Het Parool | Marloes de Moor – Na Verlies van Zijn Zicht Kan Kunstenaar Mattijs Werner Niet Meer Schilderen, maar Wél Tekenen ‘Mijn Geheugen Zit Nog in Mijn Hand’

Mattijs Werner (foto Frank Ruite)
Na Verlies van Zijn Zicht Kan Kunstenaar Mattijs Werner Niet Meer Schilderen, maar Wél Tekenen ‘Mijn Geheugen Zit Nog in Mijn Hand’
Hij maakte Schilderijen, die Galeries, Hotels en het Europees Parlement sieren, tot dat Kunstenaar Mattijs Werner (58) in 2023 bij na Al zijn Zicht verloor. Tekenen lukte nog wel, zijn Nieuwste Werk is nu Ten Toon Gesteld. ‘Die Stok was een Verademing, ik Bezeer Me Niet Meer aan Amsterdammertjes.’
Licht Voetig neemt hij de Trap naar de Entre Sol, Twee Kartonnen Bekers Koffie Balancerend in Zijn Hand. Gehaald Bij de Bakker om de Hoek. Tegen de Muur Zet Hij Zijn Rood Witte Stok. Zijn Lange Benen Zwaaien als Elastiek, Met een Jongens Achtige Slordigheid. Zo op het Eerste Gezicht Zou Niemand in die Beweging de Minste Vermoedens van Waar Mattijs Werner Zich Bevindt.
Zijn Eigen Huis Kent hij op de Tast, Trap Leuningen zijn Vertrouwelingen, Stoelen en Tafels Staan, Waar Ze Al Tijd Stonden. De Kamers Wijzen Hem de Weg, de Meubels Houden Hem over Eind. Aan de Muur Hangen de Werken, die Hij Af Gelopen Decennia Maakte, Voort Levend in Zijn Geheugen. Alleen het Nieuwe Koffie Apparaat Verzet Zich Koppig het Knopje Weigert Dienst.
“Dat Gebeurde Laatst Ook,” zegt hij. “Mijn Dochter Kreeg Hem Zo Weer aan de Praat. Mis Schien Doe ik Iets Verkeerd.”
In Januari 2023 Verandert Zijn Leven Radicaal. Werner Werkt aan een Portret van Twee Kinderen, die Hij Veer Tien Jaar Eerder Al Ééns Schilderde. “Hun Vader Vroeg Me, Of ik Hen Op Nieuw Wilde Vast Leggen,” vertelt hij. Zo als Al Tijd Begint Hij bij de Huid, het Mengen van de Juiste Tint. Maar Zo Dra Hij Zijn Penseel Neer Zet, Merkt Hij, dat Het Niet Meer Gaat. Niet zo als Vroeger.
“Hoe Kan Dit Nou, Dacht ik. Ik Kon Het Al Tijd na Één keer Kijken. Ik Vroeg Mijn Dochter Hannah (23), die Aan de Reinwardt Academie Studeert, Om Me te Helpen. Het Jongetje Lukte Nog Wel, maar het Meisje Leek Meer op een Oud Vrouwtje. Een Vriend Hielp Ook Mee. Maar Toen de Vader Kwam Kijken, Zag Hij Met Éen, dat Het Niet Klopte. Als Of Zijn Zoon Rode Ogen Had van het Huilen. Het Was Helemaal Niet Goed. En ik Wist, Er is Iets Mis.”
Doos met Steen Wol
Korte Tijd Later Zit hij Met een Vriend in een Café aan de Wester Markt. Naast Hen Staat een Jongen met Zijn Telefoon. “Ik Dacht, dat Hij Met dat Lampje in mijn Oog Scheen en Vroeg hem Daar Mee Op te Houden. Maar het Lampje Stond Hele Maal Niet Aan. Ik Snapte Er Niets Van, Liep naar Buiten, Keek naar de Wester Toren en Zag Alleen Nog Vage Vlekken. Mis Schien een Vuiltje, Dacht ik. Thuis Spoelde ik Mijn Oog Uit en Ging naar Bed.”
De Volgende Ochtend Fietst Hij naar de Noorder Markt. Mensen Groeten Hem, Zwaaien naar Hem, maar Hij Her Kent Niemand Mee.
“In Mijn Atelier Zocht ik Later naar Mappen Voor de BTW Aan Gifte. Er Viel een Doos Steen Wol Uit, Recht in Mijn Gezicht. Daar Schrok ik Van. De Map Zelf Kon ik Niet Meer Lezen. In Één Dag Was het Zicht in Mijn Rechter Oog Weg.”
Mattijs Werner Tekent (1) (foto Frank Ruiter)
Paniek. Hij Fietst naar de Buur Man van Zijn Moeder, een Oog Chirurg, die Thuis Nog Oude Apparatuur Heeft Staan. Mis Schien Zit Er Steen Wol In zijn Oog, Hoopt hij. Maar Er is Niets te Zien, Zegt de Buur Man. Binnen een Week is Zijn Oog Vrij Wel Blind.
Dan Volgen de Onder Zoeken, Bloed Testen, de Opticien, de Kliniek Jan van Goyen, en uit eindelijk het VUMC. Daar hoort hij na een MRI Scan dat zijn hoofd schoon is. Geen Tumor. Geen Kanker. “Ik huilde van opluchting.”
Maar drie maanden later, inmiddels is ook zijn andere oog in nevelen gehuld, volgt de diagnose: de ziekte van Leber. Een zeldzame erfelijke aandoening waarbij de oogzenuw onherstelbaar wordt aangetast. In twee maanden tijd verliest Werner 98 procent van zijn zicht. Hij ziet alleen nog wat contouren, als schimmen aan de randen van zijn blik.
“Genezen kan niet. Wel slik ik zes peperdure pillen per dag, de sterkste antioxidanten die er bestaan. Ze remmen de achteruitgang en er is wat kleur teruggekeerd. Maar marginaal. Mijn verzekering vergoedt ze slechts twee jaar. Daarna niet meer, omdat ze daarna bij mijn leeftijd geen effect meer hebben.”
Huilend op de grond
Het portret waar hij aan werkte kwam uiteindelijk toch af, een halfjaar later, met hulp van een vriend. “De vader was er heel blij mee. Het was het laatste schilderij dat ik maakte.”
Zijn huidige wereld lijkt in niets meer op die van de succesvolle kunstenaar die hij was. Zijn werk hing in galeries, het Europees Parlement, hotels, publieke gebouwen en bij bedrijven. Stillevens, portretten, driedimensionaal werk. Ook de muren van zijn woning in de Jordaan laten zien wat hij heeft gemaakt. Poëtische miniaturen. “Geschilderde reizen door het geheugen,” zo noemt hij de kenmerkende lagen waarmee hij beelden in zijn doeken samenvlecht.
Hij werkte in ateliers verspreid door de stad, en vijftien jaar lang in het atelier dat zijn vader hem aanbood in een omgebouwde garage, in de tuin van zijn ouderlijk huis aan de Prinses Margrietstraat in Zuid. ’s Ochtends fietste hij erheen, zijn hondje Sammie in het mandje voorop. “Een prachtige tijd. Ik kon leven van wat ik het liefst deed. Natuurlijk kende ik ook mindere periodes; dan schilderde ik huizen vanbinnen en vanbuiten. In 1995 heb ik nog het atelier van Rob Scholte opgeknapt.”
Naast de opdrachten maakte hij vrij werk. Thuis organiseerde hij exposities. Hij spreekt graag en veel over die glansrijke tijd, alsof woorden hem nog even kunnen terughalen. Achter hem ligt een universum van verf, galeries, zwieren op de fiets, oeverloos praten in cafés, Ajax op zondag, zonovergoten vakanties in Italië, bergen, bomen, de zee, horizon. Een lach, een blik, een beweging die hij uit duizenden herkent en die alleen zijn vrouw en twee dochters kunnen toebehoren. Nu bestaan ze alleen nog in zijn geheugen.
Na de diagnose volgt een diepe crisis. “Ik heb letterlijk huilend op de grond gelegen. Omdat ik niets meer kon. Zelfs de simpelste dingen, zoals de telefoon opnemen. Radeloos was ik als ik mijn sleutels kwijt was. Ook toen ik nog zag was ik een chaoot, maar het wordt een stuk moeilijker iets terug te vinden als je vrijwel niets meer ziet.”
Monty Python
Het bruisende leven maakt plaats voor hulpmiddelen, deskundigen die hem wegwijs maken in het land der blinden, de rood-witte stok. “Mijn vrouw vond het verschrikkelijk mij met die stok te zien lopen. Het is confronterend: die stok zegt dat je blind bent, je kunt er niet meer onderuit. Maar voor mij was het een verademing. Ik durfde weer om me heen te kijken, liep niet langer voorover te speuren, bezeerde me niet meer aan Amsterdammertjes. En mensen zien nu meteen wat er aan de hand is. Voorheen liepen ze tegen me op en werden boos omdat ze dachten dat ik dronken was. Nu gaan ze opzij en laten me door, als Mozes door de Rode Zee.”
Anderhalf jaar na de onheilstijding volgt Werner een intensief revalidatietraject bij Visio Het Loo Erf in Apeldoorn. Van maandag tot woensdag verblijft hij er intern. Vakken als ergotherapie, psychologie, muziektherapie, mobiliteit en handvaardigheid leren hem de beperking te dragen die hem zo plotseling overviel.
“Ik sprak een man aan die niets terugzei. Later bleek hij uit Irak te komen en mij niet te verstaan. Maar dat kleine voorval gaf me al een klap. Ik dacht: waar ben ik beland? Ik schoot vol. Een lieve serveerster van Het Loo Erf troostte me.”
Langzaam groeit er iets van houvast. Het verblijf blijkt uiteindelijk waardevol, zowel psychisch als praktisch. Hij leert, oefent, ontdekt opnieuw. Zelfs speerwerpen met acht blinde mensen tegelijk. “Dat is toch Monty Python?” zegt hij, en lacht. “En ik hield er twee goede vrienden aan over. De ‘Leberboys’ noem ik ze: een politieman uit Tilburg en een hovenier uit Nijmegen.”
“Ik was altijd een visueel ingesteld mens. Nu is dat anders. Ik ga niet meer af op hoe iemand eruitziet, maar op de stem, de toon, de intonatie. Daardoor hecht ik meer waarde aan woorden – aan hóé iemand iets zegt.”
Monet en Degas
Ook de smartphone blijkt onverwacht veel mogelijkheden te hebben voor slechtzienden: apps die tekst omzetten in audio, die barcodes lezen en hem wegwijs maken in zijn kledingkast. Wanneer hij door berichten of websites scrolt, leest een razendsnelle voice-over alles voor. Werner houdt hem liever niet te traag; gejaagd vertelt een stemmetje hem wat er te lezen is op Whatsapp of Instagram. Met drie klikken zet hij het weer uit, alsof hij even stilte afdwingt in zijn binnenwereld.
De ziekte is erfelijk. “Ik ben heel bang geweest dat ik het zou doorgeven aan mijn dochters, maar dat kan niet. Alleen vrouwen dragen het gen. Ik heb het van mijn moeder, die zelf niet ziek was, maar het wel bij zich droeg. Ze heeft het nooit geweten.”
Vlak voor haar dood ziet hij haar nog, in woonzorgcentrum De Nieuwe Sint Jacob in Amsterdam. “Ze was negentig en dementerend. Ik kon de cijfers van de deurcode niet lezen en intoetsen, mensen op straat moesten me helpen. ‘Mam, ik ben bijna blind aan het worden,’ zei ik tegen haar. ‘Oh jongen, wat een schok,’ antwoordde ze. Toen grapte ik wrang: ‘En dat komt door jou, door jouw buik.’”
Hij zwijgt even. “Zelfs in de lift bleef ze maar voor zich uit kijken. ‘Oh jongen, wat een schok.’ Het drong echt tot haar door. Kort daarna is ze gestorven. Ik had altijd gedacht: als mijn moeder doodgaat, zal ik gebroken zijn van verdriet. Maar het viel mee. Nu is me iets overkomen dat nog veel zwaarder weegt. Ik dacht: mijn moeder is dood, maar ik ben bijna blind – wat is nu erger?”
Schilderen zal nooit meer gaan. Zoals Monet die zijn laatste waterlelies in waas en mist zag, zoals Degas die blind tastend verder werkte, zo weet Werner dat zijn ogen hem hebben verlaten. “Zonder ogen ben ik schilder af. Ik zie geen kleuren meer: het zou een grote kliederboel worden. Een ramp, want het was mijn passie en mijn inkomstenbron.”
Beeldschermloep
Tekenen lukt wel, merkt hij. Eerst met een dikke zwarte stift op wit papier. Een tekening van zijn hond Sammie, die hij kwijt dacht te zijn in het Westerpark. “Sammie is oranje en voor mij is het groene gras ook oranje. Hij viel erin weg. Uiteindelijk bleek hij gewoon anderhalve meter achter me te zitten.” Een andere tekening: twee wolkjes in plaats van ogen, met erboven het weerbericht ‘zeer zware mist’. “Bij mij is het altijd zeer zware mist,” zegt hij. Lachend: “Ik hou wel van dat soort cynische humor.”
Zijn redding blijkt uiteindelijk een elektronische beeldschermloep, eigenlijk bedoeld voor het lezen van krantenartikelen, brieven of medicijnlabels.

Mattijs Werner Tekent (2) (foto Frank Ruite)
“Ik ontdekte dat ik met die loep nog wél kon tekenen; veel van mijn geheugen zat nog in mijn hand. Hoe ziet een ijskast eruit? Hoe een stoel? Het werkt het beste met de klare lijn: ik haal mijn pen niet van het papier. Vervolgens gebruik ik de beeldbuisloep om te controleren wat ik getekend heb. Ik kan daarmee honderd keer inz oomen.”
In zijn werkkamer in het souterrain laat hij zien hoe het werkt. “Overzicht heb ik niet, dus ik kijk steeds terug.” Hij toont tientallen gedetailleerde tekeningen: het Ajaxteam uit 1995, de Westertoren, de EK-finale van ’88, bootjes op het water, vogels, scènes op straat in de Jordaan. Maar ook fantasierijke hersenspinsels met titels als Alle gekheid op een (blinden)stokje, Horen, zien en zwijgen en Uit mijn hoofd.
“Het is alsof ik de wereld om me heen opnieuw in kaart wil brengen. Soms sta ik er zelf op en verbeeld ik mijn gevoel,” zegt Werner. Dat is bijvoorbeeld terug te zien in een tekening met trekvogels: daarop ontmoet hij zichzelf tijdens een stadswandeling, met blindenstok en zonnebril. Hoog boven hem zweven vogels die voor hem onzichtbaar zijn.
“Als klein kind rende ik altijd naar buiten als de trekvogels kwamen: ‘Mam, mam, daar gaan ze! Dag vogels, tot volgend jaar!’ Dat vergeet ik nooit meer. Het besef dat ik ze nooit meer zal zien… dat is hard.”
Op de Tandem
Hoe wel Zijn Leven en dat van Zijn Gezin in grijpend is veranderd, vindt Werner veel kracht in het uiten van zijn Creativiteit, in het op nieuw op pakken van zijn Beroep als Kunstenaar. Een Droom was een Ten Toon Stelling met zijn Nieuwe Werk, zo dat ieder één kan zien wat hij maakt, dat hij er nog al tijd is. En die droom kwam uit. Tot 1 november zijn in Capital C aan het Weesper Plein de Tekeningen, Dochter Hannah hielp bij het uit zoeken, te zien, die hij maakte sinds de Oog Ziekte hem trof, naast enkele schilderijen van daar voor.
Mattijs Werner (foto Frank Ruiter)
De Ten Toon Stelling Geeft Hem Perspectief in een Wereld, die Letterlijk en Figuurlijk Steeds Kleiner Werd. “Vroeger Sprong ik op de Fiets, Sammie in het Mandje, en Kon ik Over Al Heen. Wat Mis ik Dat. Soms Haalt een Vriend Me Op Met de Tandem en Dan Fietsen We Samen, de Wind door Je Haren, Als of Je Vliegt. Dan Staan de Tranen Me in de Ogen.”
‘Went Het Al?’ Vragen Mensen Wel Ééns. “Het Eerlijke Antwoord is, Nee. Elke Ochtend als ik Wakker Word in Mist, Besef ik Het Op Nieuw. Het Blijft Moeilijk. Mijn Vrouw Norah en dochters, Hannah en Mara, Kan ik Nog Zien Als ik Héél Dicht bij Ze Kom, Dat is Fijn en Stelt Me Gerust.”
De Ten Toon Stelling met Nieuw Werk van Mattijs Werner is Tot en Met 1 November 2025 te Zien in Capital C, Weesper Plein 4B.
Het Parool,
Meer informatie
https://robscholtemuseum.nl/?s=Marloes+de+Moor
https://robscholtemuseum.nl/?s=Het+Parool
https://robscholtemuseum.nl/?s=Mattijs+Werner
https://robscholtemuseum.nl/?s=Tekenen
https://robscholtemuseum.nl/?s=Schilderen
https://robscholtemuseum.nl/?s=Capital+C
https://robscholtemuseum.nl/?s=Zicht
https://robscholtemuseum.nl/?s=Zicht+Verlies
https://robscholtemuseum.nl/?s=Amsterdammertje
https://robscholtemuseum.nl/?s=Hannah+Werner
https://robscholtemuseum.nl/?s=Reinwardt+Academie
https://robscholtemuseum.nl/?s=Wanda+Werner
https://robscholtemuseum.nl/?s=Henk+Jurriaans
https://robscholtemuseum.nl/?s=Marte+Röling
https://robscholtemuseum.nl/?s=Medisch+Centrum+Jan+van+Goyen
https://robscholtemuseum.nl/?s=VUMC
https://robscholtemuseum.nl/?s=MRI+Scan
https://robscholtemuseum.nl/?s=Amsterdam
Plaats een reactie