde bijvoorbeeld 930 jaar en Methusalem, die het langst van allen leefde, werd 965 jaar), de wereld vóór de zondvloed, de zondvloed zelf, de aartsvaders, Abraham, Isaak en Jacob, Jozef als onder farao in Egypte, de uittocht uit Egypte met zijn wonderbaarlijke gebeurtenissen en zelfs de verovering onder Jozua. Er zijn zelfs mensen, die nog verder willen gaan en de hele geschiedenis van het volk der Israëlieten, zoals die in de Bijbel staat, tot mythe verklaren, d.w.z. dat de hele geschiedenis van het Joodse volk verzonnen zou zijn. De reden hiervoor is, dat we zo weinig van de geschiedenis in die van de omringende volken hebben kunnen terugvinden. Salomo is nergens bekend en Mozes al helemaal niet.

De Exodus: Was Ramses II de farao van de uittocht?

Het absolute hoogtepunt in de geschiedenis van het Joodse volk is de Exodus. Nog eeuwen later wordt aan dit gebeuren herinnerd door de profeten. Toch is deze gebeurtenis zelf historisch niet dateerbaar, maar vrij algemeen wordt aangenomen, dat Ramses II de farao van de onderdrukking is geweest en Merneptah de farao van de uittocht, hoewel de gronden hiervoor zeer mager zijn. Werner Keller [1] beschouwt de farao van de onderdrukking dezelfde als die van de uittocht, n.l. Ramses II. ‘We moeten ons hier tevreden stellen met de verzekering, dat de hyperkritische houding, die voorheen ten opzichte van de vroegste historische tradities van Israël werd aangenomen, niet langer enige rechtvaardiging heeft. Zelfs de lang betwiste datum van de Exodus kan nu neer gepind worden binnen redelijke grenzen. […] Als we die stellen op ca. 1290 v.C., dan kunnen we niet erg mis zitten, aangezien de eerste jaren van de regering van Ramses II (1301-1234) voor een groot deel bezet zijn met bouwactiviteiten in de stad, waaraan hij zijn naam heeft gegeven: het Raamses van de Israëlische traditie.’ Hierbij moeten we dan maar vergeten, dat de Israëlieten al in Raamses aan het werk zijn, als Mozes nog jong is en dat de Exodus pas plaats heeft als Mozes al 80 is, zoals in Exodus staat.

Wat Keller betreft mogen we ook wel luchthartig met Mozes omspringen, want ‘Mozes’ in het Egyptisch betekent gewoon ‘jongen, zoon’. Een aantal farao’s heetten Ahmose, Amasis, Thutmose. En Hustmose was de naam van de beroemde beeldhouwer, van wiens meesterwerken het ongelooflijk mooie hoofd van Nofretete nog steeds de bewondering van de wereld is.

Ook het verhaal over Mozes in het rieten mandje is voor de eeuwige scepticus makkelijk te gebruiken als argument tegen de geloofwaardigheid van Mozes. Het verhaal van koning Sargon, de stichter van de Semitische dynastie in Akkad in 2360 v.C., bevat veel verbazend identieke elementen, zodat hier gesproken kan worden van plagiaat. (WK 115) [Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Sargon_van_Akkad]

Werner Keller geeft als enige reden voor zijn identificatie van Ramses II met de farao van de uittocht de overeenkomst in naam tussen Ramses en Raamses en hij raakt al snel verstrikt in de tegenstrijdigheden. De leeftijd van Mozes laat hij voor het gemak maar helemaal buiten beschouwing. Nu is Keller geen specialist – net als ik (en u) uiteraard – en een Egyptoloog onthoudt zich liever van een standpuntbepaling. Om diverse redenen is Ramses II ongeschikt als farao van de uittocht, tenzij we het grootste deel van wat er in de Bijbel staat als mythe aanmerken en als historisch feit verwerpen. Ramses II was een machtige farao, in wiens tijd het ondenkbaar is, dat een slavenvolk de benen neemt, zeker met meenemen van karrenvrachten goud en juwelen, zoals we lezen in Exodus, en die bovendien niet verdronken is, de Yam Suf, de ‘rietzee’, aangezien we zijn mummie nog hebben.

Of we moeten meegaan met de mening van Kathleen Kenyon [2], die stelt, dat ‘er tenminste twee uittochten zijn geweest, die in het verhaal tot één gecombineerd zijn.’ Alleen Ramses II komt in aanmerking, vanwege de historische achtergrond van de hoofdstad in het Deltagebied; en de slavendienst in het kader van bouwactiviteiten past goed bij hem. Verder heeft hij zo lang geregeerd. (KK 56)

Oké, Ramses II was de farao, tijdens wiens regering enige opstandige slaven of lastige Aziatische indringers hetzij het land uitvluchten of er uit werden gedreven. Ook de boeken Jozua en Richteren moeten we dan naar het rijk der fabelen verwijzen, waarbij we weer terecht komen bij de oude lijn, dat ook David en Salomo bij de Egyptenaren niet terug te vinden zijn.

Roux [3] plaatst de Exodus na het Egyptisch-Hittitisch verdrag in 1269. Dat zou betekenen, dat de hele geschiedenis van de uittocht tot de dood van Salomo in -925, wat de volgens KK 97 bijna op het jaar nauwkeurig met zekerheid vast te stellen vroegste datum is, hooguit zo’n 340 jaar verlopen zijn. In die tijd moeten dan de zwerftocht door de woestijn, de verovering van Kanaan, het tijdperk van de Rechters en het tijdperk van de eerste drie koningen passen. Omdat de installatie van Saul als eerste koning op ca. 1050 gesteld kan worden, blijft er voor de rechters, de verovering en de zwerftocht nauwelijks 200 jaar over.

Overigens moet ook het verhaal van Jozef naar het rijk der fabelen verwezen worden, want onder wie zou hij onderkoning hebben moeten zijn: niets lijkt belachelijker, dan het idee, dat dit onder een van de machtige koningen van de 18e Dynastie, die vooraf gaat aan die van Ramses, het geval is geweest. Ook zetelden de farao’s toen niet in de Delta, maar in Thebe, honderden kilometers landinwaarts. Of we moeten Jozef associëren met de Hyksos, maar dat lijkt rijkelijk vroeg terug in de geschiedenis. Het juk van de gehate Hyksos werd in -1580 afgeschud door Ahmose, de stichter van de 18e Dynastie, en de Hyksos werden verdreven naar Sharuen in Palestina. Dit is voor sommigen (Flavius Josephus) aanleiding geweest om de Hyksos te identificeren met de Israëlieten, maar daarvoor is tegenwoordig niemand meer te porren, want dan zouden de krijgstochten van de 18e Dynastie in het boek Richteren moeten staan.

Velikovsky is de eerste, die de uittocht nog verder terug in de tijd zoekt. Niet de verdrijving van de Hyksos, maar hun komst viel samen met de uittocht. Ze maakten gebruik van het machtsvacuüm, dat was ontstaan door de instorting van het Middenrijk als gevolg van de tien plagen, om de macht over te nemen in het Deltagebied. De afschudding van hun juk door Ahmose werd juist mogelijk door de overwinning van Saul op de Amalekieten. De 18e dynastie kwam tot macht door handig gebruik te maken van de afsplitsing door Jeroboam, die vanuit Egypte terug kwam na de dood van Salomo. Het was Toetmosis III, die de tempel leeg roofde, en daarmee de basis schiep voor de opkomst van Egypte. Maar, zoals Israël ten onder ging tegen de macht van Assyrië, zo konden ook de Egyptenaren niet op tegen deze vechtmachine. Onder de 19e dynastie vond een restauratie plaats, vooral onder Ramses II-Necho, die echter in zijn ambitie werd gestuit door de opkomst van de Neo-Babyloniërs en gedwongen was tot het bovengenoemde Egyptisch-Hittitische verdrag.

De afbeelding is van de film Exodus – Gods and Kings, die in Egypte werd verboden, omdat de film historische onjuistheden bevat. Zie https://historiek.net/speelfilm-over-mozes-verboden-in-egypte/47110/.

Volgens de critici wordt in de film beweerd, dat “Moses and the Jews built the pyramids” (zie https://www.theguardian.com/film/2014/dec/26/egypt-bans-hollywood-exodus-christian-bale).

Joel Edgerton, John Turturro and Christian Bale in Exodus: Gods and Kings (foto Twentieth Century Fox)

Joel Edgerton, John Turturro and Christian Bale in Exodus: Gods and Kings (foto Twentieth Century Fox)

But despite the Hollywood pulling power, the country’s censors were unimpressed with the film’s claim that an earthquake sparked the famous Parting of the Red Sea, rather than a divine miracle, and another suggesting that Jews built the Pyramids (http://www.independent.co.uk/arts-entertainment/films/news/exodus-gods-and-kings-banned-in-egypt-for-historical-inaccuracies-9945523.html).

Voor een kritisch geluid, zie http://whyihatela.tumblr.com/post/93233951400/because-ofwhite-egypt

Mozes wordt in 2:2 ‘mooi’ genoemd en ik las op de site https://jwa.org/encyclopedia/article/shiphrah-midrash-and-aggadah, dat het Hebreeuwse woord hiervoor ‘tov’ is, een woord, dat in een andere context (Spreuken 4:2) ook ‘goed’ kan betekenen. Ik moest daarbij denken aan het Nederlandse woord ‘tof’, dat tegenwoordig veelvuldig wordt gebruikt (b.v. in ‘toffe gozer’), en vond bij De Vries (Ned.Etym.Wb. 1971, 738a), dat het Bargoens is, ‘betrouwbaar, goed’ betekent en komt van het Joodse ‘tauw’ [een andere spelling van ‘tov’] = goed. Het woord ‘tof’ is ook opgenomen in het Bargoens Woordenboek van Enno Endt (p. 120f), met de betekenissen ‘goed, betrouwbaar, fijn’, en als voorbeeld het kroeglied: ‘En datte we toffe jongens zijn, dat wille we weten’ Het komt van het Hebreeuwse ‘toob’ [i.e. tov] = goed. Endt wil ook het Nederlandse ‘top’ voor ‘akkoord’ in de handel al sinds de 17e eeuw en bij De Vries apart te vinden van het gewone ‘top’ (top 1, 741ab; top 2, 741b) = Nederduits ‘topp’, al sinds de 14e eeuw. Volgens Endt hoeft deze ouderdom de herkomst van het Hebreeuwse ‘toob’ [= tov] niet in de weg te staan: de in de Middeleeuwen zo geïsoleerde positie van de Joden werd juist in de handelssituatie, waarbij dit contactwoord-bij-uitstek valt, doorbroken. Ook de overname in het Frans (toper = akkoord gaan, de hand erop geven, een aanbod aannemen) is uit de contactsituatie verklaarbaar. Het door mij in het voorbeeld gebruikte ‘gozer’ is ook Bargoens (Vries, 216a). Endt (33) heeft het als ‘goser’ en leidt het af van Hebreeuws ‘goton’, wat De Vries spelt als ‘goson’, schoonzoon, bruidegom. Nu we het toch over Bargoens hebben: ook ‘jofel’ komt van het Hebreeuws en is vergelijkbaar met ‘tov’ (Endt, 42) en komt van ‘jopheh’ schoon, aangenaam, nuttig (Vries, 287b). Ook het tegenwoordig veelvuldig gebruikte ‘gabber’ is Bargoens en komt van Jiddisch ‘chawwer’ kameraad (Endt, 29).

[1] Keller, Werner, En de Bijbel heeft toch gelijk, Rijswijk 1991 (Düsseldorf 1989); Und die Bibel hat doch recht, Düsseldorf 1957.
[2] Kenyon, Kathleen M., Archeologie in het Heilige Land, Utrecht-Antwerpen 1964.
[3] Roux, Georges, Ancient Iraq, Harmondsworth 1982 (2e ed.).

Lees het vervolg: Het Velikovsky Syndroom (14): De papyrus Ipuwer

http://robscholtemuseum.nl/?s=Immanuel+Velikovsky

6 Comments

  1. Geachte heer Cor Hendriks,

    ik denk dat we Mozes moeten situeren ergens tussen -1580 en -1550. Volgens het omstreden Oera Linda Boek (ook Oeral Inda Boek) slibde het Zeekanaal tussen de Middellandse Zee (toen de Witte Zee genoemd) en de Rode Zee dicht als gevolg van een geweldige watervloed (in -1565). Een Friesche vloot werd op dat moment gescheiden van haar achtervolgers. Die kwamen allen om in de water-, zand, grind- en modderstroom. Even later stond Mozes aan de oevers van de Rode Zee… bij Pi ha Chirouth… aan het einde van de Pi Hachiroth, later de Wadi Kirout geheten en nu de Wadi Hammamat. Mozes en het Volk Israels liepen door de droge bedding van de rivier, van Thebe naar het oosten, de Rode Zee. Er ligt een eilandje voor de kust dat door de latere Grieken tijdens de Ptolomese tijd Filothera’ werd genoemd (plaats van het wonder). Daar staken de Israelieten over. Dat was mogelijk door de voorbijgang van de tweede ster van ons stelsel. Die elke 3600 jaren voorbij komt. Hij trekt aan de wateren en onttrekt aan de andere kant van de planeet de zeeen droog. Velikovsky meldt dat het water duizenden meters wordt opgezogen door de aantrekking van de komeet (in zijn geval Venus omdat hij nog niet weet van de tweede ster van ons stelsel). In de tijd van Mozes was er nog geen sprake van een Joodse traditie.

    Groet Evert Jan

  2. Waarschijnlijk heette de farao ten tijde van de Exodus Zenoestris… een gouden sandaal van de farao werd op het strand aan de Rode Zee gevonden. De Exodus heeft dus rond -1565 plaatsgevonden en dan zou de tweede ster van ons stelsel dus 3600 jaren later weer komen… en dat moet dan 2035 zijn. Veertig jaren voor zijn komst verandert het klimaat en kort voor zijn komst zal de planeet geteisterd worden door hevige regens en grote overstromingen…

    Groet Evert Jan

  3. Er zijn ook overeenkomsten tussen Mozes en de koning Sargon. Ook hij werd in een ‘arkje’ gevonden in de rivier de Eufraat en hij werd opgevoed… en toen hij twee was werden alle jongentjes tot twee jaren oud vermoord.

  4. zoals vrijwel alle belangrijke namen in de bijbel een verwijzing zijn naar een gebeurtenis, voorval of grondige wijziging, is de naam Mozes uit te leggen als; MU.zes= ‘vertrekken zes’ofwel Mozes was de leider van een grootscheepse logistieke operatie om de ‘kinderen Gods’ uit Egypte te leiden en deze veilig onder te brengen aan de overkant. Mozes stond onder aanvoering van Ra (zoon van Ptah) die de zelfde was/is als Mardoek (zoon van Enki) die de zelfde is als Bel en Baal (zoon van Ea) en dat was omdat de goden van Egypte verloren hadden van de goden van het Midden-Oosten. Ze moesten het veld ruimen en de taak van Ra/Bel/Baal/Mardoek was het ‘zaad van zijn vader’ te redden en over te brengen naar Europa. Mozes in mijn oertaal Kwando wordt als volgt; ‘MUZES’ – MU ZE ES/SE, met de betekenis; ‘vertrekken-zeker-ishet/sker’, ofwel Mozes is de benaming voor de gene die de operatie moest uitvoeren. ‘Vertrekken’… (on the move) en zeker stellen van de kinderen Israels, dat was het. MU.ZES. = vertrekken vanwege de komst van de 6e… de grote tweede ster van ons stelsel; de 6e van buiten gerekend. Pluto, Neptunus, Uranus, Saturnus, Jupiter en de 6e Gud, de rode dwergster.

  5. Mozes omgekeerd wordt dan; ES/SE ZU UM, met de betekenis; ‘hetis/seker-zoeken-hoeden’, ofwel Mozes had niet alleen de opdracht de stammen Israels uit Egypte te voeren maar ook in veiligheid te brengen (voor hun vijanden). Dat was aan de overkant van de Rode Zee, tegenover Pi Hachiroth en later richting Europa. Dat was geen gemakkelijke taak omdat de tweede ster voorbijtrok (passage = passover = pasen) en de planeet voor een generatie onderdompelde in ellende. Daar getuigen die tien plagen van die Egypteland troffen (en de rest van de wereld) en die zijn ook opgeschreven door ene Ipoewer?! (zie de papyrus Ipoewer). Die Ipoewer beschrijft de rampen, het natuurgeweld en de effecten van de voorbijgang van de komeet… Gud, die we ook kennen als Anu en Ra (de rode dwergster). Mozes is de naam die in verband staat met de ‘verhuizing’, de Exodus, de ‘passover’, de oversteek naar het arabisch schiereiland.

  6. U heeft het over het Joodse Volk maar dat moet uiteraard het Volk Israels. De Joden vormen slechts een van de twaalf stammen! Een heel veel gemaakte fout die de ‘joden’ met een kleine j graag zien omdat zij zich graag wereldwijd presenteren als de Joden met een grote J. Dat is echter geschiedvervalsching omdat de ‘joden’ voor 90% of meer uit Khazaren/Chazaren bestaan en dat zijn nepjoden. Stammen niet af van Juda. Zijn geen Judeers, wel Jooddietsen of ‘jiddische joden’. Komen uit de Oekraine, heette vroeger koninkrijk Khazarie. Zij hebben zich doelbewust vermengd met de echte Joden en konden dat doen omdat de verstrooiingen dat mogelijk maakten. Ze konden ongezien een andere indentiteit aannemen en streven naar de wereldmacht (die zij inmiddels bezitten). Hun volgende stap is de uitroeiingg van de blanken en vooral van de tien stammen Israels in Europa. Zij hebben de tijd en WO I en WO II heeft aan 120 miljoen blanken in Europa het leven gekost (en dan tel ik de slachtoffers van Jozef Stalin mee – ook een nepjood of Khazaar). WO III die al in volle gang is zal het einde inluiden van de blanken en de stammen Israels. De nepjoden/zionisten zetten de Amerikanen op tegen Europa en Rusland, Europa tegen Rusland en de Russen tegen Amerika en Europa. Doel van de Khazaren is de Oekraine weer in handen krijgen (koninkrijk Khazarie), de Russen uitschakelen, de blanken decimeren, de stammen Israels vernietigen en Amerika tot de bedelstaf dwingen en ondertussen een groot Zion voorbereiden. Momenteel vegen ze de regio schoon van Israel. Daar komt Groot-Zion. De chaos brengt vluchtelingen op de been, die richting Europa worden gedirigeerd door de Khazaren/nepjoden/zionisten en daar ontstaat vanzelf oorlog door de geschillen onderling en de honderdduizenden jongemannen die onverwacht zullen toeslaan en heel Europa zullen lamleggen. De bootvluchtelingen en de slachtoffers uir het Midden-Oosten gaan allemaal naar Europa. Waarom niet naar Arabie?! Dar is veel geld, ze spreken de taal, hun religie is het zelfde… Neen ze moeten naar Europa – dat is het plan van Kalgieri (zionist). Ook de zogenaamde aanval van de Russen op MH17 is onderdeel van de hetze van de nepjoden/zionisten om Europa en Rusland tegen elkaar op te zetten.

Leave a comment

Your email address will not be published.

*