Sylvain Ephimenco – Fantoompijn

Het is als de ‘fantoompijn’ van kunstenaar Rob Scholte, die zijn geamputeerde benen nog steeds meent te voelen, alsof ze aan zijn beide stompjes zijn geschroefd. Ischa is dood, maar toch niet helemaal weg. Zo’n markante persoonlijkheid, zo’n overvol reservoir van leven, energie, geestigheid en spot laat zich niet zo maar uit onze verbeelding weg jagen. De meesten van ons kenden hem – alom tegenwoordig, overweldigend en onverslaanbaar – alleen van de televisie. En dat toestel staat, net als de vaste stoel van een pas overleden familielid, nog in dezelfde hoek van de kamer.

Uit de krantenstukjes van de afgelopen dagen valt duidelijk op te maken, dat de necrologen van Ischa Meijer worden geplaagd door een soortgelijke ‘fantoompijn’ als die van Rob Scholte. Hun beschouwingen over de Dikke Man lijken geschreven in de veronderstelling, dat die onmogelijke Ischa ze de volgende dag grijnzend of honend door zal nemen. Daarom is er nog geen sprake van distantie of van het besef, dat men misschien aan mythevorming werkt.

Nu hij ons verbijsterd en verdrietig heeft achter gelaten wordt de getalenteerde entertainer des te krachtiger neergezet als ‘de beste interviewer van de afgelopen kwart eeuw’ (Trouw), ‘het grootste natuurtalent onder de interviewers’ (NRC) en ‘de vakman, die de Ursul’s, de Karels, de Violets en de Sonja’s deed ineen schrompelen tot machteloze dwergen’ (de Volkskrant).

Hoe kan dat? Twijfel ik aan mijn eigen waarneming? Ik meen juist nog nooit zo veel interviews te hebben zien mislukken als wanneer ze door Ischa werden gehouden. Begrijp me goed, over de doden enz. enz. Ischa was ongetwijfeld een van de grootste talenten, die de televisie ooit heeft voort gebracht. Zijn verschijning stond garant voor spetters en vonken, voor humor en irritatie, voor informatieve gesprekken en aangenaam geouwehoer. Hij was een gecultiveerde showman van de bovenste plank. Maar de consciëntieuze top ondervrager voor wie men nu een standbeeld opricht was hij zeker niet.

Gek eigenlijk, ik heb altijd gedacht, dat een goed interviewer zich als de schaduw van zijn onderwerp moest gedragen. Zichtbaar, maar niet verblindend. Prikkelend, maar niet onbeschoft. Hardnekkig, maar niet doordrammerig. Zeg maar het type Adriaan van Dis, op enkele misstappen (Adriaan Venema) na. Ischa gebruikte maar al te vaak zijn gast als een spiegel, die zijn eigen reflectie moest terug kaatsen. Dominant, verstikkend en onverdraagzaam manipuleerde hij vaak zijn bezoekers om vooral in zijn eigen bestaan te worden bevestigd. Hij ontpopte zich als een therapeut, die een psycho analyse door de strot van zijn patiënt wilde duwen. Hij perste, propte, vouwde zijn gasten dubbel of maakte ze een kopje kleiner, totdat ze in de doos pasten, die hij voor hen in elkaar had geflanst.

Vaak zag je zo’n geterroriseerde gast ineen krimpen en met ja en amen alle mogelijke ziektebeelden, syndromen of erfelijke obsessies bevestigen, die Ischa in nog geen tien minuten consult voor hem of haar uit zijn mouw had geschud. Dat was zijn kracht, maar tegelijk zijn zwakte. Maar fascinerend bleef het bijna altijd. Ischa stak met kop en schouders boven NAP uit, omdat hij een toonbeeld van onverzoenlijkheid was in een voorbeeldige consensus maatschappij.

Misschien had ik een stukje als dit nooit kunnen schrijven als Ischa niet deze week, maar een jaar later, heen was gegaan. Want de man leek de laatste maanden aan een gedaantewisseling te werken. Zijn laatste interviews op RTL 5 werden steeds dieper en rustiger. Hij deed nu en dan een paar pasjes naar achteren om meer ruimte voor zijn gasten te scheppen en gaf ons daarmee het uurtje zuurstof, dat ons zap leven zo hard nodig heeft. Maar op een februarimiddag van het jaar 1995 heeft de dood ons egoïstische kijkplezier voorgoed bedorven.

Trouw, 18 februari 1995

https://www.trouw.nl/home/fantoompijn~a997c5be/

Meer informatie:
http://robscholtemuseum.nl/sylvain-ephimenco-bonjour-tristesse/

1 Comments

  1. Ik was een van de laatste mensen die Ischa interviewde op RTL5!

Leave a comment

Your email address will not be published.

*