De Motie van Afkeuring tegen raadslid Michiel Wouters
29 april 2015Businessplan, Home1
Dit delen:
- Afdrukken (Wordt in een nieuw venster geopend) Print
- E-mail een link naar een vriend (Wordt in een nieuw venster geopend) E-mail
- Delen op Pinterest (Wordt in een nieuw venster geopend) Pinterest
- Delen op Bluesky (Wordt in een nieuw venster geopend) Bluesky
- Delen op Nextdoor (Wordt in een nieuw venster geopend) Nextdoor
- Delen op LinkedIn (Wordt in een nieuw venster geopend) LinkedIn
- Delen op WhatsApp (Wordt in een nieuw venster geopend) WhatsApp
- Delen op Threads (Wordt in een nieuw venster geopend) Threads
- Delen op Tumblr (Wordt in een nieuw venster geopend) Tumblr
- Delen op Mastodon (Wordt in een nieuw venster geopend) Mastodon
- Delen op Reddit (Wordt in een nieuw venster geopend) Reddit
- Share op Facebook (Wordt in een nieuw venster geopend) Facebook
- Delen op Telegram (Wordt in een nieuw venster geopend) Telegram
- Delen op X (Wordt in een nieuw venster geopend) X

MOTIES EN VONNISSEN DIE EEN AANSLAG BETEKENEN OP DE FUNDAMENTEN VAN ONZE DEMOCRATISCHE RECHTSTAAT.
Rob Scholte zei ooit in een interview, dat mensen altijd iets van hem willen. Ik hoef niets voor mezelf, maar in het belang van de democratische rechtstaat die regelmatig zo verschrikkelijk verkracht wordt, zou ik maar al te graag eens een kleine vitrine van Rob willen lenen, om daar wat documenten in tentoon te stellen. Hoe lang zou het duren, voordat we met zijn allen door hebben, dat deze motie een bloedschande is, die inhoudelijk kant nog wal raakt, in flagrante strijd is met het staatsrecht en een schoffering inhoudt van een zeer groot aantal kiezers. Vijfenzeventig jaar? Ernaast zou ik een document willen leggen, waarvan we inmiddels gelukkig wel door hebben, dat we er ons met zijn allen kapot voor moeten schamen. Het gaat om een vonnis van de Arnhemse rechtbank van 10 mei 1938. Toen deed deze rechtbank uitspraak naar aanleiding van het verzoek van de Duitse onderdanen Menkel en Muks om in Nederland een huwelijk te mogen aangaan dat in Hitler-Duitsland op grond van de Neurenberger rassenwetten verboden was.
De rechter oordeelde, na eerst uiterst formalistisch te hebben vastgesteld, dat het zogenaamde Blutschutzgesetz exterritoriale werking had, niet (!) te kunnen onderschrijven dat het beginsel der menselijke gelijkwaardigheid een zodanig essentieel onderdeel van ons recht zou uitmaken, dat Nederland ook aan vreemdelingen die zich gedurende enige tijd op ons grondgebied bevinden, die menselijke gelijkheid met betrekking tot de bevoegdheid om een huwelijk aan te gaan, heeft te waarborgen.
Sommige mensen zullen zich natuurlijk afvragen wat in Godsnaam de overeenkomst is tussen beide documenten. De rillingen over je rug, als je een heel klein beetje rechtsgevoel in je donder hebt.