Kees Berendsen – Beeldrecht tegen beeldrecht (2)

“Foto naschilderen respectloos”(Arjen Ribbens), “Leen je kunst niet uit aan de Belgen”(Joost Zwagerman, “Kunst wekt weerstand”(Joyce Roodnat), “Ook kunstenaars kunnen hun bron vermelden” (Bianca Stigter). Enkele citaten uit artikelen die de afgelopen dagen verschenen naar aanleiding van de auteurrechtstrijd tussen Katrijn van Giel en Luc Tuymans over het gebruik dat Tuymans maakte van een foto van Van Giel.

Banaal en respectloos
De ingenomen standpunten lopen sterk uiteen. Het standpunt van fotograaf Koos Breukel (volgens het citaat boven het artikel van Arjen Ribbens) wiens portret van Willem Alexander precies een jaar geleden in het nieuws kwam omdat Iris van Dongen dat had nageschilderd t.b.v. een statieportret van Willem Alexander, behoeft geen toelichting. “Banaal en respectloos” noemt hij de actie van Tuymans, die de (miljoen) opbrengst van zijn schilderij daarbij betrekt. Hij had toch iets met Van Giel kunnen regelen, zegt Breukel. Een financieel argument dus.

Tweedehands beelden voor eerstehands emoties
Interessant is het standpunt van Wilma Suto, conservator hedendaagse kunst bij het Stedelijk Museum. Zij vindt dat Tuymans het recht heeft ‘tweedehands beelden te gebruiken voor eerstehands emoties’. Zij beschouwt de foto van Van Giel dus als een tweedehands beeld dat zij verderop in haar statement verbindt aan ‘de waan van de dag’. Hij maakt – met de woorden van Suto – van een “persfoto”, “een echt kunstwerk”. Een opmerkelijk standpunt als je weet hoe Tuymans zelf het fotoportret van Van Giel bewonderde, en het eigenlijk de kwalificatie meegaf van een kunstwerk.

Toestemming
Overigens is de fout die Suto hier maakt dat de auteurswet het gebruiken van een bestaand werk ten behoeve van de vervaardiging van een ander werk, zou verbieden. De auteurswet zegt – vrij vertaald – dat iemand die het werk van een ander wil verveelvoudigen daarvoor de toestemming nodig heeft van de oorspronkelijke maker. Dat geldt ook als het verveelvoudigen bestaat in het nabootsen in iets gewijzigde vorm.

Nabootsing in gewijzigde vorm
Daarover twee opmerkingen: 1) hier is geen sprake van een verbod, maar van een toestemmingsvereiste. Pas als Van Giel desgevraagd door Tuymans haar toestemming had onthouden, zou je kunnen spreken van een verbod. 2) De auteurswet spreekt over een nabootsing in gewijzigde vorm (die niet als een nieuw oorspronkelijk werk kan worden beschouwd) en niet over een verschil in de intentie van de beide beelden. Dat Tuymans van een “persfoto” van Jean-Marie Dedecker (zoals Suto de foto van Van Giel wat denigrerend aanduidt) een “veralgemeniseerd portret van een politicus” maakt geeft hem niet de vrijheid de foto van Van Giel te verveelvoudigen.

Rob Scholte en Richard Hamilton
Joost Zwagerman ziet het weer anders dan Suto en belandt – zonder het met zoveel woorden te zeggen in de wereld van Rob Scholte. Rob Scholte kopieerde ook werken van anderen en wilde die beelden daarmee van een nieuwe betekenis voorzien. Een saillant voorbeeld is zijn schilderij van een groot copyright teken. Het schilderij is een getrouwe kopie van de cover van de “Beeldrechtwijzer”, dat destijds door een grafisch vormgever was ontworpen. Zwagerman noemt wel het voorbeeld van een werk van Richard Hamilton dat gebaseerd is op de beroemde foto van Mick Jagger en Rob Fraser die is gemaakt op het moment dat ze op beschuldiging van drugsgebruik worden ingerekend door de politie. De foto toont de twee zittend op de achterbank van een politieauto, met de boeien om de handen en hun gezichten afschermend tegen het flitslicht van de persfotografen.

Bewerking en inkleuring
Het verschil tussen Hamilton en Scholte en Tuymans is, dat beide laatsten weinig of niets aan (de vorm van) het oorspronkelijke werk veranderen, behalve dat ze er mogelijk een intentionele draai aan geven (een eerstehands emotie voor een tweedehands beeld), terwijl Richard Hamilton de persfoto zodanig bewerkte en inkleurde dat het oorspronkelijk werk tot op zekere hoogte opgaat in een nieuw werk. Er is geen absolute grens, laat staan een douane die vooraf kan zeggen ‘tot hier en niet verder’. Maar ik geef Hamilton een goede kans dat hij ongeschonden zelfs de Belgische grens weet te passeren.

Auteursrecht gaat niet over kwaliteit
Ook Zwagerman redeneert vanuit het verschil tussen de intenties van de foto van Van Giel en het schilderij van Tuynman. Is het fotoportret ‘slechts’ de vastlegging van de verkiezingsnederlaag van Dedecker, het schilderij van Tuymans verbeeldt “de geestelijke en fysieke beknelling waarin de Boven Ons Gestelden kunnen geraken”. Ik citeer Zwagerman, maar het zouden zomaar woorden van Tuymans zelf kunnen zijn. Het lijkt alsof Zwagerman hier de kwaliteit en intenties van een werk gebruikt om een auteursrechtelijke exceptie te creëren en daarmee de geestelijke en fysieke beknelling van het auteursrecht te ontlopen. Het is maar goed dat de Auteurswet niet over kwaliteit en intenties gaat en het is maar goed dat de rechter – ja ook de Belgische – zijn waardeoordeel over kunst niet meeneemt naar de rechtszaal.

Respect
Ik zit op de lijn van Koos Breukel en overigens ook van Joyce Roodnat die uitgaat van respect. Dat kan op verschillende manieren tot uitdrukking komen, en wordt in auteursrechtelijke zin bereikt dankzij het toestemmingsvereiste. Anders gezegd, Tuymans had het niet tot een verbod van Van Giel hoeven laten komen als hij Van Giel toestemming gevraagd had voor het gebruik van haar foto, die hij zelf zo mooi vond dat hij het zelf allesbehalve een tweedehands beeld zou noemen. Dat zeg ik ook als hij dat strikt genomen (als hij later in hoger beroep nog eens gelijk mocht krijgen) niet zou hoeven doen.

http://www.croondavidovich.nl/advocaten/kees-berendsen/blog/beeldrecht-tegen-beeldrecht-2/2200