scholieren.com – Hoofdstuk 2 & 3 & 5 & 6 & 7 & 11 & 12 & 16

.

Samenvatting door een scholier
6e klas VWO | 19731 woorden
26 maart 2005

Cijfer 7,5
167 keer beoordeeld

Taal
Nederlands

Vak
CKV

Methode
De bespiegeling

Hoofdstuk 2

Religie en kunst in de 11e en 12e eeuw

In de elfde en twaalfde eeuw vormen dorpen in West Europa gesloten woongemeenschappen omgeven door een weids en onherbergzaam landschap.
Tussen de dorpen en steden bestaat weinig contact, handel ontbreekt.

Angst

De kerk neemt in deze periode een belangrijke centrale plek in, in het leven van de mensen. Er heerst veel angst voor de almacht van God en zijn straffen in de vorm van natuurlijk geweld. Ook heerst er angst voor de onbekende wereld buiten de burcht. Hiervoor biedt de lagere adel, die in naam van de koning over de kleinere gebieden heersen, bescherming. Zij organiseren legers, die tegen invallende volkeren vechten, hierdoor worden zij onmisbaar voor hun eigen volk. De feodale heren dragen dus zorg voor de verdediging en het bestuur. De monniken in kloosters nemen de taak God te loven met zang en gebed, op zich.
Gelovigen deden schenkingen aan kloosters en kerken om gemaakte fouten goed te maken, zo wisten ze zich verzekerd van een goed hiernamaals. In deze periode was het geloof van werkelijk belang, het ging niet om het zoeken en weten, zoals een eeuw later. Toen werd de verklaring van de volmaakte schepping steeds belangrijker en was geloven alleen niet meer genoeg.

Ora et labora

Taakverdeling tussen feodale heren en de kloosters. De feodale heren zorgen voor verdediging en bestuur en de monniken hebben de taak god te loven met zang en gebed. Ze zetten zich in voor de gehele mensheid. De regel. die in het klooster gelden hebben als kern: ora et labora. Een dag van een monnik bestaat uit bidden, overschrijven van oude en eigentijdse teksten en slapen. (dormitorium en scriptorium).

Gregoriaans en de muzieknotatie

Getijden = de gebedsdiensten op vaste tijden (egula benedicti).
Aanvankelijk gebruikte iedere streek zijn eigen melodieën voor de psalmen (150 elke week allemaal gezongen). Paus Gregorius de Grote zou toen ordening hierin hebben aangebracht, later bleek dit fout te zijn. Toch heten de gezongen psalmen nog steeds gregoriaans.
Gregoriaans = eenstemmige vocale muziek, melodielijn in een niet maatgebonden ritme.
Het gezang is altijd bestemd voor de liturgie. Het zingen voorkomt, dat de teksten worden afgeraffeld. Bovendien is volgens de monniken de zuivere klank van het Gregoriaans een echo van de goddelijke harmonie; hoe beter er gezongen wordt, hoe dichter bij de goddelijke harmonie, deze gedachte leidt tot speciaal opgeleide monniken voor het zingen.
Guido van Arezzo (990-1050) perfectioneert de muzieknotatie, eerst nog neumen boven de tekst als geheugensteuntjes en door het aanbrengen van notenbalken met twee lijnen; een gele, die de c aangeeft en een rode, die de f aangeeft. Dan komt er een vierlijnige notenbalk met vierkante noten. Met de solmisatie (do re mi) vergemakkelijkt hij het onthouden.

Kloosters

Kloosters vergaren veel kapitaal door schenkingen. De kloosters van de Cluniacenzers spannen de kroon met het tonen van hun rijkdom. Ter meerdere glorie van God verfraaien zij hun kloosters en kerken. In de middeleeuwse kerk spelen relikwieën een belangrijke rol.
• Sainte-Marie-Madeleine in Vezelay is een Clunia kerk. Deze kerk is een bedevaartsoord en bekend als een van de vertrekplaatsen van de pelgrimsroute naar het graf en de relikwieën van apostel Jacobus de Oudste in Santiago de Compostela. De kerk bezat ook het gebeente van Maria Magdalena.

Pelgrimstochten

Pelgrimstochten waren heel gevaarlijk. Pelgrims bleven onderweg overnachten in kloosters. Men ondernam een pelgrimstocht om aflaten (vermindering van de straf voor je gemaakte fouten) te verdienen, dit kon ook d.m.v. schenkingen.

Bernardus van Clairvaux

De kerken van de cisterciënzers maken een soberder indruk dan de Cluny-kerken. Deze orde wijst overdadige versieringen af. De liturgie draait bij deze orde niet meer om uiterlijk vertoon. Soberheid naar het voorbeeld van Christus. De kloosters waren bij voorkeur in eenzame onherbergzame gebieden gesticht.

Schiermonniken

• Het kloostercomplex in Fontenay is een goed voorbeeld van een Cisterciënzer klooster. Het exterieur en interieur zijn somber, strak en symmetrisch. De cisterciënzers hebben wel veel belangstelling voor bouwkundige aspecten en lopen voor op de gotiek.

Hoofdstuk 3

Gotiek in de dertiende en veertiende eeuw

De middeleeuwse stad

In deze periode groeien de steden snel, en veel kloosters vestigen zich in steden. De kerk richt zich in deze periode steeds meer op de burgers. Er komt hierdoor meer aandacht voor een geloofsverkondiging, die ook burgers, leken aanspreekt. Het gevolg hiervan is, dat kerk en stad meer verbonden raken en dat heeft veel gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de kunsten.

Muziek troubadours

Troubadours zijn reizende musici, die langs adellijke hoven reizen. In hun muziek klinkt het gregoriaans door, dat komt doordat ze meestal zijn opgeleid in het klooster. De troubadours beïnvloeden met hun muziek ook de straatmuziek. Ook de kerkmuziek wordt onder andere beïnvloed door muziek van de troubadours.

Vaganten en mirakelspelen

Straatartiesten zijn in die tijd een bekend verschijnsel, ze staan laag in aanzien en worden ook wel vaganten of vagebonden genoemd. Eerst veroordeelt de Kerk deze vaganten: het zijn minstrelen van Satan. Later vermindert dit verzet en worden straatmuzikanten steeds vaker ingezet bij processies en vieringen binnen en buiten de kerk. Zo speelt de Kerk in op de behoefte van burgers om op herkenbare wijze uiting te geven aan het geloof. Vaste rituelen maken steeds meer plaats voor spektakel en er ontwikkelen zich vormen van drama als onderdeel van de vieringen in de kerk. Het liturgisch drama ontstaat vanuit gezongen missen, waarin zo nu en dan sprake is van een soort rolverdeling. Dit liturgisch drama loopt vooruit op de mirakel en passiespelen, verhalen over Bijbelse verhalen, die buiten de kerk in volkstaal worden opgevoerd. Mirakel: leven van zondaars door tussenkomst van Maria op het goede spoor. Passie: sterven van Christus. Wagenspelen: Mirakel en passiespellen op wagens, trekken door de stad.

Kloosters in de stad

De nieuwe kloosterorden, die ontstaan worden ook wel bedelorden genoemd. Ze leven namelijk van giften van de burgerij, in ruil daarvoor zorgen ze voor onderwijs, gezondheidszorg en prediking.
Twee voorbeelden van nieuwe kloosterorden zijn: de franciscanen en de dominicanen. Beide orden volgen in zekere zin het gedachtegoed van Bernardus van Clairveaux, die soberheid en ontbering van luxe voorschrijft.
• Franciscus van Assisi is de stichter en leider van de franciscanen.
Franciscus leidt een luxe leven, waar een einde aankomt, als hij een mis bijwoont. Hij volgt Christus’ manier van leven: zonder bezittingen en luxe. Hij trekt zijn verdere leven al predikend rond, volgelingen reizen met hem mee, net als de discipelen van Christus. Franciscus weet veel afvalligen van het geloof, die tegen de overvloedige rijkdom van de Kerk zijn, weer voor de Kerk te winnen. Hij richt zich tot het publiek in de taal van het volk en niet in het Latijn. Hij herhaalt niet de gebruikelijke psalmen. die ook in de kerk te horen zijn, maar zingt als een troubadour en benadrukt de menselijke kant van Christus’ leven. Christus als mensenzoon. Al tijdens zijn leven, krijgt Franciscus toestemming om een nieuwe kloosterorde op te richten, en twee jaar na zijn dood verklaart de katholieke kerk hem heilig. Hij ontvangt stigma’s.

De eerste universiteiten

Vanuit de nieuwe kloosterorden ontstaan de eerste universiteiten, die zich vooral richten op de beschrijving en verklaring van de schepping als een volmaakt, kloppend systeem. Geloven alleen is niet meer voldoende. Niet alleen bestudering van de Bijbel, ook het interpreteren van bijvoorbeeld klassieke bronnen kan als godsbewijs dienen: Thomas van Aquino is een voorbeeld van deze ontwikkeling. hij verbindt de Griekse denkbeelden van Aristoteles met theologische opvattingen.
Aristoteles: materie, theologie: het immateriële.

De behoefte aan een menselijke voorstelling van religieuze thema’s bepaalt voor een groot deel de ontwikkeling van de schilderskunst. Net als bij de klassieke kunst, wordt ook bij de kunst in de late middeleeuwen weer moeite gedaan om de zichtbare wereld weer te geven. In de gotiek maken fantasiefiguren weer plaats voor mensfiguren en andere afbeeldingen van bestaande wezens.
• Giotto ( 1266-1337) is de eerste, die Bijbelse figuren weergeeft als mensen van vlees en bloed. Giotto was ook één van de eerste kunstenaars, die grote aandacht besteed aan met het oog waarneembare zaken (emoties) en aan de lijst rond de voorstelling. En geeft hij zijn werken wat ruimtelijke perspectief mee, daarmee liep hij voor op het lijnperspectief, dat in de Renaissance werd uitgevonden. Giotto maakte ‘De bewening’ met het leven van Christus en legde het leven van Franciscus vast.

Piazza del campo

Kerken en kathedralen krijgen een plaats in het midden van de stad, net zoals in Siena (waar de vergaderzaal van het stadhuis is beschilderd door Ambrogio Lorenzetti met twee fresco’s: het goede bewind en het slechte bewind).

De bouw van de kathedraal

De gotische steden waren voortdurend bezig hun kerk te verfraaien, ook nadat deze in gebruik was genomen. De kerk en kathedraal kon de bouw financiëren door de belasting betalende burgers, en door giften van gilden en edelen uit de omstreken.
Notre Dame = gotische kathedraal. Jean d’Orbais is een van de belangrijkste en eerste bouwmeesters. Bouwloges werken aan een kathedraal, het zijn voornamelijk kunstenaars en ambachtslieden. Ze trekken van stad naar stad, de gotische bouwstijl is zo een internationale stijl geworden. De opeenvolgende bouwmeesters van de kerk stelden voortdurend hun plannen bij, niemand drukte zo zijn stempel op het bouwproject.

Door het vervangen van de dragende muren tot skeletbouw met spitsbogen, was het mogelijk de kathedralen enorm hoog te maken. Dit zorgde ook, dat de verticale richting het meest opvalt. Luchtbogen fungeren als contragewicht, de zijwaartse druk wordt omgezet in neerwaartse druk. Omdat de muren niet meer al het gewicht van de constructie dragen is het mogelijk hierin grote vensters te maken, waardoor de kerken van binnen heel licht waren.

Abt Suger

Suger gaf de aanzet tot de gotische bouwstijl. Hij was abt van de Saint Denis een kerk waarin de martelaar Dionysius en Franse koningen werden begraven. Suger begint de kerk te verfraaien, hij beschrijft de verbouwingen en in deze geschriften verwijst hij telkens naar teksten van Dionysius (later bleek dit niet de juiste Dionysius te zijn). Aan deze teksten verleent hij de uitgangspunten van de gotiek. Volgens Pseudo Dionysius is God licht, dus licht in de kerk, dacht Suger. Deze ramen konden goed gebruikt worden om kleurrijke voorstelling in te verbeelden met als doel de bezoeker te verlichten. Er waren ingewikkelde constructies nodig om de grote gebrandschilderde ramen mogelijk te maken.

Liturgisch drama

Het Liturgisch drama ontstaat vanuit de gezongen missen, waarin zo nu en dan sprake is van een soort rolverdeling en van beperkte dialogen.
De muziek is in de kerk is erg belangrijk voor het scheppen van de juiste atmosfeer in de kerk. Het was een manier het werk van god te doorgronden. Musica mundana (hemelse muziek) wordt naar middeleeuwse inzichten het dichtst benaderd door de menselijke stem, de musica humana. Instrumenten werden niet gebruikt, minder goddelijk, dit was een stimulans voor de ontwikkeling van polyfone kerkmuziek. Dit maakte het mogelijk meer emotie aan de gezongen tekst toe te voegen.

Polyfone muziek

De kapelmeesters van de Notre Dame in Parijs introduceerden de hoge en lage contratenor, die zorgt voor een 2e en 3e stem naast de bestaande melodielijn van de gregoriaanse tenorstem (de cantus firmus). De 2e of 3e stem was vaak in eigen taal gezongen, de bestaande melodie in het Latijn. Tot aan het einde van de 16e eeuw wordt de muziek steeds complexer.

La messe de Notre Dame

Guillaume de Machaut (1300-1377) is deze componist van de oudste bewaarde mis, hij is lange tijd cantor geweest in de Notre Dame van Reims.
De katholieke eredienst wordt nog altijd grotendeels bepaald door een opeenvolging van gezangen. Elke mis heet bestaat uit een vaste onderdelen. die veranderen naar het moment in het kerkelijke jaar. Vaste onderdelen zijn de Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei.

Trecento

In Italië wordt de Franse polyfonie vooral gebruikt voor niet kerkelijke muziek. Francesco Landini ( ca. 1300-1397) is de belangrijkste musicus van de Italiaanse Trecento muziek ( jaren 1300). Hij was organist, maar heeft voor zover bekend nooit kerkelijke muziek geschreven. Maar hij verbond de polyfonie met de troubadours en zette als eerst teksten van Dante op muziek. De kunstenaars van het Trecento, waaronder, Landini, Giotto, Lorenzetto en Dante zijn de wegbereiders van de Renaissance.

Hoofdstuk 5

Renaissance in de 16e eeuw

Leonardo da Vinci

In de zestiende eeuw waardeerde men een volmaakte suggestie van levensechtheid. Leonardo da Vinci was hier het grote voorbeeld van met zijn ‘Mona Lisa’.
Leonardo ontwierp van alles, zowel oorlogstuig als bijvoorbeeld toneeldecors. Het interesseerde zich vooral erg voor de anatomie, en vliegmachines en fietsen. Zijn beeld van ultieme wetenschap is de schilderkunst, als weergave van de zichtbare werkelijkheid en van menselijke gemoedstoestanden.

Humanistisch ideaal

Humanisten richtten zich op de mogelijkheden van het individu. Het idee van de universele mens wordt in praktijk gebracht. Alle doelen leken voor hen bereikbaar. Vaak ondernamen de humanisten allerlei ontdekkingstochten naar verschillende landen. Da Vinci vereren ze bijna als een god. Alles aan hem werd geprezen. Zelfs zijn opdrachtgevers hadden zo’n diep ontzag voor hem, dat hij in feite alles kon maken.

Michelangelo

Michelangelo Buonarroti was een bekend beeldhouwer. Hij maakte een beeld van David, die in de bijbel de reus Goliath versloeg. De David werd geplaatst bij het Palazzo Vecchio en staat daar symbool voor de jonge, strijdbare republiek Florence. Meer waardering kwam er voor de Romeinse kunsten en oude kunstwerken.

De Sixtijnse kapel

‘De schepping van Adam’ is een onderdeel van het plafondfresco van de Sixtijnse kapel, geschilderd door Michelangelo. De mensen en god worden afgebeeld als klassieke beelden uit de Griekse oudheid. In de Fresco worden de christelijke leer en de Bijbelse verhalen gekoppeld aan de idealen van de oudheid.

Kunst voor de Paus

De paus was een van de belangrijkste machthebbers. De pausen, allemaal zeer rijk, zetten vaak aan tot vele culturele kunst. Paus Julius II gaf zelfs opdracht voor de bouw van een geheel nieuwe Sint Pieter. Het moest volmaakt zijn en daarom liet hij de beste kunstenaars vanuit alle windstreken naar Rome komen. Het moest nog wel informatie over de oudheid bevatten. Als bronnen werden antieke beeldhouwwerken bestudeerd en nagetekend.

Donato Bramante ontwierp het Tempietto. Hierbij combineerde hij moderne inzichten met klassieke kenmerken. Het is een klein, maar volmaakt harmonisch, bouwwerk, geheel symmetrisch opgebouwd vanuit een centrum. Voor de Sint Pieter maakt Bramante een vergelijkbaar centraal georiënteerd plan. Een combinatie van vierkanten en cirkels ontleend aan de geschriften van de Romeinse bouwmeester Vitruvius. Het gebouw heeft de vorm van een Grieks kruis, waarvan het midden gekroond wordt door een grote koepel. Na Bramante’s dood krijgt Michelangelo in 1546 de leiding over de bouw van de Sint Pieter. Hij probeert het werk van Bramante precies voort te zetten. Pilasters komen te staan tegen de buitenmuren. De koepel krijgt een cilindervormige trommel, met een logische overgang van kerk en koepel.

Propaganda

Julius de tweede dreigde zijn macht de verliezen aan koning Lodewijk de twaalfde, en daarom probeerde hij zijn roem te versterken door kunstwerken te laten maken. Hij geeft Rafaël de opdracht de superieure kerkelijke macht in schilderingen af te beelden op de wanden van zijn vertrekken. Dit deden ook sommige burgerlijke machthebbers. Bijna alle pausen komen voort uit adellijke families.

Villa suburbia en Stravaganza

Veel mensen verlangden terug naar het platteland en lieten huizen bouwen aan de rand van de stad, villa suburbana. Het werd een trend. Hun inspiratie haalden ze uit de klassieke oudheid. Andrea Palladio krijgt de opdracht een huis te ontwerpen voor een kanunnik, Paolo Almerico. Hij ontwerp een huis, dat veel weg heeft van een tempel, het Pantheon. Hij neemt de klassieke punten, maar werkt ze op zijn eigen manier uit. Het past in het landschap, terwijl het toch een geometrisch en symmetrisch gebouw is.

Ook in de stad etaleerden mensen hun rijkdommen. Uitbundige feesten werden gegeven, zoals de Stravaganza, waarbij levensechte decors deel uitmaakten van een spectaculair toneel. De toneelstukken, vaak met humor, werden regelmatig onderbroken door de intermedi. Hierbij werd, niet samenhangend met het toneel, vaak muziek gemaakt, gedanst en gezongen. De intermedi spelen een rol in het ontstaan van opera en theaterdans.

Ballet Comique

Ook in Frankrijk dringt de Italiaanse stijl door, mede door Catharina de Medici, die als ze trouwt met de Franse koning Hendrik II, haar Italiaanse hofhouding met haar mee neemt. De macht van het koningshuis werd naar buiten gebracht door vele uitbundige feesten, vooral door haar georganiseerd. Tijdens feestelijke parades werden vaak wagens met musici en zangers langs het publiek gesleept. Ook stonden er dansers op de wagens, die een dans deden waarvan de stijl figuur dansen wordt genoemd. Dit was een van de eerste voorbeelden van hofballet.

Orlando di Lasso en muziekdruk

Italianen reisden naar Nederland en Vlaanderen op zoek naar jong talent, want in Italië was het grote geld te verdienen. Orlando di Lasso is daar een groot voorbeeld van. Hij werkte veel in dienst van hoven of kerken in Palermo, Milaan, Napels en Rome. Daar ontdekte hij villanella en moresque, liedjes in de volkstaal over luchtige onderwerpen. Moresque zijn parodieën op negerliedjes van de straat.

Er kwam de mogelijkheid om muziek te drukken. Hierdoor begonnen muziekstijlen elkaar steeds meer te beïnvloeden. Door het muziekdrukken worden de musici minder afhankelijk, financieel gezien. Di Lasso’s werken, bestaande uit missen, motetten, madrigalen en franse en Duitse liederen, werden gebundeld en verspreid over Europa. Zijn werk werd in de adelstand verheven, door de paus geridderd en door de koning ontvangen.

Madrigalen

Bij de polyfonie uit de 16e eeuw speelt de cantus firmus van de tenorstem geen hoofdrol meer. Er is meer aandacht voor de tekstexpressie. Giaches de Wert schreef de madigraal Giunto a la tomba, dat wordt door Montiverdi beschouwd als een voorloper op de opera.

Vitruviaans theater

De klassieke oudheid was ook van grote invloed op het toneel. Het toneel speelde een grote rol bij feesten. De leden van het Olympisch genootschap wilden zo dicht mogelijk bij de oudheid blijven met hun spelen, in een meer passende omgeving. Palladio, lid van het genootschap ontwierp een ‘klassiek correct’ theater. Gebaseerd op nog bestaande ruïnes van Romeinse theaters en op de boeken van Vitruvius. Sebastiano, architect en theoreticus beschreef drie decors. Het tragediedecor, komediedecor en satiredecor. Tragediedecor was het vaste renaissance decor, waarmee in Vincenza het toneel werd afgesloten. Voor komedie was er een rommelige combinatie van renaissance en gotische architectuur. En voor satire werd de achtergrond de nagebootste natuur. In Palladio’s theater zijn deze ideeën in uitvoering gebracht. Hij had verschillende trucjes om het oog van de toeschouwer te bedriegen. Perspectieftrucjes om bijvoorbeeld het ruimtelijk effect te versterken.

Commedia dell’arte

Er ontstond ook het volkstoneel als kunstvorm, commedia dell’arte, waarbij het vooral draaide om improvisatie. Het gaat vaak over twee jong geliefden. De hoofdrolspelers (maschere), zijn de rollen om de jonggeliefden heen, zij maken vaak van hun rol een karikatuur. Ieder masker, of personage stond ergens voor. De magere Pantalone stond model voor vrek. De Capitano is altijd de opschepperige Milanese veldheer. De Zanni zijn de komische knechten, die iedereen voor schut zetten en ook acrobatische kunsten vertoonden. Het zijn een soort van clowntjes.

Shakespeare

Straatartiesten bleven populair en sommige genoten zelfs veel roem. Sommige toneelgezelschappen begonnen de voorkeur te geven aan een vast theater. Sommige gezelschappen, waaronder dat van William Shakespeare laten zelf hun eigen theater bouwen.
Shakespeare’s gezelschap werd Lord Chamberlain’s men genoemd.

Vooral Italië heeft veel invloed gehad op de moderne theater geschiedenis. Shakespeare is de eerste moderne toneelschrijver. Nog steeds wordt veel van zijn werk gebruikt. Zijn populariteit dankt hij aan zijn dichterlijke taal. Vaak gaan zijn stukken ook over tijdloze thema’s.

Dürer

Ook de beeldende kunst raakte verspreid door de drukkunst. De prentdrukkunst, uitgevonden door Albrecht Dürer, maakte grote oplages mogelijk door kopergravure. Hij had zijn eigen bedrijf en was dus niet afhankelijk van anderen. Hij schilderde vooral zichzelf heel veel, wat redelijk ongewoon was voor die tijd. Hij schildert zichzelf zelfs een keer vergelijkbaar als Jezus, wat zonder de renaissance niet mogelijk was geweest.

Bruegel

In Nederland was er nog weinig te merken van Italiaanse invloed. Pieter Bruegel gebruikte bijvoorbeeld wel perspectief, maar gebruikte deze niet voor de constructie van ideale klassieke decors. Er zijn ook maar weinig andere kenmerken van de klassieke oudheid te vinden. In Italië hadden ze hier weinig bewondering voor. Michelangelo: ‘In Vlaanderen wordt de werkelijkheid afgebeeld, in Italië wordt de ideale werkelijkheid geconstrueerd’.

Maarten Luther

In 1517 spijkert Maarten Luther een protest tegen de kerkdeuren van de Duitse Wittenberg. Het protest is tegen de buitensporige geldstroom naar Rome, voor het bouwen van de Sint Pieter. Al vanaf Clairvaux zijn er meningsverschillen ontstaan. Het lukt niet deze kritiek de kop in te drukken, vanwege de drukpers. Luthers’ standpunten verspreiden zich snel over heel Europa. Uiteindelijk resulteert het een reformatie, een breuk met de rooms-katholieke kerk, de protestantse kerk ontstaat.

Luther vindt, dat je alleen kunt rechtvaardigen door geloof. Geloof en vertrouwen is nodig om in de hemel te komen. De organisatie en rituelen van de kerk keurt hij af. Hij stelt Bijbel verhalen in eigen taal centraal. Plaatsvervangende zaken aanbidden in plaats van god keurt hij af. Beelden en versieringen leiden af van het Woord. Sommige van zijn vele volgelingen uitten hun ontevredenheid door middel van beeldenstormen, het vernietigen van beelden en andere religieuze objecten als een protest tegen de katholieke kerk.

Psalmen en gezangen

De kerkmuziek ging van ingewikkelde polyfonie naar gemeentezang. Iedereen zingt mee. Het zijn gezangen, die bestaan uit een aantal coupletten. Er is nog polyfonie, maar de mensen zingen mee met de tenorstem. Johannes Calvijn verbiedt liederen, die niet rechtsreeks uit de bijbel komen. In de calvinistische kerken worden de teksten van de 150 psalmen gebruikt.

Concilie van Trente

In 1545 werd door de paus het concilie belegd als poging een gemeenschappelijk front te creëren tegen de reformatie. Het betekent het begin van de contrareformatie, de beweging, die de kerk weer moet laten schitteren als enige echte kerk. De liederen moeten minder werelds, maar de polyfonie moet ook niet te complex, ook luidruchtige instrumenten werden weggelaten. Giovanni da Palestrina krijgt van paus Gregorius de 13e de opdracht de kerkmuziek te hervormen. Deze nieuwe muziek is kenmerkend voor de nieuwe kerkmuziek.

Hoofdstuk 6

Barok in de 17e eeuw

Sint Pieterskerk

Giovanni Lorenzo Bernini werd in 1629 aangesteld door de paus voor het voltooien van de bouw van de st. Pieterskerk. Hij maakt een groot monument boven het graf van Petrus. Hij maakt gedraaide zuilen, die een baldakijn dragen, traditioneel een doek gedragen op stokken boven de hoofden van hoogwaardigheidsbekleders. Opvallend is het gebruik van koper. Daarvoor wordt zelfs de koperen dakbedekking van het Pantheon gesloopt. De overkappende koepel wordt aangepast om het monument eronder niet in het niet te laten vallen, in de dragende pijlers worden nissen aangebracht met beelden, mannen en vrouwen, om de passie aan te duiden. Zo vormt de koepel met het grafmonument één geheel. Symbolisch vormde Giovanni het plein wat hij ook ontwierp ovaal, een grondvorm van barok. Twee zuilengalerijen vanuit de kerk omsluiten het plein als moedarmen.

Vier stromingen

Bernini heeft veel vormgegeven in Rome. Een van zijn kenmerkende werken is de Vier stromen fontein, propagandakunst genoemd door sommigen. Op verhoogd voetstuk is de obelisk, waarvan aan de voet vier stromen ontspringen, als een axis mundi (as van de wereld). Vier stromingen zijn de antieke rivier goden: de Ganges, de Nijl, de Rio de la plata en de Donau. Bovenop de zuil is een duif met een olijftak, symbolisch voor goddelijke vrede en een verwijzing naar het familiewapen van de paus. Antieke, christelijke, historische en actuele motieven zijn vermengd en bepalen de betekenis van het monument. Het werk heeft veel kenmerken van de Barok: beweging (draaiende zuilen en fonteinen), verhogen van contrasten, voorliefde voor theatrale effecten en integratie van verschillende kunstvormen. Dit leidt tot een kunstvorm. die meer beroept op het gevoel, terwijl de renaissance uitging van verstand.

Rond de Piazza Navona

Concurrent van Giovanni en diens fontein was (de Sant’ Agnese) van Francesco Borromini. Hij past geen evenwichtig renaissance gevoel toe, maar nog sterker beweeglijke barok. Koepels en torens hebben ovaal als grondvorm en steken flink omhoog. Hij overschreed veel van Vitruvius’ regels, meer dan Bernini. In de Sint Luigi kerk hangt het werk van Caravaggio, hij was een schilder met als beroemdste schilderij ‘De roeping van Mattheus’. Hierin wordt Mattheus door Jezus gered van een zondig bestaan.

Split second

De kapel van de Sint Luigi kerk is ingericht door kardinaal Mattheus Contarelli. De keuze van hem voor dit schilderij heeft een aantal redenen. Mattheus is zijn naamheilige en een tolheffer patroonheilige voor handelaars. Mattheus Contarelli is Fransiscaan en de Heilige Fransiscus koos ooit voor zijn levenswijze naar het lezen over de Heilige Mattheus, die net als hij al zijn eigendommen achter zich liet. Contarelli legde in een contract precies vast wat Caravaggio moest schilderen, in het belang van de verwijzingen. Licht is belangrijk in het schilderij. De lichtbundel valt op het gezicht van Mattheus, hij wordt verlicht. Het geeft de wedergeboorte aan, dit gebeurt in een split second, het moment dat op het schilderij is weergeven. Caravaggio’s schilderij laat zien. dat dit iedereen kan gebeuren, en niet alleen Adam, zoals in de schepping van Adam (Michelangelo). Dit past bij Contra Reformatie.

Theresa

Door Bernini wordt de St. Pieterskerk een bolwerk van kunst en alles verwijst naar het graf van Petrus, het punt van waaruit de katholieke kerk wordt geregeerd. De trotste architectuur moet de overwinning van de Contra Reformatie symboliseren.
De Barok stond voor verleiding, het aandacht trekken en sturen van emoties van het publiek. Dit is ook duidelijk in de Cornaro kapel (ook Bernini). Deze kapel is gewijd aan Theresa, voor wie een engel verscheen. Hij zet haar in vuur en vlam met Gods liefde. Ook dit is een belangrijk middel om mensen in de katholieke kerk doen blijven geloven. Je ziet Theresa op het moment, dat de engel zijn lans terugtrekt en haar in extase achterlaat. Theresa ontstijgt de aarde en drukt totale overgave uit. Het werk is licht marmer en contrasteert met het donkere marmer. Ook de belichting vanuit het venster en de ondersteuning van vergulde buizen zorgen voor dramatiek. Overal komt goddelijk licht vandaan.

L’Orfeo

Claudio Monteverdi maakte L’Orfeo, een muziek en operastuk, het gaat over de klassieke held Orpheus. Hij schreef het niet voor een bepaalde gelegenheid, zoals een vorstelijk huwelijk. Hij probeerde het oude Griekse theater te reconstrueren. Theater integreert in de muziek (teksten begeleid door muziek). De voorkeur wordt gegeven aan de monodie, een enkele stem. De boodschap was belangrijk en moest duidelijk zijn. De basse continuo komt op als begeleiding. De gezongen monologen worden afgewisseld. Belangrijk was het uitdrukken van emotie, vooral in de aria’s

Seconda Practica

Monteverdi onderscheidt prima en seconda practica. Prima zijn de regels het belangrijkst, tekst is ondergeschikt. Seconda practica versterkt de muziek de betekenis van de tekst, hierbij kunnen de wetten worden geschonden. Hij wisselt hier met verschillende instrumenten, die hij laat afhangen van de tekst. In het derde bedrijf is de relatie goed te horen. Niet iedereen is met deze werkwijze tevreden.

Venetiaanse opera

Monteverdi wordt in 1614 kapelmeester van de San Marco in Venetië. Ondanks dat schrijft hij naast kerkelijke teksten ook veel teksten voor niet kerkelijke opdrachtgevers. Opera wordt een vermaak voor een breder publiek. Het eerste operahuis kwam in 1637, en in 1700 telt de stad er al 17. De op mythologische figuren gebaseerde karakters krijgen meer menselijke trekjes. Koren verdwijnen (ook door geldgebrek). De muziek wordt eenvoudiger. Er zijn wel meer aria’s (solo’s) om de emotie goed naar voren te brengen.

Verzamelaars

Ook Nicolas Poussin deed ook een poging de klassieke oudheid te laten herleven. Hij schildert, anders dan Caravaggio, op een afgemeten en verstandelijke manier, die zich afspelen in een historisch correcte omgeving (roof van de Sabijnse maagden). Veel verzamelaars van klassieke kunst hielden van zijn werk.

De Medici cyclus

Pieter Paul Rubens (1577-1640) ontwikkelt uit het werk van Caravaggio en Poussin een eigen stijl. Hij heeft veel diplomatieke kwaliteiten en een grote kennis van de Italiaanse kunst, is hierom zeer geliefd bij kerk en vorstenhuizen. Maria De’Medici geeft hem opdracht 25 schilderijen ter verfraaiing van haar paleis over de goede daden in haar leven te maken. Rubens heeft een losse picturale schilderstijl, tegenstellend aan de lineaire stijl van Poussin, dit veroorzaakt een tweestrijd tussen hen twee, tussen verstand en emotie.

De hofschilder

Veel schilders krijgen een werkplek aangeboden in het paleis van de vorst, zoals Diego Velázquez. Het schilderij De hofdames lijkt levensecht, het lijkt op een foto, maar een aantal dingen kloppen niet. Door blikrichting, perspectief en spiegelingen wordt de kijker in het schilderij betrokken.

Het statieportret

Lodewijk XIV liet strenge en formele statieportretten maken, zijn hofschilder was Hyacinthe Rigaud. Afbeeldingen en portretten van Lodewijk werden over heel Frankrijk verspreid. Onderdanen moesten aan de afbeeldingen dezelfde eerbied vertonen als aan de koning zelf. Hij verving zijn aanwezigheid dikwijls met zijn portret. Kunst speelt een belangrijke rol in zijn absolute handhaving. Zo laat hij een standbeelden campagne opzetten, overal werden standbeelden van hem gezet, zogenaamd op initiatief van de stedelingen zelf.

L’état, c’est moi

Lodewijk XIV is een absoluut vorst. “L’état, c’est moi!” is zijn lijfspreuk. Het Franse koningshuis heeft veel familiebanden met het Spaanse (Filips IV, de hofdames) en het Italiaanse (De Medici) hof. Al snel overtreft de pracht en praal van Lodewijk XIV, die van de Italianen en Spanjaarden. De luxe is niet alleen voor zichzelf, hij wil het volk ook laten denken, dat hij alles kan, alles weet, nooit fouten maakt en door god is gezonden. Voor het handhaven hiervan oefent de regering groot gezag uit. Gilden worden buiten spel gezet door allerlei academies met politiek correcte ideeën (uitbeelden grootsheid van vorst) op te richten.

De Koning danst

Het hof van Lodewijk XIV wordt ook een theaterstaat genoemd. Het openbare leven van de vorst is tot in de kleinste details geregisseerd. Zowel hijzelf als de omgeving handelt volgens rituelen. Hij beweegt op een herkenbare manier en heeft een afgemeten mimiek .
Soms doet hij mee aan balletvoorstellingen, en stapt in een andere rol. Het hofballet wordt ook ballet de cour genoemd. Lodewijk wordt vaak vergeleken met Apollo. Zijn kwaliteiten als danser worden dan ook een vast onderdeel van zijn roem. Dit is ook te zien op het staatsieportret van Rigaud.

Ballet komedie

Molière (blijspelschrijver) en Lully, beiden werken aan het hof van Lodewijk XIV, ontwikkelen het eerste ballet-komedie. (Le bourgeois gentilhomme). Via de personages worden dans en muziek als logisch bestanddeel van het blijspel geïntroduceerd. Er worden weinig eisen gesteld aan decor en theatrale effecten en er wordt niet verwijst naar mythologie of de klassieken. Er worden wel invloeden van de ook in Frankrijk populaire commedia dell’ arte in verwerkt. Molière ‘plaagde’ over de zwakheden van de gegoede burgerij en de lagere adel. Vaak worden zijn stukken verboden. De koning blijft hem wel steunen, dus uit Molière geen kritiek op de koning.

Ballet opera

Molière baseert zijn stukken voornamelijk Griekse en of Romeinse komedie. Jean Racine richt zich meer op Klassieke tragedie, met vaststaande regels. Dat houdt in, dat er altijd een proloog is gevolgd door drie tot vijf bedrijven. De inhoud is altijd gebaseerd op klassieke mythologie of geschiedenis. Er is een eenheid in tijd, plaats en handeling. Alles speelt zich af binnen een etmaal, op dezelfde plek en er zijn geen andere verhaallijnen. Door passie en noodlot worden de personages geconfronteerd met belangrijke levensvragen.
Lully componeert ook ballet opera’s, hierin is de opbouw en de thematiek herkenbaar. En zijn er geen tussenstukken met gesproken dialoog. De opera’s zijn geschreven om de vorst te behagen. De ouverture wordt gebruikt om de koning entree te laten maken. In de proloog werd de vorst uitgebreid geprezen. Om Lodewijk te behagen, neemt het ballet een grote plaats in. De gezongen stukken worden afgewisseld met divertissement, massascènes koor en ballet.

Het klassieke ballet

Tijdens het bewind van Lodewijk wordt de grondslag gelegd voor het huidige ballet. Eerst werden dansvoorstellingen gegeven in binnenplaatsen en feestzalen, waardoor de nadruk werd gelegd op figuurdansen en de horizontale beweging. Later vinden de optredens plaats in theaters, waarbij de dansers op een verhoogd toneel staan, waardoor de dansen verticaler werden en met veel verticale sprongen. Doordat balletdansers op het podium ook een rol moesten kunnen aannemen kwam er een speciale academie. (Academie Royal de Danse) onder bescherming van Lodewijk. Hier werden allerlei dingen vastgelegd die nu nog steeds worden gebruikt bij ballet. Naar buiten draaien van de benen, zorgde voor betere zijwaartse passen en het hoog op kunnen tillen van de benen. De vijf basisposities werden hier ook vastgelegd.

Style Louis XIV

De koning is vooral in zijn eigen hof te vinden. Omdat hij weinig reist, doet hij veel aan de tuin van Versailles. Hij stimuleert zijn onderdanen het paleis te bekijken. Charles le Brun krijgt te opdracht alle kunst samenhangend te maken. (hij is hoofd van de Académie Royal de Peintre et Sculpture en van Manufacture des Meubles de la Couronne).
Hij ontwikkelt de stijl ‘Style Louis XIV’. Het is meer ingetogen, voornaam en streng karakter dan de Italiaanse barok. De stijl is onpersoonlijk, eigen stijl van de kunstenaar is niet getolereerd. Poussin is het voorbeeld. Door de politiek van minister Colbert (meer export, minder import) en Le Brun komt er minder Italiaanse invloed op de Franse hofkunst.

Architectuur als decor

Lodewijk XIV verhuist in 1682 van Parijs naar Versailles. Dit paleis zit vol met koningsprijzende kunst en is zeer imposant. Een trap naar het verblijf van de koning gaf je plaats in de samenleving aan. Gewone burgers moesten de hele trap op en wachtten op instructies, de hoogste hiërarchieën werden bovenaan of halverwege de trap tegemoet gekomen door de koning. Ook in de stoelen zijn rangen: geen stoel, een krukje, een stoel, een stoel met armleuningen.

De koning staat op

Alle handelingen van de vorst zijn vastgelegd, protocol en gaan volgens een ceremonie. Zelfs het opstaan en slapen gaan van de koning is een toneelstukje, opgevoerd voor een wisselend publiek. Alle rituelen staan in het teken van Apollo, de zonnegod. Het is vergelijkbaar met Het Ballet van de Nacht. Versailles is een totaalkunstwerk. Alles past bij elkaar, de plafondschilderingen, wandbekleding en daarbij weer de manier van wetgeving van de koning. Het is een concept, waarin de positie van de koning alles bepalend is.

Een wandeling

De tuin is ook volgens een strak schema aangelegd. De centrale symmetrie as wordt in de tuin een kilometer verlengd. In het midden van alles het graf van Petrus, als belangrijkste. In het paleis is het de ontvangstkamer. De thematiek van de beelden, enz. in de tuin komt ook overeen met de thema’s binnenshuis. Lodewijk schreef zelf een handleiding voor de bezoekers van de tuin. Alle beelden en ornamenten worden besproken, en er staat hoe te wandelen en waar stil te staan.

De natuur overwonnen

De Apollo fontein in het midden laat zien hoe Apollo de zegepaarden uit het water trekt. Een verwijzing naar de opkomende zon. Lodewijk heeft eerst het moeras, waar Versailles door omringd was, moeten droogleggen, de fontein symboliseert ook zijn overwinning op de ongecultiveerde natuur. Ook kenmerken van de Barok zijn zichtbaar: de natuur moet worden overwonnen. Een door mensen geschapen orde werd ook meer op prijs gesteld dan de grillige natuur (symmetrie). Ook de ballethoudingen waren onnatuurlijk, evenals de mode met hoge pruiken, en de manier waarop Lodewijk zich in gezelschap bewoog. Alles paste zich aan aan de leefwijze en wensen van de koning. Anders dan tegenwoordig, is in die dagen spontaniteit een eigenschap die beteugeld moet worden.

Hoofdstuk 7

Kunst voor de burger

Regenten en kooplui

In 1585 ontvlucht het gezin Hals Antwerpen, ze gaan in Haarlem wonen.
Zoon Frans wordt bekend portretschilder, speelt belangrijke maatschappelijke rol en krijgt veel opdrachten. Hij maakt een huwelijksportret voor Isaac Massa en Beatrix van der Laen. In spontane toetsen schildert Frans het paar. Hals’ ongebruikelijke dubbelportret verenigt de twee belangrijkste bevolkingsgroepen van de republiek (de regentes Beatrix en de koopman). Zonder schroom pronkt het paar met hun status en positie.

• Bij Massa: een speerdistel: staat voor mannentrouw
• Bij Beatrix: tak van klimop, de vrouw vergroeit met haar man, zoals een klimop met een boom
• De wijnrank tussen hen in staat symbool voor liefde&vriendschap.

De schilder en zijn model

1648: einde 80 jarige oorlog Nederland en Spanje: ze beloven elkaars grenzen te respecteren.

Rond 1670 schildert de Delftse schilder Johannes Vermeer ‘de Schilderconst’, een bijna theatraal tafereel van een schilder en een model.
• Schilder: 17e eeuwse kleren
• Model: draagt attributen van Clio = de muze van de geschiedenis.

Vermeer woont in een herberg op de markt van Delft, hij heeft verschillende beroepen: kunstenaar, herbergier, zijdewever en is een belangrijk kenner van de Italiaanse schilderkunst.
Zijn belangrijkste klanten: plaatselijke bakker en goede vriend (nota bene: kocht 21 schilderijen van Vermeer). Vermeer is katholiek, maar heeft dankzij het relatief liberale klimaat toch de kans een rol te spelen in het protestantse Delft. Toch lijkt het in De Schilderconst, alsof hij nog steeds moeite heeft met de in 1648 vastgelegde scheiding van de katholieke en protestantse Nederlanden.

Een nieuw geloof

Johannes Calvijn verspreid zijn ideeën vanuit Genève. Hij verzet zich tegen: de overdadige weelde van de katholieke kerken, het gemak, waarmee een katholiek zelf zijn lot kan “kopen” en al het andere “onbijbelse” gedrag van de katholieke kerk.

Pieter Saenredam, een architectuur schilder, schildert in 1649 het interieur van de grote Sint Odulphus kerk in Assendelft. Hij is een bekend specialist in het schilderen van kerkinterieur. Voordat hij gaat schilderen, wordt elk detail nauwkeurig opgemeten en uitgebreid geschetst, hij schildert in opdracht (Katholiek of protestants)

Kunstverzamelingen

Protestantse dominees roepen op tot het houden aan de drie goddelijke deugden:
geloof, hoop, liefde
Burgers moeten zich ook houden aan vier kardinale deugden:
rechtvaardigheid, kracht, voorzichtigheid, matigheid

De welvaart van de brede lagen van de bevolking leidt tot een grote vraag naar (toegepaste) kunst. Meestal wordt de kunstverzameling verspreid door het huis opgehangen. De echte rijke verzamelaars richten daarnaast ook nog een speciale kamer in, waar ze een verzameling bijeenhouden, de kunstkamer. Bijna alle kunst is eigentijds Nederlands. Het beperkt zich niet alleen tot schilderijen, ook andere curiosa en voorwerpen dienen tot kunstobject. Met hun collectie laten burgers hun nieuwe financiële en maatschappelijke positie zien. Verder dient een collectie als een spaarpotje voor later.

Alledaagse onderwerpen

De rijke burgerij verstrekt vooral opdrachten, de lagere klassen kopen kant en klare kunst. De onderwerpen zijn verrassend alledaags. Het Straatje van Vermeer lijkt op een toevallige foto.
Emanuel de Witte maakte een portret van een familie in een interieur. Het gunt je een blik op het rijke interieur van een woonhuis (goudleer behang, chinees porselein), tafel (was toen echt chique). Bovenin hangt er een schilderij van een kerkinterieur, daar zijn zelfs de man, de vrouw en het meisje van het schilderij op terug te vinden. De vrouw is waarschijnlijk weduwe uit een eerder huwelijk.
• De roos op de grond symbool voor snelle vergankelijkheid.
• De handschoen symbool voor huwelijkse band
• De man: neemt druiven, symbool voor huwelijkse trouw en echtelijke kuisheid.
Hondje: vrolijk springend, is zijn baasje eeuwig trouw.

Verboden liefde

De schilderijen in de huiskamers worden overdag door een gordijn beschermd tegen stof en licht, in de avond. of als er bezoek is. zijn ze echter in volle glorie te zien. In de 17e eeuw zijn de schilderijen als rebussen. waarin alledaagse zaken een dubbele betekenis hebben.
In Het toneel van de wereld van Jan Steen zien je een herberg. waar het op het eerste gezicht gezellig aan toegaat. Maar er gebeurt daar alles wat ’God verboden heeft’.
• een oude man probeert een jong meisje met oesters te verleiden.
• een jongen blaast zeepbellen: homo bulla = de mens is een zeepbel, uitdrukking om aan te geven dat al te lichtvoetig vermaak op den duur zijn tol eist. De mens is vergankelijk.

Jacob Cats bood hulp bij het vinden van de juiste betekenis van schilderijen te vinden in zijn emblemata boeken. Met korte, geïllustreerde versregels waarschuwt hij de lezer voor hebzucht en onzedelijk gedrag.

Kunstproducten in genres

Bijna alle kunst was in deze eeuw eigentijds Nederlands. De Nederlandse schilders uit de 17e eeuw specialiseerden zich in een vijftal schilderkunstige genres:

1. Het historiestuk: het belangrijkste genre, het nieuwe stadhuis hangt alleen met dit genre vol. Het historiestuk stelt een mythe en of sage voor, een voorstelling uit de Bijbel of een gebeurtenis uit de geschiedenis. Dit genre stond in hoger aanzien dan alle andere, maar naar de andere was meer vraag.
2. Het portret: was het minst populair bij schilders.
3. Het genrestuk: schilderij met een al dan niet gefantaseerd tafereel uit het dagelijks leven. Drank, feesten of huishoudelijke bezigheden vormen het onderwerp. Het genrestuk herbergt vaak een verborgen boodschap m.b.t. de moraal.
4. Het stilleven, of een vanitas stilleven: een stilleven met een waarschuwende boodschap. Het stilleven ontstond als gevolg van steeds grotere aandacht voor de ‘stilleven onderwerpen’ op andere schilderijen. Met stilleven kon je met je rijkdom pronken, later stonden er alleen nog dingen op. die men graag wilde hebben; niet realistisch.
5. Het landschap: hiervan is het Nederlandse landschap het onderwerp

Johannes van der Beeck schildert in 1614 een allegorie (de symbolische betekenis) op de matigheid. Waarschuwing is matigheid duurt het langst. Zo heet een stilleven met een waarschuwende boodschap een vanitas stilleven.

Imitatie Chinees porselein uit Delft

Melchior Fokkens (Amsterdammer) publiceert in 1662 een boek, waarin hij breed uitweidt over de welvaart en luxe in de Amsterdamse woningen. Naast marmeren vloeren, schilderijen, dure meubelstukken en handgeknoopte Oosterse tapijten is Chinees Porselein geliefd. Voor wie het niet kan betalen: imitatie porselein uit Holland, Het Delfts Aardewerk. Delft na 1585 is het belangrijkste centrum voor de keramische industrie. Vaklieden uit Vlaanderen en Antwerpen vestigen zich, zij weten veel over Spaanse en Italiaanse keramische technieken. Versieringen worden eerst gekopieerd van Chinese voorbeelden, later worden ook Hollandse taferelen geschilderd.

Adriaen Kocks krijgt de opdracht om voor de Nederlandse stadhouder, de Engelse koning Willem III, een tulpenvaas te maken. Versiering: helemaal barok en verwijst naar de koninklijke status. De deksel is een kroon en de buik het koninklijke wapen. Met de bestelling van de vorst kreeg het Delfts blauw dezelfde status als het Chinese porselein.

Paleis van de Vrede

In 1640 besluiten de burgemeesters van Amsterdam tot de bouw van een nieuw stadhuis. Het Middeleeuwse gebouw vinden ze nu te klein, bouwvallig en weinig representatief. De burgers en de bestuurders hebben een discussie over de noodzaak ervan. Het gebouw komt op de dam, net achter het oude raadhuis. Er is gekozen voor het politieke,economische, religieuze hart van de stad, nabij de Nieuwe Kerk, de Waag, de vismarkt en de beurs.

Jacob van Campen is een schilder en architect. Hij maakt het ontwerp voor stadhuis, dat zich kenmerkt door toepassing van klassieke principes. Het stadhuis staat ook symbool voor de vrede met Spanje. Nadat hij zijn meesterproef als schilder had afgelegd maakte hij een grote tour door Italië. Hij vindt dat de klassieke symmetrie en harmonie goed aansluit bij het strenge calvinisme. Van Campen heeft bewondering voor de geschriften van Vitruvius, een theoreticus uit Rome. die een boek over de regels van de klassieke architectuur schreef. Harmonie ontstaat doordat een gebouw
• Duurzaam is: door stevigheid fundament en de keuze van de bouwmaterialen.
• Nuttig is: door functie te vergelijken met het ontwerp.
• Schoonheid bezit: bepaald door symmetrie en harmonie (de maatvoering van het gebouw is naar klassieke verhoudingen bepaald).

Het stadhuis: een burgerlijk paleis

De bestuurders van de stad tonen hun macht en die van de stad op majestueuze wijze.
Het Amsterdamse stadhuis is een classicistisch paleis (klassieke kunst, Grieken & Romeinen). Het heeft een zuiver symmetrische voor en achtergevel, die elk een vooruitstekend middengedeelte hebben, dat wordt bekroond met een timpaan. De gevels kennen een regelmatige indeling met horizontale banden langs de verdiepingen. Pilasters op de eerste en tweede verdieping accentueren de symmetrie, het zijn Ionische en Corinthische pilasters (deze laatste moeten volgens Vitruvius vooral gebruikt worden bij gebouwen, die macht vertegenwoordigen). Tussen de vensters bevinden zich gebeeldhouwde slingers van bloemen en vruchten. Het gebouw wordt bekroond met een toren, waarin het carillon zit. De afmetingen van het exterieur en interieur zijn uiterst nauwkeurig berekend. Van Campen heeft hierin de Vitruviaanse voorschriften precies toegepast. Het gebouw wordt bekroond met een ronde toren, waarin een beiaard is aangebracht.
Burgerzaal symboliseert de vrijheid van de burgers onder het wakend oog van hun bestuurders. Alle decoraties zijn van te voren vastgelegd in een decoratieprogramma, waarin de stad, haar welvaart en haar bestuurders centraal staan.
De burgerzaal functioneert als overdekt stadsplein, is centraal gelegen en voor de burgers vrij toegankelijk. Deze zaal is net als alle andere zalen versierd met classicistische kunstwerken. Voor alle decoraties is van te voren vastgelegd wat ze voor moesten stellen; de stad, de welvaart en de bestuurders staan centraal bij de decoraties. De meeste versieringen zijn bedacht vanuit de klassieke mythologie en het verhaal van de Bataafse opstand.

Vrede, macht, handel en klassieke kunst

De Batavieren hebben nooit geaccepteerd, dat de Romeinse bezetter zonder hun inspraak besluiten nam. Overal in de stad worden er vertoningen van tableaux gepresenteerd, waarin de vrede wordt bejubeld. Jan Vos maakt een aantal voorstellingen waarin de grootheid en de macht van de handelsstad centraal staan (de Amsterdamse stedenmaagd staat centraal).
De bouw van het stadhuis leidt tot grote kunstopdrachten. De Amsterdamse regenten spiegelen hun stad graag aan het machtige en welvarende Rome uit de klassieke oudheid. Van Campen en het stadsbestuur bepalen welke kunstenaars de belangrijke opdrachten mogen uitvoeren. Van Campen dicteert de regels, de kunstenaars voeren het uit. Het stadhuis wordt een totaalwerk, waarin alle kunstvormen op harmonieuze wijze samenkomen.

In 1650 gaat de Antwerpse beeldhouwer Artus Quellinus gaat in Amsterdam wonen. De beeldhouwkunst is grotendeels in handen van hem. Hij heeft in Italië de klassieke en moderne beeldhouwkunst bestudeerd. De schilder opdrachten zijn voor Amsterdamse kunstenaars. Rembrandt van Rijn maakt een schilderij wat er echter maar kort gehangen. De grove penseelvoering met ruige toetsen harmonieerde niet echt met de klassieke strakke stijl.
Govert Flinck (1615-1660) sterft te vroeg, hij was anders de grootste schilder en decorateur van het stadhuis geworden. De Amsterdamse bestuurders vinden zichzelf geweldig en daarom vergelijkt Govert hun met historische helden.

Burgerzaal en vierschaar

Het Amsterdamse stadhuis kent vele functies: kantoor van de stedelijke ambtenaren, ontmoetingsplaats voor de plaatselijke burgerij, bankgebouw, rechtsgebouw en gevangenis.

De Burgerzaal is het hart van het gebouw. In het midden is een centraal plein, en om de burgerzaal lopen galerijen met kantoren. Op de marmeren vloer liggen een wereldkaart en een hemelkaart (hart van het universum). Aan de voorkant van het stadhuis is de vierschaar: rechtszaal, waar alleen de doodstraf wordt gegeven. De drie bas reliëfs van Qeulllinius tonen voorbeelden van goede rechtspraak (Salomonsoordeel, klassieke rechtspraken).

Heren met rappe tong

In de 15e eeuw komt het Nederlandse toneel in handen van de rederijkers, klassiek geschoolde burgers, die de retorica beoefenen (de leer van de welsprekendheid). Retorica hoort tot de zeven klassieke vrije kunsten. Naast beoefening van de rappe tong doen ze ook aan toneelspel en houden optredens. In de 16e eeuw verdwijnt steeds meer het kerkelijke karakter, wereldse onderwerpen met een maatschappijkritische ondertoon worden steeds meer gespeeld, vaak tot grote ergernis van het stedelijk gezag. Bij feestelijke opluistering van grote stedelijke ontvangsten en gebeurtenissen hebben de rederijkers veel invloed. Tableaux vivants, lofzangen en andere kunstwerken sieren de route van de optochten op.

Schouwburg

In 1617 richten rederijker Samuel Coster en enkele medestanders De Nederduytsche Academie op, een eenvoudige houten zaal met hoog daklicht aan de Keizersgracht.
Hier houden ze wetenschappelijke colleges en spelen toneel. Op de plaats van hun gebouw komt in 1637 de eerste Amsterdamse schouwburg te staan, gebouwd door Jacob van Campen.
Een classicistisch amfitheater met langs de randen loges en tribunes. Voor de hoge heren en welgestelden. Gewone volk had een sta plek. Grote ramen zorgen voor genoeg licht. Er kunnen decorplaten worden opgehangen, en er kan gebruik worden gemaakt van takels en valluiken.
Joost van den Vondel bedenkt het woord schouwburg en schrijft speciaal voor de opening van het gebouw een klassiek geïnspireerd drama. Gysbrecht van Aemstel.

De klucht

Met de komst van de schouwburg komt er enige regelmaat in het Amsterdamse toneelaanbod. Drie maal per week zijn er voorstellingen: normale voorstellingen (treurspel gevolgd door klucht), klassieke of bijbelse vertellingen en blijspelen. De Amsterdamse schouwburg en stad geven regelmatig opdrachten voor het schrijven van toneelstukken, maar toch biedt het schrijversberoep de 17e eeuwse schrijvers weinig financiële armslag, de meeste hadden daarom naast hun schrijfwerk er nog een ander beroep naast (de zijde en kousen handel van Van den Vondel). Gerbrand Adriaensz Bredero (1585-1618) schrijft de klucht van de koe. Hij hoeft niet te werken naast zijn schrijven, hij is populair toneelschrijver en schrijft gedichten over zijn ruige leven met drank en vrouwen.

Wandelmuziek en dansende vingers

De protestantse kerkhervormers willen de orgels uit de kerk laten verdwijnen. In plaats daarvoor willen zij het kerkpubliek meer bij de dienst te laten betrekken door het gezamenlijk zingen van psalmen: het woord van God moet weer het belangrijkste in de dienst worden. Toch zijn de orgels gebleven. De reformatie zorgde ervoor, dat de (protestantse) kerk veel toegankelijker werd voor het volk. De kerk krijgt een geheel andere functie erbij, ze gaan een verlengstuk van de straat vormen. Sommige steden nemen vaste organisten in dienst, die elke dag op een vast tijdstip concerten verzorgen. Dit is een nieuw fenomeen voor de Europese muziek. De regenten van de steden hopen er mee te bereiken, dat mensen naar de kerk gaan en niet meer naar de kroeg. De kerk wordt een soort ontmoetingsplek. Het stadsbestuur is de baas over de kerkorgels.
Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) is componist en organist van de Oude Kerk in Amsterdam en hij is daarom ook erg bekend in Nederland en Duitsland. Hij beschikte over een heel breed repertoire (eigen werk en variaties). Sweelincks muziek wordt beïnvloedt door de Engelse en Italiaanse muziek. Hij publiceert vooral vocale composities (hij hield zijn instrumentale werken liever voor eigen gebruik), maar later worden ook zijn klaviercomposities over Europa verspreid.

Meezingers

er wordt veel gezongen onder de burgers, in alle lagen van de bevolking. Sommige gegoede burgers en beroepsmusici bespelen een instrument. Rijke burgers nemen muzieklessen bij bekende musici. De stedelijke organisten of andere stedelijke musici zijn contractueel verplicht muzieklessen te geven aan het stedelijke collegium musicum. Het zijn hier de gegoede middenstanders, die lessen volgen op bijvoorbeeld klavecimbel, orgel en luit. Polyfone muziek wordt hier veel geoefend. Muziek werd als heilzaam ervaren.
Jacob van Eyck (1590-1657), is blind, maar zijn gehoor is uitstekend. Hij is stadsbeiaardier van Utrecht. Hij ontdekt een manier om klankzuiver klokken te gieten. Hij speelt op vaste tijden op het carillon van de dom en componeert verschillende stukken. Hij heeft melodieën en variaties voor fluit gepubliceerd (Der Fluyten Lusthof), de muziek is afkomstig uit Frankrijk en Engeland.

Veranderende tijden en Amsterdamse normen

Rembrandt van Rijn (1606-1669) schilderde een schilderij voor het stadhuis, dat werd later weg gehaald. omdat de stijl ervan niet bij de rest aansloot. Hij schildert met grove kwaststreken en grote licht donker contrasten. Voor het stadhuis schildert hij een intiem persoonlijk moment. waarop vrienden elkaar trouw zweren.
De eigen stijl van Rembrandt heeft zich in de loop van de jaren ontwikkeld, maar blijkt niet populair te zijn. Later werd zijn kunst expressiever en persoonlijker. Juist dit werk wordt later wel geroemd.
Hij is begonnen in Leiden, daar ontwikkelt hij zich tot graficus. Hij maakt populair etsen (droge naald technieken). Als hij zich later definitief in Amsterdam vestigt wordt hij een gerenommeerd kunstenaar. De burgerij laat zich graag door hem portretteren. Rembrandt wil zich met de rijke meten en streeft naar een passende status, hij noemt zich koopman en stelt zijn werk als kunsthandelaar ver boven dat van kunstenaar. Hij betrekt een huis gebouwd door Van Campen en trouwt met de burgemeestersdochter. Sommige leerlingen gaan bij hem in de leer. De bekendste zijn Govert Flinck en Ferdinand Bol. Rembrandt geeft veel geld uit aan zijn kunstverzameling en doordat zijn werken niet goed verkopen gaat hij failliet.

Hoofdstuk 11

Cultuur van het moderne

Onderhuids

In 1900 publiceert Sigmund Freud zijn studie Traumdeutung. Hierin staat, dat de ontwikkeling van de mens in zijn gedrag gestuurd wordt door het onderbewuste. Het alledaagse gedrag is een masker. waaronder de ware gevoelens en driften schuilgaan. Hij werkt hieraan voor een therapie. Hij vindt het kijken in de geest van de mens, door middel van het onderbewuste. Ook kun je het rationele denken opheffen door hypnose of door vrije associatie, om de patient te laten praten.
In 1901 krijgt Röntgen de Nobelprijs voor het ontdekken van de röntgenstralen. De bevindingen van zowel Freud als Röntgen waren schokkend voor het volk, ze leerden, dat er meer is dan je ogen zien. Bijvoorbeeld Schönberg schildert een schilderij, waarin de expressie het belangrijkst is.

Atonaal

Schönberg breekt ook als een van de eerste met de regels van de klassieke harmonieleer. Erwartung is een voorbeeld van atonale muziek. De muziek klinkt ons vaak als vals in de oren. Dit werd toen ook zo ervaren. Hij creëerde het twaalf toonsysteem. (Fünf Pianostucke, Walzer) zijn theorie: elke compositie is gebaseerd op twaalf tonen, de componist bepaald zelf hoe hij deze rangschikt. Deze reeks van tonen wordt na elkaar of tegelijkertijd gebruikt en elke toon mag pas weer opnieuw gebruikt worden als de hele reeks is afgewerkt.

Kleur als klank en volkskunst

Ook Kandinsky streeft er, geïnspireerd door Schonberg, naar om de geldende regels los te maken. Hij streeft naar een schilderkunst, waarin niet de voorstelling, maar de kleur, lijn en vorm op eigen kracht emoties los maken bij de kijkers (studie voor improvisatie, treurmars). In Impressie III vergelijkt Kandinsky kleuren met tonen en instrumenten. Als je het innerlijke wil weergeven, is abstracte kunst volgens Schonberg een noodzaak.
Bij een bezoek aan een volkskundig museum komt Marc tot de conclusie, dat abstractie al in de oude kunst voorkwam. De primitieve kunst was dan ook terug te vinden in werken van bijvoorbeeld Kandinsky. Bijvoorbeeld uit Tunesië, waar ook Paul Klee een reis naar ondernam.

Les Ballets Russes

Waardering voor niet westerse kunst speelt een rol in het succes van Les B allets Russes. Diaghilev nodigt veel beeldend kunstenaars en componisten uit om de voorstelling zo uitzonderlijk mogelijk te maken. Vaslav Nijinsky belichaamt dierlijke driften, hij springt zo hoog als een vogel. Leon Bakst ontwerpt exotische kostuums, die dierlijk en goddelijk tegelijk zijn, want de spelers moesten op faunen (bosgoden) lijken. De muziek van Debussy sluit niet genoeg aan. En later schakelt hij Stravinsky in.

La Sacre du Printemps

Een stuk om de lente te vieren, geschreven door Stravinsky. Stravinsky past niet de gebruikelijke opbouw van de westerse muziek toe, met een ingewikkelde opeenstapeling van akkoorden vertolkt hij het geweld van de natuur. Hij gaat uit van het principe herhaling, meer eigen aan de oosterse muziek. Volgens Bartok ligt de oorsprong van Stravinsky’s grof korrelige, boze en grillige, door ostinato’s ondersteunde muzikale structuur in de kortademige Russische boerenmotieven, die bestaan uit vier maten, twee maten of zelfs maar een maat.
De choreografie van Nijinsky is een rituele oerdans, met blootsvoets gestamp op de vloer. Alsof de aarde wordt wakker geschud. Zwaartekracht neemt de plaats in van gewichtsloosheid. Het publiek reageert woedend op deze revolutionaire dansstijl.

Graham dans

Martha Graham maakt een vloeiender versie van Le Sacre, the rite of spring. In haar werk blijkt duidelijk haar belangstelling voor Freud, de nadruk ligt op de emoties, het psychologisch drama. Het contrast tussen spanning en ontspanning (lichamelijk) is de basis. Aantrekken en krommen van de rug tegen het uitademen en rechttrekken van de rug. Graham’s dansstijl heeft veel invloed gehad op de hedendaagse dans.

Ragtime

Na het beroemde Le Sacre, slaat Stravinsky een andere weg in, bijvoorbeeld het stuk Ragtime. Het stuk is gecomponeerd op een cimbaal, een Hongaars en Roemeens snaarinstrument. De rest van de instrumenten is hieromheen gecomponeerd.
Stravinsky noemt de ontdekking van jazz een van de belangrijkste momenten van zijn leven. Ragtime is een pianostijl, die wordt gespeeld in clubs door zwarte pianisten. De melodie gaat ritmische tegen de strakke baspartij in. Het spoort niet samen, ragged time. Verscheurde maat.
De pianisten spelen op hun gevoel. Maar de ragtime muziek wordt de eerste genoteerde zwarte muziek. Scott joplin is een beroemde componist. De ragtime past bij de cakewalk, een dans, waarin zwarten spottend het dansen van blanken imiteren. Het is een soort polonaise van paren. Op de hoeken wordt geïmproviseerd gedanst. De beste danser wint een cake.

Feeling blue

Bessie Smith zingt de blues al op jeugdige leeftijd. Met Louis Armstrong op de cornet zingt ze de St. Louis Blues. In een blues heeft de tekst drie zinnen per couplet, waarbij de eerste zin herhaald wordt. De derde zin is een conclusie. De begeleiding volgt een vast akkoordenschema over twaalf maten. Blue notes zijn noten, die in combinatie met de begeleidingsakkoorden een spanning opwekken. De zangers zetten de tonen vaak expres onzuiver in, dirty intonation, en glijden naar de goede toon. De blues wordt vaak in slepend tempo gespeeld, het neerslachtige karakter is een afspiegeling van de toenmalige situatie. Negers hadden geen rechten destijds en veel zorgen over het dagelijks leven. De teksten zijn vaak berustend.

New Orleans jazz

Louis Armstrong groeit op tussen de honky tonks in New Orleans. Overdag is hij kolendrager en melkman, s’ avonds speelt hij de cornet in Storyville. De bands spelen vooral ragtime en blues, alle kenmerken van blues zijn aanwezig. Kenmerkend zijn de collectieve improvisaties van de blazers. De klarinet speelt het thema, de trompettist speelt variaties op het thema en de trombose ondersteunt. De rest vormen de ritmesectie. De variant op zwarte jazz, door blanke orkesten noemt met dixieland. Als Storyville gesloten wordt trekken veel muzikanten naar Chicago, ze blijven in New Orleans stijl spelen. Een belangrijk orkest is de Creole Jazz Band met trompettist Joseph King Oliver. Hij laat Armstrong overkomen naar Chicago. Langzaamaan ontstaat er een eigen Chicago stijl, waarin solistische prestaties belangrijker worden. Armstrong gaat onder eigen naam platen maken. Basin street blues krijgen individuen de ruimte. Ze improviseren op het thema, met Armstrong als ster. Ook bas en drums krijgen een solo.

Die Brücke

Kirchner laat zich inspireren door Nietzsche en wil breken met de gevestigde kunst. Hij roept de jeugd op tot het veroveren van bewegingsvrijheid. Het idee achter de kunst is belangrijker. Hij laat zich inspireren door primitieve kunst, maskers en beeldjes uit Palau en Benin. Ze beelden oerdriften uit achter de werkelijkheid. Kirchner maakt schetsen en legt een verzameling eigen primitieve kunst aan. Ook hij verwerkt driften in zijn werk.

Kubisme en Parade

Ook Picasso is gefascineerd door primitieve kunst. Met Demoiselles d’ Avignon wordt het kubisme ingeluid. Vanuit het midden worden de hoeren steeds hoekiger en uitdagender. Hij heeft Afrikaanse maskers als voorbeelden gebruikt. De losse hoekige fragmenten zijn kenmerkend voor het kubisme. Het analyseert de zichtbare werkelijkheid en splitst die op, en komt weer samen. De kunstenaar wil meer dan de werkelijkheid laten zien. Wel speelt alles wat de kubistische kunstenaar ziet, in tegenstelling tot het expressionisme een belangrijke rol. Bij het expressionisme speelt alles wat gevoeld wordt een belangrijke rol. In Picasso’s werk komt dit samen.
Picasso ontwerpt de kostuums voor Parade van Les ballets Russes. Het zijn min of meer decorstukken, die tot leven komen. Wat lastig is voor de dansers. Het verhaal speelt zich af rond Music Hall. Eric Satie schrijft de muziek voor Parade, hij verwerkt Jazz achtige thema’s, en er is veel gewerkt met alledaagse geluiden, zoals een typmachine. Het mist elke vorm van ernst. Later verwerkt Satie expres muziek in zijn werk, waar hij een hekel aan heeft. Cocteau plaatst zijn muziek naast die van traditionele van Ravel en Debussy, zijn uitgangspunten hebben veel invloed op latere componisten.

Hommage aan Blériot en het Futuristisch manifest

De Eiffeltoren is het belangrijkste silhouet van Parijs, hij staat symbool voor technische vooruitgang. Louis Blériot vliegt als eerste van Calais naar Dover. Het vliegtuig wordt geëerd, het geeft het gevoel, dat de toekomst voor het grijpen ligt. Robert Delaunay maakt Hommage aan Blériot. Een schilderij, dat twee symbolen weergeeft van het machine tijdperk. Het vliegtuig en de Eiffeltoren. Beide omgeven door kleuren. Het geeft een sensationele nieuwe kijk op de dingen.
Marinetti, een Italiaanse publicist, roept kunstenaars op aansluiting te zoeken bij de moderne ontwikkelingen. Hij weergeeft dit in een Futuristisch manifest. Hij noemt het het Futurisme, voordat er maar een kunstwerk gemaakt is. Hij sleept jonge kunstenaars met hem mee, die ook vinden dat oude kunst achterhaald is. De futuristen formuleren uitgangspunten in de politiek, literatuur, theater, film, beeldende kunst en het dagelijks leven. De eisen zijn vaak aanstootgevend en absurd.

Der Lindberghflug

De futurist Giacomo Balla weergeeft die sensatie in een schilderij genaamd: voortsnellende auto + licht + lawaai. Het is abstract, ritmisch en vol herhaling. Overal is licht en lawaai. Ook op technisch gebied wordt er een record gebroken, Charles Lindbergh vliegt over de oceaan. Bertold Brecht schrijft Der Lindberghflug voor de cantate, op muziek van Kurt Weill en Paul Hindemith. Het is voor de radio gemaakt met radiogeluiden en stemmen, is bedoeld voor een breed publiek. Brecht benadrukt, dat de vlucht een prestatie is voor de hele mensheid, hij laat de Lindberghs rol vertolken door een heel orkest.

De machine als bondgenoot en gemechaniseerde dood

In Der Lindberghflug wordt er gecommuniceerd tussen de vliegenier en het vliegtuig. Ook Azari werkte innig met zijn vliegtuig. Hij voert luchtchoreografie op. Hij gebruikt het als verlenging van zijn lichaam. Kunstenaars wilden ook het menselijk lichaam nabouwen als machine. Umberto Bocciono maakt een soort van mens robot vechtmachine.
De futuristen verheerlijkten de oorlog, omdat ze oorlog zagen als een middel om de oude en vermoeide wereld te herscheppen. Severini verheerlijkt het in zijn schilderijen. In de oorlog viert techniek ook hoogtij (al is dat dan wel verdedigingstechniek). Het machine tijdperk pakt slecht uit voor de mensheid het word een gruwelijke oorlog.

Skating Ring

Rond 1920 is rolschaatsen erg populair, het is ook een verlenging van het lichaam. In Les ballets Suedois moeten de dansers doen, alsof ze op rolschaatsen staan en die bewegingen maken. Jean Borlin vertaalt de schaatsbewegingen naar een vloeiende dans, waarbij de dansers zijn vastgezogen op de grond. De fysieke hoogstandjes spelen in tegenstelling van Les ballets Russes ook geen rol meer. Fernand Léger (kubist) maakt de kostuums en het decor. Het achterdoek bestaat uit abstracte kleurvlakken zonder diepte. de dansers zijn bewegende decorstukken (kleuren). Het is een soort abstract schilderij. De muziek is gecomponeerd door Arthur Honegger. Je hoort de vloeiende bewegingen hierin terug.

Eerste Wereldoorlog en readymades

Er ontstaat na WW1 een strijd tussen links en rechts onder de burgers. Dit leidt in een aantal landen tot een dictatuur. In de WW1 blijft Zwitserland neutraal en daarom wordt Zurich een verzamelpunt voor jonge kunstenaars. Een andere wijkplaats is New York. Het is niet toevallig, dat in deze twee steden de kunststroming dada ontstaat.
Een kunststroming, die veel gebruikmaakt van montage, is dada. De naam dada duikt in 1917 voor het eerst op in Zürich. Een internationaal gezelschap van jonge kunstenaars keert zich hier ’vol afschuw af van de slachthuizen van de wereld om ons tot de kunst te wenden’. Voor dada heeft de ’oude’ wereld, die heeft geleid tot de waanzin van de oorlog, afgedaan. Dada valt ook de kunst aan die aan de zijkant bleef staan tijdens alle vernietigingen. Voor dada gelden geen regels en wetten meer. Ze willen alles aan het toeval over laten, ze doen elke theorie te niet. Montage is voor de dada een prima middel om de oude wereld op zijn kop te zetten. Dada wilt niets gladstrijken. Dada wil blijven irriteren om zodoende de creatieve geest wakker te houden.
Marcel Duchamp maakt readymades, kant en klare voorwerpen, zijn beroemdste is Fontein. Man Ray stelt in navolging een strijkbout ten toon. De Dadaïsten willen de definitie van kunst ter discussie stellen. Ideeën moeten belangrijker zijn dan waarde.

De Ursonate

Voor dadaïsten is de spontane actie belangrijk, dit sluit aan bij het primitieve en het ongecultiveerde. Doesburg zegt hierover: beschaving is een masker, waarachter de burger zijn instincten botviert. Dit sport met de theorieën van Freud. Kurt Schwitters noemt zijn kunst Merz. Hij verzamelt afval en bedekt hiermee zijn atelier. Ook verzamelt hij woorden, waar hij gedichten mee maakt. De klanken spelen een rol, de betekenis niet. Voorbeeld hiervan is Ursonate. Hij ordent kapotgeslagen taal volgens principes uit de muziekwereld, dit is vergelijkbaar aan Kandinsky.

De krant hergebruikt en prothesen

Fragmentatie gaat vooraf aan montage, een geliefde techniek van de avantgarde kunstenaars. Montage, zoals die door kunstenaars wordt toegepast, richt zich niet op het herstel van de oorspronkelijke samenhang. In plaats daarvan wordt deze techniek een middel om vraagtekens te zetten bij alles wat vertrouwd is. Duchamp voegt onverenigbare ideeën samen zoals: een museumzaal en een urinoir, Schwitters voegt afval en taalfragmenten samen om er een nieuwe compositie mee te maken en Grosz voegt ook fragmenten bij elkaar, maar selecteert de losse elementen vooral op grond van de voorstelling. In de eerste helft van de twintigste eeuw worden in de kunsten opvallend vaak gehelen opgedeeld in losse fragmenten. Er is een neiging om overal maar de schaar in te zetten, van alles te demonteren, te verscheuren en te versnipperen. Fragmentatie wil zeggen, dat een bom wordt gelegd onder het geruststellende idee, dat alles compleet en af is: de spiegel aan scherven.
Grosz verwerkt in zijn kunst de ironie van wat er is geworden van het machine tijdperk. Hij maakt mensen met mechanische ledematen, die waren verloren in de oorlog. Hij laat hiermee zien dat het machinetijdperk niet zo zaligmakend was.

De neus

Dáli maakt van een neus een schoorsteenmantel en van lippen een sofa. Het symboliseert Dalí’s bewondering van Mae West, hij zou haar wel altijd willen bewonen. Er wordt ook een opera gemaakt, die De Neus heet. Het gaat over majoor Kovaljov, zijn neus gaat ervandoor. Dmitri Sjostakovitsj baseert het op een novelle van Gogol. Een leerling van Freud analyseert het verhaal en zegt, dat de neus symbool staat voor mannelijke autoriteit en instinct. Het verlies ervan is volgens Freud een vaak voorkomend beeld uit angstdromen. In de opera wisselen korte scènes elkaar voortdurend af en wisselt de muziek steeds van karakter. De muziek is van een soort Schwitters-achtige taal destructie.

Surrealistisch manifest

Achter het oppervlakkige van een droom gaat volgens Freud meer schuil. André Breton leert de psychoanalyse kennen tijdens de eerste wereldoorlog. Hij is een arts in het gesticht, is gefascineerd door dromen en het analyseren ervan. Hij ziet een werkelijkheid geopenbaard. die niet luistert naar wetten van logica en gezond verstand. Hij noemt het surrealiteit, veel interessanter dan de echte werkelijkheid. Hij schrijft een surrealistisch manifest. Hij roept hierin kunstenaars op zich niet te laten beperken tot het direct zichtbare, maar te zoeken naar een manier om uiting te geven aan de werkelijke drijfveren van ons denken en handelen. Hij koestert de neurose en krankzinnigheid, terwijl Freud zijn patiënten hiervan probeert te verlossen, hij heeft zich nooit positief uitgelaten over het surrealisme.

Dromen

Kunstenaars ontwikkelen twee technieken om de droomwerkelijkheid te verbeelden:
een onwerkelijke situatie ‘natuurgetrouw’ weer te geven, Dalí, Rene Magritte, hij liet in zijn schilderijen ook dromen werkelijkheid worden. Schilderde De zoon der mensheid (1964).
Hij schilderde fotografisch maar ook wat onbeholpen. Hij maakt alledaagse voorstellingen onalledaagse voorstellingen. De tweede manier is het rechtstreeks, automatisch, vanuit een droomtoestand te schilderen. Joan Míro. Schilderde; vrouwen omsingeld door de vlucht van een vogel (1940). Hij gebruikte de tweede manier. En zei, dat dit automatisme iets was, wat zijn verstand te boven ging. Alle tekens in het schilderij hebben een bepaalde betekenis.

Trompe l’oeil: het zo nabootsen van voorwerpen op schilderijen, dat de beschouwer de illusie krijgt, dat wat hij ziet echt is. bijvoorbeeld het voorstelbaar maken van de wereld van dromen en fantasieën.

Hoofdstuk 12

Opmars van de vooruitgang

Het zwarte vierkant

‘Het zwarte vierkant’ van de Rus Malevitsj is het begin van een volledig abstracte kunst. Ook ontstaat er suprematisme, omdat er vooral in de steden vraag naar vernieuwingen is. Het is het begin van de 20ste eeuw. Als Malevitsj het Suprematisme in 1915 lanceert, staat het bewind van de Russische Tsaar al onder grote druk. Het bijna feodale staatsbestel sluit niet aan bij de ontwikkelingen, zoals de opkomst van de industrie en het ontstaan van een arbeidersklasse.
Er is veel hang naar radicale vernieuwingen.

Revolutie

De positie van deze voorlopers in de kunst verandert door maatschappelijke omwentelingen, zoals de Russische revolutie in 1917. Voornamelijk jonge kunstenaars ondersteunen nu deze maatschappelijke veranderingen. Er is nu aandacht voor collectieve idealen, in de vorm van propaganda en monumenten in plaats voor individuele expressie. Het doel is, dat de politieke breuk met het verleden zich ook moet vertalen in een breuk met de traditionele opvattingen over kunst en vormgeving. Vormen van Malevitsj zie je ook terug in affiches van Lissitzky. Versla de witten met de rode wig. De witten zijn de contrarevolutionairen.
De revolutionaire kunstenaars van het constructivisme gebruiken dezelfde abstracte vormen, montages van losse elementen, een constructie van een nieuwe wereldorde.

Naturalisme en biomechanica

Alles moet er in het begin van de 20ste eeuw echt uitzien op het toneel. Dit heet Naturalisme.
Naturalisme in een vorm van lijsttoneel, hierbij is er een denkbeeldige scheiding tussen het publiek in het donker en de toneelspelers. Een vierde wand, en wordt het publiek niet aangesproken. Stanislavsky laat de spelers volledig in de huid van hun karakters verplaatsen, zijn techniek wordt later The Method genoemd. Na de revolutie moeten alle bestaande regels het ontgelden. Meyerhold opent een aanval op het lijsttoneel met zijn constructivistisch theater. Popova maakt een industrieel ogend decor met abstracte constructies. Aangezien arbeid in hoog aanzien staat moeten de spelers zich bewegen als arbeiders, ze krijgen ook lessen in biomechanica. Het theater van Meyerhold kenmerkt zich door een hoog tempo.

Episch theater

Ook Bertold Brecht keert zich tegen de Stanislavsky methode. Hij vindt dat het publiek juist aan het denken moet worden gezet in plaats van wegkwijnt met de spelers. Hij bouwt in zijn stukken vervreemdingseffecten. Door liedjes en commentaarstemmen in te lassen. Nu zijn de emoties of de psyche van een personage minder belangrijk, maar de rol die ze spelen. Zijn stellingen, waar hij mensen over aan het denken wil zetten, hebben vaak te maken met communistische idealen en antimilitarisme. Kurt Weills muziek is geschreven voor een eenvoudige bezetting en makkelijk te spelen. Jasager stelt iets ter discussie en later ook in Der neinsager. Brecht laat zich ook inspireren door No theater (Japans), waarin handelingen van spelers van commentaar worden voorzien door een koor begeleidt door een orkest.

Wright in Japan

Het uitgangspunt van moderne architecten en vormgevers is duidelijk: weg met alles wat burgerlijk en ouderwets is en beginnen bij nul (sober en functioneel).
Ook voor de Japanse architectuur is er belangstelling. Frank Lloyd Wright liet zich inspireren op de wereldtentoonstelling. Wright: eindelijk had ik een land op aarde aangetroffen, waar eenvoud als natuurlijk gegeven het hoogste goed is. Japans huis heeft als belangrijk onderdeel, een doorlopen vloeroppervlak, in plaats van veel verschillende kamers. Ruimtelijke indeling en integratie met de omgeving door het gebruik van hout en steensoorten. De horizontale richting zorgt, dat het gebouw zich voegt in het landschap. Wright past veel glaswanden toe in zijn huis. Wright benadrukt de schoonheid door middel van de belangrijkste bouwkundige details en materialen, niet van versieringen.

Schröder huis

Rietveld maakt in 1925 het Schröder huis, naar voorbeeld van Wright, ook met een open structuur en veel horizontale vormen. Ook lijkt de scheiding tussen binnen en buiten niet definitief vast te liggen. De ruimte indeling ligt niet vast, met schuifwanden kun je de ruimtes veranderen. Rietveld wilde de meubels een actieve zithouding geven (rood blauwe stoel). Het interieur is een vertaling van de schilderijen van Mondriaan en is totaal niet functioneel.
Het uitgangspunt van de moderne architecten en vormgevers is duidelijk: Weg met alles wat burgerlijk en ouderwets is en bij nul beginnen. Alles dient sober en functioneel te zijn.

Mondriaan

Wright, Rietveld en vooral Mondriaan kwamen met De Stijl als reactie op de WW1. Er groeit verzet tegen de bestaande orde. De stijl staat voor innerlijke rust, harmonie en orde.
Mondriaan probeert in zijn werk orde en wetmatigheid te laten zien, die schuilgaat achter de wanorde, die we dagelijks om ons heen zien. Mensen moeten zich meer bewust worden van evenwicht. Alleen abstracte kunst kan de harmonie laten zien, die achter het zichtbare verscholen is. Orde is goddelijk, hij drukt dit uit met drie primaire kleuren.

Brancusi

Zijn werk is vergelijkbaar aan dat van Mondriaan. Brancusi probeerde zo traditionele vormen te vereenvoudigen, hij streefde naar eenvoud. De zoektocht naar de essentie van het aardse paradijs (de waarheid), lijdt tot extreme eenvoud. Brancusi: abstracte kunst is niet de werkelijkheid, maar veel meer dan dat: de waarheid. Hij laat zich ook inspireren door volkskunst. De eenvoud is niet het doel, maar wat erachter zit. Brancusi claimt al langer bekend te zijn met primitieve kunst, maar blijkt net als meerdere kunstenaars uit deze tijd mee te gaan met de regel.

Brancusi maakte een twee meter hoog beeld van Adam en Eva, een beeld wat associaties oproept met houten kolommen uit Roemenië en met vruchtbaarheidsbeeldjes. Eva boven en Adam onder, Eva’s rol is het leven voortzetten. Ze is lief, onschuldig en vruchtbaar als een bloemknop, die zich opent, terwijl Adam zwoegt, zweet en aarde ploegt.
Een vijzel uit Nieuw Guinea heeft waarschijnlijk model gestaan voor Eva.
Brancusi geldt als vertegenwoordiger van volkseigen kunst, die voldoet aan de visie van Ceaucescu, een communistisch dictator in Roemenië. Wel is Brancusi onderdeel van de avantgarde beweging.
Malevitsj, Mondriaan, Brancusi zijn zich ervan bewust, dat ze een radicale verandering in gang zetten

Bartok

Ook de Hongaarse componist Bartok verwerkt primitieve kunst in zijn werk. Hij zegt, dat er drie manieren zijn, waarop een componist volksmuziek kan gebruiken.
1. Hij kan melodieën ongewijzigd overnemen of voorzien van eenvoudige begeleiding
2. Hij hoeft geen echte boerenmelodie te gebruiken en hij kan zelf volkslied imitaties bedenken.
3. Hij kan de sfeer zelf schrijven, zonder te kopiëren. Het leren van de muzikale taal.

Bartok wil met zijn muziek de muziektaal vernieuwen door westerse verworvenheid te verbinden met de volksmuziek uit Oost Europa. Hij onderzoekt Hongaarse boerenmuziek, en gebruikt bij het verzamelen een fonograaf. Hij kan hiermee melodieën opnemen. Hij reist naar de verste uithoeken, en bestudeert de muziek met invalshoeken en varianten.

Weimar Republiek

In Duitsland wordt in 1919 het Bauhaus opgericht, net na het uitropen van de Weimarrepubliek. De profesoren van de kunstopleiding Bauhaus zijn enthousiast over De Stijl. Het Bauhaus is de moderne variant op de middeleeuwse bouwloods.
Op de opleiding streven kunstenaars, zoals Breuer, naar volledige abstractie en grondvormen.
Het Bauhaus wordt allereerst het verzamelpunt van diegenen, die gelovend in de toekomst, hemelbestormend de kathedraal van het socialisme willen bouwen.
Met als uitgangspunten constructivisme en De Stijl wil ook het Bauhaus de persoonlijke willekeur uitbannen, het richt zich op collectieve en objectieve vormgeving. Dingen als primaire kleuren en geometrische vormen zijn herkenbaar in de producten (kinderwieg).

Triadisch Ballet

Ook in de dans raakte men beïnvloedt door abstractie, er ontstond Triadisch ballet. Schlemmer werkt aan nieuwe richtlijnen binnen het Theater. Hij verzet zich tegen het naturalistisch theater. Hij past de mens aan, aan de abstracte ruimte er omheen. De dansers hullen zich in kostuums met kubus en bol vormen. Ze bewegen zich hoekig of als een tol. Alles blijft abstract en er is geen begin of eind.

Industrieel design

Het Bauhaus ziet een belangrijke rol weggelegd voor de industrie. Alleen de industrie is bij machte een goed ontwerp in de grote oplage voor het volk te produceren. Een goed ontwerp is eerlijkheid ten opzichte van het gebruikte materiaal en functionaliteit.
Breuer maakt de Vassily stoel. De buizen ervan zijn naadloos en daardoor lichter en sterker. Ze zijn goed te gebruiken voor massaproductie. Maar de massa vind het niet mooi. Het moderne design valt niet in de smaak bij de mensen.

Licht en ruimte in functionele stad

Het CIAM was bezig met een nieuwe vorm van architectuur: Het Nieuwe Bouwen, dat functioneler was. In de jaren 20, 30 is een van de kenmerken van de jonge progressieve kunstenaars de Internationalisering. Het CIAM wordt in 1972 opgericht om gemeenschappelijke richtlijnen voor de nieuwe architectuur te ontwikkelen. Het congres houdt zich bezig met volkshuisvesting, stadsplanning en de realtie tussen industrie en architectuur. Het nieuwe bouwen is een verzamelnaam van architecten, die zich hierdoor laten beïnvloeden (idealen naar Bauhaus en de Stijl), mede door CIAM ontstaat er vooral na de 2e WO een internationale stijl. Voor het nieuwe bouwen is functionaliteit een eis. Verder geen versieringen, geen historische stijlcitaten, geen decoraties en geen onnodig dure imponeer materialen, zoals marmer en dergelijke, maar gewoon glas of staal. Schoonheid ontstaat als alles functioneel word gemaakt. Dragende constructies werden niet weggemoffeld. Overal moest licht en ruimte, als reactie op de arbeiderswijken.

Le Corbusier is een belangrijk figuur van het CIAM. Zijn denkbeelden staan centraal bij de bouw van nieuwbouw na de WO2. hij beschrijft de stad van de toekomst in Urbanisme. met 24 wolkenkrabbers en buitenwijken met bomen. Alles rechtlijnig en geometrisch.

Industrialisatie van de bouw

In de bouw was het werken met prefab elementen noodzakelijk: geprefabriceerde onderdelen.
Hierdoor industrialiseert de bouw. Hij zegt, dat geometrie noodzakelijk is, en verwijt de architecten en bouwers van voorheen het industrialiseren in de weg te hebben gestaan.
De Van Nelle fabriek is gebouwd door Brinkman en Van der Vlugt. Er zijn veel glazen wanden, die veel licht doorlaten.

Metropolis en filmmontage

In deze film van Fritz Lang zie je een stad, lijkend op die van Corbusier, met een raar klassenstelsel. De werkende klasse komt in opstand tegen de hogere klasse. Lang neemt later de leiding van de Duitse filmproductie over.

Eisenstein maakt de film oktober in opdracht van de communistische partij. De beelden spreken een krachtige taal, kenmerkend voor Eisenstein is zijn attractie montage. Half industrieel. half Music Hall. De film is een aan een volging van snelle attracties op hoog tempo en ritmische manier gemonteerd. Montage gaat bij hem een belangrijke rol spelen.
In de films van Eisenstein is zijn bewondering voor het Kabuki theater goed merkbaar.
De spelers onderstrepen hun rol met maskers, symbolische kostuums en heftige gebaren. Hij ziet de ontwikkeling via de geluidsfilm als een bedreiging voor de filmtaal, die hij heeft gemaakt.

Chaplin als Hitler

Zowel Duitsland als de Sovjet Unie zien de film als propaganda middel. In 1934 maakt Leni Riefenstahl de propagandafilm Triumph des Willens naar aanleiding van de partijdag van de Nationaal Socialisten. De film is van grote kwaliteit. In de film The great dictator speelt Charlie Chaplin Hitler. Het is grappig, maar beangstigend te gelijk. Charlie maakt de film, omdat hij het belachelijk maken van Hitler een krachtig wapen vindt en het troost bied aan de onderdrukten. Voorheen speelde Chaplin vaak een zwerver, hij maakte voor zijn rol gebruik van vaste attributen en pantomime bewegingen. In The great dictator doet hij Hitlers bewegingen perfect na en spreekt een soort rabarber Duits.

Sociaal realisme

De ontwikkelingen in de moderne kunst stoppen echter, door de komst van het communisme. Er is te weinig geld en door problemen binnen de avantgarde wordt de komst van het sociaal realisme mogelijk. In deze stijl worden de zegeningen van de revolutie op herkenbare manier uitgebeeld, dus bevordert de communistische partij de opkomst van het sociaal realisme. Na de dood van Lenin hervormt Stalin alle literaire en artistieke organisaties en verbiedt de avantgarde kunst. Het gevolg hiervan is, dat er Oost Europese kunstenaars naar Duitsland vluchten. Waaronder Kandinsky. Meyerhold wordt opgepakt en sterft in een concentratiekamp. Stanislavsky krijgt een prijs, de Lenin orde. Malevitsj loodst zijn werk naar het buitenland, veel hangt er nu in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Pas na 1991 is de avantgardekunst wel toegankelijk.

Entartete kunst

In de loop van de jaren 20 vluchten veel kunstenaars naar Duitsland. Maar door de komst van het fascisme is werken daar voor hen ook onmogelijk. Hitler houdt niet van modieuze modegrillen, en in 1933 begint het vernietigen van het modernisme. Het Bauhaus wordt gesloten, museumdirecteuren vervangen door partijleden en schilderdepots worden leeggehaald. Progressieve muziek wordt verboden, Brecht en Jazz, negermuziek. Van de verboden kunst wordt een tentoonstelling gehouden in het Haus der Deutschen Kunst, ter gelegenheid van de opening van hiervan. Deze kunst wordt Entartete kunst genoemd. Kunstenaars van wie er werk hangt zijn Kirchner, Klee, Kandinsky, Grosz, Schwitters en Schlemmer. Het heet volledige waanzin en voorzien van spottende teksten. Er kwamen twee miljoen mensen op af. De meesten van deze kunstenaars duiken onder of verlaten het land. Hierdoor wordt New York de nieuwe thuis basis voor ontwikkelingen in de moderne kunst.

Hoofdstuk 15

Massamedia, vermaak en verzet

De kracht van massamedia

Met massamedia kan een relatief groot publiek worden bereikt. De grammofoonplaat vergroot de beschikbaarheid van de muziek en de radio al helemaal. Soms wordt het wel onderschat.
War of the worlds is een verhaal wat op de radio wordt verteld in 1939. Het moest worden stop gezet door de politie, het was zo realistisch verteld, dat een heleboel mensen in Amerika in paniek raakten. Het verhaal ging over marsmannetjes, die de aarde aan zouden vallen met hun laserstralen. De televisie blijkt een nog grotere invloed te hebben. De televisie geeft pakkende informatie met veel afwisseling. Ieder onderdeel moet de kijker verleiden weer verder te kijken. De tv kan op grote schaal smaak en koopgedrag bepalen.

Batman

Gebaseerd op een strip met veel gimmicks, een bizar uiterlijk of typerend taalgebruik. De hoofdpersonen maken gebruik van vreemde apparaten. Ook de decors en kleding zijn in hun plastic veelkleurigheid onrealistisch. In de serie wordt gebruik gemaakt van de cliffhanger (ook vaak in soaps), een spannend einde van de aflevering, zodat men de volgende aflevering ook wil zien, omdat men wil weten hoe het afloopt.

Beeld, geluid en muziek

Hollywood is al vanaf de jaren 20 de filmstad. Er werden toen aan de lopende band stomme films (films zonder geluid) gemaakt. Waarin de onhoorbare dialogen worden door theatrale gebaren en gezichtsuitdrukkingen verteld (overacting). Eind jaren 20 komen er films mét geluid en doordat de gesproken tekst hoorbaar is, hoeft de acteur veel minder theatraal te spelen (underacting). Deze omschakeling was voor menig acteur moeilijk.

Singin’ and dancin’

Begin jaren 20 begint ook de opkomst van de musicals, grote theatershows met tientallen acteurs en dansers die vaak massale acts spelen en dansen. In de musicals zijn de invloeden van Londense Music Hall (humoristisch) en romantische Weense operette herkenbaar, maar de belangrijkste inspiratiebron is Jazz. Het verhaal is niet belangrijk, vooral de muziek, de dans en de aankleding. Het mekka van de musical is Broadway in New York.
George Balanchine is Russische choreograaf, hij maakte choreografieën voor showdans en ballet. Zijn showdansen kenmerken zich door snelle en hoge bewegingen van de benen en swingende heup en bekkenbewegingen. Later ging hij gemoderniseerde klassiek ballet choreografieën maken (abstract dansen op muziek, waarbij elk opsmuk is verdwenen). Slechte muziek en bewegende lichamen. In de persoon van Blanchine ontmoeten twee uiterste vormen van het fenomeen dans elkaar: de verhalende en de abstracte vorm.

Singin’ in the rain

Melodrama is aanduiding van een gesproken tekst onder begeleiding van muziek
Vaak met schokkende gebeurtenissen met een voor de dappere held en achtervolgende onschuld gelukkig einde (bijv. “Singin’ in the rain” uit 1952 en de soap Dynasty (1981-1989)). Het plot is vaak, twee vrouwen draaien om één man, en bij één daarvan wordt de liefde beantwoord. Er is muziek en dans, en soms dragen deze elementen niks bij aan het verhaal.

Elke dag zeep en televisie soaps

De eerste soap (One Man’s Family) ontstaat in 1932, een zeepfabrikant mag 15 minuten op de radio spreken, Hij vertelt 12 minuten lang iets over een familie en hoe het daar mee gaat en zo. hij gebruikt drie minuten als reclame voor zijn zeepproduct, in 1949 wordt dit verhaal een tv serie, in 1959 is deze serie gestopt met uitzenden.
Kenmerken van een soap:
• Twee families zitten elkaar dwars. Er is geen hoofdpersoon.
• Cliffhangers
• Parallel volg je de belevenissen van elke speler.
• Elke soapster wordt een bekende voor de kijker.
• De tijd in een soap verloopt heel traag, zodat je snel weer in het verhaal zit als je wat mist
• Nauwelijks actiescènes of buitenscènes

Al deze standaard dingen heten een format, een format is een vaststaande formule of schema, waarmee binnen een televisie of radioserie een eenheid ontstaat.

Irna Philips is de grondlegger van de soap en de formats, ze schreef veel soaps, waaronder As the world turns (1956) In dit jaar werd deze soap opgezet en die soap loopt nog steeds. Dit is dan ook de oudste soap, die er is.

Goede tijden, slechte tijden en Dynasty

In de jaren 60 zijn er verschillende soaps te zien in Nederland. Coronation Street en Peyton Place. In 1990 is de eerste Nederlandse soap GTST, gebaseerd op een Australische soap.
Een serie stamboom is een stamboom waarin alle personages van de soap en hun onderlinge relaties weer zijn gegeven.
Een soap dient als voorbeeld: de kijker leert hoe anderen (de soapkarakters) met bepaalde situaties omgaan. In Dynasty zijn veel verschillende maatschappelijke bijzonderheden samengevoegd. Het is ook heel glamourous.

Melodrama

Douglas Sirk word ook wel de meester van het melodrama genoemd. Gepassioneerde films, waarin de vrouwelijke hoofdrolspeelster wordt geteisterd door conflicten. Ze is eenzaam en snakt naar liefde. The Imitation Of Life gaat over twee vrouwen, blank en zwart. Decors en kledingstukken benadrukken de karaktertrekken van de personages bijna overdreven. Dit zie je later ook in tv soaps.

Master of suspense

In de jaren 50 en 60 vermindert het bioscoop door de opkomst van de televisie. De regisseur Hitchcock maakt vernieuwende films en weet veel mensen te trekken. Hij maakt gebruik van suspense (opbouw van spanning). Niet de moord levert de spanning op, maar het moment er naar toe.

This is tomorrow

In de jaren ’50 ontstaat er een nieuwe stroming: Pop Art, pop als afkorting van populair, slaat niet op de populariteit van deze kunst, maar op de keuze van onderwerpen uit de populaire media. Dada en futurisme zijn de voorlopers van Pop Art. Als de Britse Richard Hamilton in 1956 zijn collage maakt, is Europa in de ban van ‘The American Dream’. Na de oorlog staat Amerika voor alles wat modern en nieuw is. Ze hadden Europa bevrijd, ze gaven Marshall hulp en door de koude oorlog werd de band tussen Amerika en Europa ook hechter. De acceptatie (van Nederlanders) van of tegen de amerikanisering wordt vaak bepaald door leeftijd, vooral de jongeren interesseren zich voor het nieuwe leven. Cola, Donald Duck en rock & roll.

Rock ’n roll

De rhythm en blues is vitale en ritmische muziek om lekker mee te zingen en lekker om op te dansen. Maar tot dan toe was het vooral genegeerd door het blanke publiek. Met het opnemen en promoten van ‘That’s All Right, Mama’ doorbreken Phillips en Elvis Presley de barrière tussen blanke en zwarte muziek, daaruit is Rock-‘n-roll geboren. Presley en later Chuck Berry worden de grote idolen voor de blanke jeugd.

The Factory en Blow up

In 1956 lanceert Hamilton de Pop Art. op dat moment is vooral abstracte kunst belangrijk. Een voorstelling is bijna altijd platgewalst door de persoonlijke visie van de kunstenaar. Dit maakt het minder toegankelijk voor breed publiek. Pop Art is toegankelijk voor de massa. Bij Pop Art moet je het onderscheid tussen werkelijkheid en gemanipuleerde werkelijkheid kunnen maken om Pop Art te begrijpen.
Andy Warhol gebruikt voorbeelden uit de media, die hij op fotografische wijze omzet in een zeefdruk (het portret herhalen in verschillende kleurstellingen). Zijn Elvis is een object. Hij maakt van zijn atelier een Factory.

Door vervlechting met economische belangen doen de media een beroep op gemeenschappelijke verlangens. Geluk en liefde worden koopwaar.
Roy Lichtenstein gebruikt geen echte emotie meer. Hij gebruikt de anonieme tekenstijl van strips en vergroot deze buiten proporties. De werken van Hamilton, Warhol en Lichtenstein illustreren de algemene kenmerken van Pop Art. persoonlijke zienswijze is ondergeschikt aan het gevonden voorbeeld: als individu telt de kunstenaar niet. De onderwerpen zijn vaak herkenbaar voor velen, reclame popsterren, symbolen van de American Dream. De geciteerde afbeeldingen ondergaan vervreemding, door bijvoorbeeld een collage, assemblage, herhalingen, herschepping in andere materialen en uitvergroting.

Bierblikjes

Vervreemding van het alledaagse speelt bij Jasper Johns een grote rol. Vergelijkbaar aan Marcel Duchamp. Jasper Johns: spel met beeld en werkelijkheid (bijv. ‘the three flags’), hij maakt met duur materiaal iets wat als afval zou worden bestempeld. Het is duurzaam geworden.

Beat en My generation

Rond 1960 is er weinig over van het rebelse karakter van rock ‘n roll. Britse bands als The Beatles en The Rolling Stones veroveren Europa en Amerika. De beat bestaat uit accenten op de tweede en vierde kwartsmaat. Het is simpele muziek en teksten.
Lang haar bepaalt, zowel bij de sterren als bij de fans, de waterscheiding tussen de jonge incrowd en de generatie, die de vernieuwing niet meer kan bijbenen. Het wordt een strijd tegen de oude generatie. De jeugd sluit een verbond tegen het ‘klootjesvolk’ (de ouderen). De band The Who is nog agressiever, ze slopen van alles na optredens. En ze maken nieuwe collageachtige tegendraadse kleding tot mode: overhemden, bestaande uit verschillende stoffen, zwarte pakken met wit stiksel, Union Jack vermaakt tot colbertje. Voor de meiden: minirok.

Sgt. Pepper

De Beatles willen ook hun imago hoog houden en ondergaan een metamorfose. Ze laten Peter Blake de elpeehoes ontwerpen. Het is een soort versie op de Nachtwacht. Het is een soort kunstplaatje. De muziek is een mengelmoes van stijlen, met verschillende instrumenten en dierengeluiden ertussendoor.

Straatmusicals en Hair

1957: de West Side Story, is een musical, waarin Bernstein en Robbins breken met de musical traditie (waarbij het verhaal ondergeschikt is aan de dans en de muziek). Verhaal, dans en muziek vormen een eenheid.
Mise en scène = de wijze, waarop het verhaal in het theater en voor de camera (dus niet dóór de camera) wordt vormgegeven door acteurs, decors, rekwisieten en andere ensceneringen, zoals belichting en geluiden.
1967: musical ‘Hair’ door Rado en Ragni, is de hippie variant op de West Side Story. Het het verhaal en de mise en scène zijn schokkend voor het publiek. Op het podium tonen acteurs hun naaktheid en de muziek is afgeleid van de rockmuziek. Alles in ‘Hair’ verwijst naar de massale opkomst van de hippiecultuur aan het einde van de jaren zestig (‘Love and peace’, drugs, vrije seks, samenzijn, lang haar en ook het protest tegen de oorlog).
Hair zet net als West Side Story de realiteit om in een wervelende theater show.

Woodstock

In 1969 wordt het kleine dorpje Woodstock omgetoverd tot mega camping. Het wordt het grootse wapenfeit van de hippiebeweging. Op de klanken van onder andere de Indiase muziek van Ravi Shankar viert de Amerikaanse jeugd haar nieuwe identiteit: met drugs, yoga en naaktzwemmen (skinny dipping) doorbreken ze de dagelijkse sleur. Country rock komt ook aan bod. Dit is typisch Amerikaanse popmuziek, waarin rock en country and western samensmelten. Optredens van onder andere: Ravi Shankar, The Who, Crosby, Stills, Nash & Young, Jimi Hendrix (zijn muziek is een combinatie van rhythm and blues en in de hippie kringen populaire psychedelische rock). Hij gaat op een aparte manier om met zijn muziek, vergelijkbaar met de oorlog. Het publiek vind het prachtig.

Actie Tomaat

In de jaren zestig ondergaat de Nederlandse samenleving een metamorfose. Er is roep om maatschappelijke en culturele verandering. In 1965 ontstaat de tegenbeweging Provo, Provo staat voor provocatie. Provo wil wel provoceren, maar de acties zijn vreedzaam en ludiek. Het wordt een lieve revolutie genoemd, vergelijkbaar aan de denkbeelden van Love and peace van Woodstock. Op de happenings die worden gehouden wordt er hooguit geschreeuwd.

Ook de Nederlandse theaterwereld ondergaat een metamorfose. Dankzij ‘Actie Tomaat’ kregen nieuwe experimentele theatergroepen de kans zich te ontwikkelen. De tomaatgooiers vonden het repertoire van de gezelschappen oubollig en nauwelijks maatschappelijk betrokken, en het werk van Nederlandse toneelschrijvers werd nauwelijks gespeeld. Het nieuwe theater is kritisch naar de maatschappij en de kunst.

Shakespeare of camping

De acteurs van het Werkteater meten zich het uiterlijk van kampeerders aan. Ze maken de film ‘Camping’, waarin regisseurs acteurs worden en omgekeerd. Iedereen beslist al werkend mee aan het programma. Het Werkteater laat zich in haar ontwikkelingen leiden door maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. In de voorstellingen zijn alle spelers gelijk, dit is democratisch, ze tonen slapstick, emoties, humor en muziek en acrobatiek.

Speelhuis

Voor het Werkteater staat het episch theater model. Maatschappelijke betrokkenheid is een must. Politieke doelen zijn belangrijk, traditionele kostuums en decors passen daar niet bij. het nieuwe theater heeft een afkeer tegen Theater met een hoofdletter. Piet Blom is de ontwerper van ’t Speelhuis. Hij heeft deze afkeer laten meespelen bij het ontwerpen van het gebouw. Het is geen doorsnee theatergebouw. Hij vindt het Speelhuis minder elitair dan cultuurcentrum. Het gebouw is aan alle kanten toegankelijk, het heeft geen hoofdingang en de stenen van buiten lopen door naar binnen (“circustent” als theaterzaal en kubussen als woningen). Sanders, een kunstenaar beschildert de binnenwand zo, dat het een soort van tentdoek lijkt. Het publiek staat in contact met het toneel, naar Brechts visie.

Twist en Hurly

De rock ’n roll geeft een impuls aan de gezelschapsdans, een dans, die wordt uitgevoerd voor je eigen plezier. De Weense wals, de foxtrot, quickstep, tango, rumba en paso doble zijn een vroeg voorbeeld van gezelschapsdans. Langzaam aan komt er ook meer ruimte voor improvisatie. De dansstijl, die bij rock ’n roll hoort krijgt een onzedelijk imago door de sensuele bewegingen van Elvis Presley. Daarna introduceert Chubby Checker de twist. Het wordt een internationale rage. Het is een dans met amper lichamelijk contact. Later komen er vele nieuwe dansen als de Hully Gully, Locomotion, Bird, Pony, Mashed Potato en Watusi.
Allemaal met eigen bewegingen.

Geregisseerde pasjes

Geleidelijk ontstaan er twee richtingen in de popmuziek, de progressieve rock, die zich ontwikkelt tot luistermuziek, en de commerciële pop, die gericht blijft op het dansen.
Vanaf 1965 is soul de dansmuziek. Het is een popstijl van zwarte artiesten vanuit de traditie van kerkzang (gospels), waar de ritmiek van de rhythm and blues aan wordt toegevoegd. Ook kenmerkend is het gebruik van blaasinstrumenten (The Supremes, Motown). Motown besteed veel aandacht aan het uiterlijk en zedelijkheid. The Supremes hebben goede stemmen en zingen aanstekelijke dansbare nummers. James Brown is de grondlegger van een soulvariant, waarbij alles draait om een repeterend opzwepend ritme. Omdat deze stijl aanzienlijk rauwer is dan de zwoele soul, krijgt zij de benaming funk (smerig). Bas en drums bepalen de groove (repeterende basis. waarop je goed kunt dansen).

Disco

Donna Summer zorgt in 1977 voor een verandering in de muziek, de disco. Deze nieuwe dansmuziek wordt vernoemd naar de ruimte, waar zij ontstaat, de discotheek. Het grote publiek krijgt de disco koorts pas te pakken na de film Saturday Night Fever (1978) Tot ver in de jaren 80 blijft het discogeluid in de hitparades te horen. De discobeat is vierkwarts bassdrum op iedere tel, een opstuwend ritme.
Naast de muziek speelt uiterlijk een belangrijke rol in de discocultuur, zoals extravagante kostuums en kapsels. Dit maakt het ook aantrekkelijk voor commerciële doeleinden.
De rockers en discogangers staan lijnrecht tegenover elkaar.

Symfonische rock

De rocksongs werden steeds complexer. De Beatles bewezen dat voor serieuze muziek je geen opleiding hoeft te hebben. De Symfonische rock is rock lonkend naar klassieke muziek met ingewikkelde compositorische constructies, bijvoorbeeld Queen, hun muziek doet sterk denken aan een musical van Wagner. Queen gebruikt meerdere muzikale thema’s in hun nummers, wat doet denken aan miniopera’s. Ook het gebruik van de computer geeft hun muziek een extra dimensie.

De botte bijl

Sex Pistols maken agressieve muziek, vooral in Engeland is het populair. De punk verspreidt zich razendsnel doordat de toeschouwers van concerten (van bijv. Sex Pistols) eigen bandjes op gaan richten, de opkomst van punk (verzet tegen alles wat commercieel en geïnstitutionaliseerd is, ook tegen pop). Punk brengt pop terug naar de oervorm, ongekunstelde energie van rock n roll. Levenshouding wordt Do it to youself, zelf haar en kleding knippen, muziek zelf verspreiden. Het is de tegenpool van de disco.

Reggae

De nieuwe filosofie is dat muziek spontaan moet zijn en puur. Het mag niet bedacht klinken. Dit komt ook terug in reggae afkomstig van Jamaica. Het weerspiegelt de smeltkroes van culturen (Afrikaans Caribische en westers), die de voormalige Britse kolonie Jamaica is, kenmerkend is een strakke ritmische bas met een voortdurend herhaald melodisch motief. Het typische hakkelende reggae ritme ontstaat doordat de gitaar of het orgel de tweede helft van iedere tel benadrukt. Met Bob Marley breekt de reggae door, ook hij verzet zich tegen het systeem. Hij streeft naar zwarte revolutie, spiritualiteit en gelijke rechten. De muziek van Clash is oorspronkelijk punk, maar later gemengd met reggae.

Heavy metal

Alles in de metal is extreem: het volume, de snelheid en de vaak gewelddadige teksten. Het ontstaat uit rock, en is tegenhanger van soul en disco. De elektrische gitaar heeft de hoofdrol. Door de hoge snelheid en ingewikkelde patronen is metal technisch ingewikkeld. Headbangen in plaats van dansen. Slayer is een metalband. Tot op de dag van vandaag blijft metal een zeer levendige subcultuur. Daarnaast zijn zowel de sound als sfeer veelgebruikte stijlfiguren in het postmodernisme van de jaren 80 en 90.

Hoofdstuk 16

Zappen door een Labyrint

Als in 1989 de Berlijnse muur valt, is dit het begin van de eerste loveparade. Op tv is geluk te koop en alles te zien.

Toscani

Het idealisme kwijnt weg. Dromers zijn naïef. Mensen kiezen hun gedachte niet meer op grond van vaststaande normen, ideologie, politiek of religie, maar hun directe bruikbaarheid. Oliviero Toscani maakt voor de Benetton reclames schokkende foto’s. Om de winst te vergroten. Hij vindt dat alles mag en moet kunnen, een grote mix.

High and Low culture

Tegenstellingen worden overbrugbaar, culturen kunnen zich mengen. Overal vestigen zich MacDonalds’. Aan de ene kant groeit de belangstelling voor de kunst en aan de andere kant is het geen schande van pulpseries en kitsch te genieten. De mix tussen massacultuur en kunst. Kunstenaars gingen een de technologie ontwikkelt voor de massamedia ook oppakken. Jenny Holzer exposeert haar kunst op straat, vermomt als reclame. Haar presentatievorm en de tekst (Protect me from what I want) stichten een verwarring, die echte reclame uitingen ongebruikelijk en onwenselijk is.

Subculturen

Postmodern duikt overal op. Het wil zeggen, dat het modernisme achter ons ligt. Het is niet zo, dat de vernieuwing stokt, maar meer dat wat vandaag de moeite waard is, morgen zijn geldigheid verliest. Het betekent ook vooral het wegvallen van het geloof. dat die vernieuwing zal leiden tot een betere toekomst. De ontwikkelingen gaan snel en jongeren richten zich erop.
Via tv (MTV en  TMF) verspreidt de massamedia zich snel, en proberen zij hun doelgroep te bereiken. Het wordt een feit, dat aan iemands kleding en gedrag af te lezen is bij welke groep hij hoort. Er ontstaan naast de Mainstream (neutrale groep), subculturen, kleine extreme groepen met een sterke onderlinge band. De groepen verschillen maar kunnen op een postmoderne manier toch naast elkaar bestaan. De subculturen weerspiegelen vaak een tijdperiode. De hippies in de jaren 60, de hiphoppers in de jaren 80, de technomassa in Berlijn in de jaren 90.

Het privé leven openbaar

De keuze voor een subcultuur is vaak de behoefte van je willen onderscheiden van de massa. Hoewel weer in een groep, zal iemand uit een subcultuur zeggen, dat hun keuze individueel is en ze een eigen identiteit benadrukken.
Het openbaar maken van je privé leven hoort ook bij deze tijd (talkshows en realityshows). Dit zie je terug bij Jenny Holzer, die haar angsten toont op Times Square, lijkend op een reclameboodschap.
Rebecca Horn verwerk ook autobiografische elementen in haar werk. Ze verblijft eenzaam in een sanatorium. Ze ziet erotiek als eenwording met een ander, maar ook als een bedreiging voor de eigen identiteit. Verlangen tegenover angst. Met dit uitgangspunt maakt ze de Pauwenmachine.

Videokunst

Jan Dibbets maakt TV as a Fireplace, een ironisch commentaar op de dagelijkse overvloed van televisiebeelden. Met het vastleggen van performances doen film en video hun intrede in de kunstwereld. Nam June Paik gebruikt de televisie ook voor zijn kunst. Om de mogelijkheden van de tv optimaal te benutten vindt hij dat de tv niet meer in handen moet zijn van stations, die zich om politiek en economische redenen beperken tot amusement en oppervlakkige informatie. Paik vervreemdt de tv. Hij ontwerpt een Tv-Bra for living sculpture. Gedragen tijdens een performance door een celliste. Hij haalt de tv van zijn plek en tast ook het beeld aan. Hij ontwikkelt namelijk een synthesizer, waarmee je van televisie schilderkunst kunt maken. Hij wordt ingezet in een aantal grote video installaties.

Video installaties

Tegenwoordig is het vooral de industrie, in plaats van de kunstenaars, die zich bezig houdt met technische vernieuwingen binnen de videokunst. De video wordt vooral gebruikt, in samenhang met een complete installatie, de bezoeker te confronteren met de visies en emoties van de kunstenaar. Zoals Bill Viola, die Room of St. John of the Cross maakte. Een zaal, die je als je er binnen gaat, overlaadt met het lawaai van een storm. Op de muur is een videobeeld. Midden staat een kubus met een opening. Daarin is het rustig, en hoor je een gedicht. Het is, zoals Johannes van het Kruis zich voelde in zijn cel, hij zong toen gedichten. Viola wil laten zien wat niet zichtbaar is, dat is hierbij merkbaar. Zonder alles te weten voel je de betekenis van het werk.

Net-art

Ook het publiek kan knutselen met communicatietechnologie. Internetkunst is moeilijk te definiëren, omdat op het net de artistieke context is verdwenen. De omgeving (context) geeft de betekenis van een werk niet aan, zoals bij een museum kan. Veel internet kunstenaars verwerken daarom het woordje ‘art’ in de naam van de site. Jenny Holzer maakt ook Net-art. haar quotes trekken voorbij, met het verzoek in te grijpen of te reageren. Interactiviteit onderscheidt Net-art van traditionele kunst.
Olia Lialina maakt My Boyfriend came back from war. Op het scherm zie je dialogen voor bij gaan. Je kunt ze zelf controleren, en het gesprek zelf beslissen.

Lara

Tomb raider met Lara Croft is populair, Lara is een internationaal idool geworden. In de dansvoorstelling van Krisztina de Chatel reageren de dansers op een projectie van Tomb raider. Het spel wordt bestuurd door een whizzkid. De snelheid, waarmee hij door de levels loopt, bepaalt de verloop van de voorstelling en de opeenvolging van de bewegingen van de dansers. De dansers worden ook opgenomen en op het grote scherm geprojecteerd. De echte en virtuele wereld worden door elkaar gegooid. De Chatel meent dat Lara Croft een nieuwe tijd aan kondigt, waarin Humanoiden samen leven met cyborgs en robots.

Pong

Pong is het begin van de computerspelletjes, 1972. later komen er spelcomputers. waarin je cassettes met verschillende games kan doen. Nu zijn de mogelijkheden groter. Door het toepassen van driedimensionale technieken wordt de speler steeds meer betrokken. Aan een game werken programmeurs, ontwerpers, scriptschrijvers, acteurs en componisten zo’n twee jaar.

Virtual reality

Het is nauwelijks te voorspellen hoe de computertechnologie de samenleving en zal gaan veranderen, en wat de invloed op de kunst zal zijn. Van allerlei kunstenaars zetten hun kunst op internet. Van schilders tot choreografen. Merce Cunningham experimenteert met choreografieën van computer gestuurde dansers op een virtueel podium. Dit is virtual reality. Er wordt een wereld geschapen, die niet echt is (virtueel), maar waar je wel doorheen kunt wandelen. Dit zie je ook in de matrix.

MTV

Bij MTV komen muziek en beeld samen vanaf 1981 (augustus). Veel populaire videoclips maken gebruik van experimentele en avantgardistische filmtechnieken. Supersnelle montages, surrealistische beelden, en vorm en kleur experimenten worden nu gebruikt voor populaire doeleinden.
Micheal Jackson brengt verandering in het feit, dat zwarte artiesten bijna niet te zijn op MTV.
Thriller is een succes. Jackson tovert popmuziektelevisie om tot een universiteit van dans. Hij beats the West Side Story, met zijn nummer Beat it. Hij gebruikt in deze clip dans als een genezende werking tegen de botsenden spanning tussen twee bendes.

His Royal Badness

Funk en soul muziek is zowel hoorbaar en voelbaar, met een dreunende bas en snare drum. Het is een feest van energie. Prince is atletisch en theatraal, hij laat de kleinste bewegingen van het lichaam en gezicht meetellen. Hij wendt met ingezogen wangen schuchterheid, onschuld en vrouwelijkheid voor. Zijn platencontract is van historische betekenis, het is zeldzaam, dat een Amerikaan van zwarte afkomst dezelfde controle werd gegund als een blanke muzikant, nog wel bij een blanke maatschappij ook. Hij speelt ieder instrument zelf, en live heeft hij een professionele band. Zijn muzikanten zijn multiraciaal. Hij wilde verschillenden mensen aantrekken. Terwijl Prince al persoon verborgen blijft achter geruchten en misleidende informatie, is zijn muziek toegankelijk voor iedereen

Girl power

Madonna is de eerste vrouwelijke mega popster, mede dankzij MTV. Ze is het symbool van de vrij gevochten vrouw van de jaren 80. Madonna doet veel met seksualiteit, zo staat de leeuw staat in Like a Virgin symbool voor sex, en kronkelt ze in een gondel. De bh is haar sterkste troef. Madonna versiert mannen voor haar eigen genot, ze neemt de leding in haar eigen hand.
Haar imago verandert steeds en doordat ze zich omringt met bekende ontwerpers, producers, muzikanten en dansers is ze razend populair. Ze is een bedrijf met haarzelf als baas.

Twee gezichten

Public Enemy zingt tegen de discriminatie met agressiviteit als handelsmerk. Hun wapen is massamedia. Hun muziek is hiphop. Het is voor het eerst, dat de zwarte gemeenschap in de VS beschikt over een cultuur, die echt van hen is. Public Enemy baalt van het feit, dat de blanken de muziekindustrie beheersen en maken daarom zeer dreigende hiphop. Ze maken veel gebruik van samples. Hun nummers zijn geluidscollages, allemaal oude stukjes van oude grammofoonplaten worden gerangschikt op een computer en dat is een nieuw nummer. Door de vele lagen heeft hun muziek een uniek geluid, chaotisch, rauw en opzwepend.

De la Soul werkt wel op een vergelijkbare manier. maar in tegenstelling tot Public Enemy klinkt hun muziek opgewekt en positivistisch, met trompetbreaks en orgeltjes. Beiden groepen hebben een belangrijke rol gespeeld in de groei van hiphop.

Ontstaan van de Hiphop

Hiphop ontstaat op de straat in de Bronx. Door het herhalen van instrumentale tussenstukken (breaks) van nummers ontstaat er een nieuwe sound. Een MC (master of ceremony) moedigt de mensen aan bij het dansen, dit dansen gebeurt op de break in het nummer. Breakdance is een nieuwe dansstijl, die zich ontwikkeld. Graffiti is de beeldende vorm van hiphop. De kleding is wijde (sport)kleding en gympen. DJ Grandmaster Flash vervolmaakt de techniek van het scratchen. Door de platen heen en weer te bewegen plakt hij stukjes aan elkaar en herhaalt ze. De MC ontwikkelt zich tot rapper. In the message van Grandmaster Flash hoor je duidelijk, dat hiphop vaak een lichtpunt van de troosteloze achterwijken. New York is beschreven als een soort van jungle van drugs en misdaad. Ook is de hiphop nog verwant aan de disco. Muzikanten kunnen nu wel hun eigen ritmes maken, in plaats afhankelijk te zijn van een plaat. Een DJ scratcht allerlei fragmenten door het ritme heen.

Macho’s

Sommige rappers wordt vaak verweten, dat ze het criminele bestaan verheerlijken. Vooral omdat het niet altijd duidelijk is, of ze een spel spelen of niet. Osdorp Posse is eind jaren 80 de eerste Nederlandstalige hiphop groep. Ook in andere culturen wordt hiphop een spreekbuis voor de jongeren aan de onderkant van de maatschappij. Naast de macho kant krijgt hiphop steeds meer gezichten (De la Soul). Hiphop in combinatie met Soul is R ’n B. In Doo Wop (Lauren Hill) hoor je hoe twee werelden samen smelten. Scherpe raps afgewisseld met zwoele vocalen.

Synthesizers

De Duitse groep Kraftwerk gaat werken met synthesizers. Eerder leek elektronica en muziek niet goed samen te gaan, maar deze groep gebruikt niet anders, en scoort ook nog een hit. Er ontstaat de angst dat machines de popmuziek over zullen nemen. Autobahn is qua sound en opbouw totaal anders dan andere popsongs.

In het disco tijdperk creëren synthesizers een hypnotiserende dansbeat. Frankie Knuckles brengt rond 1980 in de zwarte homodiscotheek The Warehouse (chicago) het publiek in extase door disco te mixen met synthesizer muziek. Er ontstaat een nieuw dansgenre, dat nog meer dan disco de nadruk legt op het ritme, namelijk House. Hierbij staat een zware drumbeat centraal. In Strings of Live (Derrick May) hoor je hoe over de basis een stuiterende synthesizerklank is gezet. Voor veel housemuzikanten is Kraftwerk een inspiratiebron.

House als totaalkunst

In 1988 komt house naar Europa. Het verschil met de andere dansmuziek hiphop is groot. Hiphop is trager, en door de centrale rol van de rapper meer gericht op live optredens, en heeft een dreigende ondertoon. House is meer feestmuziek, met love and peace als sleutelwoorden. Gerald van der Knaap is een maakt housemuziek in clubs. Als VJ projecteert hij ook beelden en animaties om de dansende menigte heen. House wordt door dingen, zoals lichtshows, rookeffecten en een dreunende beat een soort totaaltheater. Het publiek ervaart het soms zelfs als religieus. The Prodigy treedt op met rappers en dansers, en geeft hun groep hiermee een ander gezicht. Ze gebruiken samples en vocalen zonder de typische energie van de housemuziek te verliezen.

Ambient House

In chill out ruimtes kun je in clubs ontspannen. Ze draaien daar Ambient House, een muziekvorm, waarbij het ritme nauwelijks een rol speelt. The Orb maakt gelaagde klanktapijten van allerlei percussie instrumenten, ijle synthesizerklanken en exotische samples. De sfeer is belangrijk, het mag niet opzwepend zijn. Dit oude idee krijgt nu eindelijk waardering van een groot publiek, eerder was er Erik Satie (begin 20e eeuw), die dit opperde. Later komt er Muzak, muziek om niet naar te luisteren, maar muziek als behang. Brian Eno maakt de CD Music for Airports. Hij zegt hierover, dat Ambient muziek de kalmte en denkruimte moet bevorderen, op verschillende niveaus te luisteren zijn, en het moet even goed te negeren als interessant zijn.
In de jaren 90 wordt het een rage.

Oost en West

Veel nummers zijn nieuwe bewerkingen van oude nummers. Postmodernisme is het mengen van verschillende popstijlen. Doordat Elvis zijn nummers een eigen manier uitvoerde kregen ze een typische Elvis stijl. Het meest voorkomend in het postmodernisme in de pop is cross over, een mix van verschillende stijlen. De meeste Pop genres zijn niet puur, maar een combinatie van stijlen. Als er stijlen uit verschillende culturen worden gebruikt heet het etnische cross over. Talvin Singh combineert oosterse elementen (vanwege zijn indiase afkomst) met de westerse dance. (hij maakt ook cross overs tussen traditionele en moderne instrumenten). Een nieuw genre ontstaat als de herkomst nauwelijks meer hoorbaar is. Massive attack: trage hiphop met reggae en allerlei vage geluiden, dit heet nu triphop.

Plakken en knippen

Met de sampler kun je fragmenten hergebruiken. Je kunt geluid opnemen, in stukken hakken en reproduceren. Ook een loop, een kort fragment, dat oneindig wordt herhaald, is mogelijk.
Coldcut zet zich af tegen de commercieel gerichte dance scène, ze willen terug naar de experimenteer drift (begin house en hiphop). Ze plakken allemaal kleine stukjes muziek aan elkaar. Vergelijkbaar aan dada kunstenaars maken ze muziek. Geen harmonie, collageachtig en ligt tussen schets en eindwerk. Geluidsstoringen en extreme overgangen zijn hoorbaar.

Loser

Beck is erg postmodern, hij werkt met veel cross overs, maar de stijlen blijven herkenbaar. Hij vormt, knutselt en kneed liedjes, plakt ze aan elkaar. Hij is bewust bezig met zijn imago, op humoristische wijze. De ene keer als sukkel dan als zwoele soulzanger. Hij verkleedt zich vaak tijdens optredens. Becks muziek is niet meteen te begrijpen, hij conformeert zich niet aan één stijl of visie. Per nummer kiest hij een instrumentarium, een sound en neemt hij een andere identiteit aan.

Duckstad

Celebration is een stadje bij Disneyworld. De woningen zijn in verschillende stijlen, ogend als rond het jaar 1900, door klassieke timpanen en historische versieringen. Celebration kent geen criminaliteit, geen achterbuurten of parkeerproblemen. Iedereen is elkaars vriend. Deze dingen zijn contractueel vastgelegd. Robert Venturi en Aldo Rossi hebben gebouwen ontworpen voor de stad. De architectuur is postmodern.

Learning from Las Vegas

Venturi publiceert in 1972 het boek Learning from Las Vegas, waarin hij zich keert tegen modernistische architectuur. Modernisme is functionaliteit: beton, platte daken, weinig poespas. Venturi houdt van de architectuur is Vegas. Er worden zowel binnen en buiten oude architectuur stijlen gebruikt. Rossi richt zich meer op de oertypen architectuur. Zoals mensen het in hun herinnering hebben, kinderlijke vormen. Charles Jenks geeft hun architectuur een naam in zijn boek Language of Postmodern Architecture. Hij noemt het postmodernisme. Hij verwijt de modernistische architecten gebrek aan communicatieve vaardigheden en historisch besef. Hij vindt net als Venturi en Rossi dat je aan de vormgeving van een gebouw moet kunnen aflezen wat het is en waarom het er staat.

Museum: collectie of gebouw

Een museum is belangrijk voor een stad (en land en oprichter), het is status verhogend. Centre Pompidou is Parijs is open en transparant, de kunst lijkt er toegankelijk voor iedereen. Sommigen noemen het de grootste cultuursupermarkt. Renzo Piano en Richard Rogers ontworpen dit centrum voor kunst van de 20e eeuw. Het is een Hightech ontwerp, waarin alles functioneel lijkt. Alle functies zijn zichtbaar. Wat High tech architectuur onderscheidt van modernisme is de toepassing van nieuwe bouwmaterialen en constructiemethoden. Maar ook de uitbundigheid, waarmee de functionaliteit wordt uitgedragen. Een high tech gebouw oogt demontabel. Het Centre Pompidou is in 1999 nog aangepast aan nieuwe eisen.
Het Groninger Museum is een kunstwerk en een voorbeeld van postmodernisme in ons land. Het is ontworpen door Alessandro Mendini. Voor hem zijn Kitsch, kunsthistorische stijlen en exotisme allemaal belangrijk. Het museum is een sprookjeswereld. De bizarre combinatie van goud, fe gekleurde patronen, baksteen en roestkleurig staal is met recht postmodern. Het decor is erg belangrijk voor Mendini.

Rem Koolhaas

Architecten worden steeds meer gewaardeerd, ze geven namelijk ook een visie op de toekomst. Rem Koolhaas is zo’n architect. Hij schreef Delirious in New York, in 1978, waarin hij de relatie tussen de levensstijl van de bewoners van Manhattan en architectonische en stedenbouwkundige inrichting van de stadswijk. Hij ziet een nieuwe levensstijl ontstaan, gepaard met een nieuwe architectuur. Hij ziet Manhattan als een groot pretpark. Koolhaas ontwerpt in 1987 het Nedederlands Danstheater, een samenstelsel van vormen, die stedelijke associaties oproepen en er staat als een baken voor stedelijk kunstgenot. Later ontwerpt hij ook het stadsplan voor een voorstad van Parijs, stationsgebied in Lille, en het stadscentrum in Almere.

Rob Scholte en Jeff Koons

Rob Scholte werkt veel met Photoshop, hij manipuleert beelden uit de kunst en media en plaats ze in nieuwe context. Ze lijken precieze kopieën van knipsels, foto’s en reproducties. Hij manipuleert beeld en context, door grote nieuwsfeiten naast onbenulligheden te plaatsen. Hij wordt vaak beschuldigt van plagiaat, zoals bij het schilderij Utopia.
Jeff Koons heeft veel kennis van marketing en public relations, en weet zich daarmee als snel een positie te verwerven binnen de kunst en mediawereld. Koons eerste kunstwerken zijn perfect uigestalde stofzuigers en roestvrijstaal afgegoten speelgoed. Hij roept vragen op door de esthetiek van het banale in een museum te presenteren. Hij staat ook model (samen met vriendin Cicciolina) voor grote pornografische beelden, schilderijen en films. Een voorbeeld van postmodernisme in de kunstwereld.

Damien Hirst en de gebroeders Saatchi

Damien Hirts toont de dood: een haai als moordenaar, zelf ook sterfelijk. Hij presenteert hem in een aquarium, geprepareerd, zodat ie blijft drijven. Ook schockeert hij het publiek met een koeienkop in een bak met vliegen, en een doorgezaagde drachtige koe. Hij komt uit de stal van de gebr. Saatchi, eigenaars van het grootste reclamebureau van de wereld. Zij verzamelen de kunst van jonge, onbekende, Britse kunstenaars, die ze bij elkaar brengen en exposeren als nieuwe kunst. Kenmerkend is dat het: mediagevoelig, zeer conflicterend en grensverleggende kunst is. ze willen ook realistische kunst, herkenbaar, materiele objecten en schilderijen hebben hun voorkeur. Ze promoten het volgens marketingprincipes uit de reclamewereld. Hoe bekender de kunstenaars, hoe meer de collectie in waarde stijgt.

Multimedia theater

De voorstellingen van Dogtroep zijn een mix van circus, straattheater, musical, cabaret, performance en beeldende kunst. Bij voorkeur op een bijzondere locatie, waarvan de aard wordt uitgebuit. In Noordwesterwals moet het publiek vluchten voor het stijgende water in het droogdok. Ze begonnen als straattheater, vol chaos, maar nu zoekt de groep meer structuur. Inmiddels maakt de groep ook steeds meer gebruik van technologie. Naast oerelementen werken ze ook met camera’s, projectieschermen en computers.

Hangend op je kop

Er komt is in de beeldende kunst meer behoefte aan associatieve werkwijze. Niet alle kunst komt goed tot zijn recht in een museum. Emoties komen niet helemaal tot hun recht.
In De lach van no. 12 (tentoonstelling) spelen theatrale elementen een grote rol. Kunst en spektakel worden door elkaar gegooid. Centraal staat de symboliek van kaart no. 12 uit het tarotspel. Je ziet hierop een man aan één voet hangen (de man is symbool voor iemand die vastzit, hij zal alles op zijn kop moeten zetten om opnieuw te beginnen). De tentoonstelling is een mix van pretpark, theater en laboratorium. Je ziet lichaamsdelen op sterk water en dergelijke. angst, plezier en afschuw krijgen de vrije loop, de wereld staat even op zijn kop. Het lijkt meer een spookhuis dan een kunsttentoonstelling.

De naakte werkelijkheid

Peter Greenaway zet in 1991 levende naakte mensen in een vitrine in een museum. Zijn uitgangspunt is het menselijk lichaam. Op postmodernistische wijze combineert Greenaway gebruiksvoorwerpen, schilderijen en reclameobjecten. Door zijn verrassende combinaties ontstaan er nieuwe betekenissen van beelden. Hij zet Hercules naast twee gespierde helden uit actiefilms. Greenaway lijkt de aandacht te willen vestigen op het verdwijnen van lichamelijkheid uit de moderne maatschappij. Ook in zijn films zien we beelden, die ons door de massamedia onthouden worden. Hij vindt, dat het beeld, dat de mens wordt voorgeschoteld door de media niet realistisch is. geleidelijk komt hier verandering in door series als big brother.

Een nieuwe start

Na WO2 gaan mensen veel naar de bioscoop, maar door de komst van de televisie komt hier verandering in. Filmmaatschappijen lijden hier onder, en worden voorzichtiger. Als ze eenmaal een goed concept hebben, wordt daar tijdenlang op voortborduurt. Zo lijdt bijvoorbeeld de film Easy Rider, waarbij twee mannen op motor door Amerika trekken van het geld, dat ze verdient hebben van een drugsdeal, tot een subgenre, de Roadmovie.
de meeste maatschappijen maken veilige films, daarnaast draaien de bijzondere producties vaak in kleine zalen en niet commerciële filmhuizen. De jaren 70 staan in het teken van actie en sciencefiction films. De stunts komen op filmdoek dan ook het best tot z’n recht. Filmmuziek gaat een grote rol spelen in de film, soundtracks worden apart uitgebracht. Een grote naam op de titelrol zorgt ook voor extra kans op succes.

Nieuwe Hollywood successen

Steven Spielberg maakt een spannende achtervolgingsfilm: Duel. De film bestaat uit een lange achtervolgingsscène, waarbij de vertegenwoordiger schijnbaar doelloos wordt opgejaagd door een monsterlijke vrachtwagen. Spielberg is hiermee een waardige opvolger van de oude master of suspense: Hitchcock. Later maakt Spielberg ET. Hij is een van de regisseurs, die Hollywood nieuw leven in blaast, bijna al zijn films zijn succesvol. Hij werkt met specials effects in combinatie met een romantische thematiek.

Postmoderne films

Vanaf de jaren 80 wordt Hollywood grotendeels gerund door multinationale media bedrijven. Het is een kunst om rondom een film een compleet mediaverhaal neer te zetten. Hij wordt gemaakt door de beste filmmakers, acteurs en de muziek is van de beste artiesten, die volop wordt gepromoot, en in vele artikelen en interviews worden geplaatst in tijdschriften. Later komen ze uit op video of op tv. Ook internet wordt in de jaren 90 belangrijk. Film is nu niet langer alleen bioscoop, maar ook televisie, video en internet. Quentin Tarantino verwijst in zijn films vaak naar andere films of tv series. Hij wisselt trage, lange uitgesproken dialogen af met geweldsscènes, hiermee weet hij het argeloze publiek te shockeren. Beeld en tekst hebben soms niks gemeen, en ook wordt er soms vrolijke muziek bij gewelddadige scènes gedraaid. Het geweld uit Reservoir Dogs verrast des te meer, omdat de tijd vrijwel gelijk loopt met de echte tijd. Hierdoor lijkt de film op een klassieke tragedie, doorsneden met fragmenten uit een actiefilm.

Nieuwe regels

Tegenwoordig kan iedereen een film maken, kleine cameraatjes leveren vaak prima beelden. Hoge kosten hoeven geen struikelblok meer te zijn. Festen is een voorbeeld van een low budget film. Alles is gefilmd op één locatie, met een kleine crew en geen special effects. De film steunt op het sterke verhaal. De maker, Thomas Vinterberg, heeft een sobere stijl, die je ook ziet in Dogma 95, gemaakt met Lars Von Trier. Zij storen zich beiden aan de toevoegingen, die films vaak krijgen, als trucs en lichteffecten. Zij vinden, dat een film een krachtig verhaal en goed acteerwerk moet bezitten. In plaats van alle regels en genres door elkaar te gooien, pleit Dogma 95 voor zuiverheid. Postmodernisme is niet voor iedereen de beste oplossing.

https://www.scholieren.com/verslag/samenvatting-ckv-hoofdstuk-2-3-5-6-7-11-12-en-16

Meer informatie:
http://robscholtemuseum.nl/?s=CKV

Leave a comment

Your email address will not be published.

*