Henriette Bucciarelli – Ook mevrouw Bulte dwaalt door het leven (30): Zeespiegelingen

Mevrouw Bulte is helemaal uit de dagelijkse sleur gesprongen. Ze is in de duinen. Gek, hoe de duinen geduldig op je wachten. Al kom je er in geen tien jaar, ze blijven precies zo, als je ze achtergelaten hebt. Met van dat rulle zand onder je voeten. Het trekt je helemaal in een andere dimensie.
Het is erg warm voor de tijd van het jaar. Mevrouw Bulte heeft een diepe achting voor de zee, maar ze heeft er zoetzure herinneringen aan. Als ze aan zee is, kan dat immense water haar erg beklemmen. Kijk de mensen toch eens lopen. Als miertjes in korte broeken beklimmen ze het zanderige pad, dat naar de zee leidt. Mevrouw Bulte klautert ook langzaam omhoog. Onder haar ligt de grote weg met de veilige bushalte. Gelukkig is het al in de namiddag. De zon zal haar nu niet meer verbranden. De zee ligt duizenden meters ver weg. Daar begint mevrouw Bulte niet aan.
Bij een paadje staat een bordje met vrolijke kwinkletters: Camping Dennenschut. Zou ze daar eens een kijkje nemen? Daar hebben ze vast van die campingwinkels.
Maar het is nog beter, er is een soort verweerd terrasje bij een houten kantine. Nou, nou, wat zit je hier lekker. Mevrouw Bulte vindt een plaatsje in de schaduw onder een hoge dennenboom. Het is er niet duur. Ze krijgt er een glaasje prik voor een euro. Ze snuift de geur op en luistert naar het geklierewier van kinderen op het speelplaatsje.
Niemand, die aan haar vraagt, of ze hier op de camping logeert. Gek, eigenlijk. Een oudere dame zal toch niet gauw in een tentje plaats nemen.
Hoewel, ze ziet wel twee vijftigers, die hier een kruiptentje opgezet hebben. Mevrouw Bulte heeft ze goed in de peiling. Zware geheimschrijvers. De man schat ze tegen de zestig, maar de vrouw lijkt haar een stuk jonger. Ze gaan zeker een stukje fietsen, al geruime tijd zijn ze met hun rijwielen in de weer. Het blinkt van jewelste in de zon. Als eindelijk ze weg zijn, blijft hun tentje haar intrigeren. Rondom de tent ligt er geen kruimeltje rommel. Weinig voorwerpen, die haar iets meer zou kunnen zeggen over deze mensen.
Alleen een rieten matje in de voortent. Wat mal, denkt mevrouw Bulte. Er liggen hier miljarden zandkorrels! En wat nog gekker is, er ligt een stoffer en blik op. Het staat allemaal op de millimeter precies op de juiste plek.
Het is gewoon kunst, denkt mevrouw Bulte. Het stoffer en blik is net een klein nijverig vrouwtje, dat met nederig opgevouwen handen wacht op het uitvoeren van haar taak.
Instinctief weet mevrouw Bulte opeens, dat er in dit tentje vreselijk geleden wordt. Door de vrouwelijke partner, meent mevrouw Bulte. Want die man is maar steeds bezig. Hij doet alles met maximale precisie. Daar heeft hij lol in. En wat kun je tegen perfectie inbrengen? Niets. De vrouw schikt zich daarin. Wat kan ze anders?
Alleen al zo’n tent op zetten. Het moet uren geduurd hebben. Mevrouw Bulte zucht met een bezwaard hart. Ze had graag met de vrouw gesproken. Een riem onder haar hart gestoken. Een seintje geven, dat iemand in dit dichtbevolkte universum van haar lijden af weet.
‘Waarom doe jij je dit?’ zou ze haar vragen.
‘Angst voor de eenzaamheid.’
‘Ja, kind, daar weet ik alles van. Maar zou je het niet heerlijk vinden, zonder al die ballast te leven? Niemand die je begrenst.’
‘Ach, toen ik Egbert tegenkwam, was ik net gescheiden. Ik was een slappe pop geworden zonder botten in mijn lijf. Ondertussen ging ik naar mijn werk. Deed boodschappen. En de vaat. Het klinkt raar, maar door Egbert kreeg ik mijn ruggengraat enigszins terug. Ik kreeg weer houvast onder mijn voeten.‘
‘En nu ben je bang, dat je het niet zult redden zonder hem.’
‘Ja.’
‘Dus je zwijgt.’
‘Ja.’
Wat is de mens toch een psychologisch dier, denkt mevrouw Bulte. Hij lijdt niet zozeer door concrete situaties, maar meer door menselijke angstmechanismen. Verlatingsangst diagnosticeert ze. Is ze zelf ook door heen gemoeten? Soms nog wel, op kleine momenten. Maar dan weet ze, dat ze eigenlijk iets doet, dat niet aan een ieder gegeven is: pontificaal alleen staan. Blijven functioneren, terwijl geen mens je ondersteunt. Is dat niet het hoogst bereikbare? Zat ze in diepste wezen niet in de eindexamenklas?
En dan zit er ook een groot voordeel aan het alleen zijn. Je wordt niet beknibbeld en beknarst. Heerlijk. Staat je stoel scheef? Laat hem scheef staan! Mevrouw Bulte zwelt op.
Zo’n stakker kan het toch maar mooi niet. Alleen zijn. Die moet nou fietsen, waar ze helemaal geen zin in heeft. En hersens heeft ze hoor! Het lijkt haar een advocaat. Mevrouw Bulte kijkt tevreden naar de hemel, die roze kleurt. Zo, over een klein kwartiertje gaat de bus. Ze doet precies waar ze zin in heeft.

1 Comment

Comments are closed.