Kees Engelhart – PAMFLETTEN VAN EEN ONMACHTIG MAAR GEENSZINS ARGELOOS BURGER (10): COLUMN

Ik zit op een van de twee bankjes voor Huize Ten Anker
Te wachten op De Onmachtige Maar Geenszins Argeloze
Burger het is prachtig herfstweer de zon schijnt er staat
Een frisse noordooster die pakketjes roodbruine bladeren
Over de Timorlaan doet wervelen links van mij zie ik als
Onderdeel van Huize Ten Anker Schoonheidssalon Suus
En So en daarnaast de Pedicure van Yolanda een zeer oude
Dame deponeert een brief in de postbus die gelukkig dicht
Bij de hoofdingang staat deze keer constateer ik tevreden
Is De Onmachtige wat aan de late kant en juist als ik dit
Denk duikt De Onmachtige op vanachter de grote bloembak
Die recht voor mijn bankje staat excuus zegt hij met een
Mij zeer innemende glimlach duizendmaal excuus mijn
Goede kleine vriend te laat komen laat ik zeggen eerder het
Moeten wachten is een zeer onprettig fenomeen dan schenkt
Hij mij zijn hand haalt een opgerolde krant onder zijn arm
En gaat met een kleine zucht zitten het wachten was niet erg
Onmachtige zeg ik en ook helemaal niet lang ik heb een beetje
Rond zitten kijken en echt het was zeer aangenaam ah gelukkig
Maar zegt De Onmachtige Burger terwijl hij staart naar het
Paviljoen van Toen dan draait hij zich naar mij toe en goede
Vriend je bent een intelligent mensenkind en aldus begrijp jij
Waarschijnlijk goed waarom wij op mijn verzoek deze maal
Neergestreken zijn bij dit alom zeer gerespecteerde en warme
Thuis Huize Ten Anker waar onze oude tot zeer oude bouwers
Kenners en cultuurbewakers van onze arme provinciestad aan
Zee met lede ogen aan moeten zien hoe hun eigen Burgervader
Er een moraal op nahoudt die op zijn minst doet denken aan het
Wegzetten van juist hen de bevolkingsgroep waarop de stad vele
Jaren in vol vertrouwen heeft mogen rusten een regelrechte
Schande gewoon een zware wolkenpartij trekt onbarmhartig
Voor het juist nog zo aangename zonlicht deze keer merk ik
Dat De Onmachtige onmiddellijk op stoom is geen inleidende
Beschouwing ditmaal hier gaat hij verder in dit prachtige en
Liefdevolle Huis Ten Anker wonen slechts ontevreden en zeer
Verwende oude van dagen kijk mijn goede vriend hij spreidt
Het weekblad open lees dit even ik kijk en zie dat ik het al
Gelezen heb ja Onmachtige zeg ik dat is de column van onze
Burgervader die wekelijks in de huis aan huis krant verschijnt
En trouwens zeg ik ik heb eveneens de commentaren in de
Plaatselijke courant gelezen waarin onze Burgervader meedeelt
Dat het stukje ironisch bedoeld is en… ironisch ironisch valt de
Zeker niet Argeloze Burger mij in de rede heb jij in het hele
Stukje ook maar een enkele flinter humor aangetroffen kom
Nou toch allemaal flauwekul weet je wat het is met deze uiterst
Merkwaardige persoonlijkheid hij zwijgt even en kijkt mij
Doordringend aan het is zonder zon behoorlijk koud geworden
Zeker met die stevige noordooster ik schud het hoofd en zeg
Nee Onmachtige ik geloof dat ik werkelijk geen idee heb wel
Dan zal ik je het zeggen ik ben er van overtuigd dat wij bestuurd
Worden door een ernstig gehandicapte Burgervader ik kijk hem
Vragend aan hoe bedoel je Onmachtige vraag ik deze man gaat
De Onmachtige opgewonden verder is in al de jaren dat hij deze
Verdoemde stad regeert nog nooit in staat gebleken tot het maken
Van ook maar het geringste excuus nooit nooit nooit bij zijn
laatste woorden ontsnappen er wat schuimvlokjes uit zijn mond
En ik zeg je dat iemand die niet in staat is tot het maken van ook
Maar de kleinste verontschuldiging in het geheel niet in staat is
Een dergelijke functie naar behoren uit te voeren als ik hem was
Zou ik maar eens de geestelijke gezondheidsdienst raadplegen
wellicht dat er nog redding mogelijk is voor dit ernstig zieke
Mensenkind hij is rood aangelopen en trekt zijn lange benen in
Voor de rollator van een oude man die ons vriendelijk toelacht
En zegt dank u wel waarop De Onmachtige zijn beheersing
Terugvindt en de oude man zachtjes toevoegt graag gedaan
Meneer dan kijkt hij mij weer doordringend aan en wat vind
Jij daarvan goede vriend nou Onmachtige ik moet zeggen dat
Je het wel erg boud stelt allemaal natuurlijk is het vreemd
Wanneer iemand er erg veel moeite mee heeft om excuses aan
Te bieden maar om dan meteen zijn gehele kredietwaardigheid
Alsmede zijn geestelijke gezondheid aan de kaak te stellen
Inclusief doorverwijzing naar de geestelijke gezondheidsdienst
Dan gaat mij dat toch wel wat te ver ik voel de ogen van De
Onmachtige koud groeien hij knoopt zijn jas dicht neemt de
Krant van het bankje staat op en zegt ijzig goed mijn beste als
Je er zo over denkt en je weet hoeveel pijn mij dat elke keer
Doet zijn we voor vandaag uitgepraat toch beveel ik je aan
De komende dagen nog eens over mijn woorden na te denken
Ik bel je weer dan verdwijnt De Onmachtige even plotseling
Als hij gekomen is achter de bloembak die voor het bankje staat
En opnieuw jaagt de noordooster groepjes bladeren in razende
kringen over de Timorlaan richting het noodlijdende ziekenhuis

1 Comments

  1. Loes Vermeer-lagerveld 14 oktober 2016 at 08:54

    Kees, wat ben je opeens barmhartig tegen over de bepaalde Persoon? Was je even in de war?

Leave a comment

Your email address will not be published.

*