Micha Kat – Lees mee met vluchteling Micha Kat (65): Edgar Allen Poe | The Fall of the House of Usher

Hele vage flitsen staan me nog bij van de geboorte van mijn zus Judith. Ik was toen ruim drie en een half jaar oud. Ik weet nog, dat het een enorm belangrijke, ingrijpende gebeurtenis, was. Thans heb ik al jaren (vijf, zes jaar) geen enkel contact meer met haar. Hoe komt dat? Er is geen ‘groot conflict’, nooit geweest. Maar we hebben ook nooit echt een band kunnen opbouwen. Mijn gevoel zegt, dat mijn zus in haar visie op mij te zeer is beïnvloed door mijn moeder, die mij nooit echt serieus heeft genomen, altijd heeft beschouwd als een wandelend rampenproject, waartegen mijn omgeving in bescherming moest worden genomen (zie deel 13 van deze serie: https://robscholtemuseum.nl/micha-kat-lees-mee-met-vluchteling-micha-kat-13-ischa-meijer-brief-aan-mijn-moeder/). Mijn zus heeft me – misschien om die reden – nooit in vertrouwen genomen. Af en toe kwam ze wel logeren toen ik net student was in Amsterdam. De eerste keer ging ze direct naar bed met een huisgenoot van mij – volgens mij was dat haar ontmaagding. Later zou deze huisgenoot een landelijk bekende psychiater worden. Wellicht wijdt ik nog een apart hoofdstuk aan hem, want hij werd een van mijn beste vrienden. Een andere keer vroeg ze advies over wat voor soort man geschikt voor haar was als vriend en of partner. Ik zei toen: “Alles is goed behalve iemand, die zegt te willen gaan werken voor een bank. Die figuren moet je mijden als de pest.” Ik heb geen idee meer hoe ik daar destijds – het zal 1984 geweest zijn – op kwam, maar het eind van het liedje was, dat ze trouwde met een jurist, die direct ging werken bij ING – waar hij nog steeds werkt. De eerste jaren raakte hij steeds overspannen en kreeg burn-outs, maar hij ‘zette door’ bij de meest corrupte en criminele bank uit de Nederlandse geschiedenis. Dit laat mooi zien, dat mijn zus en ik in een compleet ander universum verkeren, hetgeen allemaal natuurlijk alleen maar wordt aangescherpt en versterkt door mijn carrière als ‘complotdenker’ en ‘klokkenluider’. Ik kan me niet herinneren, dat mijn zus ooit met een woord of een opmerking heeft gerefereerd aan iets, dat ik heb geschreven. Tot een jaar of vijf geleden spraken we nog af en toe, maar omdat ze nooit vroeg hoe het met me ging en nooit refereerde aan wat ik allemaal had meegemaakt aan terreur door de staat (toen ik in de gevangenis zat heb ik ook niets gehoord) zei ik haar recht in het gezicht (nou ja, via Skype): ‘Ik vind je totaal egomaan. Met deze Judith wil ik niets te maken hebben’.

In het verhaal The Fall of the House of Usher van Edgar Allen Poe uit 1839 begraaft een broer zijn zus. Ik heb mijn zus ook begraven – ik zie geen enkel perspectief op hervatting van het contact. Een belangrijk en dramatisch moment was ook toen ik scheidde in 1993, toen mijn zoon juist was geboren. Op dat moment had mijn (ex) vrouw al met mijn zus afgesproken haar te gaan helpen met klussen in haar nieuwe huis en mijn vertrek uit haar huis was blijkbaar geen reden deze afspraak af te zeggen. Later vertelde mijn zus hoe mijn ex vrouw met de baby uit de auto stapte en hoe ‘toen haar hart brak’ – met andere woorden: zij ‘koos’ definitief voor mijn ex vrouw met wie ze nog steeds contact heeft en bepaalde feestjes viert, al weet ik daar het fijne niet van, want niemand vertelt me dit soort dingen. Na de scheiding kon ik nergens anders naar toe dan naar het appartement, waar mijn zus toen woonde in Amsterdam, maar ze gooide mij er na drie dagen alweer uit, omdat ze ‘een druppel pis aantrof op de wc bril’. Haar vriend lag intussen te kermen op de bank, omdat hij overspannen was van zijn baan bij ING, waar hij amper drie maanden eerder was begonnen. Kort na al deze dramatische verwikkelingen kreeg mijn zus zelf een miskraam. Na alles wat er tussen ons was gebeurd kon ik het niet opbrengen daar veel belangstelling voor aan de dag te leggen – ook dit heeft mijn zus me in de jaren daarna steeds nagedragen als ‘bewijs’ voor mijn asociale karakter.

In het verhaal van Poe wonen broer en zus als laatste representanten van een ooit roemrucht geslacht samen in een villa, die – net als hun eigen levens – op instorten staat. De zus lijdt aan zware depressies en aan ‘catalepsie,’ waardoor ze steeds in op het oog dodelijke trances valt. Te midden van alle letterlijke en figuurlijke ruïnes en hun eigen fysieke ondergang klampen broer en zus zich aan elkaar vast en sleuren elkaar mee in nog diepere afgronden – tot en met het graf aan toe. Op een gegeven moment meldt de broer aan de verteller, dat zijn zus is overleden en vraagt hem te helpen haar te begraven in een familie tombe in het huis. Maar dan begint de ellende pas goed. Het blijkt, dat de broer zijn zus willens en wetens levend heeft begraven, waardoor ook hij in diepe, hysterische depressies vervalt, die op symbolische wijze worden ‘weerspiegeld’ in en rond het huis, waar allerlei huiveringwekkende gebeurtenissen plaatsvinden. Terwijl de verteller de broer een verhaal voorleest in een poging hem een beetje tot rust te brengen, verschijnt de zus in de deuropening. Ze stort zich op haar broer en beiden sterven op dat moment definitief.

Ik heb natuurlijk ook best positieve herinneringen aan mijn zus. Als kleine kinderen konden we soms leuk spelen. Het probleem is, dat ik op een of andere manier meende ‘recht te hebben’ op de solidariteit en sympathie van mijn zus om het simpele feit, dat ze mijn zus is. Die kreeg ik niet. Misschien was deze claim van mij fout of onterecht, maar ja, je kunt niet anders – het is een karakter kwestie. Bovendien voelde ik me ook vrijwel nooit gesteund door mijn ouders, dus dan is het logisch, dat je support zoekt, waar je kunt. Een ander positief punt van mijn zus, waar ik respect voor heb is, dat zij een goede ‘manager’ is en twee hele leuke kinderen in de wereld heeft gezet.

Maar misschien ligt de verklaring voor de totaal verschillende universa van mij en haar nog wel dieper. Zoals uiteengezet in deel 62 van deze serie (https://robscholtemuseum.nl/micha-kat-lees-mee-met-vluchteling-micha-kat-62-gunter-grass-die-blechtrommel-rogier-boon-annie-m-g-schmidt-wim-is-weg/) was mijn ‘ontstaan’ nou niet direct gepland, om het voorzichtig te zeggen. De precieze feiten en omstandigheden zijn mij dus nog altijd duister, maar vast staat, dat er tussen mijn ouders sprake was van een gedwongen huwelijk en dat ik daarvan de oorzaak was. Dat zijn omstandigheden, die zo cruciaal en elementair verschillen van die, waaronder mijn zus ter wereld kwam – toen stond de zaak bij ons min of meer ‘op de rails’ – dat het energetisch en spiritueel bijna niet anders kan dan dat de dingen zijn gelopen, zoals ze zijn gelopen. Anno nu neem ik mijn zus niets meer kwalijk. Families… hoe vaak benaderen ze niet in werkelijkheid de horror film, die Edgar Allen Poe heeft geschapen?

Meer informatie:
https://robscholtemuseum.nl/?s=Micha+Kat
https://mijnlevenin100boeken.com/
https://robscholtemuseum.nl/?s=Edgar+Allen+Poe