Micha Kat – Lees mee met vluchteling Micha Kat (42): Ernest Hemingway | The Snows of Kilimanjaro

In 1993 scheidde ik van de moeder van mijn zoon. Daar ga ik het nu niet over hebben (later wel). In 1995 kreeg ik een relatie met een journaliste uit Rotterdam, Annemarie. Zij bracht destijds bijna haar halve leven door op reis, op reportage, vooral in Azië. Ik was in die jaren met hele andere dingen bezig – vooral met advocaten en rechters. Tijdens een etentje in ons favoriete restaurant Lux gooide Annemarie een bombshell op tafel: als ik de relatie wilde laten voortduren, moest ik met haar mee ‘op reis’. Dat was voor mij best shocking en zou een dramatische verandering betekenen van mijn leven. Maar ik was toch ook wel getriggerd. “OK, maar dan wil ik wel, dat we op die reizen bergen gaan beklimmen!” Alpinisme is een van de passies van mijn leven (zie aflevering 17, https://robscholtemuseum.nl/micha-kat-lees-mee-met-vluchteling-micha-kat-17-john-krakauer-into-thin-air/). Aan de tafel in Lux werden direct de onderhandelingen geopend voor de bestemming. Die werd snel gevonden: Tanzania met de beklimming van de Kilimanjaro, de hoogste berg van Afrika met 5900 meter, beroemd wegens het ‘ijs bij de evenaar’ op de top van de berg. We vlogen eind 1995 naar Nairobi.

Ernest Hemingway’s bekendste short story (1936) is The Snows of Kilimanjaro. Het vertelt het verhaal van Jan Cremer style ‘levensgenieter’ Harry, die op safari een dodelijk gangreen aan zijn been heeft opgelopen en aan de voet van de Kilimanjaro in een tent zijn dood afwacht samen met zijn rijke vrouw en vriendin Helen. Gedurende dit proces heeft hij tal van flashbacks over zijn avontuurlijke leven – dat hij als mislukt beschouwt, omdat hij in plaats van zijn schrijverschap tot volle bloei te laten komen vooral achter rijke vrouwen, zoals Helen heeft aangezeten. Als hij ‘ontwaakt’ uit zijn flashbacks maakt hij ruzie met Helen – van wie hij niet houdt – over onbeduidende dingen, zoals of ze wel of geen cocktails zullen drinken. Harry zakt steeds verder weg en het boek eindigt met zijn hallucinaties, dat hij wordt gered door de komst van een vliegtuig. Als hij uit het raampje kijkt ziet hij onder zich de sneeuw op de top van de Kilimanjaro. Op dat moment weet hij, dat hij gaat sterven. Helen wordt wakker in hun tent van de schreeuw van een hyena en constateert, dat Harry niet meer reageert.

Ook voor mij was de Kilimanjaro een belangrijke relationele ervaring – al had die weinig te maken met dood en sterven. Samen met Annemarie beklom ik de berg en de expeditie werd een laaiend succes, resulterend in een groot artikel in NRC Handelsblad. Op de top zagen we niet het bevroren karkas van de panter, waarover Hemingway spreekt, maar wel de beroemde muren van ijs, die schitterend weerkaatsten in het licht van de opkomende zon. Want op de laatste dag van de beklimming (de hele tocht duurt 6 dagen) sta je op om één uur ‘s nachts om bij zonsopgang de top te bereiken. Het is een onvergetelijke ervaring: de kou, de langzaam verdwijnende duisternis, de extreme moeite, die elke stap kost op de steile route in de ijle lucht (je begint de laatste stretch op 4900 meter), het bereiken van de ‘rim’ van de vulkaan en dan het laatste extra steile stuk over de rand naar de top – de Uhuru Peak. Tot mijn afgrijzen bereikte Annemarie de top eerder dan ik. De fysieke inspanning is extreem en op de top moest ik overgeven. Slechts 15% van de mensen, die aan de klim begint, komt boven – de meeste worden uitgeschakeld door hoogteziekte. Op kamp 4 op 4000 meter kregen we opeens twee Japanners voor onze tent. ‘You have Diamox? Diamox?’ Ze vroegen om de beroemde ‘plaspil’, die iedereen bij zich had als medicijn tegen hoogteziekte. We gaven ze wat pillen – zelf namen we ze niet. Dat kamp zal ik nooit vergeten om meerdere redenen: het was mijn ‘hoogterecord’ qua seks, maar – veel belangrijker en indrukwekkender – rondom de twee tenten (die van ons en van de Japanners – die we overigens niet meer hebben gezien) stonden de beroemde torenhoge reuzen lobelia’s, die je alleen op de Kilimanjaro ziet. Samen met ons klommen een gids en een groep dragers, maar die sliepen ‘s nachts op zichzelf op afstand van ons. We boekten de tocht in Arusha in een van de Kilimanjaro kantoortjes en betaalden naar ik meen 600 dollar p.p. De kwaliteit van de gids, de porters en het eten: het was excellent. Maar wat zaten we in spanning, of de crew ook daadwerkelijk zou komen opdraven op het afgesproken tijdstip bij ons guesthouse! De eerste 2 dagen klommen we over modderige paden door een oerwoud – ook dat was loodzwaar met klodders modder, die aan je schoenen bleven plakken. De gids was een indrukwekkende figuur met een uiterst plezierige uitstraling van kunde, gezag en betrouwbaarheid, een beetje zoals deze man op deze video met de ‘giant lobelia’ (al waren die in ons kamp veel groter):

mgot74 – Kilimanjaro Giant Lobelia

Gepubliceerd op 15 sep. 2012

Kilimanjaro Giant Lobelia

Reacties:
https://youtu.be/2UwR_pH4Wo8

Aan het einde van de expeditie is het gebruik, dat je de gids een cadeau geeft (of natuurlijk een fooi). Ik gaf hem mijn donsjack – had ik na de expeditie toch niet meer nodig in de tropische warmte. Ik zie zijn gezicht nog voor me, hoe blij hij daarmee was en hoe hij het direct aantrok. Wie weet heeft hij het 23 jaar later nog steeds!

Micha Kat & Annemarie Sour

De beklimming van de Kilimanjaro was een soort begin van mijn relatie met Annemarie, die zeven jaar zou duren. Samen met Annemarie zou ik in de komende jaren nog vele reportage reizen maken: twee keer China, twee keer Pakistan, Cambodja, India – dit staat allemaal nog op het ‘menu’ van deze serie. De relatie eindigde kort na 9/11 toen ik in New York was (een paar weken na de ‘aanslag’) om reportages te maken over de ervaringen van Nederlanders op en na de fatale dag. Ook hierover zal ik vertellen in een aparte aflevering van deze serie. Ik had een kamer geboekt in het hotel, dat het dichtst bij ground zero lag in Tribeca. Dat hele hotel was bezet door first responders en ‘hulptroepen’ uit diverse staten, die ‘s ochtends met militaire discipline naar ground zero marcheerden om te helpen, allemaal met dezelfde caps op hun hoofd met opdrukken als UTAH 9-11 RESPONSE TEAM. Ik rook op mijn hotelkamer nog de geur van verbrand mensenvlees. Op die kamer belde ik met Annemarie, die toen vertelde, dat ze met een ander was, terwijl op TV – you don’t make this up – verslag werd gedaan van een vliegtuig, dat ergens in de buurt in zee was gestort. De tranen wellen opnieuw op in mijn ogen nu ik dit schrijf. In die zin is ook voor mij de Kilimanjaro, net als in het verhaal van Hemingway, op een bepaalde manier verbonden met einde en dood.

Meer informatie:
https://robscholtemuseum.nl/?s=Micha+Kat