Henny de Lange – Helemaal opnieuw beginnen

Sinds een paar dagen kan hij de duim van zijn rechterhand een beetje bewegen. Met zijn linkerhand pakt hij de andere hand beet om te laten zien dat er weer wat leven zit in dat dooie ding, dat hem nu al meer dan drie maanden in de steek laat. Op 16 augustus werd schilder Aatje Veldhoen in zijn huis in Amsterdam getroffen door een herseninfarct. Nog een geluk dat zijn werksters er waren.

De werksters hadden de tegenstribbelende kunstenaar zonder pardon naar het ziekenhuis gebracht. Op de eerste hulp had hij nog heel stoer een shaggie gedraaid, in de veronderstelling dat het allemaal wel meeviel, maar korte tijd daarna kon hij niks meer. Niet meer slikken, niet meer praten, niet meer lopen. ,,Aatje heeft het op het nippertje overleefd”, zegt zijn vriendin Hedy d’ Ancona.

Na een wekenlang verblijf in het revalidatiecentrum gaat het nu stukken beter met de kunstenaar. Alleen weigert zijn rechterarm nog dienst. Ook staat zijn mond scheef, waardoor hij soms moeilijk verstaanbaar is. Dat is ook de reden dat Hedy d’Ancona bij het interview aanwezig wil zijn als ‘tolk/vertaalster’, want zij verstaat hem moeiteloos. En soms heeft ze zijn zinnen al afgemaakt als hij nog niet eens halverwege is. Al acht jaar zijn ze heel gelukkig samen en ze hebben inmiddels ook een gezamenlijk kleinkind, vertelt de voormalige minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk trots. Het kind is van haar zoon en een dochter van Aatje. Ze is blij dat het herseninfarct niet geleid heeft tot een gedragsverandering bij haar geliefde, wat ook één van de effecten had kunnen zijn. Met verliefde blik: ,,Hij is nog even brutaal, lief, lastig en gezellig als voor de attaque.”

Deze maand werd Aatje Veldhoen, graficus, schilder, tekenaar en beeldhouwer, 70 jaar. Ter ere daarvan verscheen het boek ‘Aatje Veldhoen – De Muze’. Het sluit aan bij Veldhoens oeuvre-tentoonstelling in Museum Het Rembrandthuis in Amsterdam. Met de voorbereiding van deze expositie was Veldhoen druk bezig, toen hij werd uitgeschakeld. Maar in het revalidatiecentrum heeft hij zich intensief bemoeid met de selectie van de kunstwerken. Dat dertig van zijn doeken nu tijdelijk in het Rembrandthuis hangen is niet te zien in zijn huis, waarvan de vier etages zijn volgestouwd met werk van de kunstenaar.

De rondleiding die D’Ancona geeft door het pand, heeft wel iets weg van bladeren in het familiealbum van Veldhoen. Zijn drie huwelijken, waaruit acht kinderen werden geboren, passeren de revue in de vorm van tientallen tekeningen en schilderijen.

Maar ook de slager in de straat en diens echtgenote en de mensen die dagelijks staan te wachten op de bus in de abri recht tegenover zijn woning, heeft hij geportretteerd. Het liefst beeldt Veldhoen mensen af, al heeft hij ook tal van stadsgezichten gemaakt en landschappen en tekende hij ook in operatiekamers. Bij de buitenwacht staat Aat Veldhoen vooral bekend om zijn schilderijen van erotische voorstellingen en naakte vrouwen. De vrouw is zijn favoriete thema. Hij schilderde niet alleen bloedmooie modellen, maar ook bejaarde vrouwen, zwangere en barende vrouwen, mongoloïde meisjes, vrouwen met baby en vrouwen die de liefde bedrijven. ,,Ik hou van vrouwen, bloemen en taartjes”, zegt de schilder na enig nadenken over de vraag waarom hij zo geobsedeerd is door vrouwen. ,,Ik kan het niet goed uitleggen. Vanwege hun geur, misschien.”

Veldhoen is ook een groot bewonderaar van schilders die mooi vrouwen konden schilderen, zoals Rubens, Renoir en Picasso. Zijn ideaal is om net als deze schilders een eigen type vrouw te scheppen. ,,De Veldhoenvrouw.” Maar of hij daarin is geslaagd en wat haar kenmerken zijn, weet hij niet. ,,Langzamerhand begin ik te denken dat ze nooit af is.” D’Ancona:

,,Wat ik zo leuk vind aan Aatje is dat hij alle types vrouwen schildert, niet alleen mooie jonge meiden, maar ook dikke oude vrouwen met rimpels en krulspelden in het haar.” Zelf heeft ze ook als naaktmodel geposeerd, maar dat was geen succes. ,,Daar ben ik veel te ongeduldig voor.” Maar over het resultaat, dat ook op de tentoonstelling in het Rembrandthuis hangt, is de voormalige politica niet ontevreden. Veldhoen werkt bij voorkeur met levende modellen, omdat er dan ‘niks’ tussen zit. ,,Onze observatie is superieur aan de fotografie.” In het verleden heeft hij wel gebruikt gemaakt van foto’s, maar dat waren meer experimenten. Het voordeel van foto’s is wel dat je ‘s nachts kunt doorwerken, zegt de workaholic Veldhoen, die tot verdriet van zijn vriendin het liefst permanent in zijn atelier verblijft en bij voorkeur niet op vakantie gaat. Vroeger ging hij wel, ‘voor de kinderen’. Dan werd de auto volgeladen met zware lithostenen, want ook in Spanje moest er gewerkt worden.

Aat Veldhoen groeide met zijn tweelingzus Greetje op in de Amsterdamse binnenstad. Zijn moeder was onderwijzeres en werd kostwinner toen zijn vader, die reclameschilder was, zich op 30-jarige leeftijd aanmeldde bij de Rijkskunstacademie. ,,Ik ben, wat niet vaak gebeurt, enorm door mijn vader gestimuleerd om kunstenaar te worden.” In het huis van Veldhoen hangen enkele schilderijen van zijn vader, stadsgezichten en een aandoenlijk portret van Aatje op jonge leeftijd. Na zijn studie aan de Rijksnormaalschool voor tekenleraren ging Veldhoen etsen maken. In de maalstroom van de roerige jaren ’60, de provotijd, vond hij dat er ‘sociale’ kunst moest komen, die betaalbaar was voor iedereen. Voor 3 gulden liet hij zijn prenten (die normaal 100 gulden kosten) per bakfiets uitventen in de stad. Hij hoopte daarmee de kunsthandel een vernietigende slag toe te brengen. D’Ancona valt hem schaterlachend in de rede: ,,Maar je dupeerde er alleen je eigen handel mee.” Door de hoge productie van goedkope prenten werd zijn grafiek, waarmee hij voordien zijn brood kon verdienen, waardeloos. Een illusie armer besloot hij zich voortaan geheel aan de schilderkunst te wijden. Onlangs zag Veldhoen in een antiquariaat dat voor een prent uit die tijd nu pakweg 650 euro moet worden betaald.

In diezelfde tijd verliet Veldhoen zijn echtgenote Lotje en hun vier kinderen voor Kabul, ‘een mooie negeres’ van 23 die op een dag bij hem op de stoep stond omdat ze model wilde worden. Met haar kreeg hij drie dochters maar in artistiek opzicht waren het volgens Veldhoen rotjaren, waarover hij liever niet meer praat. In het boek dat ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag verscheen, staat beschreven hoe Kabul alle aandacht opeiste en zijn schilderijen vernielde als hij contact had met de kinderen uit zijn eerste huwelijk. Ook stond ze niet toe dat hij schilderijen maakte van andere vrouwen. Aanvankelijk dacht Veldhoen nog dat die beperking ook een kracht zou kunnen zijn. In de Playboy (1984): ,,Ik denk dat het een jaar of vijf heeft geduurd en volgens mij heb ik in die tijd toch een zootje kutschilderijen gemaakt.” Veldhoen mag dan liever niet herinnerd worden aan deze negatieve episode, hij heeft toen toch een paar prachtige schilderijen gemaakt, waaronder een van Kabul met baby Kabulaatje op haar buik, dat doet denken aan het werk van de door hem bewonderde Picasso.

Na het vertrek van Kabul stortte Veldhoen zich in een huwelijk met een fotografe. Als reactie op de jaren van isolement in zijn vorige huwelijk, was hij regelmatig middelpunt van relletjes. Hij haalde een paar keer het nieuws door in het gezelschap van naakte vrouwen de opening van een tentoonstelling luister bij te zetten. In de jaren negentig kwam hij weer in rustig vaarwater, wat ook leidde tot meer diepte in zijn werk. En een paar jaar geleden ging hij, voor het eerst sinds dertig jaar, zelfs weer etsen. Op uitnodiging van het Rembrandthuis werkte hij in 2000 een maand in het gereconstrueerde atelier van Rembrandt. In het bijzijn van het publiek maakte hij onder meer etsen naar een naaktmodel.

In het souterrain van zijn huis staat de steendrukpers waarmee hij zijn litho’s afdrukt. Of Veldhoen ooit weer in staat is om de pers te bedienen, is onduidelijk. Datzelfde geldt voor het grote marmeren beeld in de tuin, dat schreeuwt om voltooiing. Tenminste, zo voelt de kunstenaar het zelf, als hij tegen het uitdrukkelijke advies van Hedy in – ,,Het is veel te koud voor je en het regent” – toch het trapje naar de tuin afstrompelt om zijn vingers over het beeld te laten glijden. ,,De hele achterkant moet ik nog doen.” Of het ooit nog weer van beeldhouwen komt, betwijfelt hij. Maar schilderen gaat zeker weer lukken, zegt hij. Tekenen doet hij al wel weer, met zijn linkerhand, ‘terwijl ik zo rechts ben als wat’. In de revalidatiekliniek vroeg hij na een paar dagen om papier en potlood. Zijn eerste tekening was een roos uit het boeket naast zijn bed. Vervolgens tekende hij zijn verlamde hand. Daarna fungeerde Hedy als model, als ze hem zat voor te lezen naast zijn bed. Later ging hij andere patiënten portretteren, in rolstoelen en bedden. Het was een openbaring hoe gemakkelijk hem dat af ging. Zestig tekeningen produceerde hij maar liefst. D’Ancona: ,,Het leek wel of Aatje in een rijkswerkinrichting zat.”

Veldhoen: ,,Ik vind mijn linkshandige prenten zelfs wat frisser dan de rechtshandige van de laatste jaren. Ik ben altijd erg bang geweest om verstrikt te raken in het maniërisme en naturalisme. Als iets je goed afgaat, dreigt het al gauw een maniertje te worden. Daarom heb ik er mijn hele leven naar gestreefd om zoveel mogelijk verschillende dingen te doen. Ook in onderwerpen heb ik altijd gevarieerd.” D’Ancona: ,,Die attaque heeft je misschien wel behoed voor het maniërisme, Aatje.” Veldhoen: ,,Het is wel erg ongemakkelijk, hoor, die hand. En alleen maar tekenen vind ik niet leuk. Toen ik nog helemaal niks kon, dacht ik eraan om te gaan schrijven.” Hedy: ,,Maar Aatje, dan heb je toch ook je rechterhand nodig.” Veldhoen: ,,Ik kan toch ook een band inspreken.” D’Ancona: ,,En ik die dan uittikken…” Veldhoen: ,,Vroeger klaagde ik er altijd over dat ik niet kon kiezen uit de vele mogelijkheden: schilderen, etsen, tekenen, beeldhouwen. De beperkingen die er nu zijn, hebben zo ook hun voordeel.”

Bij het afscheid demonstreert hij nogmaals hoe hij de duim van zijn rechterhand al bijna een centimeter omhoog kan krijgen. ,,Het is fascinerend om te zien. Dit kon ik een week geleden nog niet.” Hedy: ,,We hebben meteen alle kinderen gebeld. Ook de kleinkinderen belden allemaal terug, helemaal opgewonden dat Aatje zijn duim kon bewegen.” Veldhoen: ,,Ik vind het leven er eigenlijk alleen maar spannender op geworden. Helemaal opnieuw beginnen om weer de wereld te veroveren. En dat op mijn zeventigste.”

De Volkskrant, 29/11/04, 00:00

http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1747909/2004/11/29/Helemaal-opnieuw-beginnen.dhtml