Kees Engelhart – DAGEN VAN VAN PUTTEN | Boek 15 | Dagen waarop het regent | Winter

Wat vooraf ging:
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-proloog-dagen-van-van-putten-boek-1-dat-dient-zich-aan-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-2-de-kwaal-herfst/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-3-het-grauw-winter/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-4-de-rook-lente/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-5-een-pak-warmte-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-6-draden-herfst/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-7-het-afrekenen-winter/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-8-het-gefilterde-lente/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-9-het-bevrijden-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-10-een-nevel-herfst/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-11-het-verval-winter/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-12-een-berusten-lente-epiloog/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-proloog-dagen-van-van-putten-boek-13-kijkend-over-de-velden-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-14-veel-meer-dan-een-alibi-herfst/

Boek 15

Dagen waarop het regent

Winter

DE DICHTER ALS VERTELLER VAN VERHALEN

Je hebt iets verstopt dat heel waardevol is
Dat heel waardevol is

Bewijs me dat je weet
Waarover je praat

Liefdesklokken

De mens is een gevallen
God die zich de hemel
Herinnert

Sigaret mij

Ik ben niet echt zo
Ik lever de waar
Wij leveren de waar
Ik voel me goed vanavond

Laat me dromen wanneer ik dat wil
Een miljoen is wat ik nodig heb

Doppertje twijfelt glimlacht
En legt zijn pen neer

ALLES WEET GOD VAN ZIJN GEWETEN

Wat is het toch dat hem drijft
Zie hem daar draaft hij kaarsrecht en
Soepel in zijn mooie zwart trainingspak de
Vijf kilometer lange weg af die langs de
Vliet van zijn werk naar zijn huis leidt
Daar wacht zijn lieve aarzelende vrouw Annie
Met het avondeten
Zie hem gaan langs de vliet
Niets dan rechtvaardigheid straalt hij uit
Een reine geest in een gezond en sterk lichaam

Kijk toch het is half vijf en het begint te donkeren
Toch is nog duidelijk te zien hoe prachtig hij gaat
Iedereen kan het zien

Hij is de baas van de neger
Hij heeft de neger ontslag aangezegd
Een gewetenloze daad gepleegd nog wel op de dag voor de
Viering van de geboorte van het kind dat men zal leren kennen
Als de Wonderbare de Raadsman en de Vredevorst
De baas van de neger is een gelovig man

Een uiterst wrede daad aangezien de neger zich niet uiten
Kan in heldere goed te begrijpen zinnen laat staan dat die
Zinnen kunnen worden omgevormd tot een samenhangend
Betoog bedoeld ter zijner verdediging
De neger is volkomen weerloos

De man met de edele gelaatstrekken heeft het slot van de
Deur van het huis van de neger laten vervangen
De neger kan zijn huis niet meer in
Nu is de neger maar bij zijn zuster ingetrokken

Kijk toch hoe soepel hij daar loopt in het halfduister van
De decemberavond niets van wroeging of twijfel is hem
Aan te zien
Kijk toch hoe kaarsrecht hij loopt en hoe zijn zwarte
Trainingspak glanst in het licht der juist ontstoken
Lantaarns

Van Putten is woedend de baas van de neger is uiteraard de
Lange blonde germaanse man zijnde als immer druk met zijn
Loopbaan bezig

DE STILLE AVOND VAN DERTIG DECEMBER

Het is de stille avond van dertig december
De kleine man zit aan tafel en ziet uit over het voetpad
Het is windstil en bij het licht van de lantaarns
Ziet hij de sluierende nevel
De kleine man is jong noch oud

Op de stille avond van dertig december drinkt
De kleine man een glaasje gin en hij denkt terug aan het
Licht brutale maar wel aardige meisje in de
Trein waarnaast hij zat die een vrolijk twistgesprek
Voerde met een jongeman die haar duidelijk aanbad
Maar het kennelijk nog niet al te ver geschopt had bij haar
Het onderwerp van het gesprek behelsde geloof en ongeloof
Betreffende Sinterklaas

Meneer zei ze plotseling en ze keek naar de kleine man
Gelooft u in Sinterklaas
Heel even bloosde de kleine man lichtjes maar antwoordde
Onmiddellijk daaropvolgend met vaste stem

Welzeker geloof ik in Sinterklaas en tevens
Weet ik waar Sinterklaas resideert
Zijn thuishaven is Blanes een klein plaatsje
Aan de Costa Brava alwaar Sinterklaas een
Middeleeuwse vesting bezit die zich bevindt
Boven op de rots dicht nabij de botanische
Tuinen

Het licht brutale meisje glom van trots en keek
Uitdagend naar de jongeman die haar duidelijk aanbad
En geen woorden meer tot zijn beschikking had

KUNST KRACHT EN EROTIEK

De man staat op
Hij is een kunstenaar
Een schilder
Met zeer luide stem voegt hij haar toe
Het is godallemachtig moeilijk
Je moet de buitenstoffelijke bouwmeester aanroepen
Je moet de duivel erbij halen
Je hart je ziel je lever alles moet je er voor willen geven

Wil je maken wat schroeit en broeit in je kop
Dan moet alles aan de kant
Je vrouw je kinderen het huis uit
Grote volle flessen witte sterke drank in het keukenkastje
Sigaren genoeg voor een heel regiment cavaliers
En dan de deur op slot

De schilder heeft een woeste starende blik in de ogen gekregen
Een rilling loopt haar over de rug en onwillekeurig kijkt ze in lichte
Vrees naar de deur
Zij zou eigenlijk weg willen en wel nu meteen
Maar weet zo gauw niet iets te bedenken

De ogen van de kunstenaar verhelderen zich plotseling
Zijn stem daalt en zijn blik richt zich naar haar
Hoe anders meisje denk jij dat Willem Claeszoon Heda
Die godvergeten sublieme banketjes zou hebben kunnen
Maken
Waar hij schilderde jongen was het doodstil
Je denkt toch niet dat hij daar krijsende
Snotapen bij kon gebruiken of een zuinig
Zeurende vrouw die hem het licht uit de ogen nam

Woedend slaat de kunstenaar schilder driftig met
Zijn gebalde rechtervuist op de zware eikenhouten
Tafel en angstig is zij in het geheel niet meer

Want o werkelijk alleen dat soort kunstenaars
Brengt iets wezenlijks bij mevrouw Leenschat
Van Bodegraven te weeg Iets erotiserends ook
En weg gaan wil mevrouw Leenschat van Bodegraven
Al helemaal niet meer

EEN GELOFTE INGELOST

De krijgsman die eerst vol twijfel was over de goede afloop
Keert naar huis terug
De strijd was kort maar hevig en nodeloos wreed
In zijn veertiger jaren is hij nu en gezond en sterk
De aanblik die hij biedt is desondanks merkwaardig
Is hij niet de overwinnaar soms na de bittere strijd
Zijn blik richt zich naar de grond en zijn gelaatstrekken
Zijn hard en somber

De krijgsman wiens hart nu snel en hevig klopt nadert zijn
Huis
Daar komt zijn dochter zijn enig geboren kind lachend en
Dansend met haar vriendinnen op hem toegelopen
Het hart van de krijgsman bevriest

Gekweld door onduldbare pijn met neergeslagen ogen en met
Een droge mond waardoor hij nauwelijks spreken kan vertelt de
Krijgsman haar de belofte die hij heeft gedaan om het strijdperk
Als overwinnaar te mogen verlaten
Zijn beeldschone dochter verblikt of verbloost niet en haar
Vrolijkheid heeft er niet onder te lijden
Lieve vader zegt ze opgewekt dierbare vader van mij
U hebt uw woord gegeven breek de gelofte niet

Wat ik u alleen nog vraag lieve vader is dit
Laat mij nog twee maanden met mijn vriendinnen
Door de heuvels zwerven om mij voor te bereiden

De krijgsman de overwinnaar van de korte maar hevige strijd
Gezond en krachtig en in zijn veertiger jaren stemt met
Schorre stem in met het verzoek van zijn dochter
Zijn enig geborene

Na twee maanden keert zij vrolijk en opgewekt als immer
Naar het huis van haar vader terug
Daaropvolgend offert de krijgsman op rituele maar desondanks
Brute en wrede wijze het dierbaarste dat hij bezit

Brumming legt het boek waarin hij te lezen zit ter zijde om
Zich iets in te schenken alsook een droeve langdurige mijmering
Aan te vangen

DE ZUIGELING DIE IN JE SLUIMERDE IS ONMIDDELLIJK HERBOREN

Jongen zegt ze
En inderdaad heeft ze een lage hese stem
Wat is het dat je hier zoekt jongen
Blijf daar niet staan kom binnen

Het is de liefde die ik zoek mevrouw
Zegt de kleine man niet aarzelend
O de kleine man weet het nog als de dag van gisteren
De liefde die zo mij is verteld onvervulbaar is
Wat ik vurig weiger te geloven
Ik weet dat u mij de echte liefde schenken kunt
Een jaar lang heb ik gespaard mevrouw
U zult mij troosten en verdrinken zal ik in uw
Boezem

Ik ben jong en begerig
De meisjes uit mijn klas worden snel voller en
Ronder mevrouw en ze maken wilde lustvolle
Gedachten in mij los
Die gedachten mevrouw ik weet het zeker
Hebben zeker van doen met de echte liefde
Maar mijn kennis is ontoereikend mevrouw
U moet mij leren hoe de liefde werkelijk is
Daarom heb ik mij tot u gewend mevrouw

Mevrouw mijn geld is voor u en niet alleen voor
De gemeenschap
Ik betaal u niet alleen voor de vereniging
Mevrouw het is mij vooral te doen om wat u mij
Vertellen zult over hoe de echte liefde is en
Over troost
Ik vind u heel mooi en heel begeerlijk mevrouw
Ik wil dingen met u doen en ik wil het graag

Jongen zegt ze
Haar stem is nog lager en heser dan even daarvoor
Jongen wat ben je nog jong nog
Jongen kom bij me
Ze drukt je hoofd tegen haar borst en slaat haar
Kamerjas van superieure kwaliteit
Nog wat wijder open

De kleine man is veertien jaar

BIJVOORBEELD

Daar is wandelen
Op het trottoir

Dan het blaffen in
Houten bomen
Opgetrokken uit zijde

Op de hoek
Van de lege straat
Staat een duif op het
Punt serieus te verdwalen

De schelle ogen van een tram
Aanschouwen het zeldzame
Feit emotieloos

Een lied komt tot leven

In feite gaat het alleen
Om de manier
Waarop wij oud worden

De dichter
Hij is een dichter namelijk
Legt zijn pen neer

Zojuist heeft Brumming een slecht Engels
Gedicht dat hij misschien wel vijftien jaar
Geleden geschreven heeft vertaald en herschreven

Het is half januari en als gewoonlijk drinkt
Brumming zijn zwaar Duits bier en Brumming
Weet niet wat hij ervan vinden moet

OP EEN MORGEN DAT BRUMMING NIET WAKKER WORDT

Velen zien dat niet gebeuren
Nog wanhopiger zeilen vleugels
Van meeuwen onder een zichzelf
Beademende wind die stilaan een
Beschermende taak toebemeten krijgt

Dan het oude ontwaken van de slapelozen
Die te vuur en te zwaard hun grenzen
Bewaken
Maar ook de nevel beheerst een vak
Want zo is het geschikt

VERGIS U NIET IK BEN ZEER ERVAREN

Geef mij maar een man
Een man daar heb ik tenminste wat aan
Een sterke man die heel hard werken kan
Geef mij maar een man
Noem mij maar zorgeloos

Geef mij een man die vol is van Bach
Die alleen wanneer hij vrolijk is lacht
Een opgewonden man die naar mij smacht
Geef mij maar een man
Die plannen met mij heeft
Voor de nacht
Noem mij geldbelust
Noem mij hoe u wilt

Maar niet mijn meisjesnaam dat niet
Niet de meisjesnaam van de vrouw achter
Dit raam
Geef mij alleen een man die mij betaalt
Voor wat ik hem bied
Hij mag mij noemen zo hij wil
Maar niet mijn meisjesnaam nee dat niet

Dan word ik heel kwaad namelijk
Dan sla ik hem zomaar met mijn
Vlakke hand droog in het gezicht
In een flitsend beweging snijd ik
Zijn edele delen eraf want ik ben
Buitengewoon krachtig dan
Ik bezit een vlijmscherp mes voor
Dergelijke aangelegenheden

Geef mij maar een man die mijn meisjesnaam
Niet kent
Dat is vast en zeker voor iedereen het beste
Een man die niet meer weet dan wat hij ziet
Noem mij roekeloos zo u wilt

Mevrouw Leenschat van Bodegraven zit
Reeds voor lange tijd verzonken in haar
Zo gewelddadige avondlijk vertier
En vangt vervolgens een mijmering aan
Over juist met name
Die gewelddadige aanvechtingen
Maar vooreerst
Schenkt zij zich een grappa in en ook nog rolt zij
Zich een kruidensigaret

VAN UW VOORZITTER

1

Zo willen wij het ook graag zien bij de ouderen
Kom mensen zet je schouders er weer onder
Investeer in de sfeer aan de bar na het stokstappen
Geef elkaar de ruimte zowel voor als achter de bar
Laat onenigheden niet de kans krijgen uit te
Groeien tot onwaardige misverstanden
Neem elkaar serieus maar bovenal
Breng je beste humeur mee

Het is weer prettig stokstappen in het dorp en
Na het stokstappen sfeervol verpozen aan de bar

Na de voorgaande oproep welke
Naar mijn smaak hoog nodig is
Wil ik u ook nog wel wat anders laten weten
Immers wij vormen samen een vereniging
Waarbij ieder lid kan vertrouwen op het
Saamhorigheidsgevoel van ieder ander lid

Natuurlijk kleven daar ook fouten aan
Het is niet zo dat wij stokstappers per definitie
Ontslagen zijn van elk algemeen aanvaard
Menselijk gedrag

Daarom lijkt het mij toe dat wij elkaar waar nodig
Met de gebruikelijke consideratie tegemoet te
Treden
Doen wij dat niet dan ontnemen wij de ander
De ruimte om zich te manifesteren
Dat geldt voor het stokstappen en dat geldt
Voor en achter de bar

2

Ik wil dan ook dat er geen onderscheid gemaakt
Wordt tegenover wie dan ook
Aan overvragen kan een vereniging stuk gaan
Zo ook aan onderbieden
Tekort en teveel

Straks vieren wij weer met zijn allen het kerstfeest
Velen zullen weer de kerkdiensten bezoeken en
Het kerstdiner eer aan doen om vervolgens
Oud voor nieuw te verwisselen

Wij doen dat wel gemakkelijk
Misschien zou het wel een idee zijn om
Als u dat op kunt brengen even na twaalven
Als u het glas geheven heeft met uw gelieven
Dat ook bij de voorzitter te komen doen
Dat wordt een traditie

U loopt het risico geboden te krijgen
Wat u niet past
Daartoe gelieve u zelf voorzieningen
Te treffen
Ik ben benieuwd

Rest mij u vanaf deze plaats
Een levenslustig stokstapjaar
Toe te wensen

Uw toegenegen voorzitter

Cornelis van Putten

MAAR DOPPERTJE ZIET HET NIET

Aan niets anders kan Doppertje denken nog
Het neemt hem volledig in bezit
Er zijn dagen dat hij moeiteloos zware keien
Uit de grond trekt
Er zijn weken dat Doppertje wankelt van seconde
Tot seconde

Soms bereikt hij geestestoestanden die je met gemak
Extatisch zou kunnen noemen
Dan blijft de afwas staan
Aan niets anders kan Doppertje dandenken

Vaak staat hij midden in de nacht voor het raam
En Doppertje lacht een schorre triomfantelijke lach
Laat in de morgen wordt hij wakker
Hij staat op en gaat ontbijten met koffie en
Broodjes en de krant en ondertussen denkt Doppertje
Aan niets anders

Een flauwe glimlach krult zijn mondhoeken wanneer hij
Beseft dat het volledig bezit van hem genomen heeft
En even rilt Doppertje

Dan slaat hij de krant open en nipt van zijn koffie
De letters dansen voor zijn ogen en zijn koffie
Smaakt heerlijk

Doppertje sluit zijn ogen en geeft zich moeiteloos geheel over
Aan dat waaraan hij almaar denken moet
Meteen voelt Doppertje zich veel beter
Buiten is het gaan sneeuwen

BADEND IN LICHT

Zwart met groen is de steen
Die Doppertje ergens op een markt ziet

Achter de kramen staan kisten
Gevuld met groenten en fruit
Lukraak opgestapeld

Een dikke vrouw staat een dikke
Man uit te schelden met een rode
Zakdoek zwaaiend in haar rechterhand

Een kat met één oog sluipt weg
Even mager als lenig

De hangende worsten
Ruiken vol en dampig

Ergens schettert een fanfare
De windhaan op de torenspits
Schittert pronkend

DAT IS WAT JE ERVAN BEGRIJPT

Neerslachtigheid is de voornaamste straf
Die de mens treffen kan
Dat weet je nu wel zeker

Eerst was tante vanavond wat aangeschoten
Heel vrolijk zwaaiend met haar glas witte wijn
Ging tante met voor iedereen een kwinkslag paraat
Bij alle aanwezigen langs
Je zag hoe droef haar ogen stonden

Anderhalf uur later zat tante op de sofa
Met rode ogen en een whiskyglas driekwart gevuld
Met gin rustend op de leuning
Oom Theodoor niet die van de Ten Kortenaeren
Maar van de BrummingsNaast haar bette haar ogen
Met zijn smetteloos witte zakdoek

Elisabeth kan het niet verkroppen en ze komt er
Niet overheen hoorde je moeder gister na het eten
Tegen vader zeggen
We hopen er morgen maar het beste van

Je stond te luisteren in de gang al wilde je niet
Zacht sloop je even later naar je kamer boven
Daar dacht je aan tante en hoe verrukkelijk je
Haar vindt
Tante met al haar vormen waar je vaak van droomt
Tante in haar badpak zomers aan het meer

Ze kan het niet verkroppen zei moeder
Elisabeth voelt zich geen vrouw meer
Sinds de dag dat Herbert haar vertelde
Van die man die in zijn leven gekomen was

RIJKELIJK GEVULD MET AMBTENAREN ZOALS HIJ DAAR

Hij is een onuitstaanbare man vind zij meteen
Mevrouw Leenschat van Bodegraven zit aan de bar
Van een vrij café
Hij is cultureel ambtenaar van de provinciestad
Aan zee als gemeentesecretaris kent zij hem vagelijk

Mevrouw Leensschat van Bodegraven heeft
Een voorgedraaide kruidensigaret gekocht en met
Een flesje bier erbij vrijwel achteloos opgerookt
Na de zware dag op het gemeentehuis
\
De effecten zijn echter al snel merkbaar
Haar ogen beginnen te branden en eerst zit zij voor
Enige tijd versteend aan de bar dit aangezien zij
Plotseling nog geen woord meer uitbrengen kan
Dat weet mevrouw Leenschat van Bodegraven en het beangstigt haar

Doodstil wacht ze op het eerste moment dat het
Wat over zal gaan
Ondertussen kijkt mevrouw Leenschat van Bodegraven
Naar de cultureel ambtenaar
Die zich dat denkt zij en dat meent zij te zien zich
Heel wat vindt en toch zo een gewone jongen
Gebleven is
Haar maag draait om en niet weet zij of de veroorzaker
Daarvan de cultureel ambtenaar danwel de kruidensigaret is

Mevrouw Leenschat van Bodegraven haar
Misselijkheid zakt gelukkig snel weer weg
Nog altijd door stomheid geslagen richt zij zich
Ietwat op en schouwt de rokerige bar rond\

Wat valt er voor mij te halen hier in deze
Provinciestad aan zee dat vraag zij zich af
Mevrouw Leenschat van Boegraven
Weet het werkelijk niet en haar zinnen keren
Langzaam terug

Hoe is zij hier toch gekomen
Overal ter wereld had zij kunnen zijn
Maar zij is hier
En zij blijft hier
Waarschijnlijk zolang zij even zal
Hier in deze provinciestad aan zee

OF ALS DE LENTE NADERT DAN ZIJN ZE OP HUN BEST

(Waarin Van Putten terugdenkt aan zijn jeugdjaren)

Maar het meest jaloers ben je op bescheiden jongens
Voor jou namelijk zijn dat echte helden
Je durf ze dat natuurlijk niet te vertellen omdat ze je
Dan wellicht mild toe zullen lachen
Dat ze geen idee hebben van waarover je het hebt
Aangezien ze onder alle denkbare omstandigheden
Zelfs de bewonderende en vererende altijd bescheiden
Blijven

Daar ben je dan misschien nog wel het meest jaloers op
Dat echt bescheiden jongens zelfs ongevoelig zijn voor
Adoratie
Het betekent niets zullen ze dan zeggen dat weet je zeker
Je bent veel te romantisch en je beeldt je dingen in

Zoiets zou je zelf ook eens graag willen zeggen
Bescheiden jongens lijken ook altijd zo volwassen
Veel volwassener dan je zelf bent en het lijkt wel of ze
Alles weten en over alles hebben nagedacht
Ze spreken heel bedaard wat je heel mooi vindt

De bewegingen van de echt bescheiden jongens zijn
Onveranderlijk langzaam beeldend krachtig en ongedwongen
In volledige controle
De bescheiden jongens spreken nooit te veel
Ze manifesteren zich alleen wanneer het werkelijk nodig is
In barre tijden is dat meestal
Dat meen je te hebben opgemerkt

In je dagboek dat je op zeker moment bent gaan bijhouden
Ben je nagegaan wanneer en onder welke omstandigheden
De contouren van de echt bescheiden jongens duidelijk zich
Helder openbaarden
En al snel bleek dat een en ander immer plaatsvond in roerige
Tijden op school vol van spanningen

Bijvoorbeeld hun milde kordaatheid toen meester vanwege zijn
Verloofde onverwacht in snikken uitbarstte voor het aangezicht
Van heel de klas
Dat soort verschrikkingen

1 Trackbacks & Pingbacks

  1. Kees Engelhart – DAGEN VAN VAN PUTTEN | Boek 17 | Gekromd en zekerlijk | Zomer | Rob Scholte Museum

Leave a comment

Your email address will not be published.

*