Rob Scholte – Over de mens Carlijn

De 1e keer, dat ik Carlijn ontmoet, word ik aan haar voorgesteld door Willem Röling, bijgenaamd de postduif vanwege zijn heen en weer pendelen tussen alle partijen in de kunstwereld. Willem doet geheimzinnig. Hij meldt me, dat een familie-lid van Carlijn werk van mij bezit. Topstukken uit mijn topperiode. Fijn, zo weet ik weer waar zich wat bevind. Een geruststellend idee, in goede handen te zijn, blijkt.

Carlijn vertelt over haar Preserved places-project. Het is het jaar van de bos- en duinbranden in Bergen en omstreken. Telkens rijden brandweerwagens af en aan langs ons huis. Bedreigend en onheilspellend. Ze zoekt ruimte om een groot werk daarover te kunnen maken. Ik leen haar mijn grote atelier in Den Helder. Zo leer ik haar langzaam kennen. Ik ben onder de indruk van haar teken-talent. Met houtskool, verbrand hout, is ze virtuoos. Ze legt schaduwen vast en tekent het licht. Als ze de sleutels terugbrengt, laat ze me terloops wat kleine tekeningen zien van bos-landschappen. Ze weet niet wat ze ermee aan moet. Het is kitsch, zegt ze. Ze vertelt over haar opleiding bij Ruud Wackers, die verguist door de officiële kunstwereld zijn Academie sloot en naar Frankrijk vertrok. Eigenlijk schaamt ze zich ongewild een beetje voor deze achtergrond. Ze wil geen verkeerde indruk geven. Ze kent de officiële kunstwereld met zijn snoeiharde vooroordelen. Bij mij is ze met dit dilemma aan het goede adres. Ik leg uit, dat dit juist is wat haar zo bijzonder maakt. Deze uitersten in haar werk intrigeren me en maken haar tot de grote kunstenares, die ze is.
Lotus, mijn zoon van 11, wil al tijden een poes. Ik weet het lang tegen te houden, maar geef hem uiteindelijk, waar hij recht op heeft. Het wordt een katertje: Tover. Carlijn heeft een nest. Zo lopen we en famille bij elkaar binnen. Ik ontmoet haar gezin. Haar Zweedse echtgenoot, die ze verkoos boven vele anderen na een jaar lang dating-project. Omdat hij haar niets vroeg, niets van haar verwachte, bleef ze bij hem. Achter elke sterke vrouw staat een sterke man.
Met Carlijn praat ik over onze kinderen. Hoe ze ze mist tijdens haar verblijf in Diepenheim. Ik herken de eenzaamheid van haar ambitie en deel in haar moederlijke zorg. Hoe je als kunstenaar kunt slagen en tegelijk je privé-leven kunt ontwikkelen in een hachelijke balans?
Carlijn loopt niet weg voor haar angst, maar gaat het gevecht aan. Hoe kan ze zich ontwikkelen in het mijnenveld van de kunstwereld? Niet ervan weg lopen, maar de confrontatie aangaan: Preserving the artist.
Ze vraagt, of ze mijn portret mag tekenen. Niet alleen van mij, maar van al die kunstenaars, waar ze misschien tegenop kijkt, maar vooral respect voor heeft. Een verzameling oudere heren. herman de vries, Ger van Elk, J.C.J., Armando, Daan van Golden e.a. I feel flattered. Ik krijg een unieke kans te zien hoe ze werkt. Snel, geconcentreerd, wetend wat ze wil. Het resultaat is fabuleus. Ik ben het ten voeten uit. In rolstoel met sigaret. Alsof ik net uit beeld ben gereden, sneller dan mijn eigen schaduw.
Ik voel het als een groot voorrecht Carlijn te mogen kennen. Chapeau!
Jan Arends schrijft, dat om pijn te schrijven weinig woorden nodig zijn. Mijn woorden zijn wellicht te veel en daarom te weinig voor dit prachtige mens!
Het licht heeft tenslotte geen duisternis nodig om te kunnen bestaan.

1 Comment

  1. heleen van der leest 26 februari 2015 at 09:59

    Leuk zo’n ontmoeting! Zo’n Mondriaan jurk had mijn moeder 50 jaar geleden ook voor mij gemaakt, van een rest gordijnstof.

Comments are closed.