Theo Knippenberg – WAAR BEN IK? (13): Ontvoerd

Was ik de man die gekidnapt werd door de Dolle Mina, bijna een halve eeuw geleden? vroeg de mevrouw van de radio. Ja, dat was ik.

In 1970 organiseerde ik een Missverkiezing, als onderdeel van de voorloper van het huidige Internationale Filmfestival Rotterdam. Een van de juryleden was Pim de la Parra, de flamboyante Surinaams-Nederlandse filmregisseur. En als hoofdprijs wachtte de winnende Miss een rol in zijn volgende film.
Voor de finale leken glamour en feminisme elkaar goed te verdragen, toen ik copieus mocht dineren met de feministische regisseuse Agnes Varda.
Maar direct daarna kwam de glamour van de Missverkiezing hard in aanvaring met de tweede golf van het feminisme in Nederland, de Dolle Mina. Twee uitersten die met elkaar botsten, natuurlijk net toen ik er midden tussenin stond.
Voor het oog van de aanwezige journalisten en camera’s, en van twaalf hooggehakte aspirant actrices in minirok werd ik, samen met Pim, gekidnapt door een veel grotere groep jonge dames die getooid waren met enorme blote borsten van rubber, als een soort binnenstebuiten gekeerde bustehouders, over hun dikke wollen jassen heen.
Het was hartje winter toen Pim en ik, allebei zonder jas, (maar ik droeg tenminste een stropdas, zie ik nu op de foto) meegevoerd werden de straat op, en een winkelportiek in werden geduwd. Het was een klein portiek waar de meiden ons en zichzelf in persten dus ze hielden ons prettig warm. Van alle kanten drukten rubberen borsten tegen ons aan terwijl wij formeel werden beschuldigd van het bevorderen van de slavernij van vrouwen.
Daarna kregen we een strenge preek over de positie van vrouwen in de samenleving en over gelijke rechten.
Maar het waren niet de woorden die mijn leven veranderden die avond. Het was het groeiend besef dat ik veel liever de rest van de avond door zou willen brengen met ieder van deze zelfbewuste, intelligente en strijdbare jonge vrouwen, dan met alle twaalf glamour meiden daar binnen samen. Of eigenlijk elf. Want een van de kandidates, ene Sarabanda weet ik nog, had zich intussen aangesloten bij de Dolle Mina. Niet verwonderlijk, ze bleek een van de ‘oproerkraaiers’ te zijn geweest bij de legendarische Maagdenhuisbezetting, een half jaar eerder.
Op een gegeven moment ben ik op een vuilnisbak geklommen en heb een toespraak gehouden tot de Dolle Mina. Ik heb geen idee waarover. Ik kan me zelfs niet herinneren dat ik die toespraak gaf. Maar ik lees nu dat ik dat deed, in het knipselboek van mijn moeder. Want we haalden de voorpagina’s van alle kranten op 30 januari 1970, de ochtend na de avond waarop mijn beeld van vrouwen voorgoed veranderde.
Nu zou ik zo graag willen weten wàt ik toen gezegd heb, want meteen daarop lieten ze ons vrij, lees ik in de Telegraaf.

PS: Sarabanda
(hoe ze verder heette,
dat ben ik vergeten,
maar zo’n voornaam,
vergeet je nooit meer)
ging mee terug naar binnen en, het zal niemand verbazen, ze won.
Of ze die rol in die film ooit heeft gekregen weet ik niet.

1 Comment

  1. heleen van der leest 1 maart 2015 at 11:07

    Leuk verhaal.

Comments are closed.