No Cancer Foundation – Research Archive Nr. 9: Hitlers Derde Rijk alsnog geruisloos voltooid via Nederland, Benelux en vervolgens geheel Europa?

Koning Albert I kreeg van zijn soldaten al vlug de bijnamen koning-ridder en koning-soldaat.

Koning Albert I was ook de koning die tijdens de Eerste Wereldoorlog (https://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_Wereldoorlog) bij zijn soldaten bleef in de loopgraven aan de IJzer (https://nl.wikipedia.org/wiki/IJzer_(rivier)) in West-Vlaanderen, terwijl de regering in ballingschap was in Le Havre. Albert I stierf na een val van de rotsen in Marche-les-Dames (Namen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Marche-les-Dames) op 17 februari 1934 (https://nl.wikipedia.org/wiki/17_februari). Omdat van deze val geen getuigen zijn, wordt druk gespeculeerd over de ware doodsoorzaak. Albert was een bekwame klimmer (https://nl.wikipedia.org/wiki/Klimsport) en daarom menen sommigen dat het moeilijk aan te nemen is dat het om een ongeval zou gaan. Theorieën gaan van jaloerse echtgenoten, zelfmoord tot moord door de Franse geheime dienst omdat Albert I het militaire akkoord met Frankrijk zou willen opzeggen en terugkeren naar de Belgische neutraliteit. Geen van deze stellingen heeft men kunnen bewijzen.

Video 1:
An alternate look at WW1 & WW2 (Part 1 of 4)

Video 2:
An alternate look at WW1 & WW2 (Part 2 of 4)

Video 3:
An alternate look at WW1 & WW2 (Part 3 of 4)

Video 4:
An alternate look at WW1 & WW2 (Part 4 of 4)

Koning Albert I en zijn zoon Leopold III wisten wat er daadwerkelijk speelde, zij kozen voor het Belgische volk te verdedigen welke consequenties daar ook mee verbonden waren.

Op 10 mei 1940, bij de inval van België door nazi-Duitsland (https://nl.wikipedia.org/wiki/Nazi-Duitsland), stond koning Leopold III erop om persoonlijk het opperbevel over het Belgische leger te voeren. Zijn functie als staatshoofd vond hij hieraan ondergeschikt. Omdat hij weigerde naar het buitenland te vluchten, kwam het tot een breuk met de regering van Hubert Pierlot (https://nl.wikipedia.org/wiki/Hubert_Pierlot). Koning Leopold III bleef gedurende de Tweede Wereldoorlog (https://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_Wereldoorlog) in België. Dit heeft er voor gezorgd dat België tijdens de tweede wereldoorlog niet onder het bestuur van het Hitler kabinet is komen te vallen en na de tweede wereldoorlog haar neutraliteit heeft behouden tot 1958. Daarvoor mag België de vader van de zittende koning Albert II zeer dankbaar voor zijn. Voor Nederland is dit niet het geval, het Hitler kabinet is tot op heden voortgezet vanuit Nazi Nederland wat duidelijk zal worden gedurende het lezen van dit artikel. als ook de rede waarom Koning Leopold liever krijgsgevangene werd dan met zijn kabinet naar Engeland te vluchten om België te redden.

Na het slagen van zijn examen is Robert Rothschild in april 1937 toegetreden tot het kabinet van de socialist Henri Spaak (https://en.wikipedia.org/wiki/Robert_Rothschild), in 1954 werd hij benoemd tot kabinetschef van Socialist Paul-Henri Spaak op het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken. De komende twee jaar werkte hij samen met Spaak en Jean Charles Snoy aan het Verdrag van Rome voor de definitieve ondertekening van het verdrag in 1957.

Op 25 maart 1957 werd het “Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap” gesloten en ondertekend door:

Spaak zei, ik denk dat we het Romeinse Rijk hersteld hebben zonder dat er ook maar een schot werd gelost. Zij zijn ook verantwoordelijk voor de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG, https://nl.wikipedia.org/wiki/Europese_Economische_Gemeenschap) in 1958 het zelfde jaar dat het “Benelux-verdrag van kracht werd, ondertekend door:

– Paul-Henri Spaak (https://nl.wikipedia.org/wiki/Paul-Henri_Spaak), minister van Buitenlandse Zaken namens België.
– Eelco Nicolaas van Kleffens (https://nl.wikipedia.org/wiki/Eelco_van_Kleffens), minister van Buitenlandse Zaken namens Nederland.
– Joseph Bech (https://nl.wikipedia.org/wiki/Joseph_Bech), minister van Buitenlandse Zaken en wijnbouw namens Luxemburg.

Bilderbergvoorzitter Etienne Davignon was kabinetchef van Paul-Henri Spaak, als minister van buitenlandse zaken.

Met het tekenen van dit verdrag door Paul-Henri Spaak (Belgisch Socialistische Partij) namens de regering Van Acker IV (BSP/PSB, Liberalen) hebben België, Luxemburg, Frankrijk, Italië en West-Duitsland zich gebonden aan Nederland en daarmee aan het vanuit voormalig Nederlands grondgebied voortgezette Hitler-Kabinet onder leiding van Beatrix, Juliana en Beatrix (die geen staatshoofd meer zijn) bestuurd vanuit de geheime Bilderberg-conferenties zonder het te hebben laten toetsen aan het Belgisch Grondwettelijk Hof. Daarmee is ook België zijn onafhankelijkheid kwijt geraakt en slaaf geworden van Nederland. Met het ondertekenen van dit verdrag zit België gebonden aan een samenwerkingsverband tussen Nederland en België om onderling vrij goederen te kunnen transporteren en een uniform tarief te hanteren voor goederen van buiten de Benelux. Sinds het verdrag van 1958 is de Benelux een economische unie. Dit betekent dat vanaf dat moment vanuit Nederland elk soort gevaarlijk afval kan dumpen in België. Nederland vergiftigd buurland België en gebruikt met name Limburg als “dekmantel” voor het vergiftigen van de wereld met hoge winsten voor enkelen en overtreed hierbij de Belgische grondwet en het Europese verdrag van Lissabon.

Op 4 december 1959 is In de vrijmetselarij zélf begon er ook beweging te ontstaan. Het Groot Oosten bleef sterk antiklerikaal en als “irreguliere loge” afgesneden van de wereld met door Londen erkende reguliere loges. Vooral contacten met de Verenigde Staten, waar de reguliere loge miljoenen leden heeft, moesten eronder lijden. De Amerikaanse loge is bijzonder open, bijna een serviceclub. Presidenten als Franklin D. Roosevelt (1933-45), Harry Truman (1945-53), Lyndon B. Johnson (1963-69), Gerald Ford (1974-77) en George Bush (1989-1993) waren ,,broeders”. Voor de Antwerpse diamanthandel was de brug naar de VS, via de loge, nuttig. Maar dan moest ze zijn erkend. Hitler werd dan ook via de het zionisme vanuit Amerika via Nederland gefinanciert. voor een fascistisch Europa te stichten wat uitendelijk mislukte, maar heden wederom via Nederland en de Bilderbergconferenties geruisloos gebeurd. Daarom trad een deel van de vrijmetselaars uit het Groot Oosten en zij richtte op 4 december 1959 de Grootloge van België op, het einde van een onafhankelijk België gekaapt door de Zionisten ,Ashke-NAZI bloedlijnen (https://sites.google.com/site/alarmuwordtvergiftigduf/ashkenazi-en-royal-bloedlijnen).

Ook J.F. Kennedy probeerde ons te waarschuwen!!!

1
Nederland (lidstaat Nederland) bestaat vanaf 18 mei 1940 niet meer.

Op 10 mei 1940 valt het Duitse leger Nederland, België en Luxemburg binnen. In de ochtend van 13 mei 1940 kwam het prinselijk gezin aan in Harwich. Om 10 uur die ochtend vertrok koningin Wilhelmina naar Hoek van Holland, waar een Engelse torpedobootjager [de HMS ‘Hereward’] op haar wachtte. Een uur eerder [rond 9 uur] had het kabinet-De Geer te horen gekregen dat de koningin zou vetrekken. Waarheen was niet duidelijk. ‘s Avonds om 19.20 uur vertrok ook de ministerraad met een Engelse torpedobootjager uit Hoek van Holland naar Engeland, echter zonder de ministers Steenberghe en Van Rhijn, zonder enige opdracht aan de opperbevelhebber generaal Winkelman, zonder bericht aan de voorzitters van de Kamers en zonder enige overdracht van bevoegdheden aan de secretarissen-generaal. Minister Steenberghe heeft later de secretarissen-generaal en generaal Winkelman in een bijeenkomst in kennis gesteld van het uitwijken van koningin en regering en het gezag overgedragen aan Winkelman (bron: Gerard’s WOII blog: https://gerard1945.wordpress.com/, https://gerard1945.wordpress.com/2015/10/17/met-de-smadelijke-vlucht-op-13-mei-1940-schonden-koningin-wilhelmina-en-haar-regering-de-grondwet/) Deze ‘zetelverplaatsing’ had de weg vrijgemaakt voor een Duits burgerlijk bestuur onder Seyss-Inquart, met alle gevolgen van dien. In Polen gebeurde dat ook omdat evenals in Nederland in Polen de gehele regering was gevlucht. Omdat koningin Wilhelmina alle adviezen van haar ministers in de wind had geslagen, kregen Hitlersjuristen Nederland eigenlijk in de schoot geworpen.

Door artikel 21 van de Grondwet te overtreden heeft de Nederlandse regering zichzelf opgeheven. Seyss-Inquart kon op die manier als Rijksstadhouder de plaats van Wilhelmina overnemen.

Art. 21 In geen geval kan de zetel der Regeering buiten het Rijk worden verplaatst

Vanaf 18 mei 1940 heeft de Nederlandse regering ingevolge artikel 21 van de Grondwet zichzelf opgeheven en is het een provincie van Duitsland geworden onder bestuur van het Hitler-kabinet. Dit was bij koningin Wilhelmina maar al te goed bekend voordat zij ging vluchten samen met haar regering naar Engeland. Dat er sprake was van opzet werd bevestigd met het feit dat diezelfde dag nog de Britse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken bezoek kreeg van de Franse ambassadeur die hem vertelde dat de Franse regering erg verontrust was door de hieronder ingelaste brief die koningin Wilhelmina naar de Franse President had gezonden. Volgens de ambassadeur bleek uit Wilhelmina’s schrijven dat de Nederlandse regering wellicht van plan was om met de Duitsers te gaan onderhandelen. Dit des te meer zes dagen daarvoor, op 8 mei 1940, de Nederlandse pers nog uit de mond van prinses Juliana had vernomen dat het Huis van Orange zijn post nooit verlaat (bron: Gerard’s WOII blog: https://gerard1945.wordpress.com/, https://gerard1945.wordpress.com/2015/10/17/de-plotselinge-vlucht-van-koningin-wilhelmina-en-haar-regering-in-mei-1940-was-al-vanaf-november-1939-voorbereid/).

War Cabinet 121 (40), May 14, 1940

Door de onwettige ‘zetelverplaatsing’ naar Engeland kreeg Nederland dus naast een militaire bezetting tevens een Duits burgerlijk bestuur onder Seyss-Inquart dat extra noodlottig is geworden voor het joodse deel van de Nederlandse bevolking. In België en Denemarken – waar de vorsten wel op hun post zijn gebleven – heeft het overgrote deel van de joden de oorlog overleefd. In België was dit 90% van de Belgische- en 60% van de buitenlandse joden (meest afkomstig uit Duitsland en Centraal Europa). Mede door toedoen van de Deense koning heeft in Denemarken zelfs 99% van de joden de oorlog overleefd. Dit in tegenstelling tot Nederland, waar maar 20% van de joden de oorlog heeft overleefd. België en Denemarken kenden dan ook geen ‘Westerbork’. (Bronnen: I. Gutman, ‘Encyclopedia of the Holocaust’, https://books.google.nl/books/about/Encyclopedia_of_the_Holocaust.html?id=KpsnAQAAMAAJ&redir_esc=y en René Zwaap, De Groene Amsterdammer, 14 mei 1997, https://www.groene.nl/artikel/een-hollandse-historikerstreit) (bron: Gerard’s WOII blog: https://gerard1945.wordpress.com/, https://gerard1945.wordpress.com/2015/10/31/over-een-krachtdadige-deense-koning-en-een-gevluchte-nederlandse-koningin/)

Op 18 mei 1940 bracht Adolf Hitler decreet no. 1 uit over de regeringsbevoegdheden in Nederland.

Op 25 mei 1940 laat Rijkscommissaris Seyss-Inquart voor het bezette Nederlandsche gebied aan het Nederlandsche volk een oproep uitgaan dat hij met intrede van den dag het hoogste regeringsgezag in het civiele ressort in Nederland heeft overgenomen. Bij verordening van 29 mei 1940 heeft RijkscommissarisSeyss-Inquart alle bevoegdheden in Nederland, die door de Grondwet en de wetten aan de koning en de regering zijn toegekend, overgenomen.

Op 5 juni 1940 maakt Rijkscommissaris Seyss-Inquart in overeenstemming met het decreet van Hilter en zijn verordening de volgende benoemingen bekend:

1. voor Bestuur en Justitie, Dr. Friedrich Wimmer;
2. voor Openbare Veiligheid, SS-Brigadeführer Hanns Rauter (Hoogere SS- en Politieleider);
3. voor Financiën en Economische Zaken, Dr. Hans Fischboeck;
4. voor Bijzondere Aangelegenheden, Reichsamtsleiter Fritz Schmidt.
5. tot Vertegenwoordiger van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken, Gezant Otto Bene;
6. tot Gevolmachtigde voor de Nederlandsche Bank den Ministerialdirektor voor bijzondere aangelegenheden, Staatsrat H.C.H. Wohlthat.
7. tot chef van de Hoofdafdeling op het bureau van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, Ministerialrat Dr. Hans Piesbergen.

Achtergrond: Het bezette Nederland werd in mei 1940 onderworpen aan eenDuits burgerbestuur onder leiding van Reichskommissar für die besetzten Niederlande (rijkscommissaris voor het bezette Nederland) Arthur Seyss-Inquart. Rauter was als HSSPF ondergeschikt aan Himmler, maar tegelijkertijd was hij als Generalkommissar für das Sicherheitswesen(commissaris-generaal voor veiligheid) de ondergeschikte van Seyss-Inquart.

De bovenbouw van de Nederlandse regering (centrale macht) werd daarmee gevormd door:

1. rijkscommissaris Seyss-Inquart
2. de vier commissarissen generaal: Dr. Friedrich Wimmer (bestuur en justitie), Hanns Rauter (voor Openbare Veiligheid den SS-Brigadeführer), Dr. Hans Fischboeck (Financiën en Economische Zaken), Fritz Schmidt (Bijzondere Aangelegenheden den Reichsamtsleiter)
3. de gevolmachtigden van den rijkscommissaris voor de provinciën: de commissarissen der koningin tijdens de Tweede Wereldoorlog al dan niet voorzien van een speciale gevolmachtigde commissaris, zoals Kreisleiter Schmidt dat was in Limburg.
4. de vertegenwoordiger van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken Otto Bene
5. de Duitse gevolmachtigde voor de Nederlandse Bank Dr. Hans Piesbergen.

Vanaf dit moment benoemt en ontslaat de rijkscommissaris:

1. de leden van den hoogen raad (de Hoge Raad);
2. de procureur-generaal en de advocaten-generaal bij den hoogen raad (de Hoge Raad);
3. de presidenten der gerechtshoven;
4.de procureurs-generaal bij de gerechtshoven.

De overige rechterlijke ambtenaren worden benoemd en ontslagen door den secretaris-generaal van justitie, tenzij de rijkscommissaris de benoeming of het ontslag aan zich houdt. (bron: Staatsrecht sedert 10 mei 1940, bibliotheek Gemeente Amsterdam 24 augustus 1946, http://resources21.kb.nl/gvn/EVDO02/pdf/EVDO02_NIOD05_8695.pdf).Hiermee heeft de secretaris-generaal van justitie een dictatoriale macht over alle rechtelijke ambtenaren.

Dit geeft een verklaring voor het feit dat huidig secretaris-generaal Joris Demmink (VVD) door huidig verantwoordelijk minister Ivo Opstelten (VVD) van Veiligheid en Justitie niet uit zijn functie kan worden ontzet en ook niet strafrechtelijk kan worden vervolgd voor het misbruik van minderjarige kinderen waarvan vele bewijzen zijn (bron: boek ‘De Demmink doofpot’, https://www.demminkdoofpot.nl/home.html, (bron: boek ‘De Demmink doofpot’, https://www.demminkdoofpot.nl/home.html, http://uitdediepte.nl/wp-content/uploads/2012/12/De-Demmink-Doofpot.pdf)).

Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart heeft aan de secretarissen-generaal van de verschillende departementen onder meer de volgende gedelegeerde bevoegdheden gegeven:

– dat ze mogen sub-delegeren aan anderen;
– dat ze rechtsvoorschriften in de vorm van ‘besluit’ of ‘beschikking’ mogen uitvaardigen;
– dat ze de Nederlandse wet kunnen wijzigen, aanvullen of buiten werking stellen en van de grondwet kunnen afwijken;

Daarmee hebben de secretarissen-generaal van de verschillende departementen een dictatoriale macht verkregen (bron: Staatsrecht sedert 10 mei 1940, bibliotheek Gemeente Amsterdam 24 augustus 1946, http://resources21.kb.nl/gvn/EVDO02/pdf/EVDO02_NIOD05_8695.pdf).

Provinciaal Recht: is op 1 september 1941 in werking getreden.

Vanaf dit moment zijn de beginselen van het nieuwe provinciaal recht:

1. dat de Commissaris der provincie de wetgevende en de uitvoerende macht heeft;
2. dat de Commissaris der provincie de aanwijzingen van het centrale gezag moet opvlogen;

De provincie is daarmee nog slechts een administratief onderdeel van de Staat (bron:Staatsrecht sedert 10 mei 1940, bibliotheek Gemeente Amsterdam 24 augustus 1946, http://resources21.kb.nl/gvn/EVDO02/pdf/EVDO02_NIOD05_8695.pdf).

Gemeenterecht: is op 1 september 1941 in werking getreden.

Vanaf dit moment zijn de beginselen van het nieuwe gemeenterecht:

1. dat de gehele bestuursmacht der gemeente in handen van één persoon, zijnde de burgemeester, is gelegd; dat de raad en het college van burgemeester en wethouders zijn uitgeschakeld en dat de burgemeester alleen de regelende en uitvoerende macht in de gemeente heeft. Hieruit volgt dat de burgemeester alléén verantwoordelijk is voor het door hem gevoerde bestuursbeleid.

2. dat de gemeente slechts een administratief onderdeel is van de Staat. De gemeente kan zich tegenover hogere organen (de provincie, het rijk) niet meer beroepen op haar zelfstandigheid, doch is gebonden aan de aanwijzingen van de hogere organen. Met andere woorden: het is gedaan met de z.g. autonomie der gemeente.

De gemeente is daarmee nog slechts een administratief onderdeel van de Staat dat onder toezicht staat van de Commissaris der provincie en het rijk (bron: Staatsrecht sedert 10 mei 1940, bibliotheek Gemeente Amsterdam 24 augustus 1946, , http://resources21.kb.nl/gvn/EVDO02/pdf/EVDO02_NIOD05_8695.pdf)

Tussen 1941 en 1943 heeft prins Bernhard een aantal malen de Verenigde Staten van Amerika bezocht. Volgens diverse bronnen, waaronder de Britse Secret Intelligence Service (SIS), heeft hij tijdens zijn tweede bezoek (van 20 tot en met 25 april 1942) op 24 april 1942 een brief aan Hitler geschreven, waarin hij zichzelf aanbiedt het ‘Stadhouderschap’ over Nederland op zich te nemen. De brief is later vanuit Londen via Portugal naar Berlijn gestuurd. Het bestaan van deze brief wordt nog steeds door de RVD ontkend, maar geheim BVD-agent Jan Heitink heeft wel degelijk een kopie van de brief in handen gehad: ondertekend door prins Bernhard én prinses Juliana. Bernhard wilde dan ook Nederlands Nazi stadhouder worden voor Hitler wat uiteindelijk ook gebeurde op een wijze zoals u hieronder kunt lezen. Na de oorlog zou het bestaan van deze brief tegenover de SIS bevestigd zijn door generaal Eberhart Schöngarth (Befelhshaber der Sicherheitspolizei und des SD). Vlak voor zijn executie? is de bewuste brief in Berlijn teruggevonden. Het is overigens opmerkelijk dat prins Bernhard zijn brief uitgerekend in Amerika heeft geschreven en niet in Londen, temeer de brief ook daar vandaan verzonden is (bron:Gerards Wo II blog: https://gerard1945.wordpress.com/, https://gerard1945.wordpress.com/2015/10/15/over-de-mogelijke-amerikaanse-betrokkenheid-bij-de-stadhoudersbrief/).

Na de Tweede Wereldoorlog

Op 5 mei 1945 wordt in Nederland gevierd dat Duitsland op 5 mei capituleerde in West-Nederland. Op die datum zou in Hotel De Wereld te Wageningen de capitulatie zijn getekend tussen de Duitse generaal Johannes Blaskowitz en de Canadese generaal Charles Foulkes, in het bijzijn van Prins Bernhard. De overeenkomst werd op 6 mei getekend in de naast Hotel de Wereld gelegen Aula van de toenmalige Landbouwhogeschool. Prins Bernhard was daarbij niet aanwezig. De akte zelf, aanwezig in het Gemeentearchief Wageningen, is gedateerd Wageningen 5 mei 1945.

In werkelijkheid betrof het slechts een overeenkomst over de technische uitwerking voor Duitse troepen in Nederland van de capitulatie op 4 mei van Duitse troepen in noordwest-Europa. (bron: Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Capitulatie). Hiermee is het bewijs geleverd dat door toedoen van Prins Bernhard niemand namens het Nederlands Staatshoofd en/of Regering de capitulatie van Duitsland (het Hitler-kabinet) heeft ondertekend en ook niemand bij de ondertekening door de niet gemachtigde Duitse generaal Johannes Blaskowitz en de Canadese generaal Charles Foulkes aanwezig is geweest. Grondwettelijk betekent dit dat Nederland vanaf 5 mei 1945 volwaardig onderdeel uitmaakt van Duitsland. Nu ondertekening ervan niet heeft plaatsgevonden betekent dat Nederland vanaf 18 mei 1940 Grondwettelijk niet meer bestaat en de bezetting vanuit het Hitler-kabinet op het voormalige grondgebied van Nederland na 5 mei 1945 is doorgegaan. Daarom worden in Nederland vanaf die tijd de minister-president, de ministers, de staatssecretarissen, de commissarissen van de koningin en de burgemeesters niet gekozen maar door het staatshoofd beëdigd of benoemd.

In 1996 verscheen het boek “Operatie JB” Het laatste grote geheim van WOII” van Christopher Creighton, een voormalige agent bij de Britse geheime dienst. Dit boek gaat over de ontvoering van Hitlers secretaris, Martin Bormann, door een geheim Brits commando, Sectie M genaamd, in 1945. De inzet van de operatie was Bormann`s toegang tot de enorme banktegoeden van de nazipartij. De algehele leiding van de operatie berustte bij Ian Fleming en het operationele commando werd toevertrouwd aan Christopher Creighton die toen amper twintig jaar oud was.

In het boek wordt ook de Nederlandse onderzeeboot K XVII genoemd die door Creighton opgeblazen zou zijn op 7 december 1941. In een gesprek met Fleming worden, in hoofdstuk 9, herinneringen aan de onderzeeboot opgehaald en in een appendix komt de schrijver terug op het voorval.

Het besluit om de Nederlandse onderzeeboot te vernietigen werd genomen toen deze de Japanse vloot ontdekte die op weg was naar Pearl Harbor op 28 november 1941. De Nederlandse commandant, LTZ 1 H.C. Besançon, seinde onmiddellijk een gecodeerd bericht naar de Britse marineleiding. Dit bericht werd onderschept door de cryptografen van Sectie M die het doorspeelden aan Generaal Donovan in Washington DC en Majoor Desmond Morton van de Amerikaanse en Britse geheime diensten. Beiden lichtten hun leiders President Roosevelt en Winston Churchill in.

Deze vier personen waren op de hoogte van de op handen zijnde Japanse aanval die strikt geheim moest blijven. In die tijd was 80 procent van de Amerikaanse bevolking bijzonder isolationistisch ingesteld en sterk gekant tegen een oorlog met Japan of Duitsland. Roosevelt wilde wel een oorlog met Japan maar kon dit land niet de oorlogsverklaring geven zonder een geldige reden. De verrassingsaanval op de slagschepen in Pearl Harbor zou hem die reden geven. De reden voor Amerika om zich in de oorlog te mengen was dat de Japanners anders vrij spel zouden hebben om landen als India, Australië en Nieuw-Zeeland en tal van andere landen in de Stille en Indische Oceaan te bezetten. Deze, voor de Verenigde Staten zeer belangrijke bronnen van grondstoffen, zouden in een later stadium waarschijnlijk slechts zeer moeizaam bevrijd kunnen worden. Verder hadden de Britten de steun van de Amerikanen hard nodig in hun strijd tegen Duitsland.

Omdat er zich op Hawaii duizenden geïmmigreerde Japanners bevonden, waarvan een deel werkzaam was als spion voor hun land van herkomst, kon de oorlogshaven op Oahu niet in paraatheid gebracht worden. De aanval moest geheim blijven. Als dit niet zo zou zijn, zou keizer Hirohito, die erop stond dat het een complete verrassing moest zijn, de aanval afgeblazen hebben. Wanneer bekend zou worden dat Roosevelt en Churchill van de Japanse aanval op Pearl Harbor afwisten en niets hadden ondernomen om deze te voorkomen zouden zij politiek uitgeschakeld worden. Bovendien waren de geallieerde militaire inlichtingendiensten er van overtuigd dat het geallieerde bondgenootschap dan uiteen zou vallen waardoor Japan, maar ook Duitsland, vrij spel kregen. Daarom werd besloten de opvarenden van Hr. Ms. K XVII het zwijgen op te leggen.

Zodra het bericht van de Nederlandse onderzeeboot was ontvangen kreeg zij de opdracht terug te keren naar de basis in Singapore. De K XVII mocht geen haven aan doen en de bemanning moest zich onthouden van verdere berichtgevingen over de Japanse vloot. Onder de naam LTZ Paul Hammond reisde Creighton met een Berwick vliegboot via Nova Scotia, Canada, San Fransisco en het eiland Wake af naar de Noordelijke Marianen. Daar begaf hij zich volgens afspraak aan boord van de K XVII.

Creighton was in het bezit van volmachten van de bevelhebber van de Britse onderzeedienst, Admiral Sir M. Horton, de Nederlandse Commandant Zeemacht in Londen, admiraal Fürstner en Koningin Wilhelmina. Deze volmachten gaven hem de autoriteit om commandant Besançon operationele opdrachten te geven daar de Nederlandse onderzeeboot zich onder Brits operationeel bevel bevond.

Bij één van de kleine Marianen, net ten zuiden van Pagan en ongeveer 800 zeemijl ten zuiden van Japan werden er uit de Berwick vliegboot kratten overgeladen in de onderzeeboot. De Nederlandse bemanning kreeg te horen dat er kerstgeschenken in de kratten zaten afkomstig van hun collega`s in Engeland. De meeste kratten bevatten inderdaad jenever, bier, champagne en andere kerstmisspullen. Maar in één krat zat cyanidegas en in twee andere bevonden zich explosieven met ontstekingen en tijdschakelaars. Creighton wachtte een gecodeerd radiobericht af. Mocht de Japanse vloot de aanval op Pearl Harbor afbreken, zou zijn operatie opgeschort worden.

De volgende dag, zondag 7 december 1941, kreeg de Britse geheime agent bevel de operatie voort te zetten. Die avond verliet hij de K XVII en ging terug naar de Berwick. Een half uur later kwam het dodelijke cyanidegas vrij en was te zien hoe de bemanning trachtte uit de onderzeeboot te ontsnappen. Even later explodeerde het vaartuig en zonk. Creighton stelde vast dat er geen overlevenden waren (bron: Go2War2, http://www.go2war2.nl/artikel/1948/).

Na de tweede wereldoorlog hielp Prins Bernhard vooraanstaande Nazi’s vluchten via Zwitserland met de KLM naar Argentinië waarmee het Nederlandse koningshuis tot op heden innige familiale relaties onderhoudt. Bernhard hielp vooraanstaande Nazi’s vluchten samen met toenmalige minister van buitenlandse zaken Mr. C.G.W.H. baron van Boezelaar van Oosterhout (partijloos) in het kabinet Beel (KVP). Tenminste tien Nazi-kopstukken zijn na de Tweede Wereldoorlog naar Zuid-Amerika gevlucht met paspoorten van het Internationale Rode Kruis te Genève. Het gaat onder meer om Adolf Eichman, Josef Mengele, Franz Stangl, Klaus Barbie en Erich Priebke. Tot en met 1948 zijn er door het Internationale Rode Kruis niet minder dan 63.750 reisdocumenten aan Nazi’s afgegeven, die zonder meer door Argentinië als officiële documenten werden erkend. Adolf Eichman verkreeg zijn paspoort op 1 juni 1950 onder de valse naam Riccardo Klement, geboren te Bolzano. Op 17 juni 1950 zat hij al op de boot naar Argentinië. Hier vindt u ook de CIA-documenten over Hitlers verblijf in Tunja (Colombia) (bron: Gerard’s WOII blog, https://gerard1945.wordpress.com/, https://gerard1945.wordpress.com/2015/09/27/over-prins-bernhard-diens-tolkende-sser-wim-sassen-en-de-nazi-vluchten-van-de-klm/)

Van 24 juni 1945 tot 3 juli 1946: omdat Nederland vanaf 18 mei 1940 Grondwettelijk niet meer bestaat kon er in Nederland na de oorlog geen democratische verkiezingen worden uitgeschreven. Daarom heeft Koningin Wilhelmina, als opvolger van Adolf Hitler, het eerste naoorlogse kabinet Schermerhom-Drees ((bestond uit ministers van de SDAP (in 1946 met de VDB en CDU samengegaan in de PvdA), de CHU’er Lieftinck (later PvdA) en RKSP (later KVP), alsmede vijf partijloze ministers, van wie er later twee PvdA-lid werden)) zelf benoemd. Het Hitler-kabinet is daarmee onder haar leiding als staatshoofd voortgezet. Dit opvolgende Hitler-kabinet was een ‘koninklijk’ kabinet en wordt ook wel een ‘nood-kabinet’ genoemd. Om dit voortgezette Hitler-kabinet op voormalig Nederlands grondgebied onder leiding van voormalig Nederlands staatshoofd koningin Wilhelmina te kunnen blijven voortzetten was het noodzakelijk dat het volgende kabinet werd gevormd door de PvdA als opvolger van het Duitse NSDAP en de KVP omdat kardinaal Pacelli (latere Paus Pius XII) en Franz von Papen, vice-kanselier van Duitsland, onder rijkskanselier Adolf Hitler (sinds 30 januari 1933), op 8 juli 1933 het Rijksconcordaat heeft ondertekend, met in artikel 14 de volgende passage:

“De benoemingen van aartsbisschoppen, bisschoppen en dergelijken zullen niet eerder worden bekendgemaakt dan nadat de rijksstadhouder zich er naar behoren van vergewist heeft dat er geen bezwaren van algemeen politieke aard bestaan.”

Kardinaal Pacelli verleende Franz von Pape daarvoor de hoge pauselijke onderscheiding van het grootkruis van de orde van Pius. Hierdoor was het voor Hitler mogelijk om een éénpartijregime te voeren, met de steun van het Vaticaan, omdat het Vaticaan de steun aan de Deutsche Zentrumspartei onttrok (bron: wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Rijksconcordaat). Vanaf dat moment had het Hiltler-kabinet “Het stichten van het grote Duitse Rijk” of “Europese Unie”, wat vanaf 5 mei 1945 vanuit voormalig Nederlands grondgebied is voortgezet onder aansturing van de Nederlandse staatshoofden koningin Welhelmina, Juliana en Beatrix de volledige macht over de Rooms-katholieke Kerk, de grootste christelijke Kerk ter wereld. Dit des te meer voormalig kardinaal Pacelli vanaf 1939-1958 Paus Pius XII was. Paus Johannes Paulus I wilde in 1978 hierin verandering brengen en is daarom 33 dagen na zijn aantreden met arsenicum vergiftigd? (bron: Herstel De Republiek 13 mei 2012, https://herstelderepubliek.wordpress.com/). Moest hij daarom op 16 augustus 1978 worden opgevolgd door Paus Johannes Paulus II? Karol Józef Wojtyła (Paus Johannes Paulus II) en Bernhard van Lippe-Biesterfeld (Prins van Oranje) werkten voor IG Farben. (bronnen: Board Question #57569, http://theboard.byu.edu/questions/57569/ en Telegraaf 8 maart 2010, http://www.telegraaf.nl/binnenland/article20411278.ece). Ten tijde van de opkomst van Hitler was de holding IG Farben – Interessengemeinschaft Farben– de machtigste economische organisatie van Duitsland. De groep zocht al vlug toenadering tot de opkomende Adolf Hitler en zou tijdens de tweede wereldoorlog nauw samenwerken met het Nazi-regime. Zo besloot IG Farben op 22 februari 1941 onder meer om in Auschwitz de fabriek Buna Werken te bouwen, waar gebruik gemaakt kon worden van dwangarbeiders. IG Farben was een groot kartel van een aantal Duitse bedrijven, met onder meer BASF, Bayer, Hoechst, Agfa, Casella, Huels en Kalle. Dat conglomeraat was één van de grote financiers van Hitlers opgang en dat zou in de aanloop naar en tijdens het verloop van de tweede wereldoorlog tot een intense samenwerking leiden. Zo leverde IG Farben de explosieven en de synthetische gasbenzine voor het Duitse leger. Volgens een aantal experts zou Hitlers oorlogsvoering zonder IG Farben zelfs niet mogelijk zijn geweest (bron: Managing21 van 22-02-05, http://managing21.skynetblogs.be/archive/2005/02/22/zonder-ig-farben-geen-tweede-wereldoorlog.html). Paus Johannes Paulus II heeft als eerste paus de Bilderberg conferentie van 3 tot 6 juni 1999 bijgewoond in Sinta, Portugal, waarbij ook koningin Beatrix, Boris Yeltsin, Bill Clinton, Steven Spielberg, Ted Turner en Nederlands Minister President Wim Kok (PvdA) aanwezig waren. Het is daarbij goed te weten dat kort daarna in oktober 2001 de Club van Madrid is opgericht. Dit is een club die bestaat uit 70 voormalige staatshoofden onder voorzitterschap van Wim Kok (PvdA). Gezien de inhoud van dit schrijven moge u duidelijk zijn dat die club niet is opgericht om de wereldwijde democratie te versterken, zoals wordt geschreven.

Op 13 augustus 1814 werd het eiland Banka (Indonesië) door de Engelsen aan Nederland uitgeruild tegen het “etablissement Cochin (Indië). Een jaar later (18 juni 1815) werd Napoleon Bonaparte definitief verslagen door een combinatie van Britse/Nederlandse, Hanoveraanse en Pruisische legers, tijdens de veldslag bij Waterloo (toenmalig Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, nu België). Dit gebeurde onder leiding van de hertog van Wellington, Blusher en de Prins Willem van Oranje-Nassau. (Willem Frederik George Lodewijk).

De Rothschild ‘s (Ashke-Nazi-joden) hebben voor en tijdens deze slag naast Engeland, Duitsland ook Frankrijk en dus Napoleon gefinancierd door middel van goudsmokkel overzee. Men creëerde de juiste beleggingssituatie ten kosten van oorlogen, dood en verderf. Hierdoor kregen de Rothschild ‘s in een slag de controle over de helft van ‘s werelds rijkdommen, zo ook over de Bank van Engeland en de volle aandelenhandel, wat tot op heden niet is veranderd. De belangenverstrengeling tussen de Koninklijke huizen en de Ashke-Nazi (Rothschild’s) waren toen al een feit en voor eeuwig verenigd. Deze Bloedlijnen waaronder het Brits en Nederlands koningshuis, hebben zichzelf in de afgelopen 200 jaar aan elke oorlog en revolutie/opstand gigantisch verrijkt. Daardoor werden zij na elke oorlog met grote sprongen invloedrijker en machtiger.

Deze verbintenissen en relaties hadden als gevolg dat, de Engelsen het bij Banka (Indonesië) behorende eiland Billiton wilden behouden maar ondanks, gezien de goede relaties, op 17 maart 1824 door de Engelsen werd overgedragen aan de Nederlanders. Het was de kapitaalkrachtige prins Willem Willem Frederik Hendrik die als eerste staatshoofd van de Staat der Nederlanden garant stond voor het krediet. Daarmee was het koninklijk huis voor 100% aandeelhouder. Dit heeft zich verder ontwikkeld en is in 1924 overgegaan in het toen opgerichte bedrijf Gemeenschappelijke Mijnbouwmaatschappij Billiton (GMB) waarin de Nederlandse staat voor 5/8 deelnam.

Het koninklijk huis bleef groot aandeelhouder, waarmee de belangenverstrengeling tussen de Staat der Nederlanden en het koninklijk huis tot stand is gebracht. In 1970 werd Billiton (waarvan ook de zinkfabriek Budelco te Budel onderdeel uitmaakte) overgenomen door Shell.

De chemiereus IG Farben nam de Holland-route naar de VS en maakte daar gebruik van de diensten van BBH, UBC en Dillon Read. En net als Thyssen richtte ook zij daarvoor een eigen bankbedrijf in Nederland op: de Hollandsche Koopmansbank in Amsterdam (1923). Zij het, dat ook de Zweedse Enskildabank een flink aandeel bezat in de nieuwe onderneming. De HKB stond van meet af aan onder leiding van Gerhard Fritze. Hij was getrouwd met een telg uit de familie Ilgner en mogelijk mede daardoor raakte hij steeds dieper verzeild in IG Farben’s activiteiten achter de schermen van de internationale politiek. Een ander lid van die familie leidde namelijk de inlichtingenafdeling NW 7 (waarvoor Prins Bernhard werkte) van het driftig naar Lebensraum op zoek zijnde chemieconcern: Max Ilgner. Tot diens vriendenkring behoorde prinses Armgard zur Lippe Biesterfeld, de moeder van prins Bernhard. Een connectie die niet alleen zoet vruchten zou afwerpen. In 1929 verkreeg Fritze de Nederlandse nationaliteit. Voor die tijd was hij voor het gemak al eens tot Zweed getransformeerd om het toenaderingsproces tussen IG Farben en Enskilda wat soepeler te kunnenbegeleiden. In Nederland hield hij vooral toezicht op de geldstroom tussen het Duitse moederbedrijf en het Amerikaanse filiaal Chemnyco. Dat filiaal stond onder leiding van Robert Ilgner, een tot Amerikaan genaturaliseerde broer van Max Ilgner, die bancair werd bijgestaan door de zo vertrouwde BBH en UBC van Prescott Bush en Averill Harriman. Naar verluidt speelde Fritze en Max geen onbelangrijke rol bij het aaneensmeden van de Nederlandse kroonprinses Juliana en de inmiddels voor NW 7 in touw zijnde prins Bernhard zur Lippe Biesterfeld. Bernhard nodigde vooraanstaande Nazi’s uit op zijn huwelijk met Juliana waar de Hitlergroet gedaan werd (Heil Hitler) (bron: No Cancer Foundation, https://sites.google.com/site/alarmuwordtvergiftigduf/wereldwijde-vergiftiging-begonnen-op-21-april-1962-vanuit-bilderberg-nederland)

Op het einde van de eerste wereldoorlog ziet August Thyssen, de grootste militaire producent in Duitsland, zijn staalrijk in gevaar. In het ‘neutrale’ Nederland opent hij de Bank voor Handel en Scheepvaart, in Rotterdam. Zo kan hij zijn oorlogsbuit van de August Thyssen Bank in Berlijn (voorloper BIS-bank) op tijd versluizen tegen de schadeclaims van het Versailles-verdrag. De oude August schenkt 100 miljoen dollar en zijn industrieel imperium in het Ruhrgebied aan zijn zoon Fritz. Die raakt in 1923 in de ban van Adolf Hitler, de man die de Duitse industrie kan redden van de opstandige arbeidersklasse. De staalbaron ontmoet Adolf Hitler en generaal Erich Ludendorff en besluit 100.000 goudmark te geven aan de beginnende NSDAP. Overgrootvader en grootvader Bush hebben het goed uitgekiend. Via Brown Brothers & Harriman investeren ze in nazi-Duitsland, via de UBC-bank van Thyssen krijgen ze de bewapeningswinsten terug in de Verenigde Staten.

De winsten lopen in 1934 op tot honderden miljoenen die ook naar Rotterdam en New York vloeien. In New York is Prescott Bush ondertussen managing director van UBC. “De familie Bush wist zeer goed dat Brown Brothers het Amerikaanse geldkanaal naar nazi-Duitsland was en dat de Union Bank de geheime pijplijn was om het nazi-geld via Nederland opnieuw naar Amerika te brengen”, schrijft John Loftus, voormalig procureur van het US Departement Nazi War Crimes (bron: De Waarheid Nu, http://www.dewaarheid.nu/okt01/prescott.htm).

Om die reden moest eerst de PvdA als nieuwe partij zijn doorgebroken voordat tot de zogenaamde ‘Democratische verkiezingen’ kon worden overgegaan.Deze doorbraak wordt in de Nederlandse politieke geschiedenis gedoeld op een beweging direct na de Tweede Wereldoorlog om te komen tot de vorming van één progressieve partij, die progressieven met een katholieke, protestantse, sociaaldemocratische of liberale achtergrond moest verenigen. Hiervoor moest het oude verzuilde politieke bestel worden “doorbroken”. De doorbraakgedachte heeft geleid tot de vorming van de Partij van de Arbeid (voorheen: SDAP, VDB en CDU) die op 9 februari 1946 is opgericht. De KVP was reeds in 1945 opgericht als opvolger van de vooroorlogse RKSP, waarmee koningin Wilhelmina bij het uitschrijven van zogenaamde ‘Democratische verkiezingen’ na 9 februari 1946 kon rekenen op het door haar gewenste KVP/PvdA kabinet. Direct daarna liet zij nieuwe verkiezingen uitschrijven die op 16 mei 1946 hebben plaatsgevonden. Nadat uit de verkiezingen duidelijk was geworden dat de KVP en PvdA ruim de meerderheid van de stemmen had gekregen voor het vormen van een nieuw kabinet vroeg het kabinet Schermerhom-Drees ontslag aan. Na de vorming van het kabinet-Beel I (KVP/PvdA), dat op steun van een meerderheid van de Tweede Kamer kon rekenen, verleende de Koningin dat ontslag. Als waardering daarvoor werd voormalig minister president L.J.M. (Louis) Beel (KVP) daarna in 1959 benoemd tot vice-president van de Raad van State wat hij tot 1972 is gebleven. Daarmee heeft het Hitler-kabinet onder aansturing van de opvolgende Nederlandse staatshoofden Wilhelmina, Juliana en Beatrix met de hulp van alle navolgende gekozen kabinetten vanuit voormalig Nederlands grondgebied zich tot op de dag vandaag kunnen voortzetten. Iedereen in de gehele wereld (op Máxima na) heeft er maar liefst 67 jaar lang over gezwegen.

Van 1945 tot heden: Voorzitter mr. dr. Jan Donner (de grootvader van huidig vice-president Piet Hein Donner van de Raad van State) van de Centrale Zuiveringsraad besloot dat de economische collaborateurs als Damme (maar ook Philips voerde orders uit voor Duitse organisaties) niet zouden worden vervolgd. Damme sr. is echter in 1949 ‘geclausureerd en onvoorwaardelijk’ buiten vervolging gesteld. De reden daarvoor luidt volgens Melhuizen als volgt:

‘In de zaak Werkspoor zijn belangrijke maatschappelijke krachten achter de schermen actief geweest om de rechtsgang te beïnvloeden.’ Dat kwam ondermeer omdat Damme sr. een vooraanstaand lid was van het ‘wij circuit’: Hij was voorzitter van de Stichting van de Arbeid, commissaris van de Nederlandsche Bank en bevriend met de socialistische premier Willem Drees, met de liberale politicus en werkgeversvoorzitter mr. D. U. Stikker en kwam bij prins Bernhard over de vloer.

Bovendien was Werkspoor in de race om voor 200 miljoen gulden aan spoorwegmaterieel aan Argentinië te leveren. In die tijd een mega-order, die zeer van belang werd geacht voor de wederopbouw van Nederland. En daarmee had het kabinet Drees een belangrijk argument in handen om Damme sr., zoals zoveel andere vooraanstaande industriëlen, te ontzien. Het land moest weer opgebouwd worden en de industrie, die de oorlog zo goed had doorstaan, was daarbij broodnodig. Meihuizen noemt dat ‘opportunisme in dienst van de wederopbouw’.

Dat de megaorder binnengehaald moest worden blijkt wel uit het feit dat Werkspoor gesanctioneerd 30 miljoen gulden aan steekpenningen mocht betalen aan dictator Juan Peron. Prins Bernhard mocht in 1951 aan Evita Peron het Grootkruis in de Orde van Oranje Nassau uitreiken. Het idee was van diezelfde Stikker, in zijn functie als minister van buitenlandse zaken, onder het motto, ‘het kost zo weinig en het geeft zoveel genoegen’. Bovendien had prins Bernhard voor Evita Peron ‘een paarlen collier’ ter waarde van dertigduizend gulden meegekregen.

Prins Bernhard en Frits Philips waren persoonlijk goede (jacht)vrienden. Een lijvig rapport van de Amerikaanse inlichtingendienst OSS (Office of Strategic Services), de voorloper van de CIA, uit 1943 met de titel ‘The Philips Concern’ staat vol met aantijgingen. Bijvoorbeeld: “De interne politieafdeling bij Philips (…) werkt nauw samen met de GESTAPO.” En: “In het bedrijf werken fascisten of mensen met pro-fascistische ideeën. De directeur van Philips Argentinië is een nazi-spion’ zo valt er in het rapport te lezen. Het rapport, ruim duizend pagina’s dik en voorzien van het stempel ‘geheim’, werd onlangs door een Duitse onderzoeker ontdekt in een archief in Washington. Uit dit historische document blijkt ook dat de Philips-top in 1942 aan de OSS heeft aangeboden het internationale netwerk van Philips te gebruiken als bron van informatie en als dekmantel voor spionage-operaties. Waarop zijn de OSS-beschuldigingen van collaboratie gebaseerd? Waarom zocht Philips samenwerking met de Amerikaanse geheime diensten? En waarom geeft het bedrijf zelf nog steeds geen volledige opening van zaken? Argos over koopmanschap, spionage en dubbelspel. Een reportage van Gerard Leenders en Huub Jaspers. Presentatie: Max van Weezel (bron: VPRO-VARA 25 februari 2002)

Onderweg hoorde Nazi collaborateur Willem Sassen (zoon van NSB-burgemeester J.C.H.M.W Sassen in de gemeente Veghel) dat hij in Nederland bij verstek was veroordeeld tot 20 jaar dwangarbeid en dat in België de doodstraf wachtte. Bij aankomst zocht hij contact met de ex-secretaris van Goebbels, Wilfried von Oven, uitgever van het blad Die Freie Presse en La Plata Ruf. Bij het blad Die Freie Presse ging hij als journalist aan de slag en hield hij zich bezig met vertalingen in het Spaans van Shakespeare, Goethe en Schiller. Opererend onder verschillende pseudoniemen publiceerde hij bij dezelfde uitgever ook het boek Die Jünger und die Dirnen. Sassen herschreef als ghostwriter drie werken van Hans-Ulrich Rudel:Trotzdem, Mein Dank an Argentinien en Es geht um das Reich. Die boeken werden door Dürer-Verlaguitgegeven. Daarnaast was hij ook werkzaam als literair agent voor de Amerikaanse bladen Time – Life en was hij tot 1965 speciale correspondent voor De Telegraaf in Argentinië.

Prins Bernhard werkte in Argentinië ook nauw samen met deze Nederlandse Nazi-journalist Willem Sassen. Onder het regime van Perón werkte Willem Sassen als pr-functionaris van Eva Perón en als militair adviseur van Perón. Tijdens een officieel bezoek van prins Bernhard in 1951 werkte hij als tolk en begeleider. De prins was daar op statiebezoek en probeerde opdrachten te verwerven voor onder andere Werkspoor. Tijdens zijn werkbezoek ontmoette Bernhard ook Kurt Tank tijdens een demonstratie van de Pulqui II, de toen ultramoderne straaljager die Argentinië tot één van modernste legers maakte. Kurt Tank maakte deel uit van een groep uitgeweken nazi-technici, die veilig onderdak had gezocht in Argentinië en daar de vliegtuigindustrie opbouwde. In de jaren zestig was Sassen inmiddels gescheiden van Miep en trouwde hij met Elsje Delbaere, met wie hij twee kinderen kreeg. Na de val van Perón werkte hij bij een waterwinningsfirma, Industria Integral de Agua. In de hoofdstad ontmoette hij in de Duitse Club de grote nazi-figuren uit zijn tijd, die eveneens hun toevlucht hadden gezocht in Argentinië. Zo ontmoette hij Léon Degrelle, Hans-Ulrich Rudel en Otto Skorzeny. Een zekere Ricardo Klement benaderde Willem Sassen, die na het lezen van enkele door Sassen uitgebrachte werken contact met hem wilde zoeken. Deze man bleek Adolf Eichmann te zijn en was in 1950 met het Italiaanse schip Giovanni in Buenos Aires aangekomen en had zich sindsdien afzijdig gehouden van de grote nazi-klieks die bijeenkwamen in de verschillende Duitse Clubs. Eichmann wilde graag zijn ervaringen op papier zetten om zo aan de wereld zijn door hem beleden onschuld te tonen. De interviews die volgden werden op band vastgelegd en zouden na de ontvoering van Eichmann in mei 1960 voor veel geld aan verschillende media worden verkocht. De grond werd hem echter te heet onder zijn voeten toen men binnen de nazi-kringen aannam dat Willem Sassen mogelijk betrokken was bij de ontvoering van Eichmann. Hij zou aan de Mossad informatie omtrent de verblijfplaats van Eichmann hebben verklikt. Door deze mogelijke implicatie vluchtte Willem Sassen voor twee jaar naar Rome om aan eventuele wrekers te ontkomen. Na twee jaar keerde Willem Sassen terug en ging hij wapens importeren. Hij werd vertegenwoordiger van het Oostenrijkse concern Steyr-Daimler-Puchvoor heel Latijns-Amerika. Willem Sassen bezat nu een Duits paspoort, waarmee hij af en toe voor transacties en familiebezoek naar Duitsland en Nederland afreisde. Willem Antonius Maria Sassens straf was rond 1976 verjaard en hij kwam sindsdien dus niet meer in aanmerking voor strafvervolging. Volgens de toenmalige Officier van Justitie De Beaufort is de zaak Willem Sassen verjaard:’Hij mag zich vrijelijk in zijn vaderland ophouden.’ In België heeft hij echter bij verstek de doodstraf gekregen, in Nederland slechts 20 jaar ontzegging uit de journalistiek (bron: Go2War2, http://www.go2war2.nl/artikel/1371/Sassen-Willem-en-Alphonse.htm?page=3).

De overheersende gedachte van de wederopbouw en de noodzaak om het bedrijfsleven niet teveel voor de voeten te lopen heeft tot een stroom aan ‘demarches’ (beïnvloeding van de rechtsgang) geleid door achtereenvolgende ministers van justitie, die daarbij werden geholpen door bevriende ‘captains of industry’. Een centrale figuur in dit spel was mr.dr.J. Donner, president van de Hoge Raad en voorzitter van de Centrale Zuiveringsraad voor het bedrijfsleven.

Het voorkeursbeleid van voorzitter mr. dr. Jan Donner ten aanzien van economische collaborateurs had succes: van de 32.000 gevallen van economische collaboratie kwamen er uiteindelijk circa 700 voor de strafrechter. Dat waren de industriëlen met pech, veelal aannemers, de‘bunkerbouwers’. “Dat waren gewoon patjepeeërs, die hadden hun afkomst niet mee”, zegt Meihuizen cynisch. “Ze hadden zich bovendien schuldig gemaakt aan de meest zichtbare vorm van economische collaboratie: die bunkers kon iedereen zien. Dat gold in veel mindere mate voor het bankwezen. Dat kwam dan ook vrijwel ongeschonden weer uit de strijd.”

1953: André Donner (ARP), zijnde de vader van huidig vice-president Piet Hein Donner van de Raad van State, was vanaf 17 april 1950 tot 6 januari 1954 lid van de Staatscommissie-Van Schaik die de herziening van de Grondwet van 1953 heeft voorbereid. Met deze herziening van de Grondwet heeft artikel 60 van de Grondwet de volgende uitbreiding gekregen.

“De rechter treedt niet in beoordeling van de grondwettigheid van overeenkomsten.”

De definitie van “verdrag” met vreemde Mogendheden heeft de Grondwetscommissie 1950 Commissie- Van Eysinga, in het plenaire verslag van 16 september 1950 als volgt vastgelegd:

“Zonder op volledigheid aanspraak te maken, laat de Commissie hier volgen een lijstje van de meest bekende benamingen; Tractaat (treaty, traité), Conventie (convention (Engels en Frans) ), Handvest (Charter, charte, covenant, pacte), Statuut, Akte, Slotakte (final act, acte final), Algemene Akte, (general act, acte general), Accoord, (agreement, accord), Schikking (arrangement Engels en Frans)), Verklaring of declaratie (declaration, declaration), Protocol (protocol, protocole), Proces-verbaal (procés-verbal), Overeenkomst, Brief – of notawisseling, Lettres annexes (covering letters), Modus vivendi, Arbitrage-compromis, Memorandum d’Accord (Memorandum of Understanding), Memorandum.”

Hiermee zit vanaf 1953 in de Nederlandse Grondwet verankerd dat de grondwettigheid van Verdrag, Tractaat (treaty, traité), Conventie (convention (Engels en Frans), Handvest (Charter, charte, covenant, pacte), Statuut, Akte, Slotakte (final act, acte final), Algemene Akte, (general act, acte general), Accoord, (agreement, accord), Schikking (arrangement Engels en Frans), Verklaring of declaratie (declaration, declaration), Protocol (protocol, protocole), Proces-verbaal (procés-verbal), Overeenkomst, Brief – of notawisseling, Lettres annexes (covering letters), Modus vivendi, Arbitrage-compromis, Memorandum d’Accord (Memorandum of Understanding), Memorandum, etc. met vreemde Mogendheden niet gerechtelijk mag worden getoetst.

Omdat de grondwettigheid van een Verdrag, Conventie, Handvest, Covenant, Statuut, Akte, Accoord, Schikking, Verklaring, Decleratie, Protocol, Proces-verbaal, Overeenkomst, Brief, Nota, Arbitragecompromie, Memorandum, e.d. niet door de rechter mag worden beoordeeld, betekent dat die niet mag worden getoetst aan de Grondwet (art. 94 Grondwet, Ned), waardoor die binnen Nederland geen geldende wettelijke toepassing hebben. André Donner heeft dat allemaal kunnen doen zonder daarbij ook maar enig risico te lopen. Zijn vader Jan Donnerwas toen (van 1946 tot 1961) immers president Hoge Raad der Nederlanden.

1962: als gevolg van deze Grondwetswijziging, die door toedoen van de vader van Piet Hein Donner tot stand is gekomen, is voor Vice-Presdent Louis Joseph Maria Beel (KVP) en Voorzitter Koningin Juliana van de Raad van State de weg vrijgemaakt om positief advies uit te brengen waarop het kabinet De Quay ((KVP, CHU, ARP (thans: CDA) en VVD)) op 21 april 1962 de Bestrijdingsmiddelenwet van kracht heeft verklaard die geen rekening houdt met:

– de nadelige gevolgen van deze bestrijdingsmiddelen gedurende de gebruiksfase en in de afvalfase;
– en waarbij de niet werkzame chemische stoffen, zijnde onbekende andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen) niet op het etiket behoeven worden vermeld:

in zeer ernstige mate in strijd met de artikelen 1, 21 en 22 van de Grondwet, wat niet meer door een rechter mag worden beoordeeld.

De grootaandeelhouders van Shell/Billiton (waaronder het Koninklijk Huis en de Nederlandse Staat) hebben van deze door de Raad van State en Nederlandse Staat bewust ingebouwde tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet handig gebruik gemaakt om haar hoog problematisch gevaarlijk afval, met daarin zeer hoge concentraties uiterst giftige volledig in water oplosbare kankerverwekkende stoffen arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI), als bestrijdingsmiddel duur te kunnen verkopen in plaats van tegen zeer hoge kosten eeuwig duur te laten opslaan, waartoe zij in ieder geval vanaf 1986 wettelijk verplicht waren.

Achteraf is men erachter gekomen dat deze met de hulp van André Donner ingebouwde tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet zal leiden tot niet meer te betalen schadeclaims richting Shell/Billiton (en daarmee richting het Koninklijk Huis, de Nederlandse Staat en de banken die daarin hebben geïnvesteerd). Dit vanwege het simpele feit dat een “Overeenkomst” of “Verdrag” waarvan de grondwettigheid door toedoen van André Donner niet meer door een rechter mag worden beoordeeld geen “Wet” is, zoals de Bestrijdingsmiddelenwet en het feit dat vanwege het niet bestaan van Nederland vanaf 18 mei 1940 aan de Bestrijdingsmiddelenwet van 21 april 1962 geen rechtskracht kan worden ontleend.

1954 tot 1964: een jaar na het veranderen van artikel 60 in de Nederlandse Grondwet (1953: de rechter treedt niet in beoordeling van de grondwettigheid van overeenkomsten) werd de Bilderberggroep opgericht, een geheim genootschap, die in 1954 op initiatief van Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld en de Pool Józef Retinger (vrijmetselaar) maar ook de Belg Pierre de Bonvoisin (directeur van de Société Générale van 1951 tot 1962), wiens vader tijdens de tweede wereldoorlog vice-voorzitter was van de BIS-bank en H.F. Van Walsem (lid van de Raad van Bestuur Koninklijke Philips Electronics N.V.) is opgericht (bron: Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Bilderbergconferentie_1954). Tijdens de jaren ’80 kwam de zoon van Pierre de Bonvoisin (ook genoemd in het Dutroux dossier) in opspraak, omdat hij banden onderhield met extreemrechtse organisaties en verdacht werd van connecties met de C.C.C. en De Bende van Nijvel. Deze laatste beschuldigingen zijn nooit bewezen, maar hij hield er wel zijn bijnaam, “De Zwarte Baron”, aan over (bron: Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Beno%C3%AEt_de_Bonvoisin). Op voormalig Nederlands grondgebied heeft het Hitler-kabinet zich vanaf 5 mei 1945 voortgezet onder leiding van de opvolgende Nederlandse staatshoofden, aangestuurd vanuit de in 1954 opgerichte geheime Bilderberg conferenties onder voorzitterschap van eerst Prins Bernhard, daarna koningin Beatrix en thans de Belg Etienne Davignon, waarbij het Nazi regime door de Europese Unie is overgenomen met als volgende stap een totale vernietiging van onze democratie onder het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) dat op 1 juli 2012 moet ingaan.

Soekarno en Bernhard: John F. Kennedy begon in de Verenigde Staten onderhandelingen over de toekomst van Nederlands Nieuw-Guinea onder het voorzitterschap van zijn broer Robert F. Kennedy, toen minister van justitie in de VS. Nederland moest accepteren dat het gebied onder VN-toezicht werd geplaatst. De VN zouden Nieuw-Guinea overdragen aan Indonesië (Soekarno). Daarover werd meer dan een jaar in het geheim gepraat door Nederlandse, Indonesische en Amerikaanse diplomaten. Nog geheimer waren de bemoeienissen van Prins Bernhard die achteraf zijn bewezen. In 1962 moesten de laatste Nederlandse militairen Indonesië verlaten door toedoen van Soekarno, John F. Kennedy en zijn broer Robert Kennedy die zich keerden tegen de duistere plannenvan deze adel, bankiers en hun Nieuwe Wereld Orde agenda. De Gemeenschappelijke Mijnbouw Maatschappij Billiton trad hierdoor in liquidatie waardoor Billiton en de Nederlandse koninklijke familie financiële problemen tegemoet gingen. De 30.000 Nederlandse militairen hebben niet kunnen bewerkstelligen dat Nieuw-Guinea en de kleinere eilanden Bali / Bangka en Billiton voor Nederland behouden bleven en moesten zich terug trekken uit Nieuw-Guinea. In 1958 liep de laatste concessie voor het winnen van tinerts in Indonesië af, die niet werd verlengd. De Gemeenschappelijke Mijnbouw Maatschappij Billiton (GMB) trad in liquidatie waardoor Billiton en de koninklijke familie een financiële catastrofe tegemoet ging waarmee het Nederlandse koninklijke huis hun macht in de wereld dreigde te verliezen. De financiële problemen van het koninklijk huis waren zelfs zo groot dat premier prof. dr. J.E. de Quay die persoonlijk heeft besproken met voormalig Koningin Juliana. Als feitelijk bewijs daarvoor citeer ik hieronder letterlijk de volgende tekst uit zijn dagboekaantekeningen, daarin schrijft premier De Quay letterlijk het volgende:

1 februari 1960: “Vanmorgen gesprek met HM en ZKH over financiële positie van het koninklijk huis. Daar moeten we iets aan doen. Prins vroeg ‘sliding scale’ Lijkt me wettelijk moeilijk. Goed voorbereiden. Bespreken met Beel.”

Willem Oltmans (journalist) was hiervan op de hoogte en ontmoette op 10 juni 1956 president Soekarno van Indonesië. Conservatief Nederland (Joseph Luns / KVP) haatte dit eerste staatshoofd van Nederlands voormalige kolonie; De Telegraaf verbood Oltmans dan ook Soekarno te interviewen. Hij deed het natuurlijk toch; beiden konden het zelfs uitstekend met elkaar vinden. Het betekende het einde van zijn korte carrière bij deze krant, en het begin van zijn problemen met de Nederlandse Staat. Van 1950 tot 1962 dienden ongeveer 30.000 Nederlandse militairen voor korte of langere periode op Nieuw-Guinea. (1/2/3) Marine, landmacht, luchtmacht, marechaussee -alle krijgsmachtdelen waren vertegenwoordigd. In 1963 sloot president John F. Kennedy een overeenkomst met president Soekarno om fondsen te realiseren waardoor de Amerikaanse Schatkist zijn eigen Treasury-dollars bankbiljetten kon drukken, en ondermijnde daarmee het ‘recht’ van de Federal Reserve om Federal Reserve-dollars bankbiljetten te drukken. Dit akkoord maakte het mogelijk dat er 50.000 ton goud overgedragen zou worden om deze valuta te steunen. Het probleem was echter dat de binnenlandse valuta van de VS daardoor door goud gedekt was, wat in strijd zou zijn geweest met internationale overeenkomsten die bedoeld waren om de valuta te stabiliseren. Elf dagen na de ondertekening (op 22 november 1963) werd John F. Kennedy op dezelfde wijze als Nederlands politicus Pim Fortuyn op klaarlichte dag vermoord door insiders voor het oog van heel de wereld. Zoals bij Pim Fortuyn blijken verschillende Bilderbergleden bij deze moord betrokken te zijn. Vijf jaar later op 5 juni 1968 tijdens een campagnebijeenkomst in Hotel Ambassador in Los Angeles voor de verkiezing van 1968 werd Robert Kennedy vermoord waarna Bilderberger Richard Nixon op 20 januari 1969 president van de verenigde State is geworden (bron: No Cancer Foundation, https://sites.google.com/site/alarmuwordtvergiftigduf/wereldwijde-vergiftiging-begonnen-op-21-april-1962-vanuit-bilderberg-nederland).

1983: dezelfde André Donner (ARP), zijnde de vader van huidig vice-president Piet Hein Donner van de Raad van State was vanaf 1967 tot 1971 (mede)voorzitter van de StaatscommissieCals-Donner die de algehele herziening van de Grondwet in 1983 hebben voorbereid. Met deze herziening van de Grondwet is artikel 120 in de algehele herziene Grondwet opgenomen, dat luidt:

“De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.”

Door hiervan in 1983 het zelfstandige artikel 120 in deze algehele herziende Grondwet op te nemen met toevoeging van “Wetten” is het schade-aansprakelijkheidsprobleem vanuit 16,5 miljoen Nederlanders en 500 miljoen Europeanen richting Shell/Billiton (en daarmee richting het Koninklijk Huis en de Nederlandse Staat) vanwege de op 21 april 1962 ingebouwde tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet weggenomen. Daarmee heeft André Donner voor Vice-Presdent Willem Scholten(CDA) en Voorzitter Koningin Beatrixvan de Raad van State de weg vrijgemaakt om positief advies uit te uitbrengen waarop het Kabinet Lubbers I (CDA en VVD) heeft beslist dat bij de toelating van bestrijdingsmiddelen niet meer mag worden getoetst aan de volgende hieronder ingelaste artikelen 1, 21 en 22 van de Grondwet, die vanaf 18 mei 1940 toch al niet rechtsgeldig was:

Artikel 1 Grondwet:

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Artikel 21 Grondwet:

De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.

Artikel 22 Grondwet:

1. De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.

2. Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.

3. Zij schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.

Daarmee heeft André Donner met de hulp van de Raad van State, de Staat der Nederlanden en de politieke partijen CDA en VVD weten te bewerkstelligen dat bedrijven als Shell/Biliton/Budelco onder de dekmantel van “duurzaamheid”met miljarden euro’s aan overheidssubsidie (belastinggeld) via bestrijdingsmiddelen (waaronder Superwolmanzout-Co) honderden miljoenen kilogrammen valselijk geëtiketteerd zeer giftige kankerverwekkende stoffen als arseenzuur enchroomtrioxide (chroom VI), zijnde hoogproblematisch gevaarlijk afval van met nameBilliton/Shell/Budelco (https://nl.wikipedia.org/wiki/Zinkfabriek_(Budel)), via geïmpregneerd hout bij de consumenten in huizen en tuinen zijn gedumpt zonder dat daartegen bestuursrechtelijk, civielrechtelijk of strafrechtelijk kan en mag worden opgetreden. André Donner heeft dat in de periode vanaf 1967 tot 1971 weten te bewerkstelligen. Met de wetenschap dat dezelfdeAndré Donner in diezelfde periode (vanaf 7 oktober 1958 tot 29 maart 1979) ook lid was van het Hof van Justitie der Europese Gemeenschappen te Luxemburg betekent dat hij ook in die hoedanigheid als zodanig heeft beslist, waarmee het Hof van Justitie van de Europese Unie ondergeschikt is geworden aan huidig vice-president Piet Hein Donner (CDA) van de Nederlandse Raad van State, die samen met zijn vader en grootvader al vanaf 5 mei 1945 ten dienste staat van het vanuit Nederland voortgezette Hitler-kabinet onder voorzitterschap van eerst koningin Wilhelmina, daarna Juliana en thans Beatrix.

Op deze wijze heeft Shell/Billiton ((onder voorzitterschap van resp. de Nederlandse Hans Alders (PvdA), Jan Pronk (PvdA) en Pieter van Geel (CDA) uit het voortgezette Hitler-kabinet)) weten te realiseren dat wereldwijd het “Rio de Janeiro protocol”, het “Kyoto-protocol” en de “duurzaamheidsconferentie Johannesburg” werd ondertekend met de hulp van de landen uit de Europese Unie, waarmee wereldwijd miljarden kilogrammen valselijk geëtiketteerd volledig in water oplosbare zeer giftige kankerverwekkende stoffen als arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI), zijnde hoogproblematisch gevaarlijk afval, via tijdelijkeuitlogende producten (geïmpregneerd hout) op een ongecontroleerde wijze in water, bodem en lucht zijn gedumpt met grote bedragen aan (Europese) overheidssubsidie onder de dekmantels van duurzaamheid, innovatie, ecologisch, milieuvriendelijk, biomassa, groene stroom, CO2-reductie, KOMO-keur, milieubeton, secundaire brandstof, hergebruik, Rio de Janeiro protocol, Kyoto-protocol en Agenda 21. Europees erkend Safety Manager Ad van Rooij die als lid van No Cancer Foundation deze brief mede heeft opgesteld heeft daarover op 2 mei 2002 de volgende brief per fax laten toekomen aan opkomend Nederlandse minister-president Pim Fortuyn:

Aantekenen met ontvangstbevestiging

Aan: P. Fortuyn,
G.W. Burgerplein 11,
3021 AT Rotterdam. Sint Oedenrode, 3 mei 2002.

Ons kenmerk: PF/03052/br.

Geachte heer Fortuyn,

Zeer geschokt ben ik over de wijze waarop Wim Kok, Frits Bolkestein, de PvdA, etc, u persoonlijk beschuldigen. U spreekt namelijk de waarheid.

Wim Kok (PvdA), Jan Pronk (PvdA), A. Kosto (PvdA), Tjeenk Willink (PvdA), etc. hebben met de hulp van dit paarse kabinet de gehele politiek, de gehele rechterlijke macht en het gehele O.M. corrupt gemaakt en ons gehele land vergiftigd met uiterst giftige kankerverwekkende stoffen. Dit alles met misbruik van grote bedragen aan gemeenschapsgeld (subsidie) onder de dekmantels als ecologisch, milieuvriendelijk, biomassa, groene stroom, duurzaam, CO2-reductie, KOMO-keur, milieubeton, secundaire brandstof, hergebruik, Rio de Janeiro protocol en Kyoto-protocol.

Dit alles heeft zich in gang gezet vanuit kabinet Lubbers III, waarin Wim Kok minister van Financiën was, en Jan Pronk minister van Ontwikkelingssamenwerking. Het zijn juist zij, de PvdA, maar ook de gesettelde CDA in Brabant en Limburg, die een groot gevaar vormen voor onze maatschappij en het leefbaar houden van ons land. De volgende bijgevoegde stukken maken dat volstrekt duidelijk:

1. Mijn brief van 22 april 2002, kenmerk VROM/22042/vz, aan de minister van VROM, J.P. Pronk (PvdA).
2. Mijn wrakingsverzoek d.d. 28 januari 2002, kenmerk: Bes/28012/wra, van A. Kosto aan de Raad van State (PvdA).
3. Mijn brief d.d. 13 april 2001, kenmerk: TEK/13041/vz, aan de Voorzitter van de Tweede Kamer mw. J. van Nieuwenhoven, en haar antwoord daarop (PvdA).
4. Mijn klacht d.d. 24 februari 2002 aan de Nationale Ombudsman over Wim Kok (Pv/dA) en de reactie daarop van die Nationale Ombudsman.
5. Mijn brief/persbericht d.d. 2 mei 2002 aan milieuwethouder E.H.G.J.M. Huijbregts van Sint Oedenrode (Oorzaak PvdA en CDA).
6. Mijn aangifte van 10 april 2002 van het plegen van valsheid in geschrift van de staatsraden R. Cleton, dr. J.C.K.W. Bartel, mr. R.J. Hoekstra en mr. P. van Dijk, incl. krantenartikelen. (Oorzaak Tjeenk Willink PvdA en voorheen Scholten CDA).

Ik wil u vragen deze stukken met bijlagen goed te bekijken.

Hierbij geef ik u toestemming om alle stukken te gebruiken in uw strijd tegen de huidige criminele gesettelde politieke macht, polderdictatuur genaamd. Op mijn kennis en ervaring hierover kunt u rekenen, in geval u dat wenselijk acht.

Gaarne ontvang ik uw reactie, Met vriendelijke groeten,

Ecologisch Kennis Centrum B.V.

voor deze,

Ing. A.M.L. van Rooij,
directeur. C.c. René van den Oord (met dank aan hem)

Op 4 mei 2002 zou hij die brief moeten hebben ontvangen. Dat gebeurde echter niet. Op 22 mei 2002 – 18 dagen na verzending – is deze brief pas aangeboden aan Fortuyn BV. De twee kilogram aan bewijzen heeft Pim Fortuyn daardoor nooit kunnen lezen. Korte tijd na de moord op Pim Fortuyn (op 25 mei 2002) werd Ad van Rooij in opdracht van loco-burgemeester Cees van Rossum (CDA) en raadslid Henriette van den Berk – van de Laar (CDA) van Sint-Oedenrode in het Eindhovens Dagblad afgeschilderd als milieuactivist om op die wijze gelijk te worden gesteld aan moordenaar Volkert van der Graaf, wat overigens niet de echte moordenaar is. In het hoofd had Pim Fortuyn namelijk een ander kaliber kogel (waaraan hij is overleden) dan in zijn buik (bron: deepjournal 4 mei 2007, http://www.deepjournal.com/p/2/a/nl/628.html).

De echte moordenaar blijkt volgens het boek “Moord namens de‘kroon’?” van Ine Veen een zekere Abu Fatah te zijn? Werden daarom Ad van Rooij, zijn Ecologisch Kennis Centrum, Rob Brockhus, zijn Sociale Databank Nederland en Robert Kahlman daarna benaderd door ene agent-verslaggever die zich Hans Vermeulen noemde, maar in werkelijkheid de in Amerika verblijvende Marco Wetering was in het bijzijn van een zekere Allan Weaver die uitsluitend Engels sprak met een duidelijk Amerikaans accent? Beiden heren zouden medewerkers zijn van de AIVD en de CIA. De twee kilogram aan bewijzen heeft Ad van Rooij later aan Hans Smolders, de chauffeur van Pim Fortuyn, bezorgd. Hij heeft die in zijn kamer in de Tweede Kamer opgeslagen in een gesloten kast, waaruit het later was verdwenen. Hij deelde die kamer samen met Mat Herben(vrij metselaar), waarmee duidelijk is wie dat heeft gedaan (bron: boek Moord namens de ‘kroon’?”, http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/tab-3-bij-urgente-brief-17-juli-2008-van-philips-safety-manager-aml-van-rooij-aan-philips-president-g-kleisterlee.pdf).

Korte tijd daarna heeft Mart Herben het kabinet met daarin de LPF laten ploffen, heeft hij de Bilderberg-conferentie bijgewoond en is het kabinet Balkenende I tot stand gebracht met CDA’er Jan-Peter Balkenende (vrij metselaar) als minister-president, wat weer een persoonlijke vriend is van burgemeester Peter Maas (CDA) van Sint-Oedenrode (bron: Het Echte Nieuws 7 november 2009, http://www.hetechtenieuws.org/2009-11-07.php). Om te voorkomen dat er nogmaals een nieuwe partij opkomt die de minister-president kan leveren heeft minister president J.P. Balkenende in 2003 onder zijn voorzitterschap het “Innovatieplatform” ingesteld, waarin onder meer ook de presidenten Gerard Kleisterlee van Philips en Marjan Oudeman van Corus als lid waren vertegenwoordigd, wat tot juni 2010 in werking is gebleven. Dit met als doel om daarmee de hierboven door Ad van Rooij aan Pim Fortuyn bij brief d.d. 3 mei 2002 beschreven massale vergiftiging van de gehele wereld onder de dekmantel van “duurzaamheid”vanuit dit voortgezette Hitler-kabinet gerealiseerd te krijgen (bron: Wikipedia, https://nl.wikipedia.org/wiki/Innovatieplatform). Juist daarom heeft Philips President Gerard Kleisterlee in samenspanning met voormalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mr. J.P.H. Donner (thans: vice-president van de Raad van State) haar safety manager Ad van Rooij spontaan vanaf 24 september 2007 voor 100% arbeidsongeschikt (geestesziek) verklaard zonder doorbetaling van salaris vanaf 25 oktober 2007 in strijd met de Philips CAO en de Ziektewet waarbij advocaat Ellen Pasman (de beroemde Willem Oltmans advocaat) bij Ad van Rooij € 26.352,13 euro heeft gestolen (bron: brief d.d. 22 januari 2012 van Ad van Rooij Philips en zijn advocaat E. Pasman, http://www.sdnl.nl/pdf/22-januari-2012-philips-verzoek-aan-alle-rechters.pdf).

Het is hierbij goed te weten dat voormalig minister van Economische Zaken A. Jorritsma-Lebbing (VVD), namens “de Nederlandse Staat”, die grondwettelijk vanaf 18 mei 1940 niet meer bestaat, met een groot aantal bedrijven waaronder Philips Electronics Nederland B.V. korte tijd voor de moord op Pim Fortuyn een “Medefinancieringsovereenkomst-JSF”had afgesloten voor de aanschaf van JSF-gevechtsvliegtuigen ten behoeve van de Nederlandse luchtmacht. De heer H.J.G. Hendriks, die namens Philips Electronics Nederland N.V. deze overeenkomst heeft afgesloten is thans directievoorzitter Philips Benelux en was en is nog steeds de hogere leidinggevende van Philips safety manager Ad van Rooij. Hij heeft er persoonlijk dan ook groot belang bij dat Ad van Rooij voor de rest van zijn leven voor 100% arbeidsongeschikt (geestesziek) blijft zonder doorbetaling van salaris tijdens ziekte. Het is hierbij tevens goed te weten dat Pim Fortuyn fel tegen de aanschaf van de JSF (Joint Strike Fighter) gevechtsvliegtuigen was en dat Theo Van Gogh naar buiten heeft gebracht dat Mat Herben steekpenningen heeft ontvangen van de Amerikaanse straal jagerlobby (bron: De Groene Amsterdammer, http://www.groene.nl/artikel/nieuwe-politiek-15). Ook Theo van Gogh is daarna op 2 november 2004 in Amsterdam vermoord.

Mat Herben was van 1977 tot 1987 journalist bij het Ministerie van Defensie. Vervolgens werd hij journalist bij het tijdschrift Manna van Center Parcs-oprichter Piet Derksen. In 1990 keerde hij weer naar het Ministerie van Defensie terug, nu als hoofdredacteur van de Defensiekrant. In 1995 werd hij algemeen hoofdredacteur bij de directie Voorlichting van het ministerie van Defensie. Hij was onder andere redacteur van Alle Hens (maandblad voor de Koninklijke Marine), van het personeelsblad De Vliegende Hollander (maandblad voor de Koninklijke Luchtmacht) en redacteur van de internetsite. Vanuit die hoedanigheid heeft hij een hoofdrol gespeeld in het naar de buitenwereld toe geestesziek houden van defensie klokkenluider Fred Spijkers omdat die in 1984 weigerde mee te werken aan een plan van defensie om het dodelijke ongeval van minutiespecialist Rob Ovaa als gevolg van een onveilige mijn in de doofpot te stoppen en te houden (bron: Katholiek Nieuwsblad 29 augustus 1997);

Ook is het goed te weten dat gemeentesecretaris John Jorritsma (VVD) van Sint-Oedenrode onder burgemeester Piet Schriek (CDA) een neef is van voormalig minister van Economische Zaken A. Jorritsma-Lebbing (thans: burgemeester van Almere). Deze John Jorritsma maakte kort daarna een snelle promotie tot burgemeester van Budel waar de fabriek Budelco is gevestigd, waarvan dat arseenzuurhoudend hoogproblematisch gevaarlijk afval in Superwolmanzout-co afkomstig is. Na daar alles op orde te hebben gesteld is John Jorritsma gepromoveerd tot huidig commissaris van de koningin van provincie Friesland.

Vijftien jaar voor deze 100% arbeidsongeschikt (geestesziek) verklaring van Philips safety manager Ad van Rooij door zijn collega bedrijfsarts Harry Mol (zitten beiden in de Philips Arbodienst) in opdracht van de met een koninklijk lintje onderscheiden Jan Oerlemans (directe leidinggevende van Ad van Rooij) heeft er op 18 augustus 1992 onder voorzitterschap van de officier van justitie mr. G. Bos van het arrondissementsparket ’s-Hertogenbosch een geheime vergadering plaatsgevonden met parketsecretaris G. Broeren,voormalig burgemeester P.Schriek (CDA) van Sint-Oedenrode, voormalig milieuwethouder H. van Dijk-Eerhart van Sint-Oedenrode (CDA), juridisch medewerker Provincie Noord-Brabant H. Artz, de wachtmeesters I. Valk en M. Saris van de rijkspolitie Sint-Oedenrode, dhr. C. Kertsholt hoofd afd. bouwen van Sint-Oedenrode, milieuinspecteur H. de Vries van Noord-Brabant, dhr. V. Ditters hoofd algemene zaken Waterschap De Dommel en notulist G. van Aarle controlerend ambtenaar Sint-Oedenrode. In dat geheime overleg is toen besloten dat in opdracht van milieuinspecteur H. de Vries van Noord-Brabant, namens minister Hans Alders (PvdA) van VROM, burgemeester Piet Schriek (CDA) van Sint-Oedenrode GGD-arts Henk Jans op Ad van Rooij moest afsturen om hem geestesziek te verklaren. Mede dank zij Anton Nigten van het Landelijk Milieu Overleg en Jan Juffermans van de Kleine Aarde is dat toen mislukt. Als waardering daarvoor kreeg deze GGD-arts Henk Jans in 1993 uit de handen van de commissaris van de koningin van Noord Brabant Frank Houben (huisvriend van koningin Beatrix) de Provinciale Milieuprijs van Noord-Brabant uitgereikt (bron: Het Echte Nieuws 26 november 2007, http://www.hetechtenieuws.org/2007-11-26.php).

Vanaf 1993 kregen Ad van Rooij, zijn gezin, zijn ouders en zijn paardenhouderij (later: Camping en pensionstal ‘Dommeldal’) te maken met de ene na de andere vernieling, terreuractie, poging tot doodslag vanuit met name de familie Van den Biggelaar (buurman van Ad van Rooij). Daarvoor werd de familie van den Biggelaar door eerst burgemeester Piet Schriek (CDA) en daarna burgemeester Peter Maas (CDA) rijkelijk beloond. De vele strafaangiften daartegen van Ad van Rooij werden nooit in behandeling genomen. Daarboven op hebben Ad van Rooij, zijn vrouw, zijn paardenhoudeij vanaf 1993 tot op heden (19 jaar lang) te maken gehad met de ene na de andere onrechtmatige executoriale beslaglegging, hoge opgelegde dwangsommen en verzegelingen van bedrijfsruimten. Dit alles met de hulp van politie en justitie, wat op de dag van vandaag voortduurt (bron: bezwaarschrift d.d. 24 mei 2012 van Van Rooij aan B&W van Sint-Oedenrode, http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/24-mei-2012-bezwaar-woz-2012-sint-oederode.pdf).

Het is dezelfde Nederlandse GGD-arts Henk Jans die vanuit de binationale (NL en BE) experten werkgroep de medische en milieukundige aspecten heeft beoordeeld van het bestrijdingsmiddel XENTARI WG waarmee hij binnen een aantal gemeenten in Belgisch Limburg (waaronder Bree en Maaseik) en Brabant met grote bedragen aan Belgische overheidssubsidie de preventieve bestrijding van de eikenprocessierupsen zonder de daarvoor vereiste wettelijk voorgeschreven vergunningen heeft laten uitvoeren. Dit omdat GGD-arts Henk Jans had beoordeeld dat het een biologisch middel betreft waaraan geen enkele milieu- en gezondheidsrisico’s zijn verbonden. Uit onderzoek vanuit het Ecologisch Kennis Centrum B.V. is echter gebleken dat het bestrijdingsmiddel XENTARI WG een uiterst giftige en zelfs kankerverwekkend bestrijdingsmiddel betreft, waarmee (door toedoen van deze deskundige Henk Jans?) ook alle Belgische groenten en fruit maar liefst 10 jaar lang zijn bespoten. Dit komt nog boven op de tientallen miljoenen kilogrammen zeer giftig kankerverwekkend volledig in water oplosbaar arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI) vanuit het geïmpregneerde hout dat op advies van dezelfde medisch milieukundig GGD-arts Henk Jans vanuit Nederland in België is gedumpt, waarvoor hij op 16 november 1993 de Provinciale Milieuprijs 1993 van Noord-Brabant uit de handen van de Commissaris der Koningin Frank Houben (CDA), kamerheer en persoonlijke vriend van koningin Beatrix en getuige bij het huwelijk van kroonprins Willem Alexander en Máxima, heeft ontvangen.(bron: Deskundigenrapport d.d. 6 maart 2012 van het Ecologisch Kennis Centrum B.V., http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/6-maart-2012-deskundigenrapport-xentari-wg.pdf).

Toen Ad van Rooij op 22 november 2006 voor ‘Lijst 14’ ging meedoen aan de verkiezingen voor de Nederlandse Tweede Kamer der Staten-Generaal, werd deze lijst door de media (in opdracht van het voortgezette Hitler-kabinet) doodgezwegen. Van Nederlands Journalist Julius Vischjager (hoofdredacteur van The Daily Invisible), die al ruim 30 jaar lang het unieke voorrecht heeft dat hij tijdens de wekelijkse persconferentie van de minister-president de laatste vraag mag stellen, kreeg Ad van Rooij te horen dat er vanuit het buitenland een brigade op weg was om hem te vermoorden. Julius Vischjager heeft toen daarover een artikel geschreven in The Daily Invisible wat de redding voor Ad van Rooij is geweest. Toen Ad van Rooij op 3 maart 2010 als lijsttrekker voor de politieke groepering De Groenen ging meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen van Sint-Oedenrode werd de terreur op hem extreem hoog en kreeg hij te maken met een door burgemeester Peter Maas (CDA) gedane strafaangifte van smaad en Gestapo-binnenvallen in zijn woning, slaapkamer en kantoor om daar paarden te tellen die buiten in de wei liepen in opdracht van dezelfde burgemeester Peter Maas (CDA) van Sint-Oedenrode. Mede gezien de eerdere Gestapo-binnenvallen door dezelfde personen waarbij Ad van Rooij met bruut geweld in de politiecel was beland en de eerdere pogingen tot doodslag is Ad van Rooij ten tijde van die laatste binnenval op 22 april 2010 gevlucht naar België en heeft daar op 6 mei 2010 politiek asiel aangevraagd bij verantwoordelijk minister Joëlle F.G.M. Milquet (bron: Het Echte Nieuws 12 mei 2010, http://www.hetechtenieuws.org/2010-05-12.php).

Het zijn deze vanuit het Nederlandse koninklijke huis (Hitler-kabinet) gepleegde genocide-misdrijven vanaf 5 mei 1945 tot op heden met bestrijdingsmiddelen gif, chemtrails gif, fluoride gif, aspartaam gif, vaccinatie gif, stralings gif, cosmetica gif, etc, waaraan over 5 tot 10 jaar enkel in Nederland en België al ten minste 10 miljoen mensen vroegtijdig zullen sterven aan kanker of andere ernstige vergiftigingsziekten.

Met deze wetenschap heeft Belgisch verantwoordelijk minister Laurette Onkelinx (PS) maar liefst 45 miljoen euro subsidie (Belgisch belastinggeld) uitgegeven en de Vlaamse regering daar bovenop nog eens zo’n 8 miljoen euro voor het vaccineren van meisjes van 14 tot 18 jaar met het Gardasil HPV-vaccin tegen baarmoederhalskanker.

Niemand in Europa zelfs de toelatingshouder van dit Gardasil-vaccin, Patrick Dhont MD, Medical Affairs Manager van Sanofi Pasteur MSD is in het bezit van de wettelijk verplichte material safety data sheets (MSDS, https://nl.wikipedia.org/wiki/Veiligheidsinformatieblad) om deze vaccins Europa en België te mogen invoeren. Laat staan te gebruiken. Niemand in Europa, ook de Europese Commissie niet, weet welke chemische stoffen het Gardasil HPV-vaccin bevat. Alle kinderen die daarmee worden gevaccineerd zijn daarmee proefkonijn voor het Amerikaanse farmaceutische bedrijf MERCK & CO, INC en het vanuit het Nederlandse koninklijke huis voortgezette Hitler-kabinet.

Ook degenen die het Mexicaanse griepvaccin hebben gehad zijn ingespoten met verboden kankerverwekkend gif en chemisch afval (bron: verdiepingsonderzoek d.d. 24 oktober 2009 van Philips safety manager A.M.L. van Rooij, http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/zeer-hoge-urgentie-omdat-er-sprake-is-van-een-misdrijf-waaruit.pdf).

Flaraxin: Erik Verbeek van No Cancer Foundation zag dan ook met leden ogen toe dat producten van plantaardige oorsprong, zoals Flaraxin, die in 90% van de gevallen efficiënt zijn en in vele gevallen tumoren kunnen laten verdwijnen in Europa worden tegengewerkt. Hij begrijpt dat niet omdat Flaraxin 10 tot 20 maal goedkoper is dan de huidig voorgeschreven chemobehandeling, hetgeen in de tijd van grote overheidsbezuinigingen met open armen zou moeten worden ontvangen. Dit des te meer de bij een chemobehandeling gebruikte chemicaliën tegen kanker kankercellen moeten doden waarbij de patiënt zelf net niet dood gaat. Daarna mag de patiënt zich weer herstellen en volgt een nieuwe kuur. Op deze wijze gaat de kankerpatiënt met zijn chemokuur door een zeer diep dal met meestal enige kans op genezing. Het doden van alle kankercellen vindt met deze behandeling niet altijd volledig plaats waarna de kans op een recidief groot is. Meestal is deze kanker agressiever dan de eerste en overlijdt de patiënt alsnog aan zijn kanker. Flaraxin pakt de kanker op een geheel andere wijze aan. Flaraxin maakt de eigen interferon, stimuleert het immuunsysteem en heeft de eigenschap dat daarna de kanker afbreekt. Hierbij werkt Flaraxin snel en heeft het bijna geen tot geen bijwerkingen. Dit mag niet worden gebruikt van datzelfde voortgezette Hitler-kabinet vanuit voormalig Nederlands grondgebied. Daarom heeft er op 7 april 2011 in opdracht van de officier van justitie Marc Rubens van Hasselt bij No Cancer Foundation een onaangekondigde binnenval plaatsgevonden onder leiding van commissaris Jos Opdelocht, waarbij flaraxin producten, de boekhouding e.d. in beslag zijn genomen en beslag is gelegd op de woning van waaruit No Cancer Foundation opereert, wat tot op de dag van vandaag blijft voorduren (bron: PV002702/2011 van verhoor Erik Verbeek, http://www.mstsnl.net/ekc/pdf/verhoor-erik-verbeek-7-april-2011.pdf).

No Cancer Foundation maakt het mogelijk dat SCIENTIFIC & TREATMENT CENTER FOR CANCER CURING PHOENIX vanuit de Oekraïne het daar toegelaten Flaraxin over de gehele wereld kan toepassen. Omdat de landen van de Europese Unie dat niet ondersteunen verloopt dit binnen Europa erg moeizaam. No Cancer Foundation hoopt dat deze brief aan Prinses Máxima bijdraagt aan een wereldwijde politieke omwenteling waarbij niet langer miljarden euro’s aan subsidie worden uitgegeven aan producten en processen die ons massaal vergiftigen met kankerverwekkende stoffen als arseenzuur en chroom VI maar dat geld gaat naar onderdrukte technologieën en producten van plantaardige oorsprong, zodat onze kinderen en kleinkinderen ook nog een leven hebben op onze aarde.

No Cancer Foundation is a humanitarian organization that works international “for” health, peace, social justice and human rights, “against” industrial mass poisoning, cancer and other poisoning diseases. Taking into account the continuing unconstitutional, on corruption and abuse of power based terror on No Cancer Foundation and its partners, the entire content of the No Cancer Foundation website is transferred as research achive to the ‘The European Greens’ political movement. The content remains to represent No Cancer Foundation and partners as official juridical foundation for existing and further legal proceedings. No Cancer Foundation plenipotentiary jurist, by European Commission recognized European safety manager, A.M.L. van Rooij is disabled in his legal function and right to existence by means of corruption and abuse of power, which is called fascism. Let’s end mass poisoning, the cancer pandemic once and for all! Support us and let them know!

https://sites.google.com/site/alarmuwordtvergiftigduf/nazi-regime-van-het-hitler-kabinet-vanuit-nederland-voortgezet

Leave a comment

Your email address will not be published.

*