Nell Westerlaken – Een beetje op de koffie bij de koningin

Zo snel kom je er niet als gewone sterveling, in de centrale hal van Paleis Huis ten Bosch. De replica, die nu van de vermaarde Oranjezaal wordt gemaakt, biedt uitkomst.

Het huwelijk was onder stevige druk van de familie tot stand gekomen, maar er moet ware hartstocht zijn opgebloeid aan de rand van het Haagse Bos. Toen stadhouder Frederik Hendrik in 1647 overleed, liet Amalia van Solms, zijn treurende weduwe, een formidabel mausoleum voor hem inrichten. De hele centrale hal van hun nieuwe zomerverblijf Huis ten Bosch werd beschilderd met glorieuze scènes uit het leven van haar man, een lofdicht in olieverf.

De Oranjezaal wordt beschouwd als hoogtepunt in de schilderkunst van de Gouden Eeuw en kan daarom een van de best bewaarde geheimen van Huis ten Bosch worden genoemd. Immers: andere topstukken uit Hollands glorie dagen zullen vanaf deze week weer duizenden bezoekers naar het Rijksmuseum trekken, de Oranjezaal daarentegen bevindt zich in het woonpaleis van koningin Beatrix – alleen toegankelijk voor de majesteitelijke gasten.

Bij hoge uitzondering gaf Beatrix toestemming voor een replica op ware grootte, ter gelegenheid van een tentoonstelling. Vanaf 25 april is er een fotografische kopie op schaal te zien in de Grote Kerk in Den Haag als onderdeel van een expositie over Constantijn en Christiaan Huygens, twee belangrijke figuren uit de Gouden Eeuw. Een unicum: toen Paleis Huis ten Bosch in 1992 in zijn geheel werd nagebouwd in een themapark bij Nagasaki, gaf Beatrix geen permissie. Kunstenaar Rob Scholte mocht de muren van de Japanse ‘Oranjezaal‘ naar eigen inzicht vullen.

Voor de Grote Kerk werd 1.200 vierkante meter schilderij – 31 stukken – fotografisch overgebracht op doek. Met de hand kregen de gouden accenten nog wat extra nadruk. ‘Daardoor kan de kopie beter worden uitgelicht dan het origineel‘, zegt Wybe Klaverdijk, ontwerper van de Huygens tentoonstelling. ‘De echte Oranjezaal is bovenin wat donker. Op de expositie kunnen we iets meer gebruikmaken van theatrale effecten.’ Ter voorbereiding bestudeerde hij het origineel in Huis ten Bosch, een Gesamtkunstwerk waaraan elf top schilders deelnamen. ‘Mijn eerste indruk was: dit is overwhelming. Je raakt niet uitgekeken op de hoeveelheid kleuren, plooien, stoffen en andere details.’

Hetzelfde kan worden gezegd van de afgebeelde taferelen uit het leven van stadhouder Frederik Hendrik (1584-1647), zoon van Willem van Oranje. Terwijl bouwvakkers bezig zijn de laatste panelen te plaatsen, is al zichtbaar wat een spektakelstuk de Oranjezaal in zijn tijd moet zijn geweest. De onderste en de bovenste doeken zijn beschilderd met barokke allegorieën, daartussen denderen paarden, wapperen banieren en wervelen engelen ter meerdere eer en glorie van de ‘stedendwinger,’ die de Spaanse troepen te lijf ging. Imponeer behang uit de Gouden Eeuw.

Onder het legertje classicistische historieschilders, dat eraan te pas kwam, waren Caesar van Everdingen, Salomon de Bray, Jan Lievens en Gerard van Honthorst. Jacob Jordaens schilderde het hoofddoek, waarop de zegevierende stadhouder wordt bejubeld, gezeten op een praalwagen. Het doek van zeven bij zeven meter werd op rollen aangeleverd, de schilder moest een stellage laten bouwen om het werk te voltooien.

De uitvoering stond onder leiding van het tweespan Constantijn Huygens, secretaris van Frederik Hendrik, en architect en kunstenaar Jacob van Campen. ‘De laatste was tegelijk bezig met de bouw van het stadhuis op de Dam‘, zegt kunsthistoricus Peter van der Ploeg. ‘Daar werd de burgerij verheerlijkt, hier werden de Oranjes bejubeld.’ Als directeur van Huygens museum Hofwijck – de buitenplaats van de familie Huygens – is Van der Ploeg nauw betrokken bij de expositie. ‘Constantijn was een man van de wereld. Hij had aan andere Europese hoven gezien, dat kunst een manier was om je te onderscheiden. Hij stimuleerde dat ook aan het vaderlandse hof.’

Dat sloeg aan bij de invloedrijke Amalia van Solms, die de Haagse hofcultuur naar een hoger plan tilde. Ze praatte haar kinderen in nuttige huwelijken met buitenlandse royals en kon er een luxe leven op nahouden. Geld genoeg in de Republiek, dankzij de koloniën en de VOC, waarin de Oranjes hun deel hadden.

Van der Ploeg wijst op een opmerkelijk doek, waarop Frederik Hendrik is afgebeeld in de schelp, die Botticelli schilderde voor De Geboorte van Venus (rond 1483). ‘Frederik Hendrik als heerser der zeeën. Hij had het recht om kaperbrieven uit te geven, waarin kapiteins toestemming kregen vijandelijke schepen te plunderen. Hijzelf kreeg 10 procent van de buit.’ Dat tikte lekker aan toen Piet Hein in 1628 thuiskwam met de Spaanse zilvervloot.

Andere schilderstukken laten Frederik Hendriks geboorte zien, de jonge prins naast zijn oudere halfbroer bij De Slag bij Nieuwpoort (1600), of als middelpunt van het hofleven. Als hof secretaris gaf Constantijn Huygens de schilders niet alleen zelf opdracht, in zijn ‘memories‘ beschreef hij ook nauwkeurig welk tafereel ze moesten schilderen en aan welke andere taferelen het zou grenzen. ‘De Oranjezaal bevat alle elementen van de antieke lofrede: eer, lof en rouw‘, zegt Van der Ploeg. ‘Huygens wist zelfs of de schilders rechts of linkshandig waren, wat nodig was om te beschrijven vanuit welke hoek ze de lichtval moesten laten komen. Hij was degene met het totale overzicht.’

VOORBIJ DE DOOD

Het grootste doek in de Oranjezaal, die in 1651 werd voltooid, meet zeven bij zeven meter en is geschilderd door Jacob Jordaens. Het doek wil laten zien, dat het fundament was gelegd voor de familie dynastie, die niet zou eindigen bij de dood.

Schilderen deden ze niet, maar je zou Constantijn en Christiaan Huygens samen de Leonardo da Vinci van Nederland kunnen noemen. Vader Constantijn (1596-1687) was een uomo universale. Hij was dichter, componist, hij kende zijn talen en opereerde als topdiplomaat. Zoon Christiaan (1629-1695) werd wereldberoemd als wis, natuur en sterrenkundige. Constantijn was ook een groot kunstkenner. Zijn enthousiasme voor de beeldende kunst elders in Europa bracht hij over op Den Haag. Op 25 april opent een tentoonstelling over vader en zoon in de Haagse Grote Kerk.

Zijn oudere halfbroer Maurits.

Zijn zoon Willem II, stadhouder van 1647 tot 1650.

De Nederlandse Leeuw.

Het Kwaad, dat wordt vertrapt door de paarden.

De Dood.

Een engel met een hermesstaf, die de Dood op afstand houdt.

Frederik Hendrik (1584-1647) als triomfator op een zegekar. Het doek werd na zijn dood geschilderd.

Zijn vader Willem van Oranje.

De Volkskrant, 10 april 2013, 0:00

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/een-beetje-op-de-koffie-bij-de-koningin~b1299670/

Meer informatie:
http://robscholtemuseum.nl/?s=Nell+Westerlaken
http://robscholtemuseum.nl/?s=Koningin+Beatrix
http://robscholtemuseum.nl/?s=Oranjezaal
http://robscholtemuseum.nl/?s=Gouden+Eeuw
http://robscholtemuseum.nl/?s=Constantijn+Huygens
http://robscholtemuseum.nl/?s=Christiaan+Huygens
http://robscholtemuseum.nl/?s=Jacob+van+Campen
http://robscholtemuseum.nl/?s=Gesamtkunstwerk
http://robscholtemuseum.nl/?s=Willem+van+Oranje
http://robscholtemuseum.nl/?s=Caesar+van+Everdingen
http://robscholtemuseum.nl/?s=Salomon+de+Bray
http://robscholtemuseum.nl/?s=Jan+Lievens
http://robscholtemuseum.nl/?s=Gerard+van+Honthorst
http://robscholtemuseum.nl/?s=Jacob+Jordaens

Leave a comment

Your email address will not be published.

*