Dick Berts – WIE NIET IN WONDEREN GELOOFT IS GEEN REALIST

Het lastigste aan wonderen is de openheid en de realiteitszin die je moet kunnen opbrengen om ze te geloven. In Den Helder lijkt zich een wonder te voltrekken, namelijk de nederdaling in dit tot nu toe door God verlaten gat, van een wethouder -Lolke Kuipers- met voldoende geestelijke ruimte om Rob Scholte in staat te stellen om in deze stad zijn vleugels uit te slaan. Ik heb Rob in de afgelopen maanden goed leren kennen, een aimabel mens, die de gelijkwaardigheid tussen mensen vanuit zijn hart leeft. Maar en zijn nu eenmaal ook verschillen tussen levende wezens. Zo kun je een adelaar niet in een klein postduivenhokje houden, want dan kwijnt hij weg. Scholte heeft het hele postkantoor nodig en niet alleen een deel daarvan. En dat is niet omdat zijn ego te groot is voor een klein museum, maar omdat zijn activiteiten veel ruimte vergen. Zo moet Scholte onder anderen in een grote zaal met meerdere assistenten aan grote projecten kunnen werken. Het publiek mag daar van hem bij aanwezig zijn. Iets mooiers -en ik spreek uit ervaring- dan met Rob Scholte over kunst praten is bijna niet te bedenken. Mij heeft hij er regelmatig diep mee geraakt. Scholte is ook hoogleraar in de schilderkunst geweest aan diverse Duitse universiteiten. Wat wil je nog meer in een stad die het steeds meer van Duitse toeristen moet hebben.

Helemaal kan ik het wonder van Lolke Kuipers nog niet geloven, maar dat wijt ik vooralsnog aan een gebrek aan openheid bij mijzelf. Wie niet in wonderen gelooft is geen realist. Daarom hoop ik op een paar dingen; Ten eerste dat het Rob Scholtemuseum een ruimhartige horeca-vergunning krijgt. En dat schrijf ik niet om Scholte een plezier te doen, maar omdat deze hele bedompte stad -inclusief zogenaamd concurrerende horeca- gaat opleven van een Rob Scholte café waar figuren met enige geestelijke ruimte zich thuis kunnen voelen. Een groter cadeau voor Den Helder is bijna niet denkbaar.

Het tweede waar ik op hoop, is een organisatorische aaneenschakeling tussen de Grosschaltstelle 616 en de Groskunststelle 172-174. Compleet verscholen achter het Rob Scholtemuseum ligt een van de mooiste bunkers van Den Helder. In mijn jeugd waren hier zoveel bunkers, maar daar is bijna niets van overgebleven. En dat is heel begrijpelijk. Na de Tweede Wereldoorlog werden bunkers als een nare herinnering gezien aan een afschuwelijke periode. Veel klasgenootjes verzamelden in die tijd Duitse spullen. Lekker stoer die hakenkruizen en het mocht niet van je ouders. Nu staan we er gelukkig wat meer relaxed tegenover, hopelijk zonder de fout te maken om onze ogen te sluiten voor de afschuwelijke misdaden die er in die periode zijn gepleegd. Ook door Nederland ten opzichte van Duitsland. Ja dat leest u goed. Zo heeft Nederland aan het einde van de oorlog bij de geallieerde reconstructiecommissie voorgesteld, om een derde van Duitsland te annexeren. Inclusief Düsseldorf en Keulen. De Duitsers zouden met de bajonet in de rug over de grenzen van het Groot Nederlandse Rijk gedreven worden. Bovendien wilden we een aanzienlijk deel van de Duitse mannelijke bevolking ad random standrechtelijk executeren als afschrikwekkend voorbeeld. Op deze zwarte bladzijde uit onze geschiedenis -die we net als de Politionele Acties onder het tapijt willen vegen- kom ik in een later artikel nog terug.

De Bunker achter het Rob Scholtemuseum bevat een fantastische collectie van aan de Tweede Wereldoorlog gekoppelde voorwerpen. De kunst is om er wat lijn in te brengen, zodat het museum nog geschikter wordt om schoolklassen het nodige te vertellen over de Tweede Wereldoorlog en Duitse toeristen wat te tonen uit deze bewogen periode van de geschiedenis zoals die zich specifiek in Den Helder heeft afgespeeld. Voor beide doelgroepen vind ik het van groot belang, om een verbinding te leggen tussen Westerbork, Auschwitz, de bombardementen op Rotterdam en Den Helder, de razzia in Putten, de Britse oorlogsmisdaden in Dresden, de Nederlandse annexatie plannen van Duitsland en de zware en massale Nederlandse excessen tijdens de Politionele Acties, die nauw met de Tweede Wereldoorlog verbonden zijn. Zodat de Duitsers de plaats die ze in de beklaagdenbank innemen, eindelijk met de rest van de mensheid kunnen delen.

Helaas heeft het bunkermuseum een groot probleem. Het is zonder een intensieve samenwerking met het Rob Scholte Museum onvindbaar en nauwelijks te exploiteren. Samenvoeging -in welke vorm dan ook- is logischer dan het op het eerste gezicht lijkt. Het voormalige postkantoor met zijn schuilkelders uit de wederopbouwperiode is zo onlosmakelijk met de Tweede Wereldoorlog verbonden. En gek genoeg geldt dat ook voor Rob Scholte zelf met zijn kunst. Kinderen van ouders die de Tweede Wereldoorlog aan den lijve hebben meegemaakt, zijn daar enorm door beïnvloed. Ook al zal dit door toekomstige generaties veel makkelijker gezien kunnen worden dan door ons, op dit onderwerp zal ik later eveneens nog dieper ingaan.

Als Rob Scholte en de vele enthousiastelingen die hij om zich heen heeft weten te verzamelen zich op dit soort dingen kunnen gaan richten, in plaats van op een eindeloos en volstrekt onnozel gevecht met de gemeente Den Helder, dan gebeurt er echt een wonder. En als mocht blijken dat we dit inderdaad aan Lolke Kuipers te danken hebben, dan zou het terecht zijn, als het Rob Scholtemuseum in de toekomst aan de Lolke Kuiperslaan zou liggen. En een grotere eer dan dat de middenweg naar je genoemd wordt, valt er voor een D66 er niet te behalen.

1 Comments

Leave a comment

Your email address will not be published.

*