Lotte Hamelink – Hoe ik binnen een Jeugd In Stelling Verantwoordelijk Werd Gemaakt voor Seksueel Geweld, dat ik Mee maakte

Ik op mijn kamer in de instelling

Hoe ik binnen een Jeugd In Stelling Verantwoordelijk Werd Gemaakt voor Seksueel Geweld, dat ik Mee maakte

Als tiener trok ik ooit zelf aan de bel voor hulp, in eerste instantie bij de huis arts. Het ging slecht met mij, maar mijn grootste zorg was, dat mijn zusje, net als ik, ook mis bruikt zou worden. Over het mis bruik durfde ik echter nog weinig los te laten. Ik zat ontzettend klem. De enige ‘Op Lossing’, die ik kon bedenken was de dood. Van wege deze gedachten kwam ik op een Gesloten Crisis Af Deling in de Jeugd Psychiatrie terecht. Daar werd ik vanaf de eerste dag onder druk gezet. Als ik hulp wilde, moest ik gaan vertellen wie de dader was. De druk werkte ave rechts. Ik wilde hulp, maar ik was ook ontzettend bang voor de gevolgen van de onthulling van de dader. Angsten. waar niemand echt naar luisterde. Ik ging vol wassenen steeds meer wa trouwen. Door mijn wan trouwen, angst en suïcidaliteit werd ik gezien als ‘Onbetrouwbaar‘ en ‘Manipulatief‘. In plaats van naast me, ging de hulp verlening voor mijn gevoel tegen over me staan

Article content

Fragment uit mijn dossier

“Niemand, die gewoon met me praat. Ik voel me verraden. Ik had aan [] het seksueel mis bruik verteld en haar super vaak gevraagd, Jij hebt zwijg plicht, toch? En ja, dat had ze. Ik hoefde niet bang te zijn. En de dokter hier vertelt het dan aan ieder één en dan moet ik aa ngifte doen. Ter wijl hem heb ik niks verteld. Hij heeft het gelezen in mijn dossier. Ik voel me zo onveilig. Hij snapt het niet.”
Dag Boek Fragment van Tijdens Op Name

Uit eindelijk werd de onthulling van de dader buiten mijn weten en wil om uit mijn dag boeken gehaald. Vervolgens werd ik, van wege mijn minder arigheid en kwetsbaarheid, buiten het onderzoek van het AMK, nu Veilig Thuis, en de Politie gehouden. Ik kreeg te horen, dat de dader bekend was, maar niet hoe de dader, mijn familie of andere bekenden op de onthulling hadden gereageerd, of wat er zou gebeuren. Voor hoe onveilig dit voor mij voelde was maar weinig aandacht. Met al mijn angst en wan hoop werd ik, om me te ‘Beschermen’ voor me zelf, s nachts in de isoleer cel geplaatst. Voor mijn gevoel kwam mijn grootste angst uit, ik werd in de steek gelaten.

“Ik voel me alleen. Was er maar iemand, die me begreep en gewoon bij me kon zijn. Ik snap nog steeds niet wat ik hier mee bereikt heb. Ik heb het verteld en ik werd op gesloten en ik ben alles verloren. Daar om ben ik mijn vertrouwen kwijt. Grote mense, die zeggen, dat ik de goede dingen doe, dat het zo dapper is. Waar voor word ik er dan voor gestraft? Dit had ik niet nodig. Hier vroeg ik niet om toen ik hulp zocht. Het enige wat ik wil is iemand, die naar me luistert, me begrijpt, me troost, me beschermt en bij me kan zijn als ik bang ben. Maar mis schien bestaat zo iets niet. Ik heb spijt van dit, spijt dat ik hier in geloofde.”

Mijn angsten, dat mensen mij niet zouden geloven, dat mensen aan de kant van de dader zouden staan, waren niet weg genomen. Ook wist ik niet wat de reactie van de dader was geweest en wat de consequenties voor hem zouden zijn. Ik was heel bang, dat hij boos op me was en me mis schien zou komen op zoeken. De wereld voelde in één klap veel onveiliger dan toen het mis bruik nog geheim was geweest.

Kort na deze op gelegde onthulling werd ik over geplaatst naar een Open Behandel Af Deling. Deze Af Deling bood, anders dan de Gesloten Crisis Af Deling, waar ik zes maanden had gezeten, geen onder dak in de weekenden. Naar huis gaan voelde voor mij te onveilig na alles wat er was gebeurd en met de angst, dat de dader me daar zou op zoeken. De Af Deling vond dat geen probleem, maar vond ook dat ik zelf verantwoordelijk was om dan een alternatief adres te vinden, waar ik in het weekend kon verblijven. Het voelde voor mij te onveilig om te logeren bij iemand, die de dader kende, of van het mis bruik af wist, waar door er weinig opties over bleven. Het eerste weekend kon ik bij een vriendin logeren, maar ik voelde me verschrikkelijk bezwaard. Ik durfde deze vriendin en haar ouders niet te vertellen wat er speelde in mijn leven, waar ik nu woonde en waar om ik dat weekend kwam logeren. En ik wilde niemand tot last zijn.

“Waar slaap ik aan komende dagen? Ik heb zo nodig rust nodig. Er is zo veel gebeurd, dingen waar ik half van af wist en dingen waar ik niets van af wist. Ieder één voelt nu onveilig, want ieder één is met het misbruik verbonden, waardoor ik nergens rust heb. Ik wil me alleen maar verstoppen. Geen idee hoe ik dit weekend moet over leven.”

“Het is alle maal veel te veel. Ik ben bang. Hij weet dat ik van avond alleen thuis ben, maar ik heb geen plek om naar toe te gaan. Dus slaap ik misschien in een hostel.”

Dus besloot ik om met mijn zak geld voor een bed te betalen in een jeugd hostel. Ik had nog nooit eerder in een hostel geslapen, op eens sliep ik in de weekenden als jong meisje tussen de buiten landse toeristen op een vrouwen slaap zaal. Over dag spendeerde ik mijn tijd in de Openbare Bibliotheek en door uren lang te wandelen. Tot de receptie van het jeugd hostel me na enkele weekenden mede deelde dat ik daar niet langer welkom was, om dat het hostel enkel bedoeld was voor toeristische doel einden. Daar na bracht ik ook weekenden door op straat. Dit alles was de in stelling bekend, en werd gezien als mijn eigen keuze en verantwoordelijkheid.

Één van deze weekenden, ongeveer twee maanden na de over plaatsing, is er iets heel naars gebeurd. Ik ben s avonds laat in de buurt van het hostel achter volgd door twee mannen, die ik niet kende, en onder dwang mee een huis in gegaan en daar verkracht door een groep mannen. Ik durfde niemand te vertellen wat er was gebeurd. Bij de zo genaamde weekend-na bespreking, ter wijl andere jongeren vertelden wat zij dat weekend thuis hadden gedaan bij hun ouders of andere familie, wilde ik niets kwijt over mijn weekend. Ik was ook eigenlijk heel erg boos. Ik had uit wan hoop voor de weekenden vaak huilend aan de poort gestaan bij de in stelling, om dat ik niet wist waar ik naar toe kon, smekend om hulp, maar niemand die me hielp. Ik voelde me vol ledig in de steek gelaten.

“Ik denk, dat niemand beseft, waar ik in zit en wat er alle maal gebeurd is. Dat dat mijn ergste nacht merrie is en dat ik zo vaak hoop nooit meer wakker te worden. Dat ik me constant onveilig voel. Ik wou, dat er iemand was. Iemand, die me een slaap plek kon geven en die me vast wilde houden als ik bang ben. En die echt open stond en wilt horen, waar ik mee zit. Ik droomde van een grote zus vroeger, die ik het kon vertellen en die me vervolgens kon beschermen. Niemand beschermde me toen. En nu beloven ze me wel te beschermen, maar ze doen het niet. En ik durf het niet te zeggen, want dan sturen ze me weg. Dat is het wan hopige.”

Het ging binnen de In Stelling steeds slechter met me. Ik verwondde mezelf steeds ernstiger, at steeds minder en dissocieerde steeds vaker. Dit leidde tot weer een korte Gesloten Op Name en een aantal ‘Time Ins‘, wat in hield, dat ik dagen lang alleen op mijn kamer verbleef om na te kunnen denken over mijn gedrag,  dat ik diende aan te passen, wilde ik niet weggestuurd worden. Weg gestuurd worden was mijn grootste angst, ik was ondanks alles toch gehecht geraakt aan de In Stelling; mijn kamer, die ik eigen had gemaakt, de begeleiders, de vriendinnen, die ik had gemaakt, en de school op het terrein waar ik naar toe ging. Ik wist niet, waar ik anders terecht zou komen en wilde niet weer naar een andere In Stelling.

Na zeven maanden op de Af Deling, vijf maanden na de groeps verkrachting, werd ik op gesprek gevraagd bij de hoofd behandelaar en mijn behandelaar. Van wat ik me herinner was het geen vraag ,maar een mede deling: “Wij denken, dat je je zelf prostitueert.” Die op merking over viel me vol ledig. Ik had verwacht, en mis schien zelfs gehoopt, dat ze eindelijk zouden vragen, of er iets was gebeurd tijdens de weekenden op straat. Ik had met mijn gedrag eigenlijk zo duidelijk laten zien, dat er iets mis was, en het ging steeds slechter met me. Maar dit was iets wat ik zelf nooit had kunnen bedenken. Van schrik begon ik te huilen en liep ik over stuur en boos het gesprek uit. Juist die reactie bevestigde voor de In Stelling hun vermoeden, dat waar schijnlijk al langer speelde.

Article content

Fragment uit mijn dossier

“Ze denken, dat ik naar buiten ga en daar mannen ontmoet, daar je weet wel, en terug kom zonder dat ik weet wat ik heb gedaan, of eigenlijk wel, maar ik zeg van niet. Ik wil me zelf snijden. Ik wil mijn lichaam vernietigen. Ik voel me zo vies. Ik ben van daag weer flauw gevallen. Ik wil nooit meer seks.”

Na wat ik had mee gemaakt in mijn jeugd, walgde ik van alles wat met mannen, jongens en seks te maken had. Ik was daar hele maal nog niet aan toe, ik had nog nooit een vriendje of vrij willig seksueel contact met iemand gehad. Ik was daar totaal nog niet in geïnteresseerd. Dat er juist van mij werd gedacht, dat ik het zou opzoeken of initiëren, was onverdraaglijk voor me.

“Ik ga me zelf haten als jongens me leuk vinden. Ik bedoel, ze mogen me aardig vinden, maar niet echt leuk. Dan krijg ik van die rare neigingen tot me zelf nog meer uit hongeren, zo dat ik minder vrouwelijk word en mijn haar kort knippen en zo voort. Alleen vind ik het ook best wel leuk om een meisje te zijn. En kleding en zo, en lang haar, en een beetje make up. Dat doe ik niet voor mannen of jongens, maar voor me zelf. Ik vind dat leuk staan. Wat moet ik nou doen? Ik wil geen seks, in wat voor vorm dan ook. Ook niet zoenen, of dat jongens dicht bij me komen. Dus moeten ze dat maar accepteren. Ik weet niet, of ik dat ooit wel ga willen, maar tot die tijd moeten ze dat maar accepteren.”
ag Boek Fragment van voor de Op Name

Wandelen, wat de term ‘Dwalen’ kreeg, deed ik veel als tiener, al voor ik in de Jeugd Zorg terecht kwam. Het wandelen hielp me, om dat ik uit eindelijk bij elke stap, die ik zette, in een soort ritme ter echt kwamm dat me kalmeerde. Maar vaak dissocieerde ik ook tijdens deze wandelingen, waar door ik achter af soms niet goed kon vertellen, waar ik was geweest. Ik kreeg een ‘Dwaal Verbod’. Naast het dwalen was ook veel mijn andere ‘coping’ me afgenomen of verboden, zoals dansen, en moest ik minderen en uiteindelijk stoppen met mezelf beschadigen en niet-eten/overgeven om te zorgen dat ik niet werd weggestuurd. Met al mijn onrust wilde ik ’s avonds, wanneer ik geen andere afleiding had, en terwijl mijn andere coping was weggevallen, toch vaak naar buiten om te gaan wandelen. Ik werd dan, soms fysiek, tegengehouden met de woorden dat ik mezelf weer zou prostitueren. Er is me zelfs gezegd dat ze dat aan me konden zien dat ik dat zou doen, door de kleding die ik aan had, de make-up die ik droeg of dat ik mijn haar los droeg.

[…] zei dat ik me weer zou prostitueren en dat hij dat te naar vindt om dat toe te laten. Dat het zo is omdat ik misschien mijn trauma wil herbeleven of zo. Is dat zo? Dat kan toch niet? Ik wil alleen maar niet bestaan, geen tijd hebben, Lotte niet zijn, niks zijn, niemand zijn.”

“Ze houden me binnen, ze begrijpen me verkeerd. Ze kunnen me niet binnenhouden, want ik moet naar buiten en ik weet dat ze denken dat ik seks ga hebben, maar dat is niet zo! Het is niet zo, maar ze zullen me nooit geloven.”

Ik zou geen eens weten hoe ik een man zou moeten verleiden. Of waar ik zo’n man moet vinden dan? Ja, ik snap wel van ’s nachts dat er verkeerde mensen zijn, maar spreek je die dan aan of zo? Allemaal vraagtekens. Ik snap het niet.”

Article content

Fragment uit mijn dossier

Uit voorzorg mocht ik nu in de weekenden in de instelling verblijven omdat ik anders mezelf zou ‘prostitueren’. Ik was ontzettend opgelucht dat ik de weekenden mocht slapen in de instelling waar ik me relatief veilig voelde. Eindelijk hoefde ik, na zeven maanden, niet meer weekenden op straat door te brengen of op zoek naar een slaapplek. Daarnaast had ik in de weekenden veel aandacht voor mij alleen, die ik doordeweeks moest delen met nog vijftien andere jongeren. Maar dat maakte het ook moeilijker om te kunnen vertellen dat hun aanname niet klopte. Daarnaast speelde een enorme machtsdynamiek, waar de volwassen hulpverleners bepaalden wat er mis was met mij en welke behandeling ik diende te volgen. Het voelde nauwelijks als een optie om te kunnen zeggen dat de aanname niet klopte. Bovendien maakte de aanname dat ik mezelf zou prostitueren het nog moeilijker om te vertellen over de groepsverkrachting, omdat ik bang was dat het ook begrepen of bestempeld zou worden als ‘prostitutie’ of iets wat ik (onbewust) toch zelf had opgezocht.

Article content

Fragment uit mijn dossier

“Ik moest een afspraak maken met […] of zo over dat ik me zelf niet prostitueer, maar hier slaap in het weekend.”

“Ik zit maar op mijn kamer. Want anders, je weet wel. Ik ben opgesloten. Het is mijn eigen schuld.”

Ik vroeg mij wel af wat dat dan inhield; ‘prostitueren’, en ik begon me soms ook af te vragen of ze niet gelijk hadden. Want misschien had ik mezelf wel geprostitueerd zonder het door te hebben gehad? Mijn behandelaar legde aan mij uit dat het heel normaal was voor ‘meisjes zoals ik’ om hun trauma te herhalen, niet omdat we dat echt wilden, maar om er op die manier controle over te kunnen uitoefenen. Ik ben daar nooit op ingegaan, het was immers ook niet de vraag of ik me in die beschrijving herkende, het was gewoon de uitleg over hoe ‘meisjes zoals ik’ werkten. Het verwarde me. Ik begon me af te vragen, of simpel weg wandelen op straat, voor ‘een meisje zo als ik‘, een vorm van prostitutie was. Het zou onder deel van mijn problematiek zijn en ik zou het onbewust in een dissociatieve toe stand op zoeken. Maar dat maakte dat ik het ook niet kon ontkennen, want juist die ontkenning was het bewijs dat ik gedissocieerd zou zijn wanneer het gebeurde.

“En toen zei hij zoiets van, ‘als je in een vage fase zit, spreek je vreemde mannen aan.’ Maar dat ben ik niet, dat doe ik niet! Ik zeg maar niks, anders ben ik weer zo’n hoer.”

“Ieder één zegt, dat het mijn schuld is. Ze zeggen fouten maakt iederéén. Nou, en ze zeggen, je hebt je zelf geprostitueerd of verhandeld. Ik haat ze. Ik haat mij. Ik zit er mee, heel erg. Ik heb er nog nooit wat over verteld, dus hoe kunnen ze dat dan van mij zeggen? Ik heb alleen toe gegeven dat er wat is gebeurd met mannen. Maar nog nooit verteld wat. Dat willen ze niet eens weten volgens mij. Ze hebben me er nog nooit naar gevraagd.”

Ondanks deze verwarring wist ik wel heel zeker dat er naast de groeps verkrachting tijdens het wandelen nooit wat was gebeurd. En na twee maanden vond ik als nog de moed om aan mijn behandelaar een brief te schrijven over waar om ik volgens mij zelf me zelf niet prostitueerde en over de groeps verkrachting, daar in stond onder andere

“Een prostituée wordt er voor betaald. Ik prostitueer me zelf niet. Ik kreeg daar niet voor betaald. Het enige wat ik er voor terug kreeg, zijn blauwe plekken en nacht merries en paniek aan vallen.”

“ik weet zeker dat ik me zelf dan niet heb geprostitueerd, om dat het zeker duidelijk was, dat ik het niet wou. En ik weet ook zeker dat ik op geen enkele manier aan trekkelijk heb gedaan. En dat is wel gezegd, maar dat zou betekenen dat ik constant aan trekkelijk doe en dat ik mijn haar moet afs cheren en nooit jurken mag dragen en make up en zelfs geen broeken, maar wijde zakken of zo. Want ik weet nog wat ik aan had, en dat was mijn lelijke gatenb roek en mijn wijde Adidas trui, want dat was warm voor s nachts en praktisch. En ja, ik had mijn haar los en make up op, maar dat hoort ook wel bij mij. Ik verschuil me achter mijn haar, denk ik. Het enige, waar ik heel erg schuldig aan ben, is dat ik s avonds rond liep op straat. Maar dat is mijn dwalen oorspronkelijk al tijd geweest, zonder die bedoeling. Met de bedoeling om weg te zijn.”

Ik was net voor het eerst in mijn leven wat gaan experimenteren met make up. Veel make up heb ik in mijn leven nooit gedragen, het enige wat ik op had waren mascara en eye liner. Ik was nooit ‘Sexy of bloot gekleed, ik hield me aan de zo genaamd ‘Kleding Code’ van de In Stelling. En ergens voelt het belachelijk hier over te schrijven, om dat het voelt als of ik me nog steeds verdedig voor iets, waar ik me niet voor hoef te verdedigen. Want ook al had ik dat wel gedaan, al was ik naakt over straat gaan lopen, was het niet mijn schuld geweest, weet ik nu. Maar ik wil wel aan geven door wat voor lens ik werd bekeken, sinds dit de aan name is geweest. Ik kreeg op merkingen over mijn kleding, over het feit dat mijn decolleté te laag zou zijn, ter wijl ik nauwelijks een decolleté had, over mijn make up en over mijn haar, dat ik los droeg. Er werd gezegd, dat ik daar mee ‘Mannen Zou Verleiden‘. Die op merkingen hebben een grote impact op me gehad, en eigenlijk nog steeds. Ik durf nauwelijks naar foto s van me zelf uit die periode te kijken. De foto, die ik bij dit stuk heb geplaatst, voelt daar om heel kwetsbaar. Er zit nog al tijd een angst, dat mensen naar het meisje van toen zullen kijken als een ‘Hoer‘.

“Want [] zei dat mijn decolleté te laag was. En dan voel ik me gelijk zo schuldig. Zo N slet. Dan haat ik gelijk zo mijn lichaam. Want ik wil niet. Dat is niet mijn bedoeling. Het liefste bedek ik alles dan. Gadverdamme.”

Article content

De kleding code

“Ik wil me zelf zelfs dicht naaien. Alles, als ik maar niet meer met gore mannen hoef te () Gat verdamme. En ik begin haast te janken als ik zeg, dat ik dat niet ben. Ik zou nog maagd zijn als het mis bruik vroeger nooit was begonnen. En ik zou nu niet al die stomme SOA dingen en zwanger, bla bla bla, hoeven doen als ze me in het begin nooit de straat op hadden gezet. Daar ben ik ook woest om. Ja, dan kan je me nu een slaap plek geven. Heel fijn, maar nu is het al te laat. Nu is er al te veel gebeurd. Als ik nu denk aan die tijd, weet ik me god niet hoe ik het heb kunnen over leven. Want het was zo één zaam. Alle nachten op straat of in het hostel.”

Achter af gezien vind ik het nog steeds bizar, dat ze me als jong meisje op straat lieten slapen in de weekenden. Maar nog bizarder vind ik, dat er nooit aan mij is gevraagd hoe het ‘Prostitueren’ in zijn gang ging. Ik kon me er zelf weinig bij voor stellen, hoe en waar je dan deze mannen, of daders, zou ontmoeten. Maar ik weet ook, dat meisjes in Jeugd Zorg In Stellingen helaas vaak slacht offer worden van mensen handelaren, om dat zij bewust in dit soort om gevingen op zoek gaan naar slacht offers. In dat geval, als dit in der daad het vermoeden was van de Hulp Verlening, vind ik het erg zorg wekkend, dat er geen enkele actie werd onder nomen om deze daders op te sporen.

Ik kan me daar naast moeilijk voorstellen, dat er werd gedacht, dat ik geld verdiende aan de zo genaamde ‘Prostitutie‘. Daar is mij nooit naar gevraagd en daar waren ook geen aan wijzingen voor. De woorden, die des tijds tegen over mij werden gebruikt en die ik nu terug vind in mijn dossier, zoals “Zichz Zelf Prostitueren“, “Zich Laten Verhandelen” en “Onveilige Seks Hebben“, zijn erg schadelijk en niet kloppend als je bedenkt, dat het zou gaan om een jong meisje met een voor geschiedenis van seksueel mis bruik, die verblijft in een Jeugd Zorg In Stelling en die het vermoedelijk in een dis sociatieve toe stand zou ‘Op Zoeken‘ maar dus nooit consent zou kunnen geven. Dat zou geen ‘Prostitutie‘ mogen heten, ook niet als hun vermoeden juist was.

De enkele keer, dat er wel over mis bruik wordt geschreven staat er. dat ik me heb laten mis bruiken.

Article content

Fragment uit mijn dossier, nadat ik via de brief had verteld over de groeps verkrachting. Dat ik me zelf heb ‘Laten Mis Bruiken’ zijn nooit mijn woorden geweest

Door deze woord keuzes kwam alle na druk te liggen op mijn handelen, maar ook in hoe er mee werd om gegaan. Door mij te verbieden te ‘Dwalen’ en dat ik werd aan gesproken op mijn kleding, hoe ik mijn haar droeg of make up. Door dat ik vervolgens onder druk aan de prik pil moest, wat ik hele maal niet wilde. En door me te beschermen door me binnen te houden in de avonden en weekenden. Daar bij werd ik niet beschermd voor de genen, die me dit vermoedelijk zouden aan doen, ik werd zo genaamd beschermd voor me zelf. De verantwoordelijkheid werd vol ledig bij mij gelegd.

Er werd ook niet (h)erkend. dat de onveiligheid voor mij in eerste instantie was ontstaan door het handelen van de Jeugd Zorg Instantie zelf, de onveiligheid, die was ontstaan na de onthulling van de dader van het mis bruik uit mijn jeugd en vervolgens het geen onder dak bieden in de week enden. Elk jong meisje in de situatie, waarin ik zat, alleen s nachts op straat, had een groot risico gelopen om slacht offer te worden van seksueel geweld. Ik was in zekere zin al kwetsbaar door wat ik had mee gemaakt, maar ik was voor al in een extreem kwetsbare situatie gebracht.

“Ik begon te huilen en zeggen, dat ik me zelf haat. En () zei, dat ik met de pil moet beginnen, maar dat wil ik niet. En voor SOA test moet ik naar de dokter. Ik was boos. Rot vol wassenen! Niemand begrijpt me.”

Als er met mij was gepraat en er met openheid en nieuws gierigheid was gevraagd naar wat er was gebeurd, in plaats van dat er direct aan names werden gedaan, had ik waar schijnlijk eerder durven vertellen over de groeps verkrachting. Maar ik was al van af het begin van mijn op name bang om weg gestuurd te worden. Die dreiging hing voort durend boven mijn hoofd, waar door ik dingen uit angst geheim hield. En juist toen ik in een brief aan mijn behandelaar eindelijk de moed vond om te vertellen, dat ik me zelf niet had geprostitueerd en wat er wel was gebeurd, werd die angst werkelijkheid. Het weg sturen voelde als een straf voor het vertellen van de waarheid. Op nieuw werd ik, zo voelde het, in de steek gelaten op het moment, dat ik seksueel geweld onthulde.

“Ik voel me in de steek gelaten door de hele wereld, mis schien wel meer dan ooit. Ik zou zo graag een plek willen hebben, waar ik eens niet weg hoefde. Zo graag zekerheid, zo graag iemand willen hebben, die me niet toch weer verlaat. En het voelt als weg doen. Iederéén doet me toch weer weg. Ik kan dit niet, als ieder één me steeds laat stikken. En ik zit te erg met het verleden, het alles. Ik voel me zo gekwetst en alleen gelaten er mee. Niemand, die er over kan praten en niemand die me helpt bij zaken, zo als aan gifte.”

Waar ik bij het eerdere mis bruik in mijn leven juist onder druk werd gezet om aan gifte te doen, maar dat niet wilde om dat het om iemand ging, die ik goed kende, was er nu niemand, die met me mee kon of me steunde. ter wijl ik zelf wel aan gifte wilde doen. Ik ben moeder ziel alleen naar het politie bureau gegaan, maar besloot geen aan gifte te doen. Het had geen zin. Ik zat in middels weer in een Crisis Op Vang, en ik zou het niet nog eens riskeren om in de steek gelaten te worden als ik daar zou vertellen wat er was gebeurd.

Één van de belang rijkste factoren om te kunnen her stellen na het mee maken van een nare seksuele er varing is sociale steun van de mensen om je heen. Maar mijn hele vertrouwde net werk viel juist we , na dat ik onthulde. De eerste stappen, die ik had genomen om binnen trauma therapie over het mis bruik uit mijn jeugd te praten, werden abrupt onder broken. Ik werd gedwongen om alles wat er was gebeurd weg te stoppen, en besloot niemand meer te vertrouwen. Het vertrouwen in vol wassenen en Hulp Verlening was compleet weg.

De conclusie, die ik na deze op name trok

“Het belang rijkste wat ik heb geleerd is, dat niemand er ooit voor je zal zijn. Je zal redden of beschermen. De enige persoon, die je hebt ben je zelf. De enige, die je op deze aard bol en daar buiten kan vertrouwen. Je moet zelf je redder zijn. Dus moet ik goed voor me zelf zorgen en op komen. Want niemand anders zal het doen.”

Door dit verhaal eindelijk openbaar te maken, is dat wat ik als nog doe, voor het meisje van toen op komen en zorgen. Ik ben hier zo ontzettend één zaam in geweest, niet alleen toen maar ook alle jaren er na. Jaren, dat ik nog binnen verschillende Jeugd In Stellingen heb door gebracht. Juist door deze aan name, die in mijn dossier voort leefde, heb ik niet meer durven vertellen over de groeps verkrachting. Te bang, dat het bestempeld zou worden door Hulp Verlening als iets wat ik zelf, mis schien onbewust, had op gezocht. Te bang, dat ik weder om dan in de steek gelaten zou worden.

Gelukkig is het tegendeel me inmiddels ook bewezen, heb ik een lieve partner, de eerste persoon in mijn leven die ik alles heb kunnen vertellen en die mij geloofde. En kan ik er inmiddels op vertrouwen dat hij en ook andere mensen er voor me zullen zijn. Ik hoef mezelf niet meer alleen te redden. Maar ik vind het erg verdrietig dat ik dat wel zo lang heb moeten doen.

Lotte Hamelink

Lotte Hamelink

Trauma Sensitieve Yoga (TCTSY) Facilitator, Mind Fulness Trainer en Dans Docent

LinkedIn, June 5, 2026

https://www.linkedin.com/pulse/hoe-ik-binnen-een-jeugdinstelling-verantwoordelijk-werd-hamelink-hiwze/

Meer informatie
https://robscholtemuseum.nl/?s=Lotte+Hamelink
https://robscholtemuseum.nl/?s=Jeugd+Zorg
https://robscholtemuseum.nl/?s=Jeugd+Zorg+In+Stelling

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*