Hendrik Jan Korterink – Praktijken van Oscar Hammerstein

In de nacht na Hemelvaartsdag, donderdag 17 mei 2007, ontploft een lawinepijl in de Rolls Royce van vastgoed tycoon Jos van der Meer (57), op de parkeerplaats van het Campanile Hotel in Delft. Dat was al de tweede keer dat er op deze manier een waarschuwingssignaal aan hem werd afgegeven. Van der Meer is eigenaar van circa dertig sekshuizen in Nederland. Nadat zijn huwelijk op de klippen was gelopen, woonde hij al geruime tijd in het hotel. In augustus 2006 werd er een soortgelijke aanslag gepleegd, toen op zijn Bentley. Behalve van zijn onroerend goed gebeuren was Van der Meer bekend geworden als een van de drie hoofdsponsors van wijlen Pim Fortuyn (vastgoed en vleeshandelaar Eddy de Kroes en Ahold aandeelhouder Chris Thunnessen waren de andere twee).

Op de website van Kleintje Muurkrant wordt Van der Meer in verband gebracht met de “door Marokkaanse ondernemers beheerste softdrugs scene, met de opening van achtereenvolgens coffeeshop Het Klavertje en Sky High in Delft. Vervolgens verbond hij zijn naam aan een groot aantal door vrouwenhandel in opspraak geraakte nachtclubs in Rotterdam, waaronder Mayfair, de Ritz, The Office en Je t’aime.”

Het Algemeen Dagblad meldt dat Van der Meer in de lobby van het hotel “zaken doet met Delftenaren die eerder zijn veroordeeld vanwege drugshandel en met wie hij al sinds het einde van de jaren ’80 (destijds als coffeeshop eigenaar) is verbonden. Het gaat om leden van de ‘groep Eijk’, genoemd naar de criminele Delftenaar die de lokale softdrugs handel destijds ontsteeg en in 2004 in Vlaanderen werd geliquideerd.”

Typisch. Ik had het dezer dagen juist over de moord op Marco Eyk, naar aanleiding van het opduiken van twee nieuwe kroongetuigen, de broers Edgar en Pieter van L. Zij zouden betrokken geweest zijn bij Marco Eyk, Edgar woonde in hetzelfde Belgische dorp (Achel). Als mijn bronnen mij niet bedriegen hebben de gebroeders veel te maken (gehad) met gokautomaten in het Belgische, al zijn ze voor drugs veroordeeld in Duitsland.

Begin 2003 heb ik voor Nieuwe Revu een uitvoerige reportage gemaakt over ‘de praktijken van Oscar Hammerstein’, waarin Van der Meer ook figureert. Aanleiding was een conflict met Henk Rommy, alias de Zwarte Cobra. Rommy moest veel belasting betalen en probeerde aan geld te komen door allerlei panden te verkopen. Bij één transactie ging er van alles mis. Ik heb dat toen helemaal uitgezocht en dat bracht mij op het pad van Van der Meer en van Bertus Lüske, de bekende nogal omstreden Amsterdamse vastgoed ondernemer. Met veel moeite heb ik met beide heren, die nogal wars waren van publiciteit, een afspraak kunnen maken. Bertus Lüske werd overigens niet lang daarna geliquideerd. Van der Meer stond destijds bij mij genoteerd als zijnde schoonzoon van Henk Rommy. Zo was hij ook bij die deal betrokken geraakt.

Intro:

In december 2002 vertelde advocaat Oscar Hammerstein dat hij ‘desnoods zelf lijsttrekker’ zou willen worden. Eerder gaf hij aan dat hij wel minister van justitie zou willen zijn. Maar is de gewezen topadvocaat daar geschikt voor? In zijn carrière als advocaat was hij wel erg vaak betrokken bij praktijken die niet erg lijken te passen bij een verantwoordelijke positie in de politiek. Twee keer tikte het Hof van Discipline hem gevoelig op de vingers en ook zijn werkzaamheden voor topcrimineel Henk Orlando Rommy, alias de Zwarte Cobra, verdienen allesbehalve een schoonheidsprijs.

‘…bewust een aantal feiten heeft verdraaid…’

‘…geen blijk van heeft gegeven zijn laakbare handelwijze te betreuren of de verantwoordelijkheid daarvoor te willen nemen…’ Citaten over advocaat Oscar Hammerstein uit de uitspraak van het Hof van Discipline, de ‘interne rechtbank voor advocaten’, van 8 november 2002. Met eenparigheid van stemmen legt het Hof Hammerstein een voorwaardelijke schorsing op van vier weken, met een proeftijd van twee jaar. Het is de op één na zwaarste strafmaatregel die het Hof in huis heeft. Hammerstein was ingehuurd om problemen rond café The Victory op het Rembrandtplein in Amsterdam op te lossen, maar hij maakte er -populair gezegd- een zootje van.

In een procedure die twee voormalige werknemers hadden aangespannen tegen The Victory had Hammerstein in elk geval onmiddellijk beëindiging van het arbeidscontract moeten vorderen. Maar hij deed niets. Aankondigingen van kort-gedingen, beslagleggingen, er werd geen actie ondernomen. Met als gevolg dat er bijvoorbeeld voor één werknemer 18 maanden rond de 4000 gulden bruto werd doorbetaald en dat zijn cliënt enorme schade leed.

Hammerstein was in deze zaak ingeschakeld door de schoonvader van Ajax-voetballer Richard Witschge, horecea ondernemer Rien Huis in ‘t Veld. Samen met een andere Amsterdamse horeca-uitbater, Tjalling de Romph, was hij sportcafé The Victory begonnen, maar het werd geen succes. Bierleverancier Bavaria draaide de kraan dicht en liet beslag leggen op de privé woningen van De Romph, Huis in ‘t Veld en Richard Witschge.

‘Ik heb daar helemaal geen verstand van,’ zegt Witschge, ‘ik heb hun toen geholpen met die zaak, ik was voor 10 procent aandeelhouder, daarom heeft Bavaria mij ook aansprakelijk gesteld, maar ik heb me er verder helemaal niet mee bemoeid, ik zeg: ik blijf lekker voetballen en zoek het maar uit.’

Volgens Noud Swinkels, directeur van Bavaria, ontbrak het vooral aan communicatie. ‘De post die wij stuurden werd gewoon niet beantwoord, er werd helemaal niet gereageerd.’ Met als gevolg de beslagleggingen. Er moest uiteindelijk ruim een miljoen op tafel komen. Volgens een aantal betrokkenen waren de beslagleggingen helemaal niet nodig geweest als er direct een regeling was getroffen. Dat was ook een stuk voordeliger geweest. Swinkels beaamt dat: ‘Dit was de duurste oplossing.’

Het is de rode draad die door meer praktijken van Hammerstein loopt: vergaande slordigheid en niet reageren in procedures. Daarnaast gaat hij als advocaat verder dan de meeste confrères. Zo verloor hij in 1998 ook al een zaak die was aangespannen bij het Hof van Discipline. Het heeft te maken met zijn betrokkenheid bij het faillissement van de beruchte Femis-bank. In die zaak werd hij opgepakt door de politie en zat hij enige tijd vast. In strafrechtelijke zin werd hij vrijgesproken, niettemin eiste zijn toenmalige kantoor Boekel De Nerée dat hij uit de maatschap zou stappen.

In de publiciteit deed Hammerstein voorkomen dat de echte reden van het ontslag was dat hij een hiv-besmetting had opgelopen, bij de maatschap dacht men daar anders over. Het Hof van Discipline oordeelde uiteindelijk dat Hammerstein terecht uit de maatschap was gezet.

De Femisbank werd door justitie beschouwd als de belangrijkste witwasmachine van onder anderen Johan V., alias De Hakkelaar. Justitie had beslag gelegd op een bedrag van 17,5 miljoen gulden, waarvan men dacht dat het drugsgeld was dat toebehoorde aan de zogenaamde rijstbaron Shyam G. en Johan V. Ook de toenmalige advocaat van Shyam G., Bob van der G., werd als verdachte beschouwd en moest de zaak overdragen aan een collega.

De eerste fout was dat Hammerstein verzuimde zijn kantoorgenoten in te lichten over het feit dat hij deze uitermate delicate zaak in behandeling had genomen. Vervolgens schreef hij, zonder dat daarvoor enig bewijs was, in een brief aan het Openbaar Ministerie ‘zonder enig voorbehoud’ dat de 17,5 miljoen gulden aantoonbaar afkomstig was uit de rijst- en houthandel. Het geld stond op de rekening van Espanda Investments Ltd., van Shyam G.. Zonder aantoonbare opdracht oefende Hammerstein de zeggenschap uit over de aandelen in deze Ltd. Bovendien had hij zich ook nog eens, zonder dat hij zijn kantoorgenoten daarover had ingelicht, laten benoemen tot directeur van deze Ltd., om over het geld te kunnen beschikken. Dat is in strijd met de maatschapsregels.

Het Hof constateert verder dat het dossier Shyam G. op essentiële punten ernstige leemten vertoont, dat Hammerstein de naam van het kantoor aan onoverzienbare risico’s heeft blootgesteld en dat hij ‘op zijn minst de schijn tegen zichzelf had gewekt dat hij voor hem belastend materiaal uit het dossier had verwijderd.’

Een opmerkelijke zin: ‘Bij vergelijking met de andere lopende dossiers die klager in behandeling had, viel het verschil op tussen de beperkte inhoud en het geordende karakter van het dossier G. en het daarvan afwijkende beeld van de andere dossiers.’ Conclusie: Hammerstein is terecht uit de maatschap gezet.

Een andere zaak die vaak met de pericelen rond rijstbaron Shyam G. in verband wordt gebracht, is de bomaanslag op kunstenaar Rob Scholte. Op 24 november 1994 verliest hij zijn benen als een bom onder zijn BMW ontploft. Aanvankelijk gaat iedereen ervan uit dat de aanslag bedoeld was voor Hammerstein voor zijn rol in de affaire van de rijstbaron. Later komen er andere opdrachtgevers in beeld, maar wel altijd met Hammerstein als beoogd doel.

De auto’s van Hammerstein en Scholte leken erg op elkaar. De laatste stand van zaken ‘in het milieu’ is dat men denkt dat Hammerstein zelf in elk geval weet uit welke hoek de aanslag afkomstig is geweest en dat het niets te maken had met de rijstbaron. Hammerstein zou dit in een dronken bui hebben verteld.

Op het moment van de aanslag op Scholte was Hammerstein net weer op vrije voeten. Hij had gevangen gezeten in het huis van bewaring in de Havenstraat in Amsterdam. Daar had hij Dave Wolf* ontmoet, gedetineerd voor handel in softdrugs.

Wolf: ‘Ik zorgde wat voor hem, ik vond het zielig dat hij daar zat. Ik zorgde dat hij kranten kreeg, deed brieven voor hem op de bus. Hij zei: “Als ik wat voor je kan doen…” Toen beiden vrij waren, schakelde Wolf Hammerstein inderdaad in. Wolf: ‘Een kleine zaak heeft hij goed gedaan, een grote heeft hij verknald.’ Wolf was met drie andere verdachten aangehouden op verdenking van hasjsmokkel naar Engeland. In afwachting van uitlevering zaten ze alle vier in voorlopige hechtenis, ‘maar die andere drie werden op vrije voeten gesteld, ik moest blijven zitten omdat Hammerstein er geen moer aan gedaan had, hij was gaan skiën. Later, tijdens een zitting, moest de rechter Hammerstein er nog op wijzen dat er in deze uitleveringszaak met cannabis geen ‘conspiracy’ (samenzwering) ten laste gelegd kon worden, dat wist Hammerstein niet eens. Ik heb me zelf moeten verdedigen. Uiteindelijk moest ik toch worden uitgeleverd. Spong zou de cassatieprocedure doen. Ik had 50.000 gulden in depot gegeven bij Hammerstein, daar moest Spong ook van betaald worden. Hammerstein zou dat regelen, maar dat deed hij dus niet. In cassatie verloor ik omdat Spong gewoon helemaal niks gedaan had, omdat hij niet betaald was. Hammerstein zei: “Je had het toch verloren.”

In een opname voor de uitzending van het VARA-programma ‘Het zwarte schaap’ vertelde Wolf dat hij Hammerstein 48.000 gulden zwart had betaald, terwijl hij hem als advocaat pro deo had ingeschakeld. Dat stukje interview werd, na dreiging met een kort geding, niet uitgezonden. Wolf nu: ‘Ik wilde niet bij de rechtbank aankomen met Hammerstein als betaald advocaat, dat maakt een slechte indruk: dan geef je te kennen dat je hem zou kúnnen betalen. Maar ik kon op papier niet aantonen dat ik hem als pro deo had gehad: Hammerstein had de aanvraag niet opgestuurd.’

In 1998, als de relatie van Wolf met Hammerstein nog goed is, brengt Wolf hem in contact met zijn vriend Henk Orlando Rommy, alias ‘De Zwarte Cobra’. Het contact loopt via de vrouw van Rommy, Sylvia. Henk Rommy zelf zit op dat moment in een Spaanse gevangenis te wachten op uitlevering naar Nederland. Justitie verdenkt hem van betrokkenheid bij een mislukt transport van 50 kilo cocaïne naar Engeland.

Er moeten wat financiële zaken geregeld worden en daarvoor wordt Hammerstein ingeschakeld. Rommy had een schikking getroffen met de Nederlandse fiscus, voor 4 miljoen gulden, en zag zich gedwongen veel van zijn onroerend goed in Nederland te verkopen. Het ging in hoofdzaak om een viertal villa’s en woonboerderijen in Loosdrecht en Abcoude.

Met de verkoop van de boerderij aan de Oude Dijk in Abcoude gaat er van alles mis. Henk had het ooit gekocht van het echtpaar Lampie en was meteen daarna een verhouding begonnen met mevrouw Sylvia Lampie. De verkoop loopt via twee kanalen. Officieel staat het pand op naam van Rommy’s Liechtensteinse postbus firma Gemellos. Dankzij tal van ingewikkelde procedures, met geldleningen en volmachten, is uiteindelijk de enige die over de echte volmacht beschikt om het te kunnen verkopen een zekere Tom Bergsma.

In september 1998 heeft hij een koper gevonden, een Hilversumse arts, die de boerderij wil kopen voor 2.250.000 gulden. Henk Rommy was niet blij met het feit dat Bergsma over de officiële volmacht beschikte.

Rommy: ‘Ik had een tussenpersoon ingeschakeld die de zaak met de fiscus moest regelen, maar die man heeft mij belazerd. Omdat ik zelf in Spanje in de gevangenis zat, had ik er helemaal geen zicht op wat er verder gebeurde. Blijkbaar heeft die tussenpersoon de volmacht aan Bergsma gegeven.’

Dus schakelt Rommy advocaat Hammerstein in om de panden te verkopen. Dat wordt een drama, omdat Hammerstein dus niet over de juiste papieren beschikt. Rommy had wel een soort akte getekend, maar dat was geen geldig eigendomsbewijs. Niettemin slaagt Hammerstein er in eerste instantie in de boerderij te verkopen aan de Rotterdamse seksbaron Jos van der Meer, eigenaar van een groot aantal nachtclubs en luxe bordelen, zoals Mayfair, Lido en l’Ambassadeur.

In Barretje Hilton tekent Van der Meer een voorlopig koopcontract voor 1,6 miljoen gulden. Van der Meer: ‘Hammerstein wilde meteen geld, 70.000 gulden. Waar het precies voor was, weet ik niet: salaris, of transactiekosten, maar ik zei: “Ik betaal alleen als de koopovereenkomst klaar is.” Het wachten was op de volmacht van een firma uit Liechtenstein. Hammerstein zei steeds: “Het komt eraan.” Maar het kwam niet. Ik heb nog op het punt gestaan om zelf naar Liechtenstein te gaan. Hammerstein zelf moet toen allang hebben geweten dat het niet klopte. Je moest wel een volslagen idioot zijn om niet te zien dat de papieren die Hammerstein had, niet deugden.’

De meest voor de hand liggende oplossing was dat Hammerstein de opdracht terug had gegeven en tegen Rommy had gezegd: “De papieren kloppen niet, ik kan het niet voor jou verkopen.” Maar Hammerstein had nog een fors bedrag aan salaris tegoed van Rommy en hij had alle reden te denken dat hij daarnaar zou kunnen fluiten als deze transactie afketste. Hammerstein en Van der Meer gaan dan op zoek naar een andere koper.

Via oud-bokser Rudi Koopmans, een kennis van Van der Meer, komen ze terecht bij de Amsterdamse vastgoedmagnaat Bertus Lüske. Die ziet er wel wat in. Hij heeft er een klant voor en koopt het voor 2.250.000 gulden. Dan komen de problemen: er kan niet geleverd worden. Hammerstein heeft dan wel een boerderij verkocht, maar hij beschikt niet over de eigendomsrechten.

In april 1999 worden er op het kantoor van Lüske, aan de Weesperzijde in Amsterdam, harde noten gekraakt. Tom Bergsma, de man met de goede papieren, heeft het pand aan een arts uit Hilversum verkocht, Hammerstein aan Lüske, die het al weer heeft doorverkocht aan een goede relatie. Als die verkoop niet doorgaat, betekent dat voor de Amsterdamse huisjesmelker een enorm gezichtsverlies. Hammerstein moet de zaak zien op te lossen. De enige mogelijkheid is de Hilversumse arts te bewegen af te zien van de koop, maar die man is vastbesloten: hij wil die boerderij en laat zich niet afkopen.

Op 21 april 1999 zit hij bij notaris De Haas in Hilversum om het koopcontract te ondertekenen. Op het laatste moment zwicht hij toch. ‘De dag ervoor en op de dag zelf had hij telefonisch contact gehad met Hammerstein,’ vertelt de makelaar die bij de verkoop betrokken was. ‘Het was onze cliënt duidelijk gemaakt dat hij niet veel woongenot zou beleven van zijn nieuwe aankoop en dat hij letterlijk en figuurlijk geen leven meer zou hebben. Ook de notaris had telefonisch contacten gehad over deze zaak en gaf hem het advies zich terug te trekken.’

Hammerstein had de beoogde koper vanaf september 1998 al brieven geschreven met teksten als: “Het pand behoort toe aan mijn cliënt Henk Rommy, hij is de enige rechthebbende, ik wijs u erop dat u aansprakelijk bent voor alle schade.” Daar had de man zich niet veel van aangetrokken, uiteindelijk ging hij overstag voor teksten als ‘anders kan ik niet voor de gevolgen instaan’ en ‘u weet met wat voor mensen we te maken hebben’.

In juli 1999 wordt de boerderij aan Lüske geleverd. Henk Rommy voelt zich bestolen. ‘Die panden zijn allemaal veel te goedkoop van de hand gedaan. De boerderij in Abcoude is in januari 2000 voor 3,5 miljoen verkocht, in totaal ben ik er voor minstens 3,5 miljoen ingelegd.’ Rommy neemt dat vooral Hammerstein kwalijk, maar dat is maar deels terecht. Weliswaar was de 1,6 miljoen aan Van der Meer érg weinig, maar die verkoop kon niet doorgaan omdat de juiste papieren ontbraken.

Een ander verwijt van Rommy aan Hammerstein lijkt meer hout te snijden. Daar wreekt zich dat Hammerstein van huis uit geen strafzaken deed, maar gespecialiseerd was in civiele zaken. Op 26 maart 1998 is Hammerstein als raadsman aanwezig bij een verhoor van een cliënt in ‘De Koepel’ in Haarlem, door een rechercheur van de belastingdienst. Terwijl ze zitten te wachten tot de verhoorkamer vrij is, raken Hammerstein en de Fiod rechercheur met elkaar in gesprek. Het gaat over het optreden van Hammerstein kort daarvoor in een uitzending van Peter R. de Vries Misdaadverslaggever.

In de uitzending was een bandje te horen geweest waarop Rommy enthousiast vertelde over een drugstransport met het schip ‘Great Alexzandar’. Het was een telefoongesprek met een goede kennis, maar alleen de stem van Rommy was te horen. De Fiod man wilde graag weten met wie Rommy daar in gesprek was. In een proces-verbaal verklaart de Fiod-rechercheur later: ‘Hammerstein antwoordde dat hij dat wel wist, maar dat hij zich de naam van die persoon op dat moment niet kon herinneren. Deze persoon zou op ‘de boot’ hebben gezeten. Welke boot dit was, wist Hammerstein niet.’

Dat laatste wijst erop dat Hammerstein amper wist waar hij het over had. Dat klopt met wat Peter de Vries zich herinnert van dat televisie-interview. ‘Het was een heel vreemd gesprek, Hammerstein kende het dossier slecht. Hij ontkende dingen die Rommy zelf allang had toegegeven. Na de uitzending dreigde hij nog met een kort geding omdat we de achternaam van Rommy voluit hadden genoemd, terwijl hijzelf ook de hele tijd de naam Rommy gebruikte.’

Tegenover de Fiod is Hammerstein erg behulpzaam: hij belt een dag na het gesprek in De Koepel met de betreffende rechercheur, die schrijft: ‘Hij zei tegen mij dat hij zich nu de naam van de gesprekspartner van Rommy tijdens het eerdergenoemd opgenomen gesprek kon herinneren.’ En dan volgt de naam. Rommy: ‘Wat een man! Dat doe je toch niet als advocaat, je eigen cliënt in problemen brengen door informatie aan de Fiod door te geven?’

Op dit moment heeft Rommy, via ex-vrouw Sylvia Lampie, een procedure in voorbereiding tegen Hammerstein om geld terug te krijgen. Omdat ze destijds een aantal nota’s niet direct kon betalen, had ze Hammerstein een bontjas van 10.000 gulden en juwelen in onderpand gegeven. Sylvia: ‘Toen ik die rekeningen betaald had, waren de bontjas en de juwelen weg.’

Zeker zo pikant is een ander onderdeel van de aanklacht. Henk Rommy had een schuld aan Sylvia van 300.000, in verband met de transactie van de boerderij. Het betreffende notariskantoor had dit bedrag op een zogenaamde derden rekening van Hammerstein gestort. Op 4 augustus 1999 stort Hammerstein het geld door naar de privérekening van mevrouw Lampie op Ibiza, onder vermelding van ‘aflossing lening H.O. Rommy’. Alleen het bedrag klopt niet helemaal: het is maar 250.000 gulden. Hammerstein heeft kennelijk het een en ander verrekend. Dat hij nog geld tegoed heeft van het duo Lampie/Rommy is aannemelijk, maar het is in strijd met alle regels om dit van een derden rekening te plukken. Rommy: ‘Dat is hartstikke illegaal!’

Collega-advocaten laten zich niet graag openlijk uit over confrère Hammerstein. ‘Het is een man die op het randje loopt, en er soms overheen gaat,’ is een veelgehoorde kwalificatie. Over het algemeen is er weinig waardering voor de actie van Hammerstein -samen met Spong- in de zaken tégen Nina Brink en World Online en vóór de LPF. Erg veel succes heeft hij er ook niet mee.

In de zaak tegen Nina Brink beticht een confrère hem van het ‘schaamteloos overkalken’ van een vertrouwelijk toegezonden concept dagvaarding en wordt hij ook al door het Hof van Discipline op de vingers getikt. De meest recente zaak, waarin hij minister Hilbrand Nawijn bijstond in een klacht tegen dagblad De Telegraaf, verloor hij en in het rapport van de commissie Van den Haak, over de beveiliging van Pim Fortuyn, krijgt hij ook een veeg uit de pan. Het gaat over het onderzoek naar het zogenaamde taart-incident. ‘Wel vindt de commissie het jammer dat het tempo afgeremd werd doordat beeldmateriaal van LPF lid Hammerstein ‘om een duistere reden’ niet bij de Haagse politie belandde.’

Het roept voor de zoveelste keer een beeld op van slordigheid en nalatigheid. Is er een verklaring voor waarom een gewezen top advocaat zoveel risico’s neemt? Een betrokkene uit een van de vastgoed transacties: ‘Eigenlijk is het zielig. Het is het gedrag dat je ziet bij mensen die niks te verliezen hebben.’

Hammerstein heeft dit artikel vóór publicatie ingezien, hij dreigde met gerechtelijke stappen als het gepubliceerd zou worden, maar Nieuwe Revu heeft nooit meer iets hieromtrent vernomen.

http://www.misdaadjournalist.nl/rapportages/praktijkenvanoscarhammerstein.html

http://www.misdaadjournalist.nl/