Oscar Hammerstein – De Dam Verdient Meer Dan Bestuurlijke Af Schuw

De Dam Verdient Meer Dan Bestuurlijke Af Schuw

Een land gaat niet ten onder wanneer een fanaticus zijn door haat bevlekte vlag ontrolt. Fanatici zijn van alle tijden. Een land gaat ten onder wanneer fatsoenlijke mensen de moed verliezen om zich te verzetten, bestuurders hun lafheid tot beleid verheffen en de bedreigde burger wordt op gedragen zich aan zijn bedreigers aan te passen. Een beschaving bezwijkt niet door de kracht van haar vijanden, maar door de lafheid van haar verdedigers. Niet de vlag van de fanaticus kondigt haar onder gang aan, maar de witte vlag van hen, die gezworen hebben haar te beschermen. Waar moed tot zwijgen wordt gebracht en lafheid tot staat manschap wordt verheven, heeft de vijand al gewonnen zonder één schot te lossen.

Op de Dam, bij het Nationaal Monument, werd op 7 oktober openlijk steun aan Hamas betuigd. Er waren span doeken met “We support Hamas” en lof betuigingen aan de dag van het bloed bad. Vier dagen later verschenen op nieuw een Hamas span doek, Hamas emblemen en zelfs een portret van Hezbollah leider Hassan Nasrallah. Nederland her dacht zijn doden op deze plek lang voor dat het er de bewonderaars van heden daagse moordenaars moest verdragen.

Het Kabinet Jetten vindt steeds krachtiger woorden en steeds scherpere maat regelen voor Israël. Maar tegen over extremisme, terreur verheerlijking en Joden haat in eigen land blijkt vast beradenheid telkens af wezig. Daar ligt mijn verwijt. Een overheid, die steeds harder op treedt tegen Israël en keer op keer te kort schiet in de bescherming van haar Joodse burgers, laat zich leiden door lafheid. Het keurige vocabulaire, waar mee die lafheid wordt om geven, maakt haar niet minder ernstig.

Gemaskerde mannen, Hamas-symbolen, openlijke bij val voor Hezbollah, het behoort in middels tot het straat beeld, dat Nederland zich zelf toe staat. We zagen gemaskerde mannen met Hamas hoofd banden en openlijke bij val ook aan Hezbollah, gemaskerde demonstranten bij het Monument. Onder tussen kunnen op op zettelijke over treding van het in voer verbod voor dadels uit Israëlische neder zettingen jaren lange gevangenis straffen volgen. Het Kabinet Jetten weet, wanneer het wil, heel goed hoe het zijn af keuring in bepalingen en sancties moet vertalen. Juist daar om valt de steeds terug kerende labbe kakkerigheid tegen over terreur verheerlijking zo op. Zo dreigt de verheerlijking van terreur onder deel van het straat beeld te worden.  Een staat, die zijn inter nationale verplichtingen zo ernstig neemt, behoort zijn plicht tegen over de eigen bedreigde burgers minstens even ernstig te nemen.

En dit alles speelt zich af in Amsterdam. De stad, waar tijdens de Duitse bezetting leden van de Colonne Henneicke voor iedere in geleverde Jood zeven gulden vijftig ontvingen. Zeven gulden vijftig: de premie op het uit leveren van een mens. Die geschiedenis verplicht ons tot meer dan plechtigheid bij een Monument. Zij verplicht ons tot waak zaamheid op straat, tot bescherming van bedreigde burgers en tot de moed om op te treden, wanneer Joden haat zich op nieuw openlijk vertoont. Een verklaring van af schuw beschermt niemand mevrouw Halsema. De her innering aan gisteren krijgt pas betekenis in de bescherming, die wij vandaag bieden.

Geen beroep op het leed van onschuldigen verleent de bewonderaars van Intifada activisten een vrij brief. Wie het onrer scheid tussen mede dogen en terreur verheerlijking niet wil maken, bewijst geen van beide volkeren een dienst. De Dam is boven dien geen wille keurig plein. Hier bewaren wij de her innering aan wat er gebeurt wanneer de bescherming van mensen af hankelijk wordt van de moed van bestuurders, en die moed ontbreekt. Wie juist daar, juist op de verjaar dag van de aan slagen, Hamas huldigt, kan moeilijk beweren, dat hij de betekenis voor Joodse Nederlanders niet heeft begrepen. En wie bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt, kan moeilijk vol houden, dat die betekenis hem ontgaat.

Verantwoordelijkheid wordt in Amsterdam besproken in een Drie Hoek. Zij mag er niet in verdwijnen. Burgemeester Femke Halsema draagt de verantwoordelijkheid voor de Openbare Orde. René de Beukelaer is de Hoofd Officier van Justitie; Peter Holla is op dit moment de Politie Chef. De Burgemeester beslist binnen haar bevoegdheden over Openbare-Orde maat regelen, het Openbaar Ministerie over vervolging, de Politie voert uit. Artikel 172 van de Gemeente Wet is op dit punt minder omzichtig dan menige Bestuurlijke Verklaring. Halsema kan geen Strafbaar Feit uit vinden. De Beukelaer kan haar verantwoordelijkheid voor de Veiligheid op Straat niet over nemen. Een oordeel, dat een bepaalde leus niet strafbaar is, beantwoordt nog niet de vraag of Joodse In Stellingen vol doende worden beschermd. Het ene Ambt vormt geen schuil plaats voor het andere.

De bewering, dat er helemaal niets gebeurt, is onjuist. Op 7 oktober verhinderde de Politie, dat demonstranten verder trokken richting de Portugese Synagoge op het Mr Visser Plein en het Holocaust Museum. Halsema ontbond de demonstratie, nadat de Intifada activisten aanwijzingen aan hun Duitse laarzen lapten. Op 11 oktober werd iemand wegens een andere, volgens de Politie beledigende vlag aangehouden. Maar de staat wordt uit eindelijk beoordeeld op de bescherming, die hij biedt. De vraag is , of hij tijdig handelt, consequent handelt en voor komt, dat de zelfde intimidatie zich telkens her haalt.

Article content

Juist daarom verlangt de komst van de motorstoet naar de Dam een duidelijke uitleg. Als gemaskerde mannen met Hamasvlaggen onder politiebegeleiding over het Rokin konden oprukken naar de Dam, moet het bestuur verantwoorden welke misselijke afweging daaraan ten grondslag lag. Welke grenzen waren gesteld? Welke instructies waren gegeven? Hoe werd voorkomen dat het bewaken van de openbare orde voor bedreigde burgers het aanzien kreeg van het begeleiden van een intimidatiemars? Amsterdam kan zulke beelden niet losmaken van zijn geheugen. Op 15 mei 1940 trokken Duitse militairen op motoren de stad binnen en verschenen zij op de Dam. Op deze straten behoort het gezag te begrijpen wat een demonstratief machtsvertoon en pure intimidatie kan betekenen voor mensen die opnieuw vrezen vanwege hun Joodse identiteit te worden aangevallen. Het bestuur moet meer kunnen uitleggen dan waarom een stoet mocht doorrijden. Het moet kunnen uitleggen hoe het de mensen beschermde die haar met angst zagen komen en vreesden zich weer te moeten gaan melden bij de Hollandsche Schouwburg, Loods 24 of het Joods Tehuis aan de Paviljoensgracht.

Het enkele verheerlijken van terrorisme is naar de huidige stand van de wetgeving niet als zelfstandig delict strafbaar. Een wetsvoorstel dat daarin verandering moet brengen, werd in juni 2026 ingediend; het omvat ook openbare steun aan terroristische organisaties. Het kabinet heeft voor de handelsbeperkingen wél een spoedprocedure gebruikt; hier is nog geen duidelijkheid wanneer het wetsvoorstel wordt behandeld. Er bestaan wel strafbepalingen tegen opruiing, bedreiging, groepsbelediging en het aanzetten tot haat of geweld. Het Amsterdamse OM zag in de uitingen van 7 oktober geen opruiing: volgens zijn beoordeling riepen zij niet op tot strafbare feiten. Dat is een laffe juridische verklaring. Deze verdient een precieze motivering, zeker wanneer datum, plaats en beweging richting Joodse instellingen de betekenis van de woorden mede bepalen.

De rechtsstaat moet zijn tegenstanders volgens zijn eigen beginselen behandelen. Juist daarin ligt zijn kracht. Maar rechtsstatelijke zorgvuldigheid verplicht de overheid ook te onderzoeken welke bescherming zij wél kan bieden. Een samenleving die haar grenzen uitsluitend achteraf verklaart, zal steeds opnieuw moeten uitleggen waarom zij haar burgers vooraf niet heeft kunnen beschermen. De Wet openbare manifestaties biedt mogelijkheden om, op concrete gronden, beperkingen te stellen in het belang van gezondheid en verkeer en ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden. Aantoonbare veiligheidsrisico’s kunnen wel degelijk ingrijpen rechtvaardigen. De eigen overheidsrichtlijn verlangt vroegtijdige herkenning van incidenten en het voorkomen van escalatie. De wet vraagt dus om voorbereiding, beoordeling en handelen.

Amsterdam heeft onlangs zelf laten zien dat dit kan. Op 17 september 2026 hield de rechter de verplaatsing van een pro-Palestijnse tegendemonstratie van de Dam in stand wegens concrete aanwijzingen voor wanordelijkheden. De instrumenten bestaan. Het bestuur moet de noodzaak van hun gebruik onderbouwen. Dat is werk. Dat is ook precies waarvoor het bestuur is aangesteld.

Wij hebben reden het geheugen van het gezag langer te willen maken dan de volgende persconferentie. Bij de opening van het Nationaal Holocaustmuseum op 10 maart 2024 werden ook Holocaustoverlevenden met het protest tegen de aanwezigheid van president Herzog geconfronteerd. Rudie Corissos en zijn achterkleindochter werden op weg naar hun auto uitgejouwd, beschimd en nageroepen. Halsema erkende dat zij het museum niet onbegeleid hadden mogen verlaten en bood excuses aan. Die excuses waren terecht. De tekortkoming had vermeden moeten worden. Een man die de Holocaust overleefde, behoort in Amsterdam een museum over die geschiedenis niet met gevaar voor zijn leven te verlaten. Wanneer wij zelfs daar de veilige doorgang niet verzekeren, moeten wij ons afvragen hoeveel onze plechtige woorden bij herdenkingen nog waard zijn.

In november 2024 volgden de aanvallen rond Ajax–Maccabi Tel Aviv. De Inspectie Justitie en Veiligheid beschreef gerichte aanvallen op mensen die voor Joods werden aangezien. Zij stelde eveneens vast dat de politie professioneel en slagvaardig optrad: meer dan 1.200 politiemensen werden ingezet. Toch bleek onvoldoende antwoord mogelijk op de snelle, verspreide aanvallen. Dat is de pijnlijke waarheid: grote inspanning en ontoereikende bescherming kunnen naast elkaar bestaan. Voor het slachtoffer is de tweede helft van die zin beslissend. Ook toen kon men niet rekenen op de onbetrouwbare burgemeester. Het OM vervolgde verdachten en eiste celstraffen, met in verschillende zaken aandacht voor het antisemitische karakter. Maar na iedere geweldsnacht behoort één bestuurlijke vraag centraal te staan: wat is aantoonbaar veranderd om de volgende te voorkomen? Wie uitsluitend naar de vervolging achteraf verwijst, heeft nog geen antwoord gegeven op de bescherming vooraf.

De reeks bestuurlijke lessen is langer. Bij de Black Lives Matter-demonstratie op de Dam van 1 juni 2020 werden opkomst en gevolgen voor de coronamaatregelen verkeerd ingeschat. Extern onderzoek constateerde fouten vóór, tijdens en na de demonstratie. Een bestuur mag er geen gewoonte van maken zich telkens door de volgende menigte te laten verrassen. Ook de UvA-bezettingen en vernielingen van mei 2024 en de confrontaties rond de Israëlmanifestatie van 7 oktober 2024 horen bij deze beoordeling. Er werd ontruimd; er volgden honderden aanhoudingen. Die feiten passen niet in de voorstelling van een politie die eenvoudigweg toekijkt. Zij maken de werkelijke vraag des te dringender: waarom lukt het zo moeizaam de grenzen vooraf geloofwaardig te bewaken?

Achter de plaatselijke protesten ligt bovendien een internationale organisatie. Fox News beschreef rond de in Londen gevestigde Global Alliance for Palestine een netwerk van 179 organisaties en 322 geplande evenementen. Het onderzoek meldde afgestemde boodschappen, vooraf vervaardigde protestmaterialen en strategieën om stadspleinen te blokkeren, overheidsgebouwen te omsingelen en bedrijfslocaties stil te leggen. Men kan moeilijk van louter spontane verontwaardiging spreken wanneer de spontaniteit over een compleet draaiboek beschikt en uit ranzige fondsen wordt gefinancierd.

De alliantie kondigde zelf wereldwijde actie aan voor 9 tot en met 11 oktober 2026. Studentenorganisaties, vakbonden, actiegroepen en politieke figuren worden in de campagne samengebracht. Ook CodePink wordt als deelnemer genoemd. Hier wordt een internationale politieke campagne gevoerd om Israël onder druk te zetten en te isoleren. De oprechte bewogenheid van een individuele demonstrant maakt de strategie van de organisatoren niet minder doelbewust. Een overheid behoort beide te kunnen zien.

De geldstromen verdienen onderzoek. Republikeinse congrescommissies onderzoeken de financiering rond Neville Roy Singham en organisaties waaronder CodePink wegens vermeende banden met de Chinese Communistische Partij. CodePink ontkent ongeoorloofde buitenlandse aansturing. Daaruit volgt nog geen bewezen Chinese regie over Amsterdam. Daaruit volgt wél dat vragen over geldschieters en politieke bondgenoten gerechtvaardigd zijn. Wie openbaarheid verlangt van regeringen en ondernemingen, kan diezelfde openbaarheid bezwaarlijk weigeren zodra het zijn eigen beweging betreft.

De AIVD beschrijft in zijn jaarverslag over 2025 een Europees politiek Hamasnetwerk, met ongeveer tien daarmee verbonden personen in Nederland, en betrokkenheid bij de bredere organisatie van pro-Palestijnse en anti-Israëlische demonstraties. De dienst vermeldt ook dat deze demonstraties in 2025 niet tot gewelddadige incidenten leidden. Beide feiten tellen. Niet iedere demonstrant is daarmee verdacht. Maar een bestuur dat vragen naar Hamasinvloed als louter verdachtmaking afdoet, neemt zijn eigen veiligheidsdienst niet serieus.

In dat licht verdient de gemelde aanwezigheid van Amin Abou Rashed, bekend als ‘Abu Eenarm’, aandacht. Jonet publiceerde een bericht dat hem vooraan in de Amsterdamse stoet van 11 oktober aanwees. Hij werd op 27 mei 2026 onbegrijpelijk vrijgesproken van Hamasfinanciering, maar voor sanctieontduiking en het voortzetten van de verboden Stichting Al Aqsa veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. De vrijspraak mag niet worden weggeschreven. De veroordeling evenmin. Bewijst zijn vastgestelde plaats vooraan leiderschap over de demonstratie? Zij rechtvaardigt in ieder geval vragen aan de organisatoren over de prominente plaats van iemand met deze voorgeschiedenis.

Een vreedzaam affiche ontslaat niemand van verantwoordelijkheid voor wat zich achter dat affiche afspeelt. Wie organiseert? Wie betaalt? Wie krijgt het woord? Wie wordt tegengehouden wanneer hij terreur verheerlijkt? Dat zijn gewone vragen van behoorlijk bestuur. Het zou merkwaardig zijn ze onbetamelijk te vinden juist wanneer de antwoorden ertoe doen.

Aan universiteiten kan de taal van inclusie omslaan in uitsluiting van Joden. Dat noem ik woke antisemitisme: de overtuiging dat iedere minderheid bescherming verdient, totdat de Joodse student zich met Israël verbonden voelt. Dan wordt hem gevraagd eerst afstand te nemen, zich te verklaren, zijn onschuld aan te tonen. Een inclusiviteit die zulke toelatingseisen stelt, heeft haar eigen beginsel verlaten.

Ook de internationalisering van het universitaire leven verdient hier kritische aandacht. Over grenzen reizen kennis en wetenschap, maar ook politieke campagnes en vijandbeelden. Mijn bezwaar betreft de overname van een internationale actiecultuur waarin Israël bij voorbaat wordt veroordeeld en Joden zich moeten verantwoorden voor een regering waarvoor zij mogelijk nooit hebben gestemd.

De Taskforce Antisemitismebestrijding constateerde in februari 2026 pesterijen en intimidatie, het verbergen van de Joodse identiteit en het mijden van de campus. Zij zag bovendien meer wettelijke handelingsmogelijkheden dan bestuurders aanvankelijk dachten. Dat is een ernstige vaststelling. Een universiteit die haar Joodse studenten onvoldoende beschermt, heeft weinig reden zich op haar verlichting te beroemen. Zij behoort eerst te zorgen dat zij veilig hun collegezaal bereiken. Kan men die zorg toevertrouwen aan een D66-minister die haar Joodse studenten in Maastricht geen enkele veiligheid bood?

Islamistisch antisemitisme moet beslist bij naam worden genoemd. Ook de vraag welke antisemitische denkbeelden met migratie uit het Midden-Oosten, waaronder Syrië, kunnen meekomen, verdient onderzoek. Een kwalitatieve studie onder 68 Syrische en Iraakse vluchtelingen in Duitsland trof veel stereotypen en complotdenken aan, naast positieve houdingen tegenover Joden en afwijzing van antisemitisme. Zij maakt wel duidelijk waarom integratiebeleid deze denkbeelden serieus moet nemen. Iemands afkomst bewijst geen schuld. Angst om een ongemakkelijk onderwerp te bespreken bewijst evenmin vooruitstrevendheid.

En dan is er de oude anti-imperialistische reflex uit de CPN- en PSP-traditie. De politieke erfgenamen ervan, de actievoerders die inmiddels opa en oma zijn, mogen zich afvragen wat er van hun overtuiging overblijft wanneer zij terreurverheerlijking naast zich dulden. Wie een leven lang tegen fascisme heeft gedemonstreerd, zou een Hamasvlag zonder toelichting moeten kunnen beoordelen. Deze stromingen hoeven niet hetzelfde te geloven om elkaar te versterken. Radicaal-linkse theorie voorzien islamistische vijandbeelden van een progressief vocabulaire; islamistische mobilisatie geeft radicale campagnes mensen en kracht. Het gevaar ontstaat waar die toenadering de grens tussen kritiek op Israël, bewondering voor terreur en vijandigheid tegenover Joden uitwist. Een bestuur moet juist daar zijn beginselen kennen. Een luidruchtige achterban is geen geweten. Geen ervan neemt de bestuurlijke kernvraag weg: wie zorgt ervoor dat Joden in deze stad werkelijk veilig zijn?

Andere democratische rechtsstaten hebben eigen grenzen getrokken. In het Verenigd Koninkrijk is Hamas in zijn geheel verboden en zijn bepaalde openbare steunbetuigingen en herkenningstekens strafbaar zijn. Duitsland kent eveneens verboden op Hamasactiviteiten en Hamas-symbolen. Nederland hoeft geen buitenlands wetboek over te schrijven. Het behoort wel de bereidheid te hebben zijn eigen keuzes te onderzoeken, in plaats van iedere bestaande leemte als een onveranderlijke eigenschap van de rechtsstaat te behandelen.  In Londen werden volgens The Jewish Chronicle op zaterdag 10 oktober twintig mensen aangehouden, onder wie zes op verdenking van beschadiging van het Battle of Britain-monument aan de Victoria Embankment. Demonstranten met vlaggen van de Revolutionary Communist Party beklommen het gedenkteken. Er schuilt een sombere ironie in het gebruik van een monument voor de strijd tegen nazi-Duitsland als decor voor een dergelijke vertoning. Men beroept zich op de grote lessen van de geschiedenis, maar klimt achteloos op de herinnering aan degenen die voor onze vrijheid hebben gevochten.

Tegenover die terugkerende onveiligheid staat de stelligheid van het Nederlandse invoerverbod voor goederen uit Israëlische nederzettingen in Judea en Samaria, de westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Golanhoogten. Op opzettelijke overtreding staat een maximum van zes jaar gevangenisstraf. Het kabinet Jetten beroept zich op internationale verplichtingen. Daarmee is de vraag naar haar prioriteiten niet beantwoord. Een staat die zulke verplichtingen ernstig neemt, moet zijn plicht tegenover de eigen bedreigde burgers minstens zo ernstig nemen. Buitenlands beleid en binnenlandse bescherming hebben verschillende juridische grondslagen. Zij vallen onder hetzelfde politieke geweten. Het is een zonderlinge vorm van moreel leiderschap die op grote afstand zeer beslist weet te zijn en bij de eigen voordeur telkens niet thuis geeft.

Van Halsema verlang ik tijdige bescherming en duidelijke verantwoording. Van De Beukelaer een begrijpelijke, toetsbare uitleg van de strafrechtelijke grens en optreden waar die wordt overschreden. Van de wetgever zorgvuldigheid én voortvarendheid. Van de regering de middelen en steun die de politie nodig heeft. Ieder van hen heeft een eigen taak. Geen van hen kan zich vrijpleiten met de mededeling dat ook een ander aan zet is.

Mijn verwijt blijft staan. Een overheid die steeds harder optreedt tegen Israël en keer op keer tekortschiet in de aanpak van extremisme, terreurverheerlijking en Jodenhaat, laat zich leiden door lafheid. De rechtsstaat verlangt geen roekeloosheid. Hij verlangt dat wie gezag draagt, de moed heeft het binnen de wet te gebruiken. Hij verlangt bescherming die verder reikt dan de volgende verklaring van afschuw.

Een land dat extremisme de ruimte geeft en zijn Joodse burgers onvoldoende beschermt, verliest zijn morele kompas. Dat is wat Nederland nu doet. Nederland glijdt met de dag verder af. Die gang is niet onvermijdelijk. Zij kan worden gekeerd — door bestuurders die hun verantwoordelijkheid nemen, instellingen die hun beginselen toepassen en burgers die weigeren aan Jodenhaat te wennen. Laat de Joodse student zonder vrees zijn collegezaal binnengaan. Laat de bezoeker van een Holocaustmuseum zonder bescherming naar huis kunnen. Laat een mens over straat gaan zonder eerst te moeten bedenken of zijn naam, zijn taal of zijn kleding hem tot doelwit maakt. Daar wordt onze beschaving beproefd. Daar moet ons gezag zich bewijzen. De Dam heeft onze afschuw al gehoord. Het is tijd dat hij onze vastberadenheid ziet.

Oscar Hammerstein

Oscar Hammerstein
Auteur van Vervolg ze tot in de Hel, Ik heb de Tijd en Geachte Confrère

LinkedIn, October 13, 2026

https://www.linkedin.com/pulse/de-dam-verdient-meer-dan-bestuurlijke-afschuw-oscar-hammerstein-bij8f/

Hendrik Jan Korterink & Bert Voskuil – De naakte waarheid over Oscar Hammerstein

Kleintje Muurkrant – Shredder (6) + AutoWeek – Wat weet advocaat Oscar Hammerstein over auto’s? Quiz + Marie-Thérèse Roosendaal – Leven in een krankzinnig land + Vergeven, niet vergeten

Bart Mos – Oscar Hammerstein (66) gestopt als advocaat

Paul Vugts & Wouter Laumans – Oscar Hammerstein Onthult ‘Ik was de Anonieme Advocaat van Kroon Getuige Nabil B’

KRO NCRV | BinnensteBuiten – Oscar Hammerstein: Herengracht Woning + Drimble – Hammerstein Advocaten NV

Oscar Hammerstein – Uitingen op Facebook, eerder, en op Twitter, nu

Silvan Schoonhoven – Oscar Hammerstein Geschrapt van Tableau door Raad van Discipline

RTL 4 | Barend & Van Dorp – Met Oscar Hammerstein Aan Tafel, 6 april 1999 (1) t/m (4)

Oscar Hammerstein & Bram Moszkowicz – Wie zijn Wij? + Hammerstein & Moszkowicz, de Getapte Advocaten – Alle Af Leveringen

Oscar Hammerstein – Een Schande, die Amsterdam Nog Lang Zal Achter Volgen

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*