Bram Boesschen Hospers – THIERRY EN ZIJN STRIJD TEGEN ATONALITEIT + Rudolf Escher – Sonata for Clarinet Solo (1973): Mor Levin | Clarinet

THIERRY EN ZIJN STRIJD TEGEN ATONALITEIT

“Wat mij aan de gangbare muziekjournalistiek zo mateloos irriteert, is het tekort aan structuralistisch musicologische en algemene culturele eruditie, het tekort aan muzikaal waarnemingsvermogen, waarvan zij vaak getuigt,” aldus Rudolf Escher in reactie op een recensent, die in zijn muziek “voor de hand liggende ‘oriëntalismen’ ” waarnam (E. Schönberger, De wellustige tandarts & andere componisten, Amsterdam, 1985, p. 91). Ik vind dit een mooie uitspraak, die van toepassing is op een opmerking, die dhr. Thierry Baudet gisteravond op Twitter plaatste; niet omdat zijn tweets behoren tot de gangbare muziekjournalistiek, maar wel omdat hij denkt veel af te weten van muziektheorie door het volgende te beweren:

“Ik probeerde even te luisteren naar radio4 – maar werd direct geconfronteerd met de verschrikkingen van de atonale “‘muziek”. Wat een horror. #zap” 25-11-2017 23:57

Ik zou hem graag willen overtuigen van zijn ongelijk en zijn tweet nuanceren. Na enig speurwerk ontdekte ik dat dhr. Baudet de Klarinetsonate voor solo klarinet van bovengenoemde Rudolf Escher (1912-1980) moet hebben gehoord in het radioprogramma Vrije Geluiden. Het hele uur was er geen noot, die niet in een tonale harmonie paste, behalve toen in de laatste vijf minuten dit stuk werd afgespeeld. Alhoewel, was het wel atonaal? Nu moet ik eerlijk zeggen, dat ik het stuk al kende en het ook eerder als atonaal, dan tonaal, zou bestempelen. De horror, die Baudet daar bij voelt, voel ik beslist niet, maar dat het stuk redelijk avant gardistisch klinkt kan ik in meekomen. Rudolf Escher wordt beschouwd als een van de belangrijkste componisten na de Tweede Wereldoorlog, die Nederland gekend heeft. Zijn stukken zijn in essentie altijd tonaal, opgebouwd volgens de contrapunt regels en met variatietechnieken. Verandering en variatie zijn kenmerkend voor zijn muziek, ondersteund door een constante afwisseling tussen chromatische en diatonische harmonieën, die samen de spanning opbouwen (L. Samama, “Escher, Rudolf”, Grove Music Online. Oxford Music Online). Voor Escher was harmonie heel belangrijk: ‘Het lot en in zekere zin de doem van de Westerse muziek is de harmonie. In de toekomst gaat het om het aandeel van de harmonie. Daar draait het om.’ Zijn muziek was dan ook heel bewust en doordacht harmonisch (L. Samama, ‘Rudolf Escher [1912-1980]: Op zoek naar een verloren Arcadië’, VPRO-gids [1992]). Sterker nog, hij moest niets hebben van atonaliteit. Hij vond het belangrijk, wanneer samenklanken en structuren in muziek ‘volgbaar’ waren. Hij was er van overtuigd, dat het menselijk oor zodanig in elkaar zit, dat niet alles, wat gespeeld kan worden, ook kan worden onderscheiden en herkend. Met name de atonaliteit – Escher noemde dit ook wel de anti tonaliteit – zoals die werd toegepast door Schönberg en zijn navolgers, leverde volgens Escher samenklanken en structuren op, die het menselijk oor niet meer kon volgen: ‘De atonaliteit […] is reeds daarom geen ontwikkelingsfactor in de muziekhistorie, daar zij, wanneer zij consequent is, zekere bestaande klankverhoudingen wenst aan te tasten, zoals die gegeven zijn in het klinken van één enkelen toon met zijn boventonen, – verhoudingen waarop toch onze gehele Westerse ‘toon’-kunst is gebaseerd’ (R. Escher, ‘Toscanini en Debussy: magie der werkelijkheid’, Rotterdam 1938). Uit een brief aan Joep Straesser, ruim vier weken voor zijn overlijden, blijkt dat Escher zijn gehele leven bij zijn standpunt was gebleven dat atonaliteit en avant garde er niet toe doen: ‘[…] Ik begrijp er werkelijk niks van, dat men op het ogenblik zo verschrikkelijk weinig waarneemt. En dat heeft misschien wel iets te maken met het feit dat dat hele serialisme, begonnen met de waandenkbeelden van Schönberg, eenvoudig een doodgeboren kind is geweest. Het is een verkeerde compositiemethode, waarvoor ook de slogan Ars Nova flauwekul is. Het is helemaal geen Ars Nova, de echte Ars Nova had immers nog een kleine drie eeuwen om zich te ontwikkelen en deze muziek, Schönberg, de twaalftoon techniek is al vijfentwintig jaar geleden afgelopen. […]’ (Brief van Rudolf Escher aan Joep Straesser, d.d. 13 februari 1980). Kortom, dhr. Baudet vergiste zich, toen hij Escher een atonale componist noemde. Wat ik het meest jammer vind aan de Tweet is, dat hij zo fel gekant is tegen atonaliteit en dat – blijkt nu – zonder goede reden de wereld in moet gooien. Bovendien vind ik ironisch, dat hij zich geconfronteerd voelt door ‘verschrikkingen’ en ‘horror’ van een Nederlandse componist van tonale muziek! Ik zal dhr. Baudet nu niet direct kunnen overtuigen van de schoonheid en waarde, die in atonale muziek zit. Ik kan voorbeelden noemen, zoals het Vioolconcert van Berg, Quatuor pour la fin du temps van Messiaen of Lux aeterna van Ligeti – allemaal atonaal, en onmiskenbaar prachtig. Bovendien: zonder Schönberg geen Escher. Maar ik denk, dat Escher zelf het beste argument heeft: ‘Iedereen leutert maar mee en niemand, die op het idee komt van: misschien weet ik er eigenlijk te weinig van. […] Dat is trouwens een van de redenen geweest, dat ik me zo grondig in de problemen van de twintigste eeuwse muziek ben gaan verdiepen. Een andere reden was – en ik heb het nu over zo’n jaar of twintig geleden -, dat ik me verzette tegen de wijze, waarop mijn generatiegenoten de discussie meden en zich, zo gauw bijvoorbeeld de naam van Boulez viel, tevreden stelden met een sneer. En ik dacht: nee, er is toch iets aan de hand. Ik wist nog niet direct wat, maar als je ergens over mee wilt praten…’ (E. Schönberger, De wellustige tandarts & andere componisten [Amsterdam 1985], p.  80-81. Quote uit een artikel in de NRC, in een interview met Rudy Kousbroek [1975]) Ik heb een voorstel: bij uw volgende partijcongres speel ik met alle liefde de Klarinetsonate van Escher. Voor u en een volle zaal tonaliteit adepten en grote fans van de onovertroffen Nederlandse cultuur. Want als u over vier jaar in de coalitie zit, zoals uw ambitie is, wil ik nog steeds dit soort muziek kunnen spelen, voordat u in Den Haag uw muzikaal ideologische voorkeuren doordrukt.

Facebook, 26 november 2017, 16:07

Reacties: Bram Boesschen Hospers
Deze meneer was me net iets voor: https://twitter.com/TomKlaassenVG Tsja, @thierrybaudet, dat moet ik zijn geweest. Ik draaide toen klarinetwerk van de Texelse componist Rudolf Escher. Nota bene oer-hollandsch cultuurgoed, Thierry! En bovendien niet atonaal. Hooguit een tikje ingewikkeld. Maar dát schrikt jou toch niet af? Joe! https://t.co/ZbylNLMG7N — tom klaassen (@TomKlaassenVG) 26 november 2017

Linda Boesschen Hospers
Tjonge Bram, wat een verhaal. We hebben het in zn geheel gelezen, begrijpen niet helemaal alles maar zijn het volkomen met je eens hoor! 😙

Nick Mulder
..heb de sonate beluisterd en kan me vinden in Baudet’s omschrijving.
De naam ‘sonate’ is misschien dekkend voor de vorm waarin geschreven is, de consequente tonaliteit is ver te zoeken. Niet dat dat verplicht moet zijn of anderszins ongeoorloofd is, maar door het ontbreken van harmonische lyriek, het bedekken van de dominante toonsoort, het ontwijken van elke gangbare harmoniestructuur in akkoordprogressie en -oplossing, zelfs geen jazz voicings of de enharmoniek van Wagner, hoogstens zo nu en dan even wat luie herhalingen van kleine figuren; het klinkt nergens volgens de tonale traditie in de zin van ontwerp, opbouw en beleving. Spettertjes van herkenning worden meteen weggeveegd door razendsnel geladder en gepiep om elke vorm van de zo geminachte menselijke inleving abrupt teniet te kunnen doen.
Muziek voor mensen die graag naar cryptogrammen luisteren. En menen daarin maatgevend te mogen wezen. Ik wil het niet het bestaansrecht ontzeggen, wel haar eigen torenhoge, met subsidie bijelkaar gebouwde voetstuk.
(..en voordat we mij direct afserveren als beschimpbare tokkie en dergelijke, afgestudeerd koncon DH hier)

Bram Boesschen Hospers
Ik vind de term ‘geminachte menselijke inleving’ problematisch. Het beeld dat alle moderne componisten achter een tafeltje als robots zitten te schrijven aan muziek die verstoken is van de wereld, is mijns inziens onjuist. Dit is een veel te algemene opmerking: bij sommige soorten muziek zou het gerechtvaardigd zijn om dit te zeggen (bij de aleatorische muziek van Cage bijvoorbeeld, waar de factor ‘kans’ centraal staat). En vooruit, als je deze Klarinetsonate onbegrijpelijke, cryptografische muziek vindt, wat ik begrijp, dan is het wat mij betreft oké om ‘menselijke inleving’ als minder belangrijk te zien dan de constructie van de compositie. Tot zover kan ik meekomen in de beschrijving dat dit ingewikkelde muziek is, waarin de vorm voorop staat.
Mijn grootste probleem is dat een invloedrijke politicus in minder dan 140 tekens de hele atonale muziekgeschiedenis afschildert als horror. Dat hij dat bij de muziek van Rudolf Escher doet, is natuurlijk vrij ironisch; dus vandaar dat ik daarop reageerde. Als ik daar dan op in spring, wil ik direct van de gelegenheid gebruik maken om te zeggen dat componisten zoals Berg, Messiaen en Ligeti absoluut niet verstoken waren van menselijke inleving. De composities van hen zijn (net als de al dan niet atonale muziek van Escher) cryptogrammen, maar ze doen qua menselijke inleving niet onder voor Mozart of Beethoven. Het gaat mij om het hoofd van de componist en die van de luisteraar. Als een componist een cryptogram schrijft, betekent dat niet automatisch dat het verstoken is van menselijke inleving. Dat betekent volgens mij dat de luisteraar die er geen menselijke inleving in kan ontdekken het cryptogram nog niet heeft opgelost.

Nick Mulder
Eén week, al je wakkere uren, Stockhausen op je hoofdtelefoon. Niets anders, geen communicatie, geen afleiding, alleen maar Stockhausen. Gaan we daarna eens kijken hoe het met je definitie van ‘problematisch’ gesteld is.

Bram Boesschen Hospers
Werkelijk Nick, nu heb je precies de juiste componist genoemd! Als ik door één componist auditief gemarteld mocht worden, dan is het wel Karlheinz. Ik kan minstens 100 mensen noemen die dit kunnen bevestigen 🙂

Iwan Pravda
Dus… En verder?

Ap de Smits
Het verband tussen Baudets positie in Den Haag en uw mogelijkheid om dit soort muziek te spelen ontgaat me eerlijk gezegd, tenzij het u natuurlijk heel ordinair om subsidie is te doen, maar zeg dat dan gewoon hardop.

Sierk van Terwisga
Waarom is het ordinair om je zorgen te maken over een politicus die – afgaande op dat twitterbericht – kennelijk bepaalde muziek ‘een horror’ vindt en dus misschien niet wil subsidiëren? Het hele punt van de manier waarop subsidies worden gegeven is dat niet alleen de muziek waar ‘iedereen’ naar luistert geld krijgt. Over de artistieke waarde van de producten daarvan mag je het best oneens zijn – daar is het kunst voor – maar het idee is dat dit beter is dan het alternatief, waarin iemand zonder verstand van zaken en op basis van, uiteindelijk, een politiek argument besluit dat we vanaf nu alleen Wagner op de radio luisteren, in plaats van af en toe een verrassend en misschien zelfs mooi stuk muziek.

Ap de Smits
Kunst is nooit ordinair, geld vrijwel altijd. Als je klaagt dat je bepaalde muziek niet meer kunt maken maar eigenlijk bedoelt dat je bang bent dat je er geen geld voor krijgt dan is het je dus om dat geld te doen en niet om die kunst.

Dennis Lampie
aha duidelijk en nu?

Mirec Vac
Is het misschien mogelijk met Baudet de klarinetsonate van Escher een rampzalig stuk te vinden zonder pogingen van u, bij welk congres dan ook, ons van het tegendeel te overtuigen ?

https://www.facebook.com/bram.boesschenhospers/posts/1514088518669451

Sonata for Clarinet Solo (1973): Mor Levin | Clarinet

Gepubliceerd op 3 jul. 2012
1-Molto Tranquillo
2-Vivo
3-Comodo

Performed as a part of my Master’s final exam in the Conservatory of Amsterdam.

Recording and Video by Jason Alder: http://www.jasonalder.com

https://youtu.be/_k6o1emsEBc

Reacties:
https://youtu.be/_k6o1emsEBc

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


CAPTCHA ImageChange Image