Henriëtte Bucciarelli – Leegte

De entree met sfinxen van het Wertheimpark te Amsterdam (foto Buitenbeeldinbeeld)

Leegte

Nee hoor, mevrouw Bulte blijft lekker in Amsterdam. Jans vroeg, of ze naar Den Helder kwam. Iets met Helderse Havendagen. Momenteel is het evenwicht, waar mevrouw Bulte zich in bevindt, veel te wankel en dan nog met die wind daar.
Ze heeft heel andere prikkels nodig. De kust benadrukt zo het gevoel van leegte, overpeinst mevrouw Bulte. In Den Helder is bovendien ook nog eens alle cultuur weggevaagd en vervangen door schreeuwerige straatkunst. De platheid er van is een heuse aanval op je subtiele systeem en mevrouw Bulte heeft nu eenmaal een te veel aan gevoelige snaren, die dan allemaal beginnen te trillen.
Niet dat ze in Amsterdam geen last van leegte heeft. O jee, ze heeft hier heel wat rondjes gemaakt, die niets anders brachten, dan het zoete besef, dat ze zich flink bewoog.
Hoe lang loopt ze al niet door de film van het leven, die als een stroom van onsamenhangende beelden, geen uitweg biedt uit de leegte van het bestaan? Het is een vicieuze cirkel, want een mens zoekt die afleiding zelf op. Alles is beter dan de stilte. De zin van dit alles zal wel ergens onder die hoop beelden bedolven liggen. Graven is onbegonnen werk.
Dat heeft zij niet alleen, hoor! Oh nee! De hele tegenwoordige maatschappij lijkt er last van te hebben. Het lijkt wel, of  de leegte het leven steeds meer is gaan overschreeuwen met festivals, verkleedpartijen en gekkigheid. Hoe leger het bestaan, hoe harder de Nederlander schreeuwt.
Het is iets van de laatste jaren. Elk bandje, dat een paar akkoorden kan spelen, wordt als held in het plantsoen verwelkomd.
De mensen vinden het opwekkend. Mevrouw Bulte mist er waarschijnlijk de muzikale genen voor. Voor haar werkt het beklemmend. Waarom klimt er nu nooit eens iemand in een lantaarnpaal, die roept: ‘Mensen, wat doen we hier nu eigenlijk met zijn allen?
Het is niet kies om dat soort vragen te stellen, natuurlijk. Dat soort vragen gooit alleen maar zout in onze collectieve wond: de onzekerheid, of er wel of niet een hoger bedoeling achter dit alles zit.
Laten we wel wezen, mevrouw Bulte weet zelf ook van gekkigheid niet meer waar ze heen moet. Ze zal vandaag maar lijn negen pakken. Dat is altijd een mooie rit.
De wandeling naar de tramhalte brengt haar langs het Wertheimpark. Hé, daar wordt feest gevierd. Ze stapt er vief op af. Het is iets voor kinderen. Overal kraampjes met spelletjes en een heuse poppenkast.
Al veertig jaar woont ze in deze buurt met steeds dezelfde mensen, met precies dezelfde kinderen. Het is, alsof ze nooit opgroeien en decennia lang op dezelfde fietsjes naar Artis worden gebracht door hun ouders, goed in de slappe was zittende intellectuelen. De kinderen zijn stuk voor stuk prachtig en kijken intelligent uit hun ogen. Ze schromen niet hun aanwezigheid kenbaar te maken en steken hun mening niet onder stoelen of banken. Dat heeft natuurlijk alles te maken met hun opvoeding, want aan hen wordt voortdurend gevraagd, wat ze wensen. Voor het hoogstwaarschijnlijke geval, dat ze enig moment nog iets te wensen zouden hebben.
Kinderen, hebben jullie de dief soms gezien?’ roept Jan Klaassen.
Een jongetje verliest zich in wat hij ziet, schreeuwt het luidst, dat de dief zich achter het gordijn verstopt. Zijn vader geniet en verbaast zich tegelijk over zoveel naïviteit. Hij had zijn Joris anders ingeschat. Glimlachend maant hij hem aan, om zich iets meer in te houden.
Mevrouw Bulte loopt met licht hart langs de kramen. Toch bijt ze op ook haar lip. Overal staan bordjes, dat alleen kinderen mogen participeren.
De geur van gebakken loempia’s ademt ze in met veel genot. Hoewel het niet verboden voor ouderen is, loopt ze snel door. Een verdwaalde boekenkraam voor volwassenen trekt haar belangstelling. Op een handgeschreven bord staat twee euro vijftig per boek of een stoffen tas vol voor een tientje.
Tja, wat moet mevrouw Bulte met boeken. Boeken geven rommel. Beter is het ze te lenen uit de bibliotheek. Maar dit zijn zulke mooie, nieuwe boeken. Een tientje voor een hele stapel. Dat is toch ongelooflijk.
Mevrouw Bulte verliest zich in de titels en bladert de boeken een voor een door. Ze slaat geen acht op de verkoopster van de kraam, die haar nauwlettend observeert.
Mevrouw Bulte kent de namen op de ruggen wel: Willem Brakman, FB Hotz, Vestdijk, Haasse, Zwagerman, Biesheuvel. Allemaal namen, die iedereen kent, maar waar niemand het fijne van weet. Het neusje van de zalm. Nieuwe, nog ingepakte, boeken. Prachtige cadeaus, natuurlijk. Josefien houdt er zo van. En Jans. Die houdt van Hans Dorrestijn, die er ook tussen ligt. Het stapeltje van mevrouw Bulte groeit gestaag. Ze legt er een dichtbundel van ene Victor Vroomkoning bovenop. Geen idee wat er in staat, maar met zo een mooie kaft moet het wel iets zijn. Dat is juist het avontuur! Is het niks, dan heeft ze pech gehad.
Er zit ook een merkwaardig boekwerkje bij van Leo Vroman. Nou, die kent ze wel. Mevrouw Bulte snuift. Kijk nou eens, brievenwisselingen met Elsschot. Ze leest in ieder boek een stukje. Ze moet wel aan de stijl kunnen zien, of ze het allemaal kan volgen. Soms zijn ze te moeilijk, die boeken. En soms gaat het over gekkigheid. Die legt ze weg.
Dan gebeurt weer het merkwaardige, dat mevrouw Bulte al verscheidene malen in haar leven is overkomen. Zodra haar doorgaans onzichtbare persoontje zich met interesse over de uitstalling van een kraampje buigt, trekt ze in een mum van tijd andere mensen aan. Ze zal nooit rustig in een riviertje naar goud kunnen zeven. Anderen voelen instinctief aan, dat juist op de plek, waar zij aan het vissen is, een schat te halen valt.
Het vreemde is, dat ze op haar lichaamshouding blindelings vertrouwen, maar dat ze, wat zij zegt, steevast terzijde schuiven.
‘’De trein gaat om vier uur, zegt u, mevrouw. Dat zullen we dan eens na gaan kijken.”
Maar zodra mevrouw Bulte in een bak gaat grabbelen, nou, berg je dan maar! Natuurlijk gebeurt dat juist op een moment, dat je het niet wil. Je krijgt er alleen maar concurrentie door.
Ook nu pikken ze Willem Brakman zo voor haar neus weg, die brutale kraaien. De verkoopster neemt het fenomeen ook waar, maar beziet de zaak vanuit het perspectief van de zakenvrouw. Haar instemming wint het ruimschoots van de verbazing.
Mevrouw Bulte kijkt naar haar goedgevulde tas. Gelukkig. Dat pakken ze haar niet meer af. Er kan nog net een mooie biografie over Carmiggelt bij.
Ze loopt in ongeloof met haar onverwachte buit naar huis.
De verkoopster kijkt haar na, met een mengeling van verbazing en spijt. Mevrouw Bulte lijkt haar geen bibliofiel met Lundia kasten.
Mevrouw Bulte recht haar rug. Wat nou… Dit kan ze allemaal best lezen! Fier loopt ze door en doet net, of de tas met al die gebonden boeken niet loodzwaar is. Vreugde overwint alles!
De leegheid van het bestaan is onverwacht een halt toegeroepen. Ze gaat zich zo dadelijk in haar zware vracht verdiepen. Kopje thee erbij en de week is weer gered. Ze zal zich als koningsgast aan een buffet met de fijnste mensen zetten. Voorlopig kent ze geen eenzaamheid.

Meer informatie
https://robscholtemuseum.nl/?s=+Henriëtte+Bucciarelli