Cor Hendriks – De wandelende Jood (uit 1602)

In het door de Leidse Universiteit in 1998 uitgegeven boek over The Wandering Jew / The Wondering Christian (ook in PDF) van Joseph Semah is de tekst opgenomen van de oudste versie van De Wandelende Jood met de naam Ahasverus. Wat me opviel was dat er geen Nederlandse vertaling van de tekst in het boek was opgenomen (terwijl alle andere teksten vanuit het Engels in het Nederlands vertaald achterin het boek zijn opgenomen), een omissie waarin ik wilde voorzien.

Om die vertaling handig te kunnen maken lichtte ik van het Internet de grondtekst (boek p. 17-19), maar toen ik deze vergeleek met het origineel (waarvan fotografische afbeeldingen zijn opgenomen voor in het boek), bleek dat er veel fouten inzaten.[1] Behalve het regelmatig u of ü i.p.v. v lezen of daß i.p.v. das (wat hooguit hinderlijk is), zijn er ook ernstiger fouten, zoals sein i.p.v. kein, muste i.p.v. wuste, waardoor de betekenis geheel verandert. Ik heb dus een nieuwe transcriptie van de Duitse tekst gemaakt. En aangezien de Engelse vertaling (boek p. 21-23) op de corrupte transcriptie is gebaseerd, was ook een nieuwe Engelse vertaling aan de orde. Deze laatste twee zijn – met de foto’s van de originele tekst door mij in de bijgevoegde PDF (De Wandelende Jood) opgenomen (de vertaling is zeer letterlijk).

Zoals gebruikelijk heb ik ook in info-file gemaakt met daarin de volgende artikelen:
1-16 (Engels): het artikel van Wikipedia over The Wandering Jew
17-32 (Engels): het artikel ATU 777: The Wandering Jew, van de uitstekende folklore-site van D.L. Ashliman
33 (Engels): The Legend of the Wandering Jew, door George Anderson uit 1965 (bespreking)
34-38 (Engels): blog van Alberto Manguel (21 febr. 2009)
39-44 (Duits): Ahasver, der ewige Jude. Info-file door Herbert Huber (2014)
45-48 (Duits): Frank Stern, “Der Ewige Jude”-Stereotype auf der europäischen Wanderung
49-55 (Ned.): bespreking van Umberto Eco’s De begraafplaats van Praag, door Lisa Kuitert (jan. 2011)
56-68 (Frans): de pagina’s 27-39 uit Alice Joisten ‘Traditions Orales sur le Juif Errant en Dauphiné et Savoie’ (uit de PDF van Galit Hasan-Rokem)

Als derde heb ik een PDF gemaakt van de Engelse vertaling van Eugène Sue, ‘The Wandering Jew’ (omdat het Frans zo moeizaam lezen is).

Korte Beschrijving en Vertelling

van een Jood met de naam Ahasverus:

Die bij de Kruisiging van Christus zelf

persoonlijk aanwezig was / ook het kruisigt hem over

Christus heeft helpen roepen / en om

Barrabas vragen / heeft ook na de

Kruisiging van Christus nooit naar Jeruzalem

kunnen gaan / ook zijn vrouw en

kinderen nooit gezien / en sindsdien

in leven gebleven / en enige jaren

geleden naar Hamburg gekomen /

ook in het jaar 1599, in december

te Danzig aangekomen.

Ook heeft Paulus von Eitzen / Doctor in de

H. Schrift en Bisschop van Sleeswijk / met de

Rector van de School te Hamburg / met

hem geconfereerd: over de Oosterse

landen / wat zich na de tijd van Christus

afgespeeld heeft / heeft hij zulk goed

bericht daarvan gegeven / dat

ze zich niet genoeg daarover

kunnen verwonderen.

Matteüs 16:28

Waarlijk ik zeg jullie / er staan alhier enigen /

die zullen de dood niet proeven / totdat

zij de mensenzoon zien komen

in zijn rijk.

Gedrukt te Leiden door Christoff Creutzer

Anno 1602.

Omdat tegenwoordig bij ons alhier niets nieuws te schrijven is / wil ik u iets ouds / dat toch door velen met verwondering / voor iets nieuws gehouden wordt, vertellen / dat zich op volgende wijze verhoudt:

Paulus von Eitzen / Doctor in de H. Schrift en Bisschop te Sleeswijk (die door J.F.Gn. Hertog Adolf von Holstein tot bisschop gekozen en bevestigd is /en die niet alleen bij menigeen in aanzien is en geloofwaardig / maar ook door zijn in druk verschenen werken een beroemde man is) heeft mij en andere studenten ettelijke malen verteld, dat hij, toen hij in zijn jeugd te Wittenberg studeerde / en eens in de winter van het jaar 1542 naar zijn ouders te Hamburg was gereisd, de volgende zondag daarna in de kerk tijdens de preek een man, die een zeer lange persoon met een lange over de oksel neerhangende haren was, tegen de kansel op blote stenen blootsvoets heeft zien staan, die met zulk een aandacht de preek aanhoorde, dat men aan hem enige beweging niet kon bespeuren; behalve wanneer de naam Jezus Christus werd genoemd / had hij zich gebukt / op zijn borst geslagen / en zeer diep gezucht; hij had geen andere kleding aan in die harde winter / dan een paar kousen / die aan de voeten waren doorgelopen / een kleed tot op de knie: en daarover een mantel / tot op de voeten / verder zag hij er oud uit / als een man van ongeveer vijftig jaar / toen hij nu zich vanwege zijn grote gestalte / kleding en gedrag over hem verwonderde, vorste hij naar hem / wie hij was / en wat zijn gelegenheid was / toen berichtte men hem / dat deze zich nu tijdens de winter enige weken lang daar ophield / en gaf van zich uit / dat hij een geboren Jood van Jeruzalem / en zijn naam Ahasverus / en zijn handwerk een schoenmaker / ook was hij bij de kruisiging van Christus zelf persoonlijk geweest / en was sindsdien in leven gebleven / en was door vele landen gereisd / zoals hij toen ter bevestiging daarvan veel omstandigheden vertelde / zoals zich met CHRISTO / nadat hij gevangen / en voor Pilatus gevoerd / daarna voor Herodes / ook tot hij tenslotte gekruisigd werd / toegedragen had / waarvan noch de evangelisten noch historieschrijvers melding maken: Eveneens ook van allerhande geschiedenissen en regeringsveranderingen / zoals in de Oosterse landen na Christus’ lijden / in ettelijke honderden jaren daarna zich toegedragen [heeft]: zoals ook van de apostelen / waar ieder geleefd / geleerd / en tenslotte geleden [heeft] / volkomen goed bericht wist te geven. Toen nu Paulus von Eitzen dat hoorde / heeft hij zich nog meer erover verwonderd / en gelegenheid gezocht / zelf met hem te spreken. Toen hij nu dat tenslotte verkreeg / vertelde hem de Jood zulks alles omstandig. Dat hij namelijk ten tijde van Christus te Jeruzalem woonachtig was / ook hem de Heer Christus / die hij voor een ketter en verleider hield / omdat hij anders niet wist / ook door de hogepriesters en schriftgeleerden / die hij toegedaan was / anders niet geleerd had / gram was [= een gruwel was] / en heeft vandaar altijd zijn best gedaan / opdat deze verleider / zoals hij daarvoor gehouden / verdelgd mocht worden: Heeft ook tenslotte hem vangen / voor de hogepriesters en Pilatus voeren / aanklagen / over hem het kruisigt hem roepen / en om Barrabas vragen / ook zo ver helpen brengen tot hij ter dood veroordeeld werd. Aangezien nu de straf was uitgesproken / ijlde hij meteen naar zijn huis toe / aangezien de Heer Christus daar voorbij gevoerd zou worden / en vertelde het zijn huisgenoten / opdat zij hem ook zouden zien / toen nam hij zelf zijn kleine kind op zijn arm en stond met hem voor de deur / om hem de Heer te laten zien. Toen nu de Heer Christus onder zijn kruis nabij gevoerd was / leunde hij wat tegen zijn huis: toen is hij op aanwijzing van meerdere van [zijn buren[2]] toegelopen: en heeft hem met scheldwoorden zich van daar weg te scheren / en naar buiten / waar hij thuishoorde / te vervoegen / weggestuurd. Toen heeft hem Christus sterk aangekeken / en hem [op de mening = naar men meent] ongeveer aangesproken: IK WIL STAAN EN RUSTEN / MAAR JIJ ZULT GAAN. Meteen heeft hij zijn kind neergezet / en kon in huis niet blijven: daarentegen volgde hij hem en zag toe / hoe hij terechtgesteld werd. Nadat zulks allemaal voltooid was / was het voor hem onmogelijk geweest weer de stad Jeruzalem in te gaan / zoals hij ook niet meer daarin kwam: [hij heeft] zijn vrouw / kind en huisgenoten / niet meer gezien daarentegen dus snel weg in de vreemde / en trok dus het ene na het andere [land] tot daarheen door / en hoewel hij wel na enige eeuwen wederom in het land kwam / heeft hij het toch aldus verwoest en Jeruzalem vernietigd gevonden / [zo]dat hij het niet meer herkende. Wat nu God met hem voor heeft / dat hij hem zo lang in dit ellendige leven rond voert / of hij hem misschien tot aan de Jongste dag / als een levende getuige van het lijden van Christus tot meerdere overtuiging van de goddelozen en de ongelovigen aldus wil behouden / weet hij niet / wat hem betreft mocht lijden / dat hem God uit dit jammerdal ter rust afvorderde. Hierop / heeft hij, Paulus von Eitzen / met de Rector van de school te Hamburg / die een geleerde en in geschiedenis ervaren man was / met hem over allerhande geschiedenissen / zoals zich in de Oosterse landen / na Christus’ tijd verlopen zijn / geconfereerd. Toen heeft hij hen allen omstandig en genoegzaam bericht daarover gegeven / dat ze zich daarover niet genoeg konden verwonderen. In zijn leven was hij stil en ingetogen geweest / had niet gesproken / dan wanneer men hem gevraagd had / wanneer men hem te gast uitnodigde was hij verschenen / maar had weinig gegeten en gedronken / waar men hem geld vereerde / heeft hij niet meer dan 2 schelling genomen / maar aldus spoedig weer onder de armen gedeeld / met vermelden / hij behoeft het niet / God zal hem wel verzorgen. Zo heeft men hem in de tijd dat hij te Hamburg was / nooit zien lachen. In welk land hij kwam / de taal ervan heeft hij gesproken / zoals hij dan toenmaals de Saksische taal even goed sprak / alsof hij een geboren Saks was. Er kwamen ook / zoals D. Eitz bericht / toenmaals veel lieden uit vele landen / en ververwijderde plaatsen / om hem te zien en te horen naar Hamburg: ook velerlei Judicia [= oordelen] zijn over hem uitgevaardigd: het merendeel echter heeft ervoor gehouden / dat hij een vliegende geest bij zich heeft / die hem zulke dingen openbaart. Welks echter hij niet daarvoor gehouden / omdat hij niet alleen Gods woord gaarne hoorde en erover sprak / noemde ook altijd met grote aandacht en groot gezucht de naam Gods. Daarentegen ook dat hij geen vloeken kon dulden / want wanneer hij iemand bij Gods lijden en wonden hoorde vloeken / sidderde hij daarover en zei met grimmige ijver: Jij ellendige mens / jij ellendig schepsel / zal je de naam Gods en zijn martelingen aldus misbruiken? / Ja had jij gezien en gehoord / hoe zuur voor de Heer Christus zijn wonden en lijden / vanwege jou en mij waren / zoals ik het zag / je zou je eerder leed laten doen / dan dat je aldus zijn naam noemt.

En dit heeft eerder gemelde heer Paulus von Eitzen mij en anderen mondeling maar met veel meer en verdere details verteld / wat ik ook wel sindsdien door ettelijke oude burgers / alhier te Sleeswijk / die deels ook hem toen gezien hebben / en met hem gesproken / heb horen bevestigen.

Dit verscheen 75 jaar[3] sinds secretaris Christoph Ehringer en M. Jacobus / die onze genadige heer / Hertog Adolff te Holstein ongeveer vijf vierdeel jaren [= 15 maanden] / als legaat aan de koning in Spanje klaargemaakt / vanwege de betaling / door zijn koninklijke W. Uw vorstelijke genade, en aan het krijgsvolk / waarmee gij in het jaar 1572 naar de Hertog van Alva in het Nederland getrokken / nog schuldig gebleven was, om bevorderingen aangehouden. Wederom naar huis gekomen en alhier te Sleeswijk aangekomen / berichten ze[4] dat zij te Malduit de bewuste man in allerlei gedaanten / met kleren / gebaren / en ouderdom nog te zien / aangetroffen / met hem gesproken en zelfs / zoals de genoemde naast andere lieden van hem verstaan hebben / en hij heeft zijn goed Spaans gesproken.

Wat nu van deze manspersoon te houden, daarvan staat ieder zijn Iudicium (= oordeel) vrij. De werken Gods zijn wonderbaarlijk en onnaspeurlijk / en worden hoe langer hoe meer dingen / die tot nu toe verborgen waren / nu meer tegen de naderende Jongste dag en het einde van de wereld geopenbaard / gelukkig degene die het met goed verstand opneemt / en erkende en zich daaraan niet ergert.

Datum Sleeswijk de 9de Juni Anno 1564.

Deze man of Jood / zou zulke dikke voetzolen hebben / dat men ze mat / twee pinkvingers dik waren / net als een hoorn zo hard vanwege zijn lange lopen en reizen / hij zou ook Anno 1599 te Danzig in december gezien zijn.

Einde.

[1] Een betere transcriptie is te vinden in de PDF van Galit Hasan-Rokem (http://www.as.huji.ac.il/sites/default/files/webform/jews_on_the_move/Hasan-rokem.TRANS_.sources.pdf). Maar ook deze bevat afwijkende spelling en hier en daar andere tekstvolgorde.

[2] ‘seines Eyfers’, vertaald als ‘onlookers’, wat duidelijk fout is: van zijn … (buren, lieden? Of toch: ijver).

[3] Het Engels vertaalt met 1575, maar overal worden jaartallen aangeduid met Anno, waarna het volle getal (1572 in de volgende zin). Het is me ook onduidelijk, hoe zich dit verhoudt met de ondertekening uit 1564! Dit deel is dus kennelijk ingevoegd, zoals na 1564 nog een bericht uit 1599 is toegevoegd.

[4] ‘die’ gelezen als ‘sie’, d.w.z. Chr. Ehringer en M. Jacobus.

PDF’s:
De wandelende Jood
De wandelende Jood info
Eugene Sue – The Wandering Jew
Joseph Semah – The Wandering Jew / The Wondering Christian
https://drive.google.com/file/d/0B3jNVV06CaNDbDJDYUpPN0lGTEE/view

1 Comment

  1. Shalom dear Cor, Looking forward to hear from you, Sincerely Joseph Semah

1 Trackback / Pingback

  1. Cor Hendriks – Het boek Esther (1) | Rob Scholte Museum

Comments are closed.