Joost Lips – Gedichten (2)

Gedichten (2)
In deze serie zal ik gedichten samen brengen, die in mijn optiek van daag het verdienen niet in de vergetelheid te geraken. Ik zal hier bij geen chronologie aan houden, wat men leest kan gisteren of meer dan 50 jaar geleden geschreven zijn. Ook zal ik de verzen niet ordenen volgens thema s, ik presenteer ze van uit het besef, dat ieder vers op zich zelf staat.
(13)
Vroege Verzen van Verlangen en Verdriet
(a)
de zon zinderde boven zee
haar lichtdeeltjes trilden op de golven
recht op mij toe
er waren weinig ruim ontblote meiden
maar gelukkig dacht ik veel aan god
zittend aan zee die dag
(b)
ver weg beneden liep je
je liep naar het zee water
in je vrouwelijke gestalte
liep je daar, geheel alleen
en je wist niet dat ik keek
dat is zonde, dacht ik,
zo een mooi meisje
alleen gelaten, maar
bang voor verlangen
fietste ik naar huis
(c)
meisje met hengel zo lief
van staan naar hurken
van hurken naar weer staan
de gehele avond geen visje
toch bleef ze kijken naar de dobber
oorsprong van Mandala Water
zo heilig en rein
dat T mijn verdorven hart bevrijdde
toen zij arge loos, heel even,
op haar kontje krabde
voelt ze in haar hand greep jongens?
droomt ze dobberen en orgasme?
of denkt ze gewoon vis?
(d)
Erotiek Beurs Utrecht, 13 maart 2003
Ik kijk naar een schilderij
waar op een vrouw, een beeld scherm als hoofd
door een man wordt genomen
De schilder komt mij nader en zegt
“De Jeugd Vindt Alles op het Internet, Ook Seks
maar een Echt Mens Vinden Ze Eng”
Ik knik begrijpend ja
als ik denk aan mijn porno verzameling
en de vrouw aan mijn arm
(e)
Dan ontmoeten onze ogen
is er geen twijfel
bliksemt de waarheid
heb ik je gevonden
Ik weet je al
heel diep van binnen
weet ik je reeds
je hoeft alleen nog maar even
binnen te lopen
Weet niet waar je bent
je bent nu over al
Geen idee wat je op houdt
of je krullen zal hebben
of steil haar, maar ik zal je
her kennen oog in oog
Verliefd ben ik al
moet je alleen nog
even vinden
(f)
Lig op bed, luister naar geluiden
van auto portieren, is zij het?
voet stappen in het trappen huis
het draaien van een sleutel in het slot
dat uit blijft
Van de stellige woorden
die ik haar gisteren zei
rest nu louter onzekerheid
Waar lopen nu de voeten
welke horen in de sokken
die hier op de radiator drogen?
(g)
Haar naam is
Lulu van de pixels
God s akker is van daag
van WC papier.
(h)
Wel onbehoorlijk van God
bekoorlijkheid scheppen en
dan zeggen Af Blijven!
Lekker lichaam
kun je deze lente dag niet
een fijne boerka aan trekken?
(i)
Met ons eerste om helzen
viel wereld en historie weg
Dat dit kon!
We keken elkaar aan, verbaasd
en het wonder her haalde zich
telken male
We smolten gaande weg
uit de kleren tot het heiligste
der aarde
Onmetelijke passie zo pijnlijk nu!
Waar ben je? Wat doe je?
Wat denk je en wat voel je?
Bemin je de gehele dag door, huil
Sterven is geen klein ding
Was je maar hier
(j)
Je laatste haren uit het douche putje geplukt
het was een fantastische tijd hè schat?
(14)
Was Goed
Twee lakens aan een was lijn
dansend op een lichte bries
film doeken voor silhouetten
van bomen
geworpen door de late zon
onaantastbare extase
twee lakens dansend
op een lichte bries
speciaal voor mij
¶
(15)
Water
Op het water
zien we de sierlijke zwaan
haar baan op niets af gaan
We spreken over het bestaan
hoe denken, veel te traag
leven niet bij kan benen
We zien kerk en lucht weer kaatst
op wiegende spiegel vlakken, telkens anders
één en ook gebroken.
Fonkelend water deinend
componeert magnifieke mozaïeken
bij constatering al weer gewist
Vermeend weten zien we breken
versmelten, verdwijnen; we weten niks
wijs is dit water
¶
(16)
Wonderlijk Over Wegen
De nacht bracht beelden
van oude vlammen, erotische weelde
ontstak zo met begeerte pijn
Er is een groot verschil
tussen éénzaam en alleen te zijn
Één zaamheid is toch
wat we er samen van maken
¶
(17)
Een Kort Consult
Hij klaagde
over Writer s Block
Ik adviseerde hem
schrijf het op
¶
(18)
Weten Schap
(a)
Professor Robert Dijkgraaf
zeilt van af de aarde
het Melk Weg Stelsel uit
langs de Andromeda Nevel
door ontelbare sterren stelsels
uit komend bij de snaar theorie
een universum suggererend
dat wij nooit zullen kennen
(b)
We zagen iemand liggen in een tuin
het beeld zoomde uit
door de damp kring, langs de maan
en verder, verder, verder
Vervolgens weer terug
de aarde ander maal in zicht
de damp kring door
de mens in de tuin
de focus op diens huid
er in dringend
tot op cel niveau en er in
Wat hebben we nu gezien?
We keken in
de op vattingen van mensen
¶
De lezer zij gegroet!
josefmarialips.substack, Jan 10, 2026
https://josefmarialips.substack.com/p/gedichten-2?publication_id=7304186/
Joost Lips – Hoe Geestelijk Gezond Blijven in het Gekken Huis?
Joost Lips – Zware Feiten Van Avond Niet Verkondigd in Ballydehob, in Dit Bericht Als Nog
Meer informatie
https://robscholtemuseum.nl/?s=Joost+Lips
https://robscholtemuseum.nl/?s=Josef+Maria+Lips
https://robscholtemuseum.nl/?s=Vol+Ledig+Bestaan
https://robscholtemuseum.nl/?s=Aan+Wezig+in+Deze+Stap
https://robscholtemuseum.nl/?s=Bodemloze+Beelden+Tuin
https://robscholtemuseum.nl/?s=Efemere+Fenomenen
https://robscholtemuseum.nl/?s=The+Heart+of+the+Matter+Report
https://robscholtemuseum.nl/?s=AweandGrace
https://robscholtemuseum.nl/?s=Offensief+van+de+Schoonheid
https://robscholtemuseum.nl/?s=Karin+de+Vries
Mooi geschreven allemaal.