Benno Friedberg – Pleit aantekeningen: Detournement de pouvoir, 7 juli 2017

Gemeente Den Helder
d.d. 7 juli 2017
om 11.00 uur

Rob Scholte Museum
klaagster

Brief d.d. 20 juni 2017

1. Rob Scholte Museum versus Rob Scholte:
De onderhavige gebruikersovereenkomst (volgens mededeling van de gemeente en huurovereenkomst bedrijfsruimte volgens Rob Scholte) dateert reeds van 16 januari 2012 en staat op naam van de heer Rob Scholte.

Ik neem aan dat u met die overeenkomst bekend bent, zo niet dan zal ik u daarvan een afschrift geven.

Uw brief van 20 juni 2017 is echter niet gericht aan de heer Rob Scholte, maar aan het Rob Scholte Museum, dat lijkt mij dan ook niet juist.

Wellicht, dat u mij kunt aangeven op grond van welke overeenkomst u thans meent, dat u het museum kunt aanschrijven en dat het museum jegens de gemeente Den Helder verplichtingen is aangegaan, waarop u haar meent thans te kunnen aanspreken.

Dat klemt temeer nu u in uw brief verwijst naar de voornoemde overeenkomst met Rob Scholte.

2. Pand eigenaar, medeweten:
In uw brief doet u voorkomen dat er onbekendheid jegens de gemeente Den Helder zou zijn over het gebruik van het pand en in het bijzonder over het gebruik van de onderhavige kelder.

Daar is geen sprake van, de gemeente is al vele jaren volledig bekend met de wijze, waarop het pand en dus ook de kelder wordt gebruikt en daarover is onder meer in de gemeente raad herhaalde malen gesproken, hetgeen evenzeer geldt voor het College van B & W.

Van belang is daarbij, dat de gemeente Den Helder ook geheel bekend is met het gebruik van het pand en de strijdigheden daarbij.

Dat neemt niet weg, dat de gemeente het gebruik en zelfs de bewoning van het pand heeft toegestaan.

Daarbij speelt tevens, dat de gemeente zelf eigenaar van het pand is, ik kom hier nog op terug.

Kunt u mij aangeven, waarom u nu plotseling en wel op 20 juni 2017, wetende van de opzegging jegens Rob Scholte (waarbij helder is, dat Rob Scholte deze opzeggingen aanvecht) tegen 1 juli 2017 en van het jarenlange gebruik van de ruimten meent, dat het middel van aanschrijving en het dreigement met handhaving thans nog redelijk en billijk is?

3. Detournement de Pouvoir:
In onze visie maakt de gemeente Den Helder misbruik van haar positie door met deze aanschrijving invloed te willen uitoefenen op de lopende juridische positie.

Immers de u bekende situatie doet zich al jaren voor en dat vormde voor de gemeente nimmer eerder enige aanleiding om tot een stap te komen als thans aan de orde is.

De vraag rijst daarbij dus ook waarom nu, graag verzoek ik u om opheldering.

Voorshands dienen we echter aan te nemen, dat er sprake is van detournement de pouvoir, immers het doel is kennelijk om het de betrokkenen zo moeilijk mogelijk te maken om het gebouw als vanouds te gebruiken en daartoe wordt een drogreden inzake de brandveiligheid nu 10 dagen voor de gewenste ontruiming per 1 juli jl. van stal gehaald.

Deze gang van zaken betekent regelrecht misbruik maken van de machtspositie door de gemeente Den Helder.

4. Pand eigenaar:
Verder bewijs voor deze stelling volgt uit het feit, dat de gemeente Den Helder eigenaar van het pand is en op een eerdere vraag van mij aan u aangaande de stappen, welke u jegens de pand eigenaar in deze zelfde problematiek gezet heeft, u aangegeven heeft niets jegens de pandeigenaar te hebben gedaan en ook niet voornemens te gaan doen.

Die opstelling is bijzonder, tenzij men daarbij in acht neemt, dat enerzijds dem gemeente Den Helder de handhaver is en anderzijds de pand eigenaar.

De belangen lopen geheel door elkaar en dat is onjuist en een gerenommeerde gemeente ook onwaardig.

Dat laatste klemt temeer nu de gemeente Den Helder tevens gebonden is aan artikel la Woningwet.

Dit artikel geeft onverkort aan, dat de eigenaar van een pand de verplichting heeft zorg te dragen voor de veiligheid van haar gebouw.

En dat is ook logisch, immers van een eigenaar van een gebouw mag nu eenmaal verwacht worden, dat zij al die maatregelen treft jegens haar eigen eigendommen ter voorkoming van enig gevaar.

Maar vast staat, dat de gemeente Den Helder dat niet doet en dat u weigert diezelfde gemeente daarop aan te spreken.

Daar meet u dus met 2 maten en maakt u wederom misbruik van uw positie.

5. Legalisatie:
Ook bij de overwegingen om de situatie niet te legaliseren bent u niet te volgen, immers de realisatie van woonruimte (sedert november 2008) en de realisatie van het gebruik van de ruimte tot bedrijfsruimte voldoen van meet af aan niet aan alle onderbouwingen welke u in uw onderhavige brief geeft.

Met andere woorden, sedert 2008, dan wel 2012, is er al sprake van een vorm van legalisatie, sterker nog de gemeente heeft haar uitdrukkelijke instemming gegeven.

Ik verzoek u dan ook om uitleg, zowel op deze punten, als ook op het punt waarom de kelderruimte in deze een andere behandeling verdient ten opzichte van de andere ruimtes, welke eveneens niet voldoen aan de door u thans genoemde onderbouwing.

Voorts verzoek u mij aan te geven, waarom u niet de optie biedt om tijdelijke maatregelen te treffen, zodat de onderhavige ruimte(n) gewoon gebruikt kunnen worden, want ook die mogelijkheid doet zich voor.

Zo kunnen er aanvullende technische maatregelen genomen worden, welke financieel te dragen zijn of bestaat er de mogelijkheid om een brandwacht te regelen gedurende de uren, dat de ruimte in gebruik is.

Dit alles is niet terug te vinden in uw brief en dat ligt wel voor de hand temeer nu de gemeente voornemens is het pand op korte termijn zelf te verkopen.

6. Opleggen verplichtingen:
Bijzonder ook de verplichtingen, welke u verbindt in uw brief, zo geeft u aan, dat “De kelder en andere ruimten anders dan de expositieruimte” in zijn geheel “niet meer te gebruiken” mogen worden.

En dat terwijl er overeenkomsten bestaan, dat dat wel mag, voorts lijkt mij, dat een zaak van de civiele rechter en niet aan de gemeente Den Helder in het kader van deze gewenste beëindiging c.q. handhaving.

Daar gaat u dus ook over de schreef, zeker daar waar u in uw bestuursrechtelijke positie zich een uitstap veroorlooft naar het civiele recht en aangeeft – kennelijk namens de eigenaar van het pand: “Het gebruik als opslagruimte is op grond van het bestuursrecht wel toegestaan, echter privaatrechtelijk heeft u hiervoor wel instemming nodig van de bruikleengever”.

Gezien de brief van 11 mei jl. (en die brief is gericht aan de heer Scholte en niet aan het Museum) is dit naar verwachting geen mogelijkheid. Iets, dat u ook nog eens aangeeft voor de BMI.

U geeft hiermee weer blijk van dubbele petten en meet zich oordelen aan, die niet aan u zijn.
Sterker nog de gemeente Den Helder pleit haarzelf alvast vrij.

Conclusie:
Allereerst heeft u de verkeerde aangeschreven te weten het Rob Scholte Museum.

Het moge ook helder zijn, dat om de reeds genoemde redenen uw onderhavige aanzegging werkelijk kant noch wal raakt en er evident sprake is van detournement de pouvoir, ook laat u het bestuursrecht door het civiele recht heenlopen en meet u zich zaken en oordelen aan, die niet aan u zijn.

Door ook de gebouw eigenaar – wederom de gemeente Den Helder – op geen enkele wijze aan te spreken in de wetenschap, dat zij mede verantwoordelijk is en zelfs haar te bescherming, geeft u geen blijk van een juiste en onafhankelijke uitvoering van uw overheidstaak.

Ik verzoek u uw brief d.d. 20 juni 2017 in te trekken.

Gemachtigde,

Mr. Benno Friedberg
Advocaat

PDF:
Pleitnota Mr. Benno Friedberg, 7 juli 2017

1 Comment

  1. Martin Kuivenhoven 5 september 2017 at 13:07

    Detournement de Pouvoir ten spijt wat is de gemeente Den Helder van plan om Rob Scholte te compenseren voor het (alsdan) ontvallen van zijn eigendom: ” het Rob Scholte Museum “.

    http://inzicht.pelsrijcken.nl/artikel-1-eerste-protocol-bij-het-evrm/

Comments are closed.