Willem Hoogendijk – ’In het oog, in het hart’

Uit de collectie Hoogendijk (schilderijen, tekeningen en grafiek). ‘Van Roelofs tot Van der Zweep.’

Tentoonstelling Centraal Museum, Utrecht, Projectkamer 1, 19 maart t/m 16 mei 2005

De Nerée tot Babberich

De Nerée tot Babberich

Inleiding

Alvorens op het ontstaan van de verzameling in te gaan, wil ik mijn erkentelijkheid betuigen aan het Centraal Museum voor de uitnodiging een aantal objecten uit mijn verzameling beeldende kunst aldaar tentoon te stellen. Erfelijk belast ben ik. Mijn vader was een gerenommeerd handelaar in oude schilderijen aan de Keizersgracht te Amsterdam. Van hem leerde ik kijken naar Van Goyens en Saenredams. Hij maakte zijn kinderen ook enthousiast voor stukken landschap en stad, voor een gebouw en voor mooie luchten en omgeploegde akkers en voor velden met rode kool. “Kijk ’s hoe mooi, als je er oog voor hebt.” Zijn lijfspreuk was “Il n’y a que l’art.” Hij was inderdaad meer kunst dan handelaar, ik bedoel: gepassioneerd voor kunst, en niet erg zakelijk. Hij beschouwde zijn smaak als DE smaak. Ik verdedigde wel eens, dat iemand ook het zigeunermeisje met traan mooi kon vinden, ja, dat net zo waardeerde als mijn vader een Rembrandt, maar dat stond toch ver van hem af.

http://robscholtemuseum.nl/wp-content/uploads/2017/10/Abraham-Bloemaert.png

Bloemaert. Een van de schilderijen die mijn vader had verkocht aan het Centraal Museum.

Ik herinner me een geanimeerd gesprek met de eminente kunsthistoricus Jos de Gruyter, die bij mijn vader op bezoek kwam. We spraken over waar vroeger nieuwigheden zich het eerst manifesteerden, in de beeldende kunst, de literatuur of op straat. Over Malevich, wit kruis op dito fond, dus bijna helemaal weg, vond ik. Of musea niet kerkhoven waren. En over het moderne abstracte geschilder, vaak heel subjectief gedoe, dat weg fietst van communicatie met de medemens en van de maatschappij. Later had De Gruyter tegen mijn vader gezegd, dat het wel leuk spreken was geweest met die kritische student. Misschien wilde hij beleefd zijn. Bij Sandberg, de directeur van het Stedelijk die nogal warm liep voor Cobra, had ik eens gepleit voor de aankoop van een schilderij van Friso ten Holt, dat ik op diens atelier gezien had. “Er zijn, naast uw dionysische schilders, ook nog best goede, meer apollinische.” Ik was enthousiast op dreef. Aan het eind van het gesprek, surprise surprise, vroeg hij mij bij hem te komen werken. Had ik wellicht mede aan de goede naam van mijn vader te danken. Ik hield het af, maar het schilderij kwam wel in het museum.

Even geen kunst

Tussen mijn rechtenstudie en een baan bij de Raad van Europa in Straatsburg heb ik met mijn vader af en toe mee gelopen naar veilingen, handelaren en verzamelaars in Engeland en Frankrijk. Daarna wilde ik een lange tijd niet nauw met kunst te maken hebben. Ik vond: ik maak wel mijn eigen creaties. Dat werden, terug gekeerd in Holland en met lang haar en spijkerpak, enkele kleine, voorop lopende milieuorganisaties (compleet met demonstraties!) en ver gaande analyses en stellingnamen over milieu, economie en maatschappij (zie de vitrine bij de kamer ingang en http://www.aarde.org) De ouders overleden, erfden de kinderen, wat er over was aan schilderijen en tekeningen. Nee, er zaten geen Van Goyens en Saenredammen bij! Wel echter werk van Bendien, Wichman, Frankot en ten Holt en een groot abstract werk van de Venetiaan Emilio Vedova, wat de belangstelling van mijn vader voor moderne kunst aantoont). Opeens had ik een partijtje ongeregeld aan schilderijen en zo in huis. Daaronder dierbare dingen, waar we als kinderen altijd tegen aan hadden gekeken.

Het begin

Hoe ging het verder? Liefdesverdriet deed mij weer eens een kijkdag van een veilinghuis binnen lopen – hoewel ik muziek eigenlijk meer troostend vind; muziek gaat bij mij dieper dan beeldende kunst. Op die kijkdag werd ik getroffen door een mooi schilderij (Nr. 6).

Nr. 6 Onbekend

Nr. 6

Dit was het dat mij aan de haak sloeg en zo werd ik een naarstig veilingbezoeker. En koper. Ik heb dus van huis uit goed leren kijken. De expertise van een handelaar denk ik niet zo gauw nodig te hebben. Je biedt tegen andere particulieren of tegen de handel. Soms vindt een kleinere handelaar, die in dezelfde soort dingen geïnteresseerd is als ik, het niet leuk als hij mij in de veilingzaal ziet zitten. En omgekeerd. Dat kopen moest met bescheiden middelen, want idealistische milieumensen werken ook wel tegen een laag salaris. Soms kon ik iets verkopen van mijn vader en wat verder gaan met bieden, dan gewoonlijk. Als ik in de advocatuur was gegaan, met succes, ach, wat had ik dan niet een mooie collectie opgebouwd! Geregeld immers zag ik spannende dingen, die mijn budget te boven gingen. In mijn verzameling dus geen Mallorca van Gestel, een Fauve Sluijters of een boom van Saverijs. Inderdaad ging en gaat mijn belangstelling vooral uit naar de modernisten. (Zie de achterwand hier, en dan nog een stukje met de klok mee.) Dat zijn zij die, in navolging van Van Gogh, Cézanne, Munch en andere post impressionisten, gaan experimenteren met, of zich gaan toeleggen op, het kubisme, expressionisme, Luminisme of constructivisme. De Hollanders zijn daar, afgezien van Mondriaan en de vroege Sluijters, meestal wat voorzichtiger in (gereformeerd? Doe maar gewoon?) dan buitenlandse modernisten. Daarbij heb ik – zoals mijn vader – een voorkeur voor een, hoe moet ik het zeggen, romantische schilderwijze. Een losse, spannende schilder toets, een gedurfde penseel- of mes voering, een snelle opzet. Dat ligt me wel. Daarom ook dat schetsen vaak boeiender zijn dan het uiteindelijke werk. Vaak vind je het in werken, die een schilder voor studie of voor zijn eigen lol, voor ‘eigen gebruik’ maakt. Ze durven dan meer (zie bijv. Nrs. 3, 17, 18 en 43).

Nr. 3 Bauer

Bauer

Nr. 17 Ansingh

Ansingh

Nr. 18 Schwartze

Schwartze

Nr. 43 Schelfhout

Schelfhout

Bescheiden middelen

Het bescheiden budget maakt, dat ik nog weleens een anoniem werk heb gekocht (bijv. Nr. 53). Goed, maar zonder naam – dat drukt de prijs.

Nr. 41 Dorp aan de rivier

Nr. 53

Vooral prettig als je later de maker vindt (bijv. bij Nrs. 52 en 55, en zojuist bij Nr. 6). Maar dat komt niet vaak voor, bij mij althans.

Nr. 42 Klok

Klok

Nr. 9 Degouve

Degouve de Nunques

Mijn hernieuwd bezig zijn met schilderkunst, moet ik nog vermelden, kwam ook door mijn vriendschap met genoemde Friso ten Holt, die toen een tiental huizen verder op aan de Keizersgracht woonde. Een soort vaderfiguur, later een oudere broer voor mij. Toen hij een tentoonstelling had in Warmenhuizen, mocht ik deze openen (tekst op aanvraag). U treft hier enkele werken van hem aan, evenals trouwens van zijn vader Henri. Henri (uit een Utrechtse familie afkomstig) was een interessante, experimenterende schilder, tot op het laatst van zijn leven. Friso beperkte en verdiepte zich en werd een groot schilder. Hij heeft nog niet de erkenning, die hij volgens mij verdient. Otto de Kat, die een vriend en collega van hem was, geniet al meer bekendheid, hoewel in mijn ogen niet van dezelfde hoogte.

Engagement

Nr. 5 Roland Holst

Roland Holst

Mijn politieke gevoel, met de nodige nuances zeer links van het centrum, vindt men niet terug in mijn verzameling. Hoewel ik wel blij was met de recente verwerving van het portret van Henriette Roland Holst door haar man (Nr. 24): zowel een vrouw (ik heb namelijk een vrouwencollectie) als een socialiste!

Nr. 29 Alma

Alma

In de jaren ’30 waren vele kunstenaars, vooral in Amsterdam, links georiënteerd tot ronduit lid van de communistische partij, maar zij maakten lustig babytjes, stillevens en landschappen. Alma’s Sociale Portretten (Nr. 57) is duidelijk een politiek statement (de rentenier daaruit kon ik mooi als illustratie gebruiken in mijn boek over economie).

Nr. 59 Beekman

Beekman

Beekman’s wat onbeholpen mijnwerker in De Stijl trant (Nr. 59) komt ook direct voort uit zijn sociale gevoel.

Nr. 39 Wichman

Wichman

Aan de politiek rechtse kant vindt men de ‘branie’ Wichman (bijv. Nr. 83), want evenwicht moet er zijn!

Heb ik een wat ouderwetse smaak? Sommige werken van Cobra kan ik wel waarderen, zoals een vroege Appel of een Lucebert, maar dan zijn ze boven mijn budget. Ik heb me nooit in de eigentijdse kunst ingewerkt. Er is veel, waarvan ik maar vluchtig kennis neem. Een emmer roestige spijkers over de museumvloer uitgestort – ik heb het wel gezien. Onder het moderne schilderwerk vind ik veel klieder werk, neem me niet kwalijk. Maar soms word ik echt heus wèl gepakt door een modern werk of een nog levende kunstenaar.

Mania for having things

Bij het zoeken naar een titel voor deze tentoonstelling had ik voorgesteld: ‘Een partijtje ongeregeld.’ Maar dat werd toch wat ondermaats gevonden. Mijn huis is overvol geraakt met het ‘platte goed’, dicht geslibd. Je koopt wel eens een hele map voor één ding, en dan houd je de rest – overigens vaak ook goed. Mijn vader had het al over de mania for having things. In mijn verzameling heb ik nogal wat buitenlandse dingen, hetgeen mijn blikveld verruimt. En er is ook een vrouwencollectie binnen mijn verzameling, d.w.z. afbeeldingen van vrouwen. Een aantal van hen zijn ook hier te zien, variërend van Nr. 31 tot Nr. 96. Ik zou graag eens een aparte tentoonstelling van ‘mijn dames’ willen maken!

Nr. 24 Carniel

Carniel

Nr. 7 Van Luyn

Van Luyn

Nr. 2 Laurencin

Laurencin

De afmetingen van de vitrines beperkten de keus; vaak zit grafiek bijvoorbeeld in grote passe-partouts en had ik geen zin om ze ‘om te katten’. Over passe-partouts gesproken, zo’n verzameling kost best wel tijd en geld voor onderzoek en conservering. Vele werken op papier moesten van een oud, zuurhoudend milieu in een ‘zuurvrij milieu’ overgezet worden. (1) U begrijpt, gezien de herkomst van de meeste van de dingen is mijn verzameling enigszins een hommage aan het veilingwezen. Goed, ik heb wat voorsprong in kijken meegekregen. Maar gerenommeerde veilinghouders willen u graag goed voorlichten. En u kunt ook heel goed terecht bij de kunsthandel. De marges zijn vaak bescheiden, en ik weet zelf uiteraard goed, wat er nog allemaal bij komt kijken (= kosten) na een aankoop op een veiling of uit een verwaarloosde boedel.

Dank

Allereerst ben ik oud directeur Sjarel Ex erkentelijk, die mij destijds uitnodigde hier te exposeren. De uitwerking kwam op het kundige en voortvarende bord van conservator Meta Knol, evenals meer praktisch bij Erica van Buchem en haar technische collega’s. Hen ben ik veel dank verschuldigd. Feroza Verberne, restaurateur van schilderijen, was zo vriendelijk om alle olieverven voor de tentoonstelling na te lopen op conditie en waar nog nodig schoon te maken. De papier restaurateur Peter Kipp heeft altijd mijn tekeningen en grafiek kundig verzorgd. In mijn directe omgeving dank ik voor de hulp van Geertje Jacobs (zij zorgde ervoor, dat mijn vaders archief naar het RKD ging) en van Jeanette van den Bos, die mij speciaal met deze tentoonstelling geholpen heeft. Zij keken en kijken ook altijd kritisch mee bij aankopen, evenals Birgit Snellens, die met dochter Daan ook nog eens vaak hielp het dicht slibben van mijn huis dragelijk te houden. En, niet te vergeten, dank ik mijn jongste zuster, die ook het vaderlijke oog erfde en die ik na een aankoop vaak al gauw belde om te vragen te komen kijken en haar oordeel te geven. Mijn vader zei altijd, dat hij liever een schilderij kocht, dan er een lijst bij te moeten zoeken, of de kleur van een passe-partout bepalen. Wel nu, ik heb ook dat gebrek van hem geërfd, en ben blij als de mensen in mijn omgeving op dat gebied voor mij de knopen doorhakken. A propos, als u hier mooie lijsten aantreft: Len en Frans de Roo en Guy Saint Hill te Haarlem: bedankt! Dank ook aan Jacqueline de Raad en haar collega’s van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, die mij af en toe met onderzoek hebben geholpen. Tenslotte ben ik ook mijn kinderen erkentelijk, die mij in vertrouwen maar lieten aanrommelen.

(1) Haal dat oude karton en die verkeerde passe-partouts toch vooral weg bij de werken, die u thuis heeft! En ga niet zelf uw schilderijen proberen schoon te maken! Het is echt vakwerk. Ik hoop, dat Kunst & Kitsch eens goed aandacht aan deze problematiek zal geven. En dan meteen ook dat mensen achter op portretten, foto’s e.d. zetten, wie het voorstelt. En ook de maker in geval een schilderij of tekening niet gesigneerd is. Twee generaties later, en niemand weet het meer. Op de omslag prijkt nr. 28.

Willem Hoogendijk, vrijdag 28 maart 2014, 12:48

http://willem-hoogendijk.blogspot.nl/search/label/kunst

Meer informatie:
http://robscholtemuseum.nl/willem-hoogendijk-ik-en-van-gogh-wat-ik-met-vincent-van-gogh-heb/

Leave a comment

Your email address will not be published.

*