Jacques Northe – KLUISTER (1):

Er leek die ochtend, net als vandaag, niets aan de hand. Ik had aangebeld, op het openspringen van de poortdeur gewacht, vriendelijk naar de portiersloge geknikt en was op de tussendeur afgegaan. En ook daarna had alles zijn normale verloop. Op het moment dat ik mijn hand naar het slot uitstak, drukte de portier op zijn knop en weer werd een belemmering voor mij weggenomen. De laatste dit keer – ik stond in de Raat.
Rond en uit één stuk, van somber metselwerk met een glazen dak dat de hele ruimte overspant en in een koepel toeloopt. Geen pretje ’s zomers als de zon er vrij spel op heeft. Ook ’s winters niet als het buiten donker wordt en er een duistere dreiging boven onze hoofden hangt. De begane grond volgebouwd met Vakken: honderden werkvertrekken voor twee personen, door dunne wanden gescheiden, gangpaden ertussen, geen zoldering. De Brug – zoals zij dat noemen – een etage in het midden op de Vakken gezet, van dezelfde bouwplaatachtige makelij. Maar wat mij het meest imponeerde, waren niet de Vakken, was niet de Brug en zelfs niet de koepel waarin alle lijnen van het gebouw samenkomen. Nee dat waren de boeken.
Rondom is de hele Raat bekleed met boeken. Stellingen vol, verdieping op verdieping, van de begane grond tot het dak, overal kaften, ruggen en banden. Duizenden.
Tienduizenden, op een immens galerijensysteem, tegen de muur, het midden van de Raat is helemaal vrij. Een stalen staketsel dat de ononderbroken kromming van de wand volgt en boordevol boeken en nog eens boeken. Via grote trappen is het begaanbaar, er lopen relingen langs en balustrades. Binnenin wemelt het van gangetjes, wenteltrappen, tochtkokers, valluiken en nog een aantal voetangels en klemmen die iedere bestijging tot een hachelijke onderneming maken.
Mij niet gezien, zeiden dan ook zelfs mijn vrienden en kennissen als ik bij toeval iets over het leven hier losliet. Dat was hun goed recht natuurlijk. Maar gaven zij op de Raat af, dan kwam ik in verzet. Dat ons werk gedaan moest worden, daar waren ze het altijd over eens. Ik vond dat iedereen verder in deze zaken zijn mond moest houden. Zeker er zaten onplezierige kanten aan dat werk, dat heb ik nooit ontkend. Maar die verhalen over mensen die tot het uiterste gedreven van de galerijen naar beneden sprongen, of nog mooier, gegooid werden, waren schromelijk overdreven. Ik had er nog nooit iets van gemerkt, en ik zat hier nu zo’n zes jaar. Er was natuurlijk wel eens een akkefietje waarbij het niet zo zachtzinnig toeging, maar dan moet je eens om je heenkijken in de rest van het leven, buiten de Raat.
Toen ik op die ochtend, van de prins geen kwaad wetend, eenmaal binnen was, liet ik de sfeer die van de hoogste transen van de verzameling neerdaalde, op mij inwerken. Even maar, lang ergens bij stilstaan ligt niet in mijn aard. Ik sloeg opgewekt de weg naar ons Vak in. Af en toe een hand opsteken, een praatje, geen vuiltje aan de lucht. Tot ik de deur van ons Vak opendeed. Op mijn bureau lag een okerkleurig briefje. Even voelde ik een begin van angst in de maagstreek opkomen maar daar wilde ik niet aan toegeven. De tekst luidde als volgt:

Ziet u de noodzakelijkheid om Verwey langer voort te laten bestaan?

Dat was alles. Ik was totaal overbluft. Waarom op mijn bureau en niet op dat van een van mijn collega’s? ik wist van poëzie niets af.
Ik heb daarna een tijdlang zo maar wat voor mij uit zitten staren. Heel ongewoon, ik was anders veel te nerveus om stil te zitten. Mijn blik dwaalde door de ruimte onder de gigantische overkapping. Ik zag hoe nijvere figuurtjes de trappen op en af gingen, tussen de schelven verdwenen en weer tevoorschijn kwamen, over boekenstapels klommen en hele gaten groeven in de rijen banken. Hoe dikwijls had ik daar al tegenop gekeken? Ik maakte wel deel uit van de driftige leventje, maar meer ook niet. Nu was ’t zover. Het zou erop losgaan. En verdomme waarom zat ik daar nu mee in?
Gelukkig werd ik na een tijdje uit dat gemijmer opgeschrikt. Lawaai op de gang, mijn collega was in aantocht, natuurlijk weer uren te laat. Snel legde ik het okerkleurige papiertje op zijn bureau. Benieuwd of hij dát door zou hebben.

1 Comment

  1. Fascinerend!!!

Comments are closed.