Micha Kat – Lees mee met vluchteling Micha Kat (57): Robert M. Pirsig | Zen en de Kunst van het Motoronderhoud

Vaak citeer ik een openingszin uit een boek van Paul Theroux: ‘Er zijn twee soorten mensen in de wereld; de ene gaat graag op reis en de ander geeft er de voorkeur aan thuis te blijven’. Ik gebruik dat citaat dan om een verklaring te geven voor het feit, dat ik eigenlijk nooit een echt ‘huis’ of een ‘thuis’ heb gehad – altijd on the move. Maar ook een ander onderscheid tussen twee typen mensen is bij uitstek toepasbaar op mijn leven en dat komt uit het beroemde boek Zen en de Kunst van het Motoronderhoud van Robert Pirsig uit 1974, dat wereldwijd een enorme sensatie veroorzaakte. Dit onderscheid wordt uitgewerkt in de reis per motor, die hij met zijn zoon en een bevriend stel maakt door de VS. De ene soort mens reageert aldus op technische problemen met de motor: hè, interessant! We gaan kijken wat er aan de hand is en hoe we het kunnen oplossen. De andere daarentegen wordt ‘boos’ op het apparaat en ziet de technische problemen als een soort ‘motie van wantrouwen’ tegen zichzelf of als ‘wraak,’ omdat hij de motor ‘slecht heeft behandeld’ – hij ‘personifieert’ het object dus. Deze twee levenshoudingen worden in het boek de ‘rationele’ en de ‘romantische’ genoemd en zijn sterk verwant met de ‘Apollinische’ en ‘Dionysische’ mens van
Nietzsche. Ik behoor duidelijk tot die tweede categorie. Op mijn talloze fietstochten (zie deel 41 van deze serie: https://robscholtemuseum.nl/micha-kat-lees-mee-met-vluchteling-micha-kat-41-tim-krabbe-de-renner/) heb ik dat ontelbare keren ervaren als er iets mis was met mijn fiets en ik de neiging had de fiets toe te spreken of uit te schelden: hou daarmee op! Natuurlijk heb ik in de loop der jaren wel enige basic skills ontwikkeld, zoals het vervangen en plakken van banden en andere uiterst simpele ingrepen, maar du moment, dat het probleem dit nivo oversteeg, kwam er een soort paniek over me heen, een diepe walging me te moeten verdiepen in de wereld van schroeven, veren en moeren, die erin resulteerde, dat ik in die gevallen altijd ‘professionele hulp’ inriep. Precies hetzelfde is aan de orde met technische problemen of ‘uitdagingen’ in huis: verder dan het ophangen van een schilderij ben ik nooit gekomen (en zelfs dat lazerde dan nog vaak naar beneden). Ik heb hier jarenlang enorm mee geworsteld en me er minderwaardig om gevoeld – de volle acceptatie van mijn ‘Dionysische’ dan wel ‘romantische’ persoonlijkheid kwam pas rond mijn veertigste. De hoofdpersoon van het boek behoort duidelijk tot het andere kamp. Als zijn motor in Montana opeens rare geluiden begint te maken, komt hij met de hypothese, dat dit een gevolg zou kunnen zijn van een verstoorde verhouding tussen lucht en benzine in de carburateur. De volgende dag constateert hij als de kleppen op het motorblok checkt, dat de bougies zwart zijn uitgeslagen, hetgeen deze hypothese bevestigt. Hij ontdekt, dat het probleem wordt veroorzaakt door de grote hoogte, waarop ze rijden en lost het op door een bepaald onderdeel in de carburateur te vervangen en de kleppen opnieuw af te stellen. Deze houding van de hoofdpersoon in het boek staat in contrast met die van het bevriende stel, dat het eerste deel van de trip met vader en zoon meereist: John simply hopes for the best with his bike, and when problems do occur he often becomes frustrated and is forced to rely on professional mechanics to repair it.

Maar ondanks het feit, dat de hoofdpersoon in de kern duidelijk tot het ‘rationele’ slag behoort, erkent hij, dat je een balans moet zien te vinden tussen beide typen om echt gelukkig te kunnen worden en ‘werkelijke kwaliteit’ in dingen te kunnen ontdekken. In de schilderkunst bijvoorbeeld gaat het wat mij als ‘romantische’ persoon betreft natuurlijk in eerste instantie om ‘wat je voelt’ als je een schilderij ziet, wat dat ‘met je doet’, maar de ‘kwaliteit’ ervan kun je pas werkelijk op volle waarde schatten als je ook oog hebt voor de technische kanten ervan. Iemand uit het andere kamp zal een schilderij primair ‘technisch’ beoordelen en pas daarna toetsten op de ’emotionele’ kwaliteiten – zo iemand vindt Karel Appel dus een slechte en M.C. Escher een hele goede kunstenaar. Ook in mijn vak, de journalistiek, speelt deze balans een grote rol: als ‘romantische’ persoon beleef ik het schrijven van mijn stukken als een ‘creatief proces’ maar ik moet daarbij natuurlijk ook de technische kant – het checken van feiten en dergelijke – in de gaten houden. Deze approach zorgt ervoor, dat ik totaal controversiële onderwerpen kan aanpakken, zoals satanisch kindermisbruik door de elite, omdat mijn ‘creatieve geest’ mij die kant op wijst. Een journalist uit het andere ‘technische rationele’ kamp zou daar nooit aan beginnen, want geen ‘bronnen’ en geen ‘woordvoerders satanisch misbruik,’ die hij kan bellen voor hapklare quotes.

Het is natuurlijk een grote uitdaging te onderzoeken in hoeverre de balans tussen deze krachten en persoonlijkheden iemands liefdesleven beïnvloeden. Hiertoe helpt het natuurlijk ook je liefdesleven te zien als een kunstwerk. Creëer je je ‘Karel Appel’ met woeste affaires en chaos, of je ‘M.C. Escher’ met duidelijk afgebakende, mathematisch ‘doorgerekende’ relaties, waaraan ‘alles klopt’? Het behoeft geen nader betoog, dat mijn levensloop ook op dit punt duidelijk laat zien, waar ik sta. Maar ook hier geldt natuurlijk: de ware kunst des levens, het ware geluk, de ‘werkelijke kwaliteit’ is ergens in het midden te vinden.

Meer informatie:
https://robscholtemuseum.nl/?s=Micha+Kat
https://mijnlevenin100boeken.com/
https://robscholtemuseum.nl/?s=Apollinische
https://robscholtemuseum.nl/?s=Dionysische

1 Comment

  1. Volgens mij zin er 3 soorten mensen. Zij die kunnen rekenen en zij die dat niet kunnen.

Comments are closed.