Kees Engelhart – DAGEN VAN VAN PUTTEN | Boek 23 | Voorstellen ter onthechting | Winter

Wat vooraf ging:
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-proloog-dagen-van-van-putten-boek-1-dat-dient-zich-aan-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-2-de-kwaal-herfst/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-3-het-grauw-winter/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-4-de-rook-lente/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-5-een-pak-warmte-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-6-draden-herfst/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-7-het-afrekenen-winter/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-8-het-gefilterde-lente/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-9-het-bevrijden-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-10-een-nevel-herfst/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-11-het-verval-winter/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-12-een-berusten-lente-epiloog/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-proloog-dagen-van-van-putten-boek-13-kijkend-over-de-velden-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-14-veel-meer-dan-een-alibi-herfst/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-15-dagen-waarop-het-regent-winter/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-16-over-het-achteloze-lente/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-17-gekromd-en-zekerlijk-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-18-smeergeld-triomf-en-pijn-herfst/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-19-ach-wankelende-slagorde-winter/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-20-advocaten-aanklagers-rechters-lente/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-21-wat-uitbetaalt-zichzelf-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-22-het-oplossen-van-sommen-herfst/

Boek 23

Voorstellen ter onthechting

Winter

DE STEEN IS GEDRAAID

Het gaat van Putten zeer goed en van Putten zit
Aan tafel gisteren heeft de winter zijn rechtmatige
Intrede gedaan en het waren twee heerlijke dagen
Nog altijd trekt van Putten geen overjas aan zijn
Colbert volstaat nog immer ook al is het eind
December nu als van Putten des middags zijn
Lange fietstochten maakt

Van Putten drinkt een zachte rode wijn en denkt
Na over de kleine overwinningen die van Putten
Op de gemeentelijke overheid en de landelijke
Belastingdienst heeft geboekt en ook nog wacht
Van Putten de uitspraak van de juniorrechter
Betreffende de directeur van het bos welke zaak
Van Putten beseft dat terdege en van Putten weet
Het vrijwel zeker hoogstwaarschijnlijk in van Putten
Zijn voordeel zal worden beslist

Tegen zoveel hard bevochten geluk is van Putten
Nog nauwelijks bestand zover inmiddels is van
Putten afgedreven van een gemiddeld geldelijk leven
En aldat maakt van Putten licht zenuwachtigjes en
Opnieuw voelt van Putten zijn hart stevig pompen
Gaat dit allemaal wel goed vraagt van Putten zich
Licht vertwijfeld af zal van Putten wellicht opnieuw
Met opgeheven hoofd door het stof moeten brieven
Schrijven ambtenaren bellen op bepaalde plaatsen
Hardnekkig en dwingend aanwezig zijn om opnieuw
Een of ander doel te bereiken

Dan plotseling bedaart van Putten zijn stevig pompende
Hart en van Putten schudt glimlachend langzaam het
Hoofd niet nog zal iets dergelijks plaatsvinden
Dat is voorgoed voorbij

EN VOLMAAKT GELUKKIG IS DE KLEINE MAN DAN

De kleine man zit thuis en hij mijmert over de magistrale
Aard van magistrale dingen over wat het wezen is van het
Magistrale
De kleine man meent op dit moment lichtjes dat het werkelijk
Magistrale een fenomeen is dat in geen enkel opzicht te verbeteren valt
Het magistrale is volmaakt en is derhalve te allen tijde instaat
Gehoord gevoeld geroken geproefd en gezien te worden
Het magistrale kent de wetten van de zintuigen als geen ander en doet
Daar beste zaken mee want ook tactisch uiteraard is het magistrale
Volmaakt

De kleine man staat op en in de open keuken
Schenkt de kleine man zich een naar hij weet
Heerlijke Zuid-Afrikaanse fonkelende rode wijn in

De kleine man steekt zich een sigaartje op en zit uitnemend
Het nieuwe jaar heeft zich een aanvang genomen en buiten
Op het voetpad achter zijn huis is het koud en uiterst stil

De kleine man opent een schrijfblok dat voor hem op tafel ligt
En neemt een fijnschrijver uit het pennenbakje dan haalt
De kleine man de dop van de fijnschrijver en legt vervolgens
Dop en fijnschrijver rechts naast het schrijfblok neer om zich
Onmiddellijk met zijn stoel een halve slag van de tafel af te draaien

Dan schouwt de kleine man bedachtzaam zijn kamer rond en steekt
De grote kaars die links van hem staat aan opdat de kleine man
Straks onmiddellijk schrijven kan wanneer de zin te schrijven
De kleine man voor deze avond definitief te pakken heeft genomen

De kleine man glimlacht echter al de zin komt namelijk altijd
Altijd op een avond als de kleine man zich te schrijven wenst
Geduld is het enige en wat Bach

Tevreden beziet de kleine man de fijnschrijver naast het schrijfblok
Met intense aandacht
Soms sluit de kleine man even de ogen bij een wonderschone
Muzikale zin zo gaat dat bij de kleine man avond aan avond
En binnen niet al te lange tijd vanavond zal de kleine man schrijven

DAN STAAT BRUMMING OP

Het is de avond van drie januari in het jaar onzes
Heren tweeduizend en zes Brumming zit aan tafel
Luisterend naar Bach
Zijn bier drinkende en wat rokend mijmert Brumming
Over de bozigheden die Brumming toegeworpen krijgt
Naar aanleiding van de wijze waarop Brumming zijn
Beschouwingen van dichtwerken schriftelijk weergeeft
Zij mogen boos zijn meent Brumming en Brumming
En Brumming verbaast zich over het aldus ontstane
Kleine oproer
Zoveel hebben Brumming zijn beschouwingen toch
Werkelijk niet om het lijf komt het Brumming voor
Ja dat Brumming zo streng is wellicht maar Brumming
Gevraagd wat inhoudt dat Brumming schrijft wat
Brumming vindt want zo is Brumming
Brumming kan niet anders

Meer en meer beseft Brumming dat Brumming wil
Brumming ongeschonden en rechtop in het midden
Van het literaire slagveld een lichtend voorbeeld blijven
Brumming zijn verzen uit diepgemeende verbroederingszin
Geboren moeten blijven worden waarmee Brumming meent
Dat Brumming bedoelt dat hoe beter Brumming zichzelf
Leert kennen hoe meer Brumming in staat zal blijken zijn
Verzen met anderen te delen en zeker ook met al diegenen
Die op het ogenblik zo bozig op Brumming zijn

Het duizelt Brumming een beetje en met
Een klein schokje ontwaakt Brumming uit zijn mijmering
De zestien kleine preludes zijn voorbijgegaan maar de langspeelplaat
Slaat niet af en nog even luistert Brumming naar het stoten van de naald
Tegen het wat hoger gelegen liggende papier waarop het label gedrukt staat

ZO GELUKKIG IS DE KLEINE MAN GEWORDEN

Ontgoocheling is niets voor jou en het liefst blijf je er
Verre van want je weet wat ontgoocheling is namelijk
Het ergste dat een mens overkomen kan je komt er
Nooit nog helemaal bovenop en je zal het heel je verdere
Met je mee moeten dragen en al je nog komende dagen
Zul je schuchter en schrikachtig blijven je hart zal
Nooit meer rustig slaan en het verlangen naar een kalm
Hart zal groter en groter worden en langzaam maar zeker
Zul je gaan fantaseren op welke manieren je de hand
Aan je zelf kunt slaan jawel ontgoocheling maakt arm
En bitter en uiteindelijk raakt zelfs je kleinste vreugde weg
En dat alles moet je dan tot aan je stervensuur volhouden
Want pas dan als je het geluk bezit dat te beseffen zul je
Begrijpen dat je lijden spoedig tot een einde komen zal
Wellicht dat er dan nog enige vreugde in je op zal wellen
Vanwege de dankbaarheid voor het aanstaande feit
Dat al die arme jaren van bitterheid binnen afzienbare tijd
Eindelijk en voor eeuwig tot staan zullen worden gebracht

De kleine man legt zijn pen naast zich neer
De zuidwester raast rond zijn huis en de kleine
Man zet zijn kleine ronde brilletje op de kleine
Man rolt zich een sigaret en neemt een slokje
Van zijn wijn morgen mijmert de kleine man
Gaat de kleine man maar eens een zeer fijne
Fietstocht ondernemen de kleine man is het
Wandelen over de paden aan de noordoostzijde
Van het bos vrijwel vergeten en heden ten dage
Vindt de kleine man juist het fietsen fijn om
Na te denken te genieten van het buiten zijn
Te fietsen door het duin door de zeer drukke
Winkelstraten jawel voor de kleine man is het
Fietsen de waarachtige vervanging voor zijn
Wandelingen door het bos geworden en ’s avonds
Vrijwel iedere avond tegenwoordig schrijft de
Kleine man

DE ZELFBESCHOUWING

Het is half december en voor nu is de kou uit de lucht
Brumming zit aan tafel drinkt een volle rode wijn
En luistert naar Mache Dich Mein Herze Rein
Zojuist heeft Brumming en daar denkt Brumming nu
Over na geluisterd naar het culturele avondprogramma
Op de radio dat door overheidswege met opheffing bedreigd
Wordt

In het culturele programma maakt een jonge dichteres
Haar opwachting om in een tweegesprek met de presentator
Gezegend met de aantrekkelijke radiostem haar opvattingen
Weer te geven omtrent dichten het dichterschap en de dichtkunst
Een en ander gelardeerd met enige gedichten uit haar laatste bundel

Brumming raakt al luisterend en mijmerend in lichte
Verbijstering hier spreekt een gestudeerde jongedame
Bezig nog wel aan een proefschrift betreffende de literatuurwetenschap
Waarbij de jongedame verstandige en houtsnijdende kanttekeningen plaatst

Dit af en toe giechelend bijna maar ook weer ernstig
Wanneer het gesprek dat vereist

Na enige tijd leest de jongedame een gedicht voor van eigen hand
Een klamme schrik slaat Brumming om het hart
Niets heeft de jonge en waarschijnlijk beeldschone dichteres
Verwerkt in haar dichtkunst niets van wat zij
Even hiervoor nog zo overtuigend debiteerde

De jonge dichteres begrijpt werkelijk niets wat dichtkunst
Zijnde nota bene zijzelf een dichteres de woordkunstenaars aan eisen voorlegt
Brumming zit verbijsterd aan tafel nu een gebrek aan zelfbeschouwing
Daar heeft de jonge dichteres het in haar betoog over gehad draagt
Voornamelijk bij aan het feit dat zo velen zich geroepen voelen en zo
Weinigen zijn uitverkoren aangezien zij deze een der belangrijkste essenties
Van het dichterschap ten enen male missen

EN BRUMMING BUIGT ZICH OVER TALLOZE BANKAFSCHRIFTEN

Brumming is aan het inpakken geslagen Brumming heeft
Het aanbod van mevrouw Leenschat van Bodegraven
Aangenomen en Brumming zal voor de duur van
Vier maanden zijn intrek nemen in het kleine
Theehuis waarvan mevrouw Leenschat van Bodegraven
In al haar welgemeende goedheid meent
Dat het een ruim tuinhuis is en onderwijl Brumming
Voorzichtig wat aardewerkenbeeldjes in oude kranten
Wikkelt glimlacht Brumming zachtjes

Het is een hele klus beseft Brumming gelukkig kan
Brumming zijn huisraad opslaan in de oude
Schuur rechts van de kastanje twintig meter
Achter het kleine theehuis wat ook weer niet
Helemaal waar is bekent Brumming zichzelf
Want het is een echt huisje niet groot maar
Liefdevol genoeg om er enige maanden te
Kunnen verblijven
Met een kleine veranda

Brumming voelt niets van weemoed zijn flat
Te gaan verlaten Brumming wil een huis met
Een tuin waarin hij zomers en in de winter als
Brumming dat verkiest in Brumming zijn
Eigen tuin kan genieten van het weer en de
Geluiden die op dat moment bezit van Brumming
Nemen
O Brumming ziet zichzelf al

Dan kijkt Brumming rond en is plots lang zo vrolijk
Niet meer hier moet een verhuisbedrijf aan te
Pas komen weet Brumming dit kan Brumming niet
Alleen en Brumming rekent snel uit of hij
In staat is een verhuisbedrijf in te huren
Dan trekt Brumming allerhande laden open
En knipt een lampje aan

MAAR VANWAAR DIE ONRUST DAN

Van Putten is vanavond wat onrustig de
Gerechtelijke bevestiging van van Putten zijn
Overwinning zijn eerste overwinning op de
Directeur van het bos is nog altijd niet bij
Van Putten op de deurmat gevallen
Binnen zes weken uitspraak had de
Juniorrechter gezegd
Dat is de wettelijke termijn

Even rekent van Putten en komt tot de slotsom
Dat de door de juniorrechter vastgestelde termijn
Met al bijna twee weken verstreken is
Een tijdje terug heeft van Putten al eens gebeld
Naar het gerechtsgebouw en er was vertraging
Met alle excuses denkbaar daar achteraan
Van Putten had een en ander kunnen bevroeden

De winter nu is wel echt koud met een harde noordooster
Maar echt vriezen en sneeuwen daar is van Putten
Helaas en jammer genoeg verre van
Weliswaar trapt van Putten met tranende ogen
Door de koude snijdende wind veroorzaakt
Dagelijks heel wat kilometers af maar als het dan
Avond is zit van Putten thuis en dan is van Putten
Rozig en heerlijk vindt van Putten alles dan

Van Putten drinkt wat rookt wat luistert en schrijft wat
En meestal dan is van Putten in het geheel niet onrustig
En die zaak tegen de directeur van het bos wint
Van Putten toch wel ook al moet van Putten daar
Wat geduld voor opbrengen dus dat van die onrust
In samenhang met die rechtszaak beseft van Putten
Is helemaal niet waar o ja dat beseft van Putten nu

VAN PUTTEN ALLEEN THUIS PROEFT EN GENIET

Van Putten zit ontspannen aan tafel en drinkt een zwaar
Duits bier we schrijven begin februari van het jaar onzes
Heren tweeduizend en zes van Putten heeft een fijn
Sigaartje opgestoken en luistert naar Vivaldi op guitaar

Vandaag heeft van Putten voor het eerst dit jaar de Sneeuwklokjes
Mogen aanschouwen en van Putten besefte dat de lente welzeker
Onderweg is

Nu aan tafel denkt van Putten aan de juniorrechter en aan de
De uiteindelijk zeer lange uitspraak die van Putten van het
Gerechtshof heeft mogen ontvangen in welke lange uitspraak
De directeur van het bos en zijn trawanten met de grond gelijk
Worden gemaakt

Van Putten glimlacht niet valselijk nee van Putten buigt zich licht
Voorover zet zijn ellebogen op tafel laat zijn hoofd rusten op
Zijn handpalmen en mijmert vervolgens genoeglijk over de
Twee rechtszaken tegen de directeur van het bos en zijn
Trawanten die nog op handen zijn

Als alles goed is nu na de eerste zaak zijn van Putten
Zijn lichte geldelijke problemen van de laatste jaren
Eindelijk opgelost maar vreemd genoeg bemerkt van
Putten dat juist dat plezierige aanstaande feit van
Putten wat zenuwachtig maakt zenuwachtig waar het
Een en ander van Putten logischerwijze vreugde en
Genoegdoening had moeten schenken

Ondanks deze lichte aandoening van zijn nerven voelt
Van Putten zich heus wel lekker en ook natuurlijk is
Van Putten wat trots op zijn overwinning ook al kan
Van Putten dat moeilijk zo is van Putten namelijk
Erkennen zelfs niet aan hen die van Putten zeer te na staan
Maar nu deert dat licht opmerkelijke feit van Putten
Op deze heugelijke avond gelukkig geenszins

VOOR HOE LANG NOG

Vandaag is er zeer goed nieuws tot Brumming gekomen
Brumming zijn makelaar heeft gebeld en hoogstwaarschijnlijk
Zal Brumming het tuinhuis van mevrouw Leenschat van
Bodegraven niet hoeven te betrekken

Wanneer Brumming bereid is en dat is Brumming de
Huidige eigenaar van zijn aanstaande woning met tuin
Tot aan de dag van het sluiten van de koopovereenkomst
Maandelijks een bepaald bedrag en dat bedrag vindt
Brumming zeer aanvaardbaar aan sleutelgeld te betalen
Kan Brumming bij wijze van spreken morgen al zijn
Nieuwe woning met tuin betrekken

Verbluft vroeg Brumming zijn makelaar ondanks
Zijn snel opkomende jubelstemming om wat bedenktijd
Dat vond Brumming zijn makelaar uitstekend en zo
Sloten Brumming en zijn makelaar hun telefoongesprek
Af

Nu zit Brumming aan tafel drinkt zijn koele bier en
Opnieuw verschijnt de koene en ontroerende gestalte
Van mevrouw Leenschat van Bodegraven voor Brumming
Zijn geestesoog hoe haar te vertellen van de plotselinge
Wending der komende gebeurtenissen zonder al te veel
Van zijn vreugde door te laten schijnen peinst Brumming

Mevrouw Leenschat van Bodegraven is wel de laatste
Die Brumming voor het hoofd stoten wil zo mijmert
Brumming verder en verder
Brumming rolt zich een kleine joint het is tien uur in
De avond en een ongekend felle februaristorm raast
Zonder mededogen over Brumming zijn balkon

HET TUINHUIS IS WERKELIJK KRAAKHELDER NU

Het is half februari mevrouw Leenschat van Bodegraven
Zit in haar gemakkelijke stoel bij het raam dat overdag
Ruim uitzicht biedt op het tuinhuis
Op de schoot van mevrouw Leenschat van Bodegraven
Rust het portret van Theodoor Brumming en liefdevol
Aanschouwt mevrouw Leenschat van Bodegraven zijn
Portret dat naar mevrouw Leenschat van Bodegraven
Haar stellige overtuiging op meer dan uitstekende wijze
Zekere karaktertrekken van Brumming weergeeft ook
Al is de lach van Brumming nog zo innemend wat
Brumming meestentijds ook is maar zeker niet altijd
Dat weet mevrouw Leenschat van Bodegraven als geen
Ander

Mevrouw Leenschat van Bodegraven glimlacht blaast
Een weinig stof van de sobere en stevige lijst en schenkt
Zich een bourbon in die goudgeel glanst onder het licht
Der kaarsen en olielampen doorwelke mevrouw Leenschat
Van Bodegraven haar huiskamer sfeervol in bezit heeft
Laten nemen
Zacht klinkt een blokfluitsonate van de Italiaanse meester
Frescobaldi op mevrouw Leenschat van Bodegraven rolt
Zich een kleine joint en staart terwijl nogmaals een
Glimlach haar lippen op meer dan ideale wijze plooit
In het duister buiten waar het tuinhuis staat

Vanmiddag heeft mevrouw Leenschat van Bodegraven
Het tuinhuis eens goed onder handen genomen met droge
Doek ragebol en natte dweil
Zo op haar knieën met badstoffen elastische haarband deed
Mevrouw Leenschat van Bodegraven zichzelf denken aan de
Edele werksters die de vloeren boenden van eens het
Gemeentehuis en ook aan al de jaren die sindsdien
Verstreken zijn

DAN STA JE LANGZAAM OP

Het is februari en koud op de koopvaardijhaven het bankje
Waarop je zit staat pal op de straffe noordooster en je kijkt
Naar de bedrijvigheid die plaatsgrijpt rondom de Noordhoek-
Singapore-Zierikzee die naar je aanneemt wel spoedig
Uitvaren zal

Hoewel je niet echt winters gekleed bent heb je het beslist
Niet koud je draagt een T-shirt en daarop een sportachtig
Dingetje in verschoten blauw met een capuchon die je niet
Gebruikt daaroverheen een zwart ribfluwelen colbert zonder
Knopen rond je nek een klein zwart sjaaltje een mooie grijze
Klassieke pet en dunne zwartwollen handschoenen

Vanonder af aan gerekend draag je witte gympen daarin
Dikke zwarte sokken van de marine alsmede een elastische
Spijkerbroek en daar weer onder – en je meent dat daarin
Het wonder van het je niet koud hebben schuilt – een
Hagelwitte lange onderbroek

Je ogen branden licht en je voelt hoe je gezicht gloeit
Je denkt aan de schande en of schaamte die ieder mens
Persoonlijk treffen kan zo erg dat er niets nog overgebleven
Lijkt dat de moeite van het verder leven aannemelijk maakt

Een man roept iets naar een andere man en wijst hemelwaarts
Even later zie je hoe een enorme krat in takels door een kleine
Hijskraan aan boord van de Noordhoek-Singapore-Zierikzee
Wordt gehesen weer een andere man steekt zijn duim verborgen
In een zware werkmanshandschoen ferm omhoog

NIET VEEL LATER MIJMERT BRUMMING ALS VANOUDS

Brumming staat voor en voldongen feit de eigenaar
Van Brumming zijn aanstaande nieuwe woning heeft
Het aanbod van het sleutelgeld ingetrokken zodoende
Kan Brumming niet eerder dan het begin van de lente
De oude afspraak volgend zijn prachtige kleine woning
Met de grote tuin die Brumming zo bevalt en met de
Echte tuindeur niet voor een mei betrekken

Echter Brumming zijn flat moet binnen twee weken leeg
Tot de dag dat Brumming zijn sleutels behoort in te leveren
Nu is het eind februari en Brumming beseft dat hem niets
Rest dan het aanbod van mevrouw Leenschat van Bodegraven
Te aanvaarden

Met een lichte zucht neem Brumming de telefoon op en
Belt het verhuisbedrijf en nadat Brumming even in zijn
Adressenboekje heeft gebladerd geeft Brumming de
Veranderingen betreffende het aanvankelijke plan door
Vooral het adres van mevrouw Leenschat van Bodegraven
Spelt Brumming zo helder articulerend als maar mogelijk
Is letter voor letter en cijfer voor cijfer door
Het is voor elkaar zegt de man nadat Brumming en hij
De datum hebben vastgesteld
Dan hangt Brumming op

Brumming zet zich aan tafel schenkt zich een rode
Zuid-Afrikaanse wijn in ontsteekt zich een fijn
Sigaartje en schouwt zijn huiskamer rond
De dozen komen woensdag en met kleine

EN ONWILLEKEURIG EVEN SLECHTS TREKT MEVROUW LEENSCHAT VAN
BODEGRAVEN EEN LICHTE RILLING OVER DE RUG

Het is tien uur in de avond op de dag onzes heren zeven maart tweeduizend
En zes de maart is nog guur en lijkt nog maar weinig lente in zich te bergen
Mevrouw Leenschat van Bodegraven zit in haar kamer boven aan tafel drinkt
Een zachte rode wijn rookt een wilde cigarillo en kijkt ontspannen naar het
Avondvullende televisieprogramma aangaande de gemeenteraadsverkiezingen
In het gehele vaderland

Ondertussen beluistert mevrouw Leenschat van Bodegraven He Was Despised
Vertolkt door Aafje Heynis mevrouw Leenschat van Bodegraven haar ogen
Dwalen van de beeldbuis af en mevrouw Leenschat van Bodegraven mijmert
Over eens al haar jaren op het gemeentehuis alweer drie jaren geleden zo
Ongeveer beseft mevrouw Leenschat van Bodegraven

En hoe gelukkig is mevrouw Leenschat van Bodegraven niet nog de drukke
Rad pratende jonge fractievoorzitters en voorzitsters met hun felgekleurde
Stropdassen en diepe decolletés van de hun benodigde informatie en wettelijke
Regelgeving te voorzien
O bijna zou mevrouw Leenschat van Bodegraven God danken voor deze Ontsnapping
De bevrijding van de waan die haar zolang innig verbonden heeft doen laten zijn
Met het gemeentehuis

Dan ziet mevrouw Leenschat van Bodegraven het uitgestreken gezicht waar zij
Niet lang geleden nog zo van genoot van een van haar boegbeelden van de partij
Die mevrouw Leenschat van Bodegraven heel haar leven zo nauw aan het hart
Gelegen heeft

MAAR VAN PUTTEN ZIJN ADVOCAAT HEEFT DE RECHTER AL GEBELD EN HEM GEMELD DAT DE DIRECTEUR VAN HET BOS DE UITVOERINGSDATUM VAN ZIJN UITSPRAAK NIET HALEN ZAL

1

Vandaag bezoekt van Putten naar hij stellig meent
Voor de laatste maal een medewerkster van de directeur
Van het bos dit om de laatste plooien glad te strijken
Naar aanleiding van de recente gerechtelijke uitspraak

Hoewel de lente nakende is is er van die zelfde lente nog
Weinig te bespeuren maar toch… maar toch…
Monter stapt van Putten het hoofdgebouw binnen
Meldt zijn afspraak bij de receptioniste en even later
Wordt van Putten opgehaald door een dame van zo
Midden dertig schat van Putten ze stellen zich aan elkaar
Voor en de vrouw verzoekt van Putten haar maar te volgen

Na een korte wandeling verzoekt de dertig en nog iets
Jarige vrouw van Putten binnen te komen in een kaal
Onooglijk vertrek waarin alleen een tafel en drie stoelen het
Volledige meubilair verzorgen op de tafel liggen
Vuistdikke dossiers de vrouw gaat twee kopje koffie
Halen en van Putten staart uit het raam

Bij terugkomst begint de jonge vrouw van Putten bemerkt
Het onmiddellijk een licht arrogant zeer onsamenhangend
Betoog waar niets uitspreekt van ook maar de geringste
Deemoed jegens van Putten in verband met het duidelijke
Vonnis van de rechter de oude toon klinkt op die van de
Partij die meent dat hij wel degelijk nog altijd bovenop ligt

Van Putten wil het allemaal wel eens zeker weten en laat
De misschien ook wel veertig jarige niet zo heel erg
Aantrekkelijke vrouw maar zo een beetje begaan
Dat houdt zij wel vijftien minuten hakkelend
En struikelend over woorden en gedachten ontvouwingen vol
Het lijkt wel alsof er in het geheel geen gerechtelijke uitspraak
Plaats gevonden heeft

2

Uiteindelijk heeft van Putten er genoeg van van Putten
Begint de al bijna te beklagen vrouw langzaam maar trefzeker
Met zeer ter zake doende terzijdes te bestoken om na zo een
Vijf minuten het woord geheel over te nemen om vervolgens
De snel bleek wordende jonge vrouw met een spervuur
Aan houtsnijdende opmerkingen en samenvattingen van
Al hetgeen voorafgegaan is aan dit gesprek met de grond
Gelijk te maken en van Putten noemt om maar te beginnen
De opdracht die zij ongetwijfeld van de directeur van het bos
Gekregen heeft haar totale gemis aan zelfreflectie haar zeer
Magere inlevingsvermogen de papieren tijgers waar zij zich
Willoos naar schikt haar fletse beroepseer en nog veel meer
Benoemt van Putten

Volkomen beheerst maar toch woedend deelt van Putten
De nu wel licht gebroken vrouw mede dat hij een en ander
Onverwijld met zijn advocaat bespreken zal en enigszins
Stotterend meent de vrouw dat van Putten dat dan maar
Moet doen… Waarop zij beslist rekenen kan en nog wel
Vanmiddag antwoordt van Putten haar ijzig

Van Putten staat op weigert de vrouw een hand te
Geven en onderwijl van Putten veelbetekenend zegt
Bye bye opent van Putten de deur van het onooglijke
Vertrek en beent weg

Thuisgekomen meldt de aanstaande van van Putten maar
Niet eerst nadat van Putten de zaak omstandig aan zijn advocaat
Uit de doeken heeft gedaan dat er een nerveus aandoende dame
Al driemaal gebeld heeft en zeker nog terug zal bellen
Een kwartier later neemt van Putten de telefoon van zijn
Aanstaande aan en het is inderdaad de vijf en dertigjarige stroman
Van de directeur van het bos die van Putten stotterend meldt
Dat er toch wat foutjes zijn gemaakt en dat zij hoopt dat het
Voorstel tot de juiste schikking uiterlijk volgende week donderdag
Op de deurmat liggen zal

EN NU BACH MOMPELT BRUMMING HEEL TEVREDEN

We schrijven de dag het jaar onzes heren zestien maart
Tweeduizend en zes Brumming zit aan tafel en het werk
Is gedaan alles is ingepakt
De dozen staan hoog opgetast in het midden van de kamer
Brumming nipt van zijn twaalf jaar lang gerijpte kirsch en
Onderwijl mijmert Brumming over de dichtkunst met name
Over hoe de ware dichtkunst zich verhoudt ten opzichte
Van al het nutteloze gekrakeel dat daaromheen plaatsvindt
Brumming glimlacht bitter en zonder vreugde niet zo heel
Veel zin heeft Brumming er voorlopig nog in Brumming wil
Schrijven en zijn werk uitgeven zoveel als maar mogelijk is
En verder eigenlijk niets
Al die zelfbenoemde dichters hoogromantici narcisten
Praatjesmakers mummelaars in-zichzelf-gekeerden
Neurotici manisch-depressieven en verder nog al die
Jonge dichteressen die zonder enige schaamte hun
Schoonheid en loos gebabbel schandelijk misbruiken
En dat alles ten koste van de ware dichtkunst zucht Brumming

Zo weinig mogelijk nog daarvan als maar mogelijk is meent Brumming
Kordaat en schenkt zijn glaasje twaalf jaar oude kirsch nog een halfje
Bij
Brumming luistert naar Boismortier die Brumming zeer onlangs
Zo heerlijk is gaan vinden en vanavond opnieuw
Bach past nog altijd makkelijk in de dag want zo heel erg laat is
Het nog niet ook dat stelt Brumming vast

Morgenochtend rond negen uur komt de verhuiswagen
Dan zijn Brumming zijn jaren hier in deze flat geteld
Nimmer zal Brumming zijn flat opnieuw bewonen gaan
En kalm ziet Brumming nogmaals zijn nu onttakelde
Huiskamer rond
Nog altijd precies weet Brumming precies waar al zijn
Muurstukken hingen
Brumming heeft een kleine catalogus gemaakt
Op alle dozen staat een nummer en achter de
Nummering in zijn kleine catalogus staat wat
Zich in de desbetreffende doos bevindt

En zomaar onwillekeurig denkt Brumming aan
De dodenakker die hij gisteren nog heeft bezocht

Leave a comment

Your email address will not be published.

*