Micha Kat – My story (5): Het hoger beroep tegen het vonnis van 5 maart 2013

De Haagse rechtbank had in geen van de smaad ten laste leggingen gekeken naar de onderbouwingen van mijn stellingen. Op alle smaad onderdelen werd ik schuldig verklaard met als motivering, dat ik de beschuldigingen ‘op geen enkele wijze heb weten te onderbouwen’ (of woorden van gelijke strekking), terwijl de bronnen vaak nota bene met naam en toenaam werden genoemd. Hier komt nog eens bij, dat ik als journalist formeel helemaal geen bronnen hoef te noemen, omdat ik aanspraak kan maken op het verschoningsrecht! Het is dus juridisch geen enkel probleem als ik iemand beschuldig van pedofilie op basis van anonieme bronnen. Zoals reeds uitgebreid betoogd, kan van smaad geen sprake zijn, te meer niet, omdat pedofilie een algemeen erkend maatschappelijk probleem is en het ook algemeen bekend is (zie de situatie in bijvoorbeeld Engeland), dat zich in de top van het establishment veel pedofielen bevinden. In elk opzicht gaat het hier dus om een algemeen geaccepteerd nieuws onderwerp, dat wordt behandeld in het algemeen belang. Dit komt nog eens extra naar voren in de ‘twee smaadzaken’ tegen Marcel Gelauff, waar ik in eerste aanleg ben veroordeeld tot tien maanden cel voor de stelling, dat hij ‘banden onderhoudt met pedo netwerken’. In Engeland is immers vast komen te staan, dat de BBC, net als de NOS een staatsomroep, nota bene zelf deel nam aan het verkrachten van kleine kinderen! Dit dan nog los van alle feitelijke bewijzen voor mijn stelling, dat ‘de NOS samen spant met Joris Demmink en zijn ‘kindervrienden’. Tijdens het hoger beroep probeerde het OM – geheel onverwachts – deze blunders van de Haagse rechtbank te repareren door op alle smaad onderdelen vrijspraak te eisen. Maar de raadsheer, die bij het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden aan de knoppen zat, wilde er niet van weten. Hij maakte van de zitting – en van wat er aan vooraf ging – zo’n grote puinhoop, dat mijn advocaat een brief schreef aan de president van het Hof om zich te beklagen. Opnieuw blijkt, dat de macht er niet voor terug deinst alle eigen wetten en regels met voeten te treden in de strijd tegen ‘staatsvijanden’, zoals Edwin de Roy van Zuydewijn, Erwin Lensink en mijzelf. Hier volgt deze brief:

Gerechtshof Arnhem Leeuwarden
T.a.v. de Edelgrootachtbare Heer
mr A.R. van der Winkel
Postbus 9030
6800 EM Arnhem

Haarlem, 3 juni 2016

Inzake: Kat/OM 
Parketnr.: 21/ 004090-14

Edelgrootachtbare Heer,

Bij de behandeling door uw Hof van het hoger beroep in boven vermelde strafzaak tegen mijn cliënt Micha Kat hebben zich zaken afgespeeld, die dermate ernstig zijn, dat ik deze bij u onder de aandacht wil brengen.
De betreffende strafzaak is eind 2013 door het Gerechtshof te Den Haag verwezen naar het Hof Arnhem Leeuwarden, om aldaar verder te worden behandeld. Nadat de zaak bij Uw Hof terecht was gekomen, werd deze behandeld door de raadsheren H. Abbink als voorzitter, alsmede Mr. R. de Groot en Mr. J.W. Rijkers. Het Hof Den Haag had in een tussenarrest bepaalde onderzoekswensen van de verdediging gehonoreerd en besloten, dat er bepaalde getuigen zouden moeten worden gehoord en er een bepaald nader onderzoek zou moeten plaatsvinden. Vervolgens werd de zaak echter verwezen naar Uw Hof, omdat een overigens civiele rechter van het Hof Den Haag getrouwd bleek te zijn met de bestuursvoorzitter van het advocatenkantoor Pels Rijcken, die namens dat kantoor aangifte had gedaan in één van de zaken, waarvan cliënt wordt verdacht.
Ter voorbereiding op de eerste zitting van uw Hof in december 2014, had ik het Hof een brief gezonden, waarin opnieuw werd gevraagd om op zijn minst de betreffende getuigenverhoren en het nadere onderzoek te laten plaatsvinden, alvorens de zaak inhoudelijk te behandelen. De raadsheren bleken op de eerste zitting in het geheel niet op de hoogte van het betreffende tussenarrest van het Hof Den Haag en hebben de gevraagde onderzoeken vervolgens ongemotiveerd afgewezen.
Vervolgens is de zaak aangehouden en moest er een datum worden bepaald voor de inhoudelijke behandeling. Op enig moment ben ik door de griffie benaderd over een nieuwe datum voor de inhoudelijke behandeling en werd mij gevraagd of cliënt en ik op 7 augustus 2015 beschikbaar zouden zijn. Omdat mijn vakantie planning destijds nog niet vast stond en ik bovendien niet wist, of cliënt bij de zitting aanwezig zou kunnen zijn, heb ik toen aangegeven vooralsnog niet met die datum te kunnen instemmen. De betreffende medewerker vertelde mij, dat ik op een latere datum zou worden terug gebeld over een andere zittingsdatum. Vervolgens heb ik niets meer vernomen, totdat ik in juli 2015 een oproep ontving voor 7 augustus 2015, de datum waarmee ik heel duidelijk niet had ingestemd. Mijn schriftelijke verzoek tot aanhouding werd door Mr. Abbink geweigerd.
Toen ik vervolgens op 7 augustus ter zitting verscheen, heb ik opnieuw om aanhouding gevraagd, waarbij ik wederom heb opgemerkt, dat ik nooit had ingestemd met 7 augustus als datum voor de inhoudelijke behandeling. Ik had met veel moeite 7 augustus alsnog kunnen vrijmaken, maar had de zaak niet met cliënt kunnen voorbereiden, omdat ik net terug was van vakantie. Raadsheer Abbink trok mijn woorden in twijfel, waarmee hij leek te impliceren, dat mijn mededelingen over het telefoongesprek omtrent de geplande zittingsdatum niet op waarheid berustten.
Ook heb ik op die zitting van 7 augustus om aanhouding gevraagd, opdat alsnog de door het Hof Den Haag toegekende onderzoeken en verhoren zouden kunnen plaats vinden. De raadsheren bleken inmiddels wél op de hoogte te zijn van het tussenarrest van het Hof Den Haag, maar hebben mijn verzoek desondanks ongemotiveerd afgewezen. De doorverwijzing zou volgens het Hof vormvrij zijn en daarmee was er volgens de raadsheren geen reden om alsnog te doen wat het Hof Den Haag eerder had bevolen.
Vervolgens heb ik het Hof gewraakt, waarna in september 2015 een zitting van de wrakingskamer plaatsvond en het wrakingsverzoek werd afgewezen. Uiteindelijk kwam de zaak opnieuw op zitting op 13 mei j.l..
Tijdens de zitting van 13 mei vroeg ik het Hof of er film- en geluidsopnamen mochten worden gemaakt, hetgeen door raadsheer Abbink eigenlijk al werd afgewezen, voordat ik mijn verzoek goed en wel had kunnen motiveren. Ook na de door mij gegeven toelichting, waarbij ik een beroep deed op de persrichtlijn van De Rechtspraak, bleef het Hof bij de afwijzing, die werd gemotiveerd met de woorden, dat het hier ‘een richtlijn’ betreft en ‘geen wet’. Nog los van de vraag, of dit op zichzelf acceptabel is, blijkt hieruit een duidelijk gebrek aan onpartijdigheid en onafhankelijkheid. De vastlegging van de zitting in beeld en geluid was voor cliënt van belang, omdat hij niet op de zitting aanwezig was en het daardoor voor hem van belang was in ieder geval achteraf kennis te kunnen nemen van hetgeen zich ter zitting had afgespeeld. Terwijl in sommige zaken juist het belang van de verdachte zich verzet tegen het maken van bepaalde opnamen, was het in deze zaak juist de verdachte die erom vroeg, terwijl er verder geen goede reden te bedenken was, waarom opnamen niet zouden mogen plaatsvinden.
Deze ongemotiveerde afwijzing van het verzoek om opnamen te maken heeft opnieuw geleid tot een wrakingsverzoek van de verdediging. Toen ook het tweede wrakingsverzoek was afgewezen, hebben de raadsheren niet gemeend, dat het wellicht verstandig was om niet in dezelfde samenstelling door te gaan met de behandeling van de zaak, maar hebben zij gemeend de behandeling van het appèl te kunnen voortzetten. Formeel gesproken kon dat natuurlijk, omdat de wrakingsverzoeken waren afgewezen, maar het is zeer de vraag, of dat nu werkelijk een verstandige beslissing is geweest.
Toen vervolgens werd begonnen met de inhoudelijke behandeling, bleek het Hof niet bereid te zijn om uitgebreid stil te staan bij de feiten van deze zaak. Juist omdat cliënt niet ter zitting aanwezig was en derhalve niet kon worden ondervraagd over de verschillende aan deze strafzaak ten grondslag liggende gebeurtenissen, leek het mij als raadsman van belang, dat juist wel uitvoerig zou worden stilgestaan bij de verschillende feiten en de bewijsmiddelen, die daar volgens het Openbaar Ministerie aan ten grondslag lagen. Wederom werd op geen enkele manier rekening gehouden met dit verdedigingsbelang en wilde het Hof snel door de feiten heen, hetgeen overigens al meteen na de hervatting van de zitting met zoveel worden door Mr. Abbink was aangekondigd. Na overleg met cliënt heb ik daarop besloten de verdediging neer te leggen, omdat cliënt en ik geen enkel vertrouwen meer hadden in de verdere behandeling van de zaak door het Hof in deze samenstelling. Ik heb de zittingszaal dan ook verlaten.
Uit het arrest bleek mij vervolgens, dat de Advocaat-Generaal met betrekking tot vier onderdelen van de ten laste legging had gerequireerd tot vrijspraak, waarna het Hof de betreffende onderdelen desondanks en wederom met magere motivering alsnog bewezen heeft.
Wat cliënt betreft komt uit de gehele hierboven geschetste gang van zaken naar voren, dat het Hof met een grote mate van “tunnelvisie” naar zijn zaak heeft gekeken en dat zijn veroordeling al vaststond nog voordat de zitting moest beginnen.
Namens cliënt heb ik beroep in cassatie ingesteld. Dat neemt echter niet weg, dat ik graag van u als president van het Hof verneem, of u deze gang van zaken acceptabel acht en in lijn met het recht van mijn cliënt op een onafhankelijke, onpartijdige en openbare behandeling van zijn strafzaak.

Hoogachtend,
T.J. Stapel

Hierop antwoordde de president van het Gerechtshof aldus:

Geachte heer Stapel,

Door mijn afwezigheid wegens vakantie ben ik eerst thans in de gelegenheid uw brief van 3 juni te beantwoorden.
In uw brief lees ik, dat u raadsman bent geweest in een strafzaak tegen uw cliënt dhr. M. Kat bij het gerechtshof Arnhem Leeuwarden (deze strafzaak heeft bij het gerechtshof het parketnummer 21/004090/14). Uw brief bevat uw relaas van het procesverloop in deze strafzaak bij het gerechtshof. Namens uw cliënt heeft u beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof. Blijkens het slot van uw brief verneemt u graag van mij, in mijn hoedanigheid van president van het gerechtshof, of ik de door u geschetste gang van zaken acceptabel acht en in lijn van het recht van uw cliënt op een onafhankelijke, onpartijdige en openbare behandeling van zijn strafzaak.
Ik begrijp uw vraag aldus, dat u aan mij een antwoord verzoekt op de vraag, of het gerechtshof met het door u geschetste procesverloop in voormelde strafzaak het recht van uw cliënt op een eerlijk proces, zoals bedoeld in Art. 6 EVRM, heeft geschonden.
De beantwoording van uw vraag vergt een rechterlijk oordeel. Ik veronderstel, dat u dat met het beroep in cassatie ook aan de Hoge Raad heeft verzocht. De wetgever heeft mij als president (voorzitter van het gerechtsbestuur) expliciet verboden om bij de uitoefening van mijn taken in het rechterlijk domein te treden. Ik zal uw vraag daarom niet beantwoorden en mitsdien ook nader onderzoek (hoor en wederhoor) naar het procesverloop in voormelde strafzaak achterwege laten.

Hoogachtend,
A. R. van der Winkel

De ‘bepaalde getuigen’ uit het begin van de brief van Stapel zijn de voorzitter van Pijls Rijcken & Droogleever Fortuyn, de heer Rene Kiers alsmede de advocaten Yehudi Moszkowicz en Marjolein Vissers. Zij zouden, zo bepaalde het Haagse Hof, door Micha zelf mogen worden ondervraagd over hun vervalste aangiftes tegen hem. De ‘bepaalde onderzoekswensen’ betroffen het onderzoek naar de samenspanning tussen Nicole Vogelenzang aan de ene kant en de NOS en Elsevier aan de andere kant inzake de berichtgeving over mijn arrestatie op 24 april 2012. Via een werkelijk ongekend staaltje manipulatie is dat allemaal van tafel gespeeld door de zaak door te verwijzen naar een ander Gerecht onder een werkelijk krankzinnige voorwendsel. Wat dus werd gebracht onder het mom van ‘we gaan Micha helpen, want het moet een eerlijk proces worden en daarin passen geen belangenverstrengelingen, zoals een rechter van het Hof, die de partner blijkt te zijn van een van de getuigen’ bleek en werkelijkheid een smerige ‘truc’ te zijn om een voor Micha zeer gunstig tussenvonnis van tafel te spelen!

Deze lezing wordt ook nog een bevestigd door deze zin uit de brief:

De raadsheren bleken op de eerste zitting in het geheel niet op de hoogte van het betreffende tussenarrest van het Hof Den Haag en hebben de gevraagde onderzoeken vervolgens ongemotiveerd afgewezen.
Het betreffende tussenarrest van het Haagse Hof was het enige moment in alle meer dan tien strafzaken, waarin ik een college rechters trof, dat de zaak serieus behandelde en onbevooroordeeld naar mijn positie keek. Dit werd mede afgedwongen door mijzelf, die op deze zitting aanwezig was en de Advocaat-Generaal van het OM zo zeer in de hoek zette, dat deze bijna huilend de zittingszaal verliet om ‘op adem te komen’. Vanaf dat moment hebben ze bij Justitie besloten: we kunnen Kat niet meer toelaten op zijn eigen zittingen! We moeten iets bedenken om hem weg te houden!
Opvallend was dus, dat de Advocaat-Generaal van het OM vrijspraak eiste voor alle smaad ten laste leggingen (dus inzake de ‘smaad’ tegen Gelauff, De Jager, Leistra, Huffnagel en Van Straelen) met als motivering, dat ik ‘tijdens het schrijven van mijn publicaties ervan uit kon gaan, dat de beweringen juist waren’. Dat de rechters hierin niet meegingen – zonder motivering natuurlijk – is een schande en zal moeten worden gerepareerd door een ander Hof na de cassatie bij de Hoge Raad.
Maar mogelijk nog opvallender is, dat ik dan weer werd vrijgesproken van Holocaust ontkenning, waar het OM dus geen vrijspraak had gevraagd. Hiermee wordt opnieuw mijn eerdere stelling bevestigd, dat de rechtspraak ‘Russisch roulette’ is en niets te maken heeft met het toepassen van de wet.

Dit verscheen op mijn website op 30 mei 2016:

Ouderling Abbink slaat – ere wie ere toekomt – de spijker op de kop met zijn Holocaust uitspraak. Met name natuurlijk, omdat ik – zelf een Jood – nooit de intentie heb gehad Joden te willen kwetsen of beledigen, maar ze juist te willen helpen vanuit mijn overtuiging, dat de waarheid altijd in ieders belang is, uiteindelijk. Daar komt nog eens bij, dat er als gevolg van mijn ‘Holocaust ontkenning’ geen enkele maatschappelijke beroering is ontstaan, werkelijk niemand voelde zich beledigd en/of gekwetst door mijn artikelen met uitzondering van het – inmiddels opgeheven – MDI, dat nota bene voor zijn subsidie afhankelijk is van het doen van aangiftes tegen ‘antisemieten’ en ‘racisten’. Maar tegelijkertijd moeten we ook constateren, dat deze Holocaust uitspraak van Abbink lijnrecht ingaat tegen de internationale Holocaust jurisprudentie, die nu juist stelt – natuurlijk geheel ten onrechte -, dat reeds het bestuderen van de Holocaust een daad van antisemitisme is. Ik heb in elk geval opnieuw geschiedenis geschreven. Nu op naar de val van de pedofielen!

Hieronder de passage uit het arrest:

Het hof neemt als uitgangspunt, dat voor het vaststellen van het beledigend karakter van een dergelijke onterechte ontkenning van historische feiten niet slechts maatgevend kan zijn de omstandigheid, dat een (mogelijk niet getalsmatig te bepalen) aantal personen, behorend tot een in artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht genoemde groep, zich daardoor gekwetst voelt, maar daadwerkelijk sprake moet zijn van aantasting van de eigenwaarde van een groep personen of het in diskrediet brengen ervan. Feit is, dat de Holocaust een – in het bijzonder voor veel Joden als rechtstreekse slachtoffers en/of als nabestaanden daarvan begrijpelijk – emotioneel zeer beladen begrip vormt en met name de ontkenning of bagatellisering ervan als buitengewoon pijnlijk wordt ervaren. Dit geldt ook voor andere  – als vast staand aan te nemen – historische gebeurtenissen, waarvan te onderscheiden groepen mensen het slachtoffer zijn geworden. Het uitsluitend betwisten van historische feiten betekent naar het oordeel van het hof echter niet, dat een te onderscheiden groep mensen, die van die feiten direct of indirect slachtoffer is geworden, daarmee ook zonder meer tevens in haar eigen waarde wordt aangetast, of openlijk in diskrediet gebracht wordt. Die enkele betwisting vormt op zichzelf immers geen ontkenning van de kwaliteiten – en daarmee van de eer en goede naam – van die personen. Dat betrokkenen zich door die onterechte betwisting – begrijpelijk – in hun slachtofferschap aangetast voelen, doet daaraan niet af.

5 Comments

  1. Blegh, het feit dat dit zogenaamde museum de propoganda van deze neo-nazi plaatst, zegt al genoeg over de kwaliteit van dit museum. Jullie zijn zeker ook idolaat van Trump? Stumpers.

    • Wat schandelijk om alleen stickers te plakken zoals neo-nazi en stumperds, zonder ook maar een spoor van motivatie. Doen mega ego’s altijd, die kunnen zo weinig afstand nemen van hun eigen -door henzelf heilig verklaarde denken- dat iedere toelichting zogenaamd overbodig is.

      Wat Micha Kat betreft; Ik ken hem persoonlijk, mag hem graag en twijfel geen seconde aan zijn goede bedoelingen. Wel heb ik het gevoel, dat hij wat doorslaat, maar dat is goed te begrijpen. Ik teken daarbij ogenblikkelijk aan, dat ik bij Willem Oltmans vroeger ook het gevoel had dat hij doorsloeg, maar gaande weg ben ik er achter gekomen hoe afgrijselijk veel gelijk Willem had…

      Ik geef eerlijk toe, dat ik op dit moment niet de energie heb om mij compleet in de zaak van Micha te verdiepen, bovendien zou ik daar zwaar depressief van worden. Maar als ik alleen al kijk naar de reactie van de president van het Gerechtshof, dan lopen de rillingen me over de rug. Hij stuurt de advocaat van Micha aantoonbaar het bos in. Bij iedere chef van een overheidsinstantie moet men zich kunnen beklagen over de gang van zaken binnen die overheidsinstantie. De boot afhouden met de kreet dat het hem verboden is om in deze een rechterlijk oordeel te geven is zo schandalig, dat het in een klap niets over laat van de betrouwbaarheid van het hof.

      Hoe dan ook, Micha Kat wordt door iedereen uitgekotst, maar niet door Rob Scholte. En ik doe daar ook niet aan mee!! Ook niet als dat ten koste van mijn reputatie zou gaan. Rechtvaardigheid en eerlijkheid zijn mijn hoogste goed. Uiteraard betekent dat niet dat ik alle vergaande beweringen van Micha onderschrijf.

      Wat er in Engeland -ondanks mega tegenwerking- boven gekomen is op pedo gebied, is niet te bevatten. Om nog maar te zwijgen over de zaak Demmink. Alleen al om die reden is het uitkotsen van Micha Kat een meer dan bloederig schandaal. Een vlammend protest tegen alle laffe meelopers, wegkijkers, waaruit dit ten ondergaande land grotendeels bestaat!

      En nee, ik zie Kat uiteraard niet als Jezus, maar in gedachte hoor ik, willen jullie Demmink of Kat aan het kruis? De meute: KAT, KAT, KAT!!

  2. Graag wil ik nog even wijzen op mijn eigen ervaringen met klachten bij de rechterlijke macht. Je wordt standaard het bos ingestuurd;

    https://robscholtemuseum.nl/rob-scholte-de-schreeuw-detail/

  3. Wat een warrig verhaal. Joden helpen door de holocaust te ontkennen, wellicht was het verstandiger geweest om hier een filmpje over te maken

    • Geen hoogtepunt uit het oeuvre van Micha, dat geef ik toe, maar voor u een uitkomst. Het stelt u immers in staat om weg te kijken van afgrijselijke zaken zoals die van Demmink. Daar in duiken zou het einde van uw veilige leventje betekenen.

Comments are closed.