Ronald den Boer – Interview met wethouder Jacqueline van Dongen

Paspoort
Naam: Jacqueline van Dongen.
Leeftijd: ‘net 50 geworden’.
Beroep: voorheen zelfstandig coach voeding en gewichtsbeheersing, onbetaald journaliste Dordtse wijkkrant, raadslid Dordrecht, lid Drechtraad en nu wethouder Den Helder.
Hobby’s: lopen, fietsen, goed boek lezen en haar katten.
Klinkt als een huismus? “Ik ben weinig thuis, maar als ik er ben, ben ik er graag, ja”.

Ook het onmogelijke is soms mogelijk

Den Helder – Als Jacqueline van Dongen aan het einde van haar werkdag thuiskomt, mag ze graag even de boel de boel laten en een loopje naar de dijk maken. Ze heeft de zee immers praktisch in haar achtertuin.
Daar, tegen een altijd wisselend decor, laat ze graag het hoofd even leegwaaien. En overziet ze de stad. Een stad die de afgelopen tien maanden ook een beetje háár stad is geworden. Geboren in ’s Graveland en afkomstig uit Dordrecht, heeft ze als kersverse wethouder Den Helder heel snel leren waarderen. En zaken in gang gezet. Al moet er nog veel gebeuren.
Tijd om een eerste balans op te maken.

Resultaten
Dat valt nog niet mee. Een gesprek met Jacqueline van Dongen over de eerste resultaten van haar beleid, dreigt binnen tien minuten te verzanden in politiek correcte betogen over Duinzoomvisies, ambitiedocumenten en 2025-projecten in de Van Galenbuurt.Dát gaan we nu dus even niet doen.
Ze heeft in ieder geval geen spijt van haar keuze voor het wethouderschap. “Zeker niet! Toen ok benaderd werd ben ik eerst een paar keer in Den Helder gaan kijken. Heb hier overnacht. Dan merk je vanzelf of zo’n stad je raakt. Of het onder je huid kruipt. En ja, het voelde goed. Ik dacht: hier wil ik aan de slag. Natuurlijk kende ik het imago van Den Helder. Ik kreeg eerst ook wisselende reacties. Maar mijn keuze zou nu nog steeds dezelfde zijn.”

Eigenschappen
Een paar eigenschappen helpen haar wel, erkent ze: Ïk doe makkelijk een stap achteruit, om eerst ergens over na te denken alvorens ik antwoord geef. Ik ben een dossiervreter. Dat kost veel tijd maar geeft veel detaillistische kennis. Je moet goed weten hoe iets in elkaar zit. Integraal denken, geen ad hoc-beslissingen nemen.”
De tegenstelling: Ïk ben te ongeduldig. Je moet soms in stappen werken, procedures volgen. Terwijl ik juist zoiets heb van: kom op nou, tempo. We gáán er voor!”

Scholtemuseum
Haar weinige geduld werd vorige jaar rap op de proef gesteld toen ze het dossier Rob Scholtemuseum in het oude postkantoor op haar bord kreeg. Het bleek heel snel een hoofdpijndossier. Eentje dat, tot ieders verrassing, plotseling verhuisde naar wethouder Pieter Kos. Hem kostte het vervolgens bestuurlijk bijna de kop.
Over wat zich binnen het college heeft afgespeeld laat Van Dongen niet het achterste van haar tong zien. Daarover bevraagd, valt ze terug in haar rol van voorzichtige politica. “Er is intern goed overleg over gevoerd. Ik had er geen moeite mee dat Pieter het ging doen. Het leek me een juiste beslissing. Het belang van Den Helder staat voorop en mijn gesprekken met Scholte waren…eh…heel onaangenaam.”

Stadshart
Nu steekt ze energie in zaken waarmee meer eer valt te behalen. Zoals een aantrekkelijk stadshart. “Dat begint al bij de samenwerking met Woningstichting en Zeestad plaatsen van eenvormige bouwschuttingen in de stad. Zodat die allemaal die allemaal dezelfde knappe uitstraling hebben.”
Daarnaast wil ze dat niet alle aandacht gaat naar de Keizer- en Beatrixstraat, maar ook naar omgeving: aanloopstraten als Spoor- en Wezenstraat. “Zo knappen we snel het Jutterspleintje aan het einde van de Spoorstraat op en wordt hard gewerkt aan het Anton Pieckplein (voorheen Assorgiaplein, red.) Ik verwacht dat we daarvan deze maand de definitieve tekeningen kunnen presenteren. Hopelijk ligt het er dan over twee jaar. Dit soort pleintjes met daghoreca zijn belangrijk in het centrum. Het is bovendien een plan dat wij niet hebben verzonnen, maar echt úit de stad komt. Dat draagvlak heeft in de gemeenteraad en waarin gemeente, Zeestad, ondernemers en Woningstichting samenwerken.”

Jacqueline van Dongen: deze stad voelt meteen goed

Boze wolf
Zeestad werd nog niet zo lang geleden binnen de Stadspartij gezien als de grote boze wolf, die alle macht had. En idem dito voor Woningstichting. Die moest zich volgens sommige Stadspartijers uitsluitend gaan toeleggen op sociale verhuur.
Van Dongen: “Mijn ervaringen met Zeestad zijn juist positief. Ze hebben daar veel kennis en ervaring. Zolang Zeestad maar beseft dat ze voor Den Helder werkt en niet voor Zeestad. Het beleid wordt in het stadhuis bepaald. Ik stuur Zeestad aan, niet andersom. Wat Woningstichting betreft: die worden gesplitst in een sociale verhuurder en ontwikkelaar. Gelukkig maar, dat ze in de stad investeert. We hebben niet de luxe van een rij geldschieters.”

De Stadspartij is dus niet meer de recalcitrante wie-niet-voor-ons-is-is-tegen-ons-partij?
“Nee, de Stadspartij wil dat we met elkaar constructief aan de stad werken. We staan voor grote opgaven. Dan moeten we soms zelf verzinnen hoe we ook het ogenschijnlijk onmogelijke toch mogelijk kunnen maken.”

Helderse Courant, zaterdag 16 mei 2015

http://www.noordhollandsdagblad.nl/stadstreek/denhelder/

1 Comment

Comments are closed.