Edwin Gitsels – TERUGBLIKKEN MET ROB SCHOLTE: ‘Ik zag één groot donker gat met uitkeringen en dacht: dat nooit!’

Rob Scholte werd op 1 juni 59 jaar: ‘Ik had ineens een heel andere geschiedenis’

Zes jaar na de aanslag waarbij hij beide benen verloor sprak ik Rob Scholte voor Wintertijd. Momenteel is hij in het nieuws vanwege een conflict met de gemeente Den Helder die hem het pand waarin hij zijn museum en atelier heeft uit wil hebben. Toen ik hem ontmoette woonde en werkte hij in een gigantische loods in Amsterdam. Vragen stellen was overbodig: Scholte vertelt aan één stuk door.

Mijn ouders draaiden vroeger Burt Bacharach, Anita Kerr, dat soort dingen. En ook veel cabaret. Heerlijk duurt ’t langst en zo. Het eerste singeltje wat ik zelf kocht was The Supremes met Love child. En daarna Mighty Joe van Shocking Blue. Dat was half vanwege de borsten van Mariska Veres. Die had een ontzettend mooi image, en ook dat succes in Amerika, wat toch een heldendroom was.

Ik ben uit ’58, dus aan het eind van de Sixties was ik 12. Ik herinner me dat m’n vader The Beatles op TV zag en dat dat toen uit moest. Net als de eerste Barend Servet en Fred Haché Shows, die moesten ook uit. Mijn ouders vonden dat er regels waren die nageleefd moesten worden.

Ik kwam van de Rietveld af en zag zo’n groot donker gat vol uitkeringen en dacht: dat noot! En over muziek wist ik één ding: dat je hard moest werken en veel moest sjouwen om de boel te organiseren. En mijn probleem was altijd dat ik de muziek nooit helemaal beheerste, wat nu wel mogelijk is met computers. Maar toen had ik het probleem: hoe kan ik iemand uitleggen als ik geen noten schrijf wat hij moet spelen? Nu heb ik total control, ik moet een dictator zijn. Dat kan in de schilderkunst.

Ik heb vroeger gezongen in bands. Ik was wel een showman, op een podium kan ik wel een zaal bezighouden. Ik begon met drums. Maar dat was niet zo succesvol, want ik ben ritmisch gestoord. Maar ik hou heel erg van de beat, van het levensritme. Ik zag daar ook de enorme kracht van tijdens de punkmuziek.

Schilderkunst is eigenlijk maar een doetje vergeleken met wat er allemaal mogelijk is met muziek. Het enthousiasme, het directe contact met mensen, dat mis ik met de schilderkunst wel. Daarin kan ik niet scoren, dat is niet waar de mooie meisjes naar toe gaan. Dat is een ontzettend lonely aangelegenheid. De meeste kunstenaars zijn onuitstaanbare, eenzame mensen. Met muziek is dat anders.

De veiligheidsspelden die de junkbeweging als identiteitsteken had werden op een gegeven moment verkocht bij de Bijenkorf. Zo wordt alles ingepakt. Dingen worden zo makkelijk onschadelijk gemaakt. Ik heb, ondanks dat ik muzikaal geen affiniteit met ze heb, een steeds grotere bewondering voor het maatschappelijke van de Sex Pistols gekregen. Er zit onheil in die muziek, het was wel echt de uitspraak van die tijd. Net zoals The Beatles op een bepaald moment. Tegen alles in. Buiten alle productiekwaliteit. Kijk, je kan produceren, produceren, platen verkopen, verkopen, maar uiteindelijk telt toch maar één ding, en dat is de oerkreet. Dat hadden de Sex Pistols door. Het was ontzettend wáár. Op mij heeft het heel veel indruk gemaakt. Ik ben zelf nooit punk geweest. Ik kwam in Amsterdam op de Rietveld Academie, met een jopper en geiten wollen sokken en in een jaar tijds was ik verleid door vrouwen met tijgerpakjes en naaldvakken. Ik werd gewoon breed voor de leeuwinnen gegooid, zeg maar.

Muziek is altijd het eerst en dan alle kunstvormen, omdat muziek het basisritme vertelt. Daarna krijg je pas de beeldende kunst, dan de literatuur en veel later komt de film. Dans zit soms ook in het begin af en toe. Muziek is onmiddellijk, als je het niet aanhebt, is het er niet. Een schilderij kun je niet afzetten. Dat is ook het voordeel van een schilderij, dat je het een plek moet geven.

Als je zelf niet meer kan dansen omdat je lam geschoten bent, dan is misschien de oplossing wel om mensen te laten dansen. Ik had al vaste afspraken om op te gaan treden in clubs op Ibiza. Maar toen kwam die bom en toen was ik dus eventjes van slag af. En ik ben toen ook al m’n geld verloren, en had dus ineens een heel andere geschiedenis. Moest eerst opkrabbelen en ook aan mezelf wennen. Je wilt daar toch het liefste stáán, als zanger.

(Rob Scholte woont met zijn vrouw Lijsje en hun twee kinderen in het oude postkantoor van Den Helder. Kijk voor meer informatie op http://robscholtemuseum.nl)

De foto’s van Rob zijn gemaakt door Heidi Borgart die ook mijn portretfoto’s voor op mijn abside en op social media maakte. Voor meer informatie: http://www.zakelijkfotograaf.nl.

Uit een voorgesprek van Edwin Gijsels met Rob Scholte voor Wintertijd, een programma van Harry de Winter bij IDTV, 2000.

De Biograaf, afl. 4, 10 juni 2017

http://www.ditisjeleven.nl/

http://www.ditisjeleven.nl/debiograaf/

PDF:
De Biograaf, afl. 4, 10 juni 2017

Leave a comment

Your email address will not be published.

*