Cor Hendriks – Het boek “Q” van Luther Blissett

Q van Luther Blissett (detail (foto Kobo)

Het boek “Q” van Luther Blissett

Al sinds 2008 is het boek “Q” van Luther Blissett in mijn bezit, maar pas deze zomer is het me eindelijk gelukt om het te lezen, een bijzondere ervaring. Het boek is ruim 700 pagina’s dik en niet gemakkelijk te doorgronden. Op de site hebban.nl wordt over het boek gezegd:

De wederdopers kregen in Nederland en vooral in Duitsland veel aanhang onder de boeren en de arme burgerij in de steden. Zij zagen in de beweging een mogelijkheid om af te rekenen met de uitbuiting door edelen, bisschoppen en kloosters. Ze werden te vuur en te zwaard bestreden door katholieken en lutheranen. De roman vertelt het verhaal van een van de wederdopers, die de slachtingen overleeft. Als tegenstrever is daar Qoelet (Q), die als spion van een Romeinse kardinaal de beweging der wederdopers observeert en er binnen intrigeert.

Een zeldzaam intrigerende en meeslepende roman, waarin een kritische kijk wordt gegeven op de verstrengeling van religieuze en financiële belangen, waarbinnen de wederdopers vooral gezien worden als een bedreiging voor wereldlijke en geestelijke machtsposities. De schrijvers geven een rauw realistisch, maar authentiek, beeld van de samenleving. Dit alles plus een voortreffelijke karakterisering maken het tot een juweel van een historische roman. (https://www.hebban.nl/boek/q-luther-blissett)

Vergeten is er bij te zeggen, dat Qoèlet de Italiaanse schrijfwijze is van Kohélet, prediker, zoals een noot van de Nederlandse vertaler aangeeft. Het boek speelt in de eerste helft van de 16e eeuw, in de tijd van Luther, over wie Q bericht aan zijn “baas”, Gianpietro Carafa, lid van de theologische raad van paus Leo X, in 1518.

Op Wikipedia wordt over de roman gezegd, dat deze voor het eerst werd gepubliceerd in het Italiaans in 1999 en dat “Luther Blissett” een “nom de plume” is voor vier Italiaanse schrijvers (Roberto Bui, Giovanni Cattabriga, Federico Guglielmi en Luca Di Meo), die onderdeel waren van het “Luther Blissett Project”, dat eindigde in 1999. Thans schrijven ze onder de naam Wu Ming (Chinees voor “geen naam”).

Het boek volgt de reis van een radicale Anabaptist (Wederdoper) over heel Europa in de eerste helft van de 16eeeuw, terwijl hij zich aansluit bij diverse bewegingen en opstanden, die gebeurden als gevolg van de Protestante Reformatie. Het boek overspant 30 jaar, waarin de hoofdpersoon, die zijn naam vele malen in het verhaal verandert, de geheimzinnige Q, een spion voor kardinaal Carafa, achtervolgt, van wie hij weet door de vondst van enige brieven van Q. Hij vecht eerst in de Duitse Boerenoorlog naast Thomas Müntzer, daarna neemt hij deel aan de rebellie van Münster, om tenslotte in Venetië te belanden.

Wikipedia geeft interpretaties en controverses weer: door heel Europa hebben diverse critici “Q” gelezen vanuit een politiek standpunt en beweren, dat de roman een allegorie is van de Europese samenleving na de neergang van de protestbewegingen van de 1960’er en 70’er jaren. Zoals in de 16e eeuw de Contrareformatie iedere alternatieve theologische stroming  of radicale sociale beweging onderdrukte en de vrede van Augsburg de partitie van het continent tussen Katholieke en Protestantse machten sanctioneerde, zo werden de laatste twintig jaar van de 20eeeuw gekenmerkt door een wraakzuchtige hergeboorte van conservatieve ideologieën en scheen de door het Internationaal Monetair Fonds gedreven zakelijke globalisatie van de economie iedere weerstand te verjagen (https://en.wikipedia.org/wiki/Q_(novel)).

Q van Luther Blissett (Engelse editie – foto goodreads)

Veel besprekingen van het boek zijn te vinden bij Good Reads, waar een korte inleiding wordt gegeven. In 1517 nagelt Maarten Luther zijn 95 stellingen, die hervorming van de Katholieke Kerk eisten aan de deur van de kathedraal van Wittenberg, die een periode inluidde van opstanden, oorlogen, burgeroorlogen en geweld, die we nu kennen als de Reformatie. In deze tijd, verwoest door religieuze oorlogen, adopteert een jonge theologie student de zaak van de ketters en de haveloze. Over heel het schaakbord van Europa, van de Duitse vlaktes naar de bloeiende Hollandse steden, op en neer naar Venetië, de poort naar het Oosten, spelen onze held, een ‘Overlevende’, een radicale Protestante Anabaptist, die onder vele namen gaat, en zijn vijand, een loyale pauselijke spion en ketterjager bekend op mysterieuze wijze als Q, een spel, waarin geen zetten verboden zijn en de ware grootte van de inzetten verborgen blijft tot het einde. Wat begint als een persoonlijke strijd om achter elkaars identiteit te komen, wordt een missie die slechts in dood kan eindigen.

Er zijn veel besprekingen op de site te vinden. Een recente is van Daniela, van 27 juni 2019, die het boek geweldig vond en de volgende beschrijving geeft.

Q” door Luther Blissett is een wonderbaarlijk boek. Gezet in de 16e eeuw tijdens de eerste decaden van de Reformatie, volgt het twee karakters: een Anabaptist, lid van de Radicale Reformatie – een beweging, die pleitte voor grotere spirituele en politieke verandering – en de mysterieuze Q, een spion voor de Kardinaal achter de her ontwaking van de Inquisitie, Giovanni Pietro Carafa – de toekomstige Paulus IV. Het resultaat is een zeer grondig onderzochte romp, gevuld met religieuze beelden en spraak, actie, seks en wel, geen Rock ‘n Roll, maar de 16e eeuwse equivalent, wat dat ook mag zijn.

Maar “Q” is veel meer dan een plezier om te lezen. De parallellen tussen de strijd van de Anabaptisten en de moderne strijd tegen kapitalisme en Staatsmacht zijn duidelijk. Dit is slechts een roman over de 16e eeuw in zoverre hij daarin gezet is. In alle andere aspecten is het een boek over moderniteit, over het getij van historische krachten, die sommige dingen verpletteren en andere toestaan te overleven.

Dit kan verklaard worden door het feit, dat Luther Blissett een pseudoniem is, gecreëerd door een groep van Italiaanse linkse activisten, en dat deze roman in feite een samenwerking tussen diverse van deze mensen is. Vergis je dus niet: “Q” is een politiek werk. Het preekt haat tegen autoriteit, geld, en tegen al degenen, die vrijdenkerij en vrije meningsuiting proberen te controleren. Bovenal leert het Omnia Sunt CommuniaAlles behoort aan iedereen’.

Van 24 april 2013 is de bespreking van Jos, die het boek zag zitten en plaatste onder historische fictie. Het boek vertelt het verhaal van een Forrest Gump uit de tijd van de Reformatie. We komen nooit de echte naam te weten van deze niet bezongen held. Hij is een Anabaptist, wat een van de radicale armen van de Reformatie representeert. Telkens als iets cruciaals gebeurt in het vroege Anabaptisme is hij aanwezig: de boerenopstand van Müntzer, de synode der martelaren in Augsburg, de tragedie van Münster in 1635, Jan van Batenburgs apocalyptische ruiters, Eloi Pruystincks vroege Libertarische commune. Hij verandert van identiteit, maar is altijd in het midden van de actie – gewoonlijk worden alle anderen gedood en is hij de enige overlevende van de wreedheden. Zoals hij langzaamaan ontdekt, is er een geheime tegenstander alleen bekend onder de naam Qohelet (prediker), een pauselijke spion, die er in slaagt alle inspanningen van de Anabaptisten te verijdelen van binnenuit. Hij werkt voor Gianpietro Carafa, het hoofd van de Roomse Inquisitie en latere paus Paulus IV. Via Basel komt onze held in Venetië terecht voor de finale showdown met Q, geholpen door Portugese Sefardi. Daar blijken de dingen anders dan verwacht.
De protagonist wordt gedreven door een lust voor een zelf bepaald leven, niet enig gevoel van een spirituele missie. De pauselijke spion werkt aan de missie van Carafa om het fundament van de Katholieke Kerk gedurende de reformatie te handhaven. Het fundament is vrees voor God wat wordt bedreigd door protestantisme en haar centrale principe “sola fide”, dat is. de rechtvaardiging door geloof alleen.
Het hele boek biedt een irriterend standpunt van iemand, die gewoon is aan Lutheranisme als de drijvende kracht achter de Reformatie in Duitsland. In “Q” is Luther eerder onderdeel van het establishment en het pausdom instrumentaliseert hem, zowel tegen de meer gewelddadige arm van de reformatie, als om de ambities van keizer Karel V te kortwieken. Hier is de Anabaptisten beweging de focus van het verhaal. Zij zijn voor de meerderheid militant en vormen de linkervleugel van de Reformatie. Ze pleiten voor de afschaffing van privaat eigendom, een vrije seksuele moraal en bovenal het accepteren van geen enkele profane regering. De ware kwade kracht in “Q” zijn degenen, die aan de touwtjes trekken achter de schermen. Naast de inquisitie zijn dat vooral de bankiers, gerepresenteerd door de Fuggers.
Dit leidt tot de boodschap van het boek. Het is geschreven door een anoniem Italiaans collectief, genaamd Luther Blissett. Zelfs voor het lezen van het boek was mijn aanname, dat ze wilden overbrengen, dat dingen kunnen veranderen op een breed niveau. De reformatie van de Kerk in de 16e eeuw is een symbool voor een mogelijke verandering van samenleving in de 21e eeuw, die de schrijvers noodzakelijk schijnen te vinden. Wanneer de macht van de Fuggers wordt geïntroduceerd, wordt deze boodschap nog duidelijker. Het is een pleidooi tegen het hedendaagse globalisme. Ik zou aannemen, dat de schrijvers later aan de Occupy beweging meededen. Terwijl de ontwikkeling van Anabaptisme in 16e eeuws een vreemde keuze schijnt voor Italianen om over te schrijven, sloeg het thema een home run voor mij, aangezien de opstand veroorzaakt door Reformatie en culminerend in de Dertigjarige oorlog honderd jaar later mijn favoriete historische periode is. Dit draagt de roman voor mij ondanks de politieke boodschappen, die ik niet deel en het negeren van twee centrale helden, die groter dan het leven zijn en compleet ongeloofwaardig. Ik genoot ervan als een historische thriller, een genre, dat ik normaliter niet meer lees. Dit in overweging nemend is drie sterren een goed cijfer, wat beter had kunnen zijn als de karakters een beetje menselijker en gemiddeld waren geweest.

Q van Luther Blissett (Engelse editie – foto Bol.com)

Van 8 november 2013 is de beoordeling van Mieczyslaw Kasprzyk, die het boek verbazingwekkend vond. Ik zag dit boek negen jaar geleden op een plank in Waterstones. Het riep naar me maar de roep ging ongehoord. Ik weet niet waarom. Onlangs was ik in Blackwells wat tijd aan het verspillen wachtend tot het lunchconcert in de RNCM zou beginnen. Sommige boeken trekken je aan als ze je in de gaten hebben vanaf hun planken. Ze fluisteren in je hoofd: “Ik ben vol wonderlijke zaken… Ik ben vol belofte… je zult me nooit vergeten.” Alle grote boeken, die ik ooit las, deden dit met mij; een eigenzinnige titel (“De Naam van de Roos”; “De opkomst van de mensheid naar beschaving”) of een intrigerende omslag. Zo was het met “Q”. Ik zat, terwijl ik wachtte voor lunch in Brodsky’s en begon te lezen… Ik las het op de trap, terwijl ik wachtte voor de concertzaal om open te gaan… Ik las het in de tram op weg naar huis en ik las en las en las.
Dit is een wonderbaarlijk boek. Het was voor me geschreven. Ik was voor het eerst gefascineerd door de radicale egalitaire bewegingen van de 16e eeuw, toen ik “The Pursuit of the Millennium” van Norman Cohn las – het sprak de brandende anarcho Christelijke socialist, die ik toen was, aan. De Reformatie en de Renaissance gingen hand in hand met het streven naar vrijheid, met zijn wortels lang tevoren in de boerenopstanden in de Middeleeuwen. Die strijd heeft zich voortgezet in de debatten van de Levellers en de Diggers, de confrontaties van de Anarchisten, en het offer van Socialisten door de eeuwen. “Toen Adam dolf en Eva spon, wie was toen de heer?” zijn woorden gekerfd op mijn hart net als “Calais” was gekerfd op dat van Koningin Mary.
Dit is een opwindende boek. In het centrum er van zit een spin, die zijn web uitspreidt met als doel de koers van de geschiedenis te manipuleren, Carafa. Het is de geschiedenis van twee andere mannen: de een, Carafa’s oog, Q, een geheim agent; de ander, onze held, een ongenaamde man met vele namen, een brandende idealist. Het is het verhaal van hun wilstrijd over de jaren. Het is een verhaal van idealisme en extremisme, van vervolging en geloof, van verloren zaken en dromen, van macht en wat mensen willen doen om het te behouden. Over dit toneel schrijden de grote figuren van de eerste helft van de 16e eeuw, terwijl het handelt over gebeurtenissen zo lang geleden resoneert het met een modernere agenda, alsof om te zeggen “dit zijn niet zomaar dingen van het verleden, dit alles is nu nog steeds relevant.”
Dit is een goed geschreven boek met woorden, die stromen en je verbeelding grijpen. Het is als een drug – je kunt het niet neerleggen. De vaart is constant maar er zijn momenten van vrede en kalmte. Er zijn ook momenten van horror en aardse bruutheid. Het begint met actie, mensen op de vlucht voor de bloedige wapens van een veroverend leger. We voelen de adrenaline stromen, de adem pijnlijk in onze borstkas. Paniek en angst. Het eindigt in een kalme, beschaafde kamer, warm en luxueus, over een kopje koffie. Dit is een geweldig boek.

Honoré (15 december 2015) vond het boek geweldig. “Q”, geschreven door het Italiaans schrijverscollectief Luther Blissett, nu veranderd in Wu Ming, vertelt het verhaal van Gert van de Put, een jonge student uit Saksen, in de nasleep van de monnik Maarten Luthers 95 theses, gespijkerd aan de deur van de kathedraal van Wittenberg in 1517. Ik  ben bezig met de tweede lezing van “Q” en heb het ‘vervolg’ (een foutieve benaming) “Altai” door dezelfde Wu Ming. “Q” is deels recht voor zijn raap avontuur in de getroebleerde tijden van de diverse opstanden, die toen tijdelijk de machten van de prinsen uitdaagden, de slachtpartijen van opstandelingen, de ketterij van de Anabaptisten en de horrors van de Contrareformatiem en Inquisitie. Het andere gezicht van de roman is een reflectie op politiek en de betekenis van waarheid, misschien de vragen van de schrijvers zelf over de toestand van naoorlogs Italië.
Het boek begint in Wittenberg, waar Gert zijn mentor ontmoet, Thomas Müntzer, en eindigt in Venetië, met Gert nu een bondgenoot van de rijke en op dat moment machtige Miquez familie, en minnaar van Beatriz de Luna. Op de weg wordt Gert tegengestreefd door iemand, die zijn aartsvijand wordt, de spion Qohelet (Q), die in dienst is van Gianpietro Carafa, de toekomstige paus Paulus IV. Q infiltreert de opstand en speurt Gert na tot Venetië, waar ze tenslotte oog in oog komen. Het narratief is fascinerend en vaak raadselachtig. Wat Europa zou worden was toen te midden van voortdurende vreselijke oorlogen, gevochten door huurlingen en boevenbenden, die de boeren terroriseerden en uitpersten wat ze konden van de steden. In de achtergrond wordt geweld opgestookt door de rivaliteiten tussen de keizer, Karel V, de Duitse prinsen, de paus, Italiaanse prinsdommen, Venetië, de koning van Frankrijk en het Ottomaanse rijk. De Joden waren uit Spanje verbannen en hervestigden zich in Venetië en weldra Constantinopel. Erger moest nog komen, want de Dertigjarige oorlog verwoestte het meest van wat nu Duitsland is en stopte pas in 1648. Een goed boek voor wie geïnteresseerd is in Europese geschiedenis of gewoon een geweldige avonturenroman.

Ook Andrew Hudson (31 oktober 2013) vond het geweldig. “

” begint te midden van een bruut bloedbad en verzinkt de lezer diep in het dodelijke conflict tussen devoot geloof en gepassioneerde rebellie, die Europa overspoelde tijdens de Reformatie van de 16e eeuw. Ontvonkt door de acties van Maarten Luther, een simpele monnik met genoeg durf om sommige van de meest fundamentele voorschriften van Katholicisme aan te vallen, wat volgt zijn achtendertig jaar van bruutheid en lijden, die effectief tot een einde worden gebracht door een enkele dood, zowel betekenisloos als betekenisvol.
Hier is al, wat we tegenkomen, menselijk gebrekkig. De ervaringen van de autoriteiten zijn ver weg en grotendeels onkenbaar, de koningen en prinsen, priesters, kooplieden en burgerlijke waardigheidsbekleders, die onkritische gehoorzaamheid of onkritisch geloof eisen. Hun uitdagers, een paar leraren en studenten, aangestoken met idealisme, zogenaamde kampioenen van het volk blijken minder effectief, dan diegenen, die waarlijk springen van de rangen van de gewone lui: werkmannen, boeren, handwerklieden en hoeren, hevig onderworpen door zowel het dominante geloof en de harde aard van het leven in die tijd in Europa’s geschiedenis. Hun overwinningen, zoals die er zijn, zijn vergelijkbaar aards en vluchtig, maar bevredigend zo lang ze duren.
Geboekt door brieven gezonden door de titulaire pseudoniem van een spion aan zijn meester binnen de hiërarchie van de Katholieke Kerk, vertelt deze waarlijk epische roman het verhaal van een andere man, die een rebellie overleeft, een slachtpartij, de ene wreedheid na de andere, gemaskeerd door een serie van identiteiten, van wie we het origineel nooit te weten komen; die getuige is en kracht, humor en menselijkheid demonstreert in tegenslag. Vriendschappen wint, verliest en bemint, door modder en bloed kruipt in zowat gelijke mate, maar hij trekt zichzelf ook op uit de dood en obscuriteit om een leven van significantie te kerven, waarin hij de vertrouwelijkheden van sommige van de machtigste figuren van de wereld deelt. Hij wordt tenslotte verder gedreven om te onthullen en zich te wreken op de man verantwoordelijk voor een leven van bittere nederlagen door de handen van de Kerk.
Achtervolgend en achtervolgd door Duitsland, Holland en Italië gaat de in het begin ongenaamde protagonist door een treffende conversie. Van een wijd ogende jongeling, verblind door het filosofische woordspel van de religieuze supersterren van zijn tijd, naar een gedesillusioneerde volwassene, die een litteken draagt van iedere verloren strijd, uit eerste hand de horrors ervarend van Middeleeuwse oorlog en de vreugde, die een meer humanistische interpretatie van christendom kan bieden. Hij wordt geplaagd door de herinneringen van hen, die vielen tijdens het najagen ervan, vrienden waarvan hij de namen zelfs bij tijden zelf aanneemt om te overleven als hij groeit van een volger tot een leider.
Vragen over identiteit liggen ten grondslag aan het verhaal en zijn een onderwerp, dat nauw aan het hart ligt van de schrijvers, een kwartet van Italianen, die meededen in het af en toe anonieme, ik denk nu overleden Luther Blissett Project (wel, zo niet echt dood, dan “voortgegaan” om de Wu Ming Foundation te worden). Men zou kunnen vrezen, dat het creëren van een roman om de ideologie van een pseudo politiek, pseudo anarchistisch pseudo collectief te parafraseren een worsteling zou kunnen zijn. Wie weet, misschien was het dat, maar zelfs gezien de lage achtergrond kennis en interesse in religie, die ik naar het feest bracht, leest het met boeiende helderheid. De tekst toont geen tekenen van schizofrenie, ondanks de vele geesten waar hij uit voorkomt – mogelijk omdat het gefilterd is door één vertaler – maar er is een aanwijzing.
De laatste keer, dat ik een boek las met hoofdstukken dit kort, genoot ik er echt niet van (de “Da Vinci Code”). Hier geven de honderd plus hoofdstukken, om niet te spreken van talloze geheime brieven van de ogenschijnlijke schurk van het boek, ieder een clou. Wanneer gedeelten uit het dagboek van de spion begonnen op te duiken, voelde ik een ware sensatie als bij het naderen van een lang gezocht doel. De voornaamste uitzondering op deze schrijfaanpak, de centrale climax van de revolutie te Münster, beslaat een twintig machtige pagina’s. Het is geweldig spul, een hartklopper, die in het midden met Hollywood wedijvert als een ideeën thriller.
Eerlijk gezegd hield ik er van, van begin tot eind. Het eindigt met negen van de wijste woorden in literatuur. Ik zal ze niet bederven voor diegenen, wijs genoeg om het te lezen. Gezien het einde werd “Q” meteen een van mijn favoriete boeken aller tijden.

Luther Blissett (foto Luke)

Luke (3 oktober 2019) zag het echt zitten. (…) Het verhaal wordt gepresenteerd door een collectie van contemporaine narratieven door een vele namen dragende Anabaptische radicaal – het vaakst aan gerefereerd als Gert van de Put – en door de brieven en dagboekaantekeningen van Qohèlet, de titulaire Q, de spion van een Rooms Katholieke kardinaal. De setting is tumultueus en het handelt hoofdzakelijk in waarheid: de Duitse Boerenoorlog en de Münster Rebellie doemen groot op, zowel voor de PTSD veroorzakende horrors als voor het gegraai naar macht, die hen onderbouwden. Luthers theses, handelspartners en Venetiaanse wonderen figureren, evenals een verbazingwekkend intrigerende examinering van het publiceren van verboden teksten en het soort chique argumenten dat men zou kunnen gebruiken om critici te vermijden zoals, inderdaad, de Inquisitie. (…)

Ook Rodney Farrell Sr (18 juni 2013) zag het boek echt zitten. Tegen een achtergrond van religieuze, politieke en sociale oorlog tussen de Roomse Katholieken, Lutheranen, Anabaptisten, Duitse prinsen, de Roomse Keizer, de kooplieden, de handelsman en boeren speelt dit brede canvas van een kat en muis spel rond Q, de zelf genaamde Katholieke monnik en spion, die de Anabaptistische “vrijheidsstrijder,” die vele namen heeft achtervolgt. De strijd voor de Anabaptisten om vrijheid te verwerven om te vereren en hun geloof te bedrijven was een constante voor de vele namen dragende wreker. Hij was een vriend en broeder van talloze Anabaptistische historische figuren, die geen pacifisme bedreven. Sommige van de gebeurtenissen en karakters van dit verhaal zijn opgetekend in kerkgeschiedenis. De Anabaptistische wreker was geen heilige, aangezien hij betrokken was in enige misdadige activiteiten, die niet noodzakelijk de zaak voor de Anabaptisten bevorderden door het in omloop brengen van nagemaakte bankbiljetten en het bezitten van een bordeel. Maar hij was instrumenteel in het drukken en verspreiden van “Het offer van Christus”, een door de Katholieken verboden boek, maar het was over heel Europa gezocht. Hij vergaarde een klein fortuin met deze onderneming hoewel hij actief werd achtervolgd door Q als een vijand van de Kerk. Hij werd uiteindelijk partners met Joden om het drukken en verspreiden van het boek uit te breiden. Hij reisde door Noord Italië als Broeder Titiaan, prekend, profeterend, en zich bekerende ongelovigen en Katholieken herdopend door het boek “Het offer van Christus” te gebruiken als een hulpmiddel hoewel velen niet konden lezen.

Luther Blissett (fotocompositie Vrij Nederland)

De Complete Review’s bespreking

Q” heeft plaats in de 16e eeuw, het plot centrerend op de omwentelingen veroorzaakt door de Reformatie en de respons van de Katholieke Kerk. Het wordt verteld door een volger, niet van Luther, maar van de zelfs meer radicale Thomas Müntzer. Een man met vele pseudoniemen, de verteller boekstaaft zijn pogingen om het (Anabaptistische) woord te verspreiden in diverse delen van Europa (voornamelijk Duitsland, de Nederlanden en dan Italië). Het boek bestrijkt zo’n vier decaden en al die tijd wordt hij (de protagonist) geschaduwd door de titulaire Q, nog iemand, van wie de identiteit verborgen blijft (tot kort voor het einde). Een man, die werkt als ‘Carafa’s oog’, de spion van Kardinaal Carafa, die probeert de Katholieke Kerk te beschermen tegen deze nieuwe bedreigingen. Gestrooid tussen de verslagen van de verteller zijn diverse brieven van Q, evenals enige dagboekaantekeningen.
Het boek is verdeeld in drie delen, ieder gescheiden door meerdere jaren. Het eerste deel focust op wat gebeurde in Duitsland in de 1520’er jaren. Luther blijkt een teleurstelling te zijn, niet op te leven tot vroege idealen, maar Thomas Müntzer is ‘meer als Luther dan Luther zelf’. Een radicale populist Müntzer zocht de boeren macht te geven; zijn ambitie was meer politiek dan religieus. In het Duitsland van die tijd, een land van stadstaten met weinig heersers, die veel macht uitoefenden over grote gebieden, was het mogelijk om kleine stukken van het land te overwinnen. Müntzer proto communistische ideeën werden goed ontvangen onder een rechteloos en ernstig mishandeld boerenvolk. Hij was in staat diverse gemeenschappen te vestigen, die werden gerund langs de egalitaire lijnen, die hij omarmde. De verteller beschrijft deze experimenten – en ook hun uiteindelijke falen tegenover machten, die de verspreiding van deze ideologie niet konden tolereren. Müntzers successen en zijn vreselijke einde worden verteld. De verteller is een van de weinigen, die uit het experiment, dat zo mis ging, ontsnapten.
De tweede sectie brengt de verteller naar Antwerpen, meer dan een decade na zijn ontsnapping. Hier bevindt hij zich weer in sympathiek gezelschap, in een proto Fourierist gemeenschap geregeerd door egalitaire principes, die Müntzer waarschijnlijk had goedgekeurd. Hij vertelt over oude avonturen en raakt verwikkeld in enige nieuwe, waarvan de meest interessante, gevaarlijkste en meest ambitieuze is: een poging om het financiële systeem zelf te ondermijnen (of er tenminste volledig misbruik van te maken) door het vervalsen van de meest vertrouwde wisselbiljetten in het Europa van die tijd, kredietbrieven uitgegeven door de Fuggers. Kapitalisme, zo niet de wortel van alle kwaad, wordt tenminste gezien aan de wortel te zijn van heel veel ervan. Een juiste klap aan het systeem zou het gewoon in elkaar doen storten.
Nogmaals verloopt niet alles op de wijze, die de verteller en zijn vrienden hopen. Het derde deel springt een paar jaar vooruit naar Italië, waar de verteller zich installeert om het Anabaptistische woord te verspreiden en meer onrust veroorzaakt. Het is niet geld, dat nu het hoofdmotief is (hoewel hij daar zat van heeft), maar de macht van het gemakkelijk zich verspreidende woord zelf. “De drukpers is de zaak van het moment. Hij is niet alleen belangrijk vanuit het standpunt van profijt; hij brengt ideeën over, hij bevrucht geesten en, zeer significant, hij versterkt relaties tussen mensen.” Het gekozen volume is iets genaamd “Het Offer van Christus”. “Het is een listig boekje, ontworpen om eindeloze wespennesten op te porren, omdat het tweeslachtig is in zijn inhoud en uitgedrukt in een taal die iedereen kan begrijpen. Een meesterwerk van dissimulatie en het veroorzaakt reeds allerlei soorten van afwijkende meningen.
Met een variëteit aan bondgenoten verspreidt de verteller het boek en de Anabaptistische boodschap. Italië – ook een land, waar macht wordt uitgeoefend, alleen regionaal, met veel stadstaten, die met elkaar rivaliseren – is ideale bodem om zich bezig te houden met dergelijke subversieve activiteit. Zo dicht bij het Vaticaan wordt het ook tot grote zorg voor de Katholieke Kerk. Bedreigd van vele kanten – Luther, Calvijn, Hendrik VIII, die allemaal de Katholieke hegemonie ondermijnen – probeert de Katholieke Kerk (en speciaal Carafa en zijn spion) hard op te treden tegen degenen, die deze onacceptabele ideeën verspreiden.
De roman maakt gebruik van werkelijke historische gebeurtenissen, vaak op indrukwekkende wijze (Müntzers opkomst en val, de verkiezing van paus Julius III) als het fundament voor zijn aangrijpende saga. Het komt allemaal uiteindelijk neer op de verwachte confrontatie van de jager met de opgejaagde, maar dat aspect van de roman – de persoonlijke vijandschap en verraad, kokend (on)gestadig gedurende vier decaden – is niet onder de meest overtuigende, en zorgt voor een decente maar ietwat anti climax achtige finale (hoewel die komt met een paar leuke wendingen).
De roman is een vreemd mengsel van avonturenverhaal en programmatische tekst, terwijl het bewonderenswaardig is in het omhoog houden van idealen van persoonlijke vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid (en het tonen van het gevaar van de kult omtrent welke persoonlijkheid ook) probeert het te veel te doen om echt te overtuigen op elk niveau (ideologisch of literair). Weinig karakters springen eruit en vele zijn niet te onderscheiden. Het grote bereik van de roman betekent, dat het te veel tijd en gebied bestrijkt, dat een enorm aantal karakters grotendeels wordt achtergelaten. De roman schrijdt voort in een goede vaart – zeer korte hoofdstukken, vaak zeer korte paragrafen, veel dialoog – en er zijn goede avonturen en beschrijvingen onderweg. Het voelt verrassend licht voor een boek van dergelijke omvang. Het schrift is onevenwichtig (misschien te verwachten met vier schrijvers aan het werk) en er is weinig, dat echt fijn is en heel wat dat schokkend is. Onderhoudende en interessante brokstukken en een hoop vulsel maakt voor een onevenwichtige en uiteindelijk niet geheel voldoening gevend lezen.

http://www.complete-review.com/reviews/italia/wuming1.htm

Maarten Luther (foto Luke)

No Logo Reformatie

Een andere bespreking verscheen in “The Times Literary Supplement”, 9 mei 2003, van Bharat Tandon (https://www.wumingfoundation.com/italiano/rassegna/times_literary_supplement.html).
Zie je, Karel V en de prinsen zijn een klasse van parasieten, die niets produceren, maar een grote behoefte hebben om geld te verkwisten aan oorlogen, hoven, concubines, kinderen, toernooien, gezantschappen… De enige manier, die ze hebben om hun schulden te betalen, die ze aangaan bij de bankiers, is hen concessies te verlenen, om hen het vruchtgebruik van mijnen, fabrieken, landerijen, hele gebieden te geven. Op deze manier worden de bankiers voortdurend rijker en de machtigen worden meer en meer afhankelijk van hun geld. Het is een vicieuze cirkel.
Aldus mijmert de 16e eeuwse Antwerpse radicaal Eloi, nabij het tekstuele en chronologische hart van “Q”. De dun gesluierde historische parallel typeert veel van wat deze massieve en complexe guerilla roman bezig is te analyseren. Het product van vier leden van het Italiaanse collectief, dat zich de naam toeeigende van de voetballegende Luther Blissett, probeert “Q”, dat voor het eerst werd gepubliceerd in Italië in 1999, een modder bespatte, paranoïde reconstructie van de lange nasleep van Maarten Luthers 95 theses, met kerkspionnen en soldaten, die het opnemen tegen subversieve Anabaptisten in diverse locaties rond het Heilige Roomse Rijk. Tezelfdertijd biedt de roman een lange allegorie over de alternatieve ideologische mogelijkheden van geschiedenis – de Reformatie opnieuw bekeken voor de ‘No Logo’ generatie. De uitgevers hebben “Q” aangekondigd als zowel ‘thriller’ en ‘ideeënroman’. Over de lengte van het boek echter trekken verschillende generische prioriteiten soms te ver in conflicterende richtingen.
Zoals de schrijversaantekeningen van de roman aanduiden heeft de echte Luther Blissett niet van doen met het schrijven van dit boek (hoewel lezers, die per ongeluk “Q” kopen, kunnen nog steeds genieten van wat toevallige voetbal gerelateerde toevalligheden, zoals de Europese ambities van de Fuggers). Het afstand nemen  van de schrijver, samen met de notitie, dat elektronische reproductie van het boek voor niet commerciële doeleinden is toegestaan, verschaft een para tekstueel raamwerk, dat een moderne lezer prepareert voor veel van de 16e eeuwse bedenkingen van de roman. Tenslotte was een van de kenmerken van de Reformatie het gebruik van de druktechnologie, mechanische reproductie, de anonieme vermeerdering en distributie van teksten om ideeën te verspreiden. Een kenmerk, dat voor het Blissett collectief, een moderne analoog vindt in cyberspace. Toepasselijk genoeg daarom draait veel van “Q”’s plot om verboden teksten en de vermijding van verantwoordelijkheid ervoor (strafoplegging). Startend een paar maanden, nadat Luther de theses nagelde aan de deur van Wittenberg Kasteel, ontvouwt het plot zich in een serie van genestelde flashbacks, brieven, dagboeken en orale getuigenissen opgenomen en oscillerend in perspectief tussen twee vertellers van onzekere identiteit: een reizende Anabaptist soms bekend als “Gert van de Put”, en Q, een schimmige pauselijke spion, die de voortgang van ketterij naspeurt.
De getuigenissen van deze naamloze of veel namen dragende figuren bieden de auteurs een uitzicht op de enorme, brute conflicten, dit lange kat en muis spel van bewegingen door de jaren, inclusief het levendig geschilderde conflict te Münster in 1534 (zoals Q het beschrijft “De danse macabre van deze stad vangt ons allen in zijn werveling, als een pestbesmetting, alsof de stank van de lijken zelfs de levenden in lijken veranderden”).
Gerts  vroege bekering tot de Anabaptistische zaak is primair een zaak van theologie, maar wanneer de roman voortschrijdt, wordt het in toenemende mate duidelijk, aan hem en de lezer, dat theologische controverse onlosmakelijk verbonden is met en geconditioneerd wordt door de belangen van handel, met het gekibbel van Kerk en rijksautoriteiten, allebei partijen in de zakken van de banken. Het is hier, dat “Q” naar voren komt als deel van een traditie van moderne historische fictie, die werken insluit als “De Naam van de Roos” (waarmee deze roman is vergeleken door Europese critici), en zelfs meer pertinent, Thomas Pynchons “Vineland” en “Mason and Dixon”, die hun historische perspectieven gebruiken voor verloren of onderdrukte alternatieve ideologieën uit het verleden – zoals bijvoorbeeld de terugkerende herinneringen van georganiseerde arbeiders in Amerika in “Vineland”. “Q” op zijn beurt biedt Gerts avonturen als een vroege vorm van ‘directe actie’, zoals het krediet van de Fugger Bank, dat bijna wordt ondermijnd door vervalsing. Het is actie onderworpen aan gewelddadige institutionele reactie, verteld in een catalogus van bruutheid, wat lijkt op “Foucault’s Pendulum”, her schreven door Michel Foucault. Uiteindelijk hangt de ontknoping van de roman af van een gevaarlijke tekst: “Het offer van Christus”, dat potentieel de greep van de bankiers kan kortsluiten, en wat ook Gert en Q betrekt in een showdown. Een, die hun gemeenschappelijke vijand onthult (“Ik ben de enige, die het hele verhaal kent vanaf het begin: Carafa kan niet riskeren me in circulatie te houden”). Noch heeft Gert veel om naar uit te kijken: hij kan ontsnappen naar Istanboel, maar in een sluwe afscheidsgrap zijn de zaden van globalisatie, die nog moet komen onheilspellend en ironisch aanwezig in ‘een zakje groene bonen’ (“Je roostert ze en maalt ze tot poeder en ze zijn klaar om in kokend water te doen. Ze zullen ervoor uit hun dak gaan in Europa”).
Veel in Europa is gemaakt van de enorme schaal van “Q”’s historische verbeelding. Deze is ongetwijfeld indrukwekkend, maar de roman is ook kwetsbaar voor sommige van de beroepsgevaren, die alle historische ficties omgeeft – niet in het minst de vraag hoe archaïsche informaliteit overtuigend weer te geven. George Eliot moest dit probleem onder ogen zien, niet altijd succesvol, bij het her verbeelden van Savonarola’s Florence in “Romola”; de Engelse vertaling van “Q” streeft er eveneens dapper naar om het merkwaardige mengsel van het heilige en het profane van de roman te vangen. Zonder het te reduceren tot een Anabaptistische bespotting, maar het komt soms nog steeds op met regels van omslachtige expositie (“Je bedoelt, dat Mülhausen, de stad, die een voorbeeld gaf aan al de steden van Thüringen, gaat staan te kijken naar de cruciale strijd voor de bevrijding van de landen van de Beierse Alpen tot Saxen?”). Gerts deel van het verhaal in het bijzonder is ook overgegeven aan gedrongen, zwaar benadrukte, één regel paragrafen (“Gele lichten doordringen de somberheid van de vroege ochtend. Dag van resurrectie”). Bij schrijvers als James Ellroy vormen dergelijke staccato effecten onderdeel van de viscerale textuur. Meer dan 600 pagina’s, “Q”’s ritmische stoten eindigen er al te voorspelbaar in op dezelfde plekken te doelen. De vergelijking met “De naam van de roos” heeft ook zijn beperkingen. Eco’s roman bouwt slim zijn theologische en semiologische onderzoekingen op een oubollig detective plot, een speurtocht, hoe misleidend ook, naar een centrum en een verklaring. Vooral zijn referenties aan “een gevaarlijk boek een imminente raad, een zeer machtige man, de meest geheime dienaar”, is “Q”’s narratieve modus primair een centrifugale (zoals past bij een roman over de distributie van teksten), die de logica van naar buiten sijpelende informatie volgt, zoals het moderne fenomeen van internet berichtketens. Als een resultaat begint het plot van de thriller pas op gang te komen na zo’n 250 pagina’s en is zo uitgesmeerd over de lengte van het boek, dat een lezer kan worden afgeleid van “Q”’s analysen over corruptie door het equivalent van een geluid, dat te langzaam speelt op de achtergrond. “We ploegen onze weg door de draaiingen en wendingen van geschiedenis,” merkt Q op. “Wij zijn schimmen onvermeld in de kronieken. Wij bestaan niet.” “Q”’s kracht is de intensiteit waarmee het zulke ‘schimmen’ kan her verbeelden, eerder dan zijn status als ‘historische thriller’; het kan ook meer gemeen hebben met Watford FC’s Luther Blissett dan in eerste instantie lijkt. Beide zijn het meest effectief in het laatste derde, maar waar “Q” het best is in vaste stukken, wanneer het komt tot momenten van pure inspiratie, heeft de originele Luther Blissett nog steeds de scherpte.

Meer info zie http://www.lutherblissett.net/

Het idee, dat dit boek de bekende Q van QAnon heeft geïnspireerd (zie https://robscholtemuseum.nl/ben-davis-is-the-qanon-conspiracy-the-work-of-artist-activist-pranksters-the-evidence-for-and-against-a-dangerous-hypothesis/) is wat mij betreft ver gezocht. Het wordt niet beter verwoord in de video https://youtu.be/rbNEZuvBKkc (5:54) ‘Q, an Italian Novel from 1999’ van RAP Drugs Pod Clips, 19 aug. 2020. ‘This clip we reflect on Q an Italian Novel from 1999 “It follows the journey of an unnamed Anabaptist religious radical across Europe during the 16th century. He joins various movements that emerge following the Protestant Reformation. The whole time he’s being pursued by a spy for the Roman Catholic Church named Q. The book sparked all kinds of debates about what it’s actually about, but its authors said it was meant to be autobiographical. “We often described it as ‘playbook,’ an ‘operations manual’ for cultural disruption,” they said. Basically, Q is a handbook for activists who want to disrupt society.” Dispatches signed ‘Q‘ allegedly coming from some dark meanders of top state power, exactly like in our book.” They also pointed to the fact that the Q from the QAnon community is described almost exactly like Luther Blissett used to be described, “an entity of about 10 people that have high security clearance.(…) “Luther Blissett was a name regularly adopted in the 90’s by leftists, anarchists, and general troublemakers in Italy. It was used for staging all kinds of pranks. The Luther Blissetts in different cities would occasionally communicate by phone, but for the most part the project just spread organically. Think of it like an analogue Guy Fawkes Anonymous mask. Three of the authors behind Luther Blissett – Bui, Cattabriga, and Guglielmi — told BuzzFeed News that the Blissett project was “a network of activists, artists and cultural agitators who all shared the name ‘Luther Blissett.’” They now operate under the name “Wu Ming” or “No Name.” What are the similarities between an Italian novel from the 90’s and the QAnon conspiracy theory that’s resulting in armed standoffs with police in the US?‘ Zie https://tildes.net/~news/4gv/its_looking_extremely_likely_that_qanon_is_a_leftist_prank_on_trump_supporters?comment_order=posted of https://tranceam.org/its-looking-extremely-likely-that-qanon-is-a-leftist-prank-on-trump-supporters/ of https://twitter.com/byrdinator/status/1026458335351058432.

Anthony James McElwee – Omnia Sunt Communia, 2018 (Trailer)

Published on 30 mrt. 2018

Anthony James McElwee

Concept trailer Q by Luther Blissett.

Reacties
https://youtu.be/m5Bz5lY0IhE

Meer informatie
https://robscholtemuseum.nl/?s=Luther+Blissett
https://robscholtemuseum.nl/?s=Wu+Ming
https://robscholtemuseum.nl/?s=Q
https://robscholtemuseum.nl/?s=Qanon
https://robscholtemuseum.nl/?s=Maarten+Luther
https://robscholtemuseum.nl/?s=Thomas+Müntzer
https://robscholtemuseum.nl/?s=Reformatie
https://robscholtemuseum.nl/?s=Vrede+van+Munster
https://robscholtemuseum.nl/?s=Occupy
https://robscholtemuseum.nl/?s=Umberto+Eco
https://robscholtemuseum.nl/?s=Thomas+Pynchon
https://robscholtemuseum.nl/?s=Michel+Foucault
https://robscholtemuseum.nl/?s=James+Ellroy