Saskia van Ginkel-Meester, Chris Kolman, Ronald Rommes, Elisabeth Stades-Vischer & Ronald Stenvert – Monumenten in Nederland, Noord-Holland (2006): Den Helder

Havenplaats met marinebasis aan het Marsdiep, ontstaan rond 1500 als een vissersdorp op het ‘Eijlandt van Huysduijnen’ ter vervanging van een door de golven verzwolgen nederzetting. Huisduinen (zie elders) werd in de 17de eeuw overvleugeld door het na 1570 verder landinwaarts gebouwde dorp, dat later bekend werd als het Oud (Den) Helder. De Vierde Engelse Oorlog (1780-’84) was aanleiding de oorlogsvloot te verplaatsen van de rede van Texel naar de marinehaven het Nieuwe Diep. De waterbouwkundige Laurens Brandligt veranderde in 1781-’78 de getijden kreek de Meir met dammen in een haven. Deze marinehaven ten oosten van het Oude Helder kreeg in 1790-’93 verdedigingswerken, maar die konden in 1799 de inname over land door Engelse en Russische troepen niet voorkomen. In 1803 werd Oud Helder omwald (rond 1920 omgevormd tot Prins Willem Alexandersingel) en groef men aan de westkant van de haven naar plannen van Jan Blanken het Maritiem Etablissement, na 1822 de Rijkswerf Willemsoord geheten. Napoleon bezocht Den Helder in 1811 en liet dit ‘Gibraltar van het Noorden’ aan de landzijde voorzien van een fortenlinie (1811-’13). In 1824 bereikte het Noordhollands Kanaal het Nieuwe Diep en in 1828 werd het als Helders Kanaal naar Oud Den Helder doorgetrokken. Van 1851, toen de koopvaardijvaart ongehinderd van het Nieuwe Diep gebruik kon maken, tot de opening van het Noordzee Kanaal (1876) kende Den Helder een bloeiperiode.

Binnen de verdedigingslinie lagen tot 1890 twee duidelijk gescheiden kernen, westelijk het Oude Helder en oostelijk het Nieuwe Diep met de Rijkswerf, waar in 1865 de spoorlijn naar Alkmaar haar kopstation kreeg. Ten zuiden van de Rijkswerf ontstond de Visbuurt. Het Oude Helder groeide langs het Helders Kanaal oostwaarts en rond 1920 raakten beide kernen elkaar. Dit gebeurde op grond van een in 1909 door W. van Boven ontworpen uitbreidingsplan (herzien 1917). In 1940 en 1942 zorgden bombardementen voor schade, maar dat viel in het niet bij de gedwongen afbraak in 1943-’44 van geheel Oud Den Helder, inclusief de Herv. kerk (1877), evenals alle bebouwing ten noorden van het Helders Kanaal. De forten linie werd met bunkers versterkt. Verder zuidelijk, ter hoogte van Julianadorp, kwam een tweede landfront tot stand, waarbinnen ook het in 1915 voor de Marine luchtvaartdienst gestichte vliegveld De Kooy viel.

Na het besluit in 1947 om Den Helder tot de enige marinebasis aan te wijzen, kon de wederopbouw voortvarend ter hand worden genomen op grond van een stedenbouwkundig plan van W. Bruin, uitgewerkt door zijn opvolger H.T. Vink. Doordat men het station (1958; GJ. van der Grinten) naar het zuiden verplaatste, is het Prins Hendrikplein ontstaan. Ten zuidwesten buiten de forten linie heeft men in 1962 de wijk Nieuw Den Helder voltooid en vanaf 1963 in het zuidoosten de wijk De Schooten verwezenlijkt. Na het gereedkomen van de nieuwe Marinehaven Willemsoord, aan de oostzijde van het Nieuwe Diep (eerste fase 1954, tweede fase 1982), is de Rijkswerf in 1993 opgeheven.

De voorm. Herv. kerk (Nieuwe Kerkplein 2, Nieuwe Diep), nu Evang. gemeenschap ‘De Ambassade’, is een drie beukige zaalkerk met in gezwenkte topgevels, dorische ingangspartij en een houten dakruiter met achtkantige lantaarn. Deze door H.H. Dansdorp ontworpen neoclassicistische kerk kwam in 1838-’39 tot stand onder leiding van J. Borst. In het interieur zijn gietijzeren zuilen toegepast. De dakruiter uit 1843 bevat een klok uit 1641. Het orgel is gemaakt door L. van Dam & Zn. (1861). De pastorie (Weststraat 59; circa 1875) vertoont eclectische details.

De R.K. H.H. Petrus en Pauluskerk (Kerkgracht 55) is een driebeukige zaalkerk met in gezwenkte topgevel en een houten dakruiter met achtkantige lantaarn. Deze in 1839-’40 gebouwde neoclassicistische kerk is ontworpen door H.H. Dansdorp en uitgevoerd onder leiding van L. Schilling. Sinds 1923 wordt de dorische ingangspartij geflankeerd door zij-ingangen. De in 1965-’66 gerestaureerde kerk heeft een gewelfd middenschip, door ronde zuilen gescheiden van de vlak gedekte zijbeuken.

De voorm. R.K. kerk O.L. Vrouwe Onbevlekt Ontvangen (Jan in het Veltstraat 94) is een drie beukige kerk met recht gesloten koor en een achtkantige dakruiter, gebouwd in 1875-’76 naar een neo romaans ontwerp van Th. Asseler. De toren bleef achterwege, maar de voorgevel kreeg een fraai roosvenster. De in 1917 zelfstandig geworden kerk is in 1990 gesloten. Uit circa 1917 dateert de pastorie (nr. 92).

Overige kerken. De voorm. Evang. Luth. kerk (Westgracht 66-69) is een achthoekige kerk met dakruiter, gebouwd in 1854-’56 naar ontwerp van C.I. Bollee en rond 1980 verbouwd tot woningen. Uit 1858 dateert de sobere Doopsgez. vermaning (Kerkgracht 49). Vroeg 20ste-eeuws zijn de Evang. Luth. kerk (Wezenstraat 66-70; 1913, J. Pelser), nu Ned. Geref. kerk, en de Chr. Geref. kerk (Steengracht 25; 1918, J. Visser). Voorbeelden van moderne kerken in Nieuw Den Helder zijn de traditionalistische kerk van het Apost. genootschap (Sumatrastraat 16; 1937), de voorm. (Geref.) Duinkerk (J. Verfailleweg 220; 1956, J.J. van der Lek), de (Herv.) Johanneskapel (Waddenzeestraat 2; 1957, J.A. Peters en G.J. Roelofs), de (Herv.) Opstandingskerk (H.A. Lorentzstraat 59; 1958, J.A. Peters en G.J. Roelofs) met vrijstaande opengewerkte betonnen klokkentoren en de traditionalistische R.K. St.-Nicolaaskerk (Haringvlietweg 2; 1961-’62, C.M. van Moorsel) met brede toren.

Verdedigingswerken. Het hoofd reduit van de in 1811-’13 aangelegde Stelling van Den Helder is fort Lasaille, later fort Erfprins (Fortweg ong.). Gebouwd als vijfhoekig gebastioneerd fort met drie ravelijnen en een enveloppe kreeg het in 1836 een bomvrije hoofdpoort en in 1861 een bomvrij hospitaal. Het zeefront werd in 1875 ten koste van een ravelijn omgewerkt tot een grote kustbatterij met een bomvrije kazerne voor duizend man (nu Marinekazerne Erfprins). Fort l’Ecluse, later fort Dirksz Admiraal (Nieuweweg ong.), was opgezet als een vierkant gebastioneerd fort met twee ravelijnen en een enveloppe. De niet gereedgekomen noordpunt heeft men in 1826-’27 verbouwd en opgenomen in de verbindingswal. Op de knik daarin, ter hoogte van de keel van het onvoltooide fort, kwam een caponnière ter bestrijking van de wal. Aan de binnenzijde van die caponnière bouwden de Duitsers in 1942 enkele betonnen bunkers.

Het in 1791-’92 aan de zuidpunt van het Nieuwe Diep aangelegde Nieuwe Werk, dat diende als kiel plaats en werkplaats voor de marine, werd in 1812 veranderd in de geschutstelling Dugommier. Na de aanleg van het Noordhollands Kanaal verrees in 1825 aan de westzijde daarvan het fort Westoever (Rijksweg ong.), een aarden fort met reduit en enveloppe. Uiteindelijk werd het reduit tot fort verbouwd, met daarin een bomvrij gebouw (1828-’30). Fort Dugommier, aan de oostzijde van het kanaal, verbouwde men in 1833-’35 tot fort Oostoever (Het Nieuwe Werk ong.). Gezamenlijk werden ze ook aangeduid als het Fort aan het Noordhollands Kanaal. In 1826-’27 kwam tussen deze forten een verbindingswal gereed in de vorm van een bedekte gemeenschapslinie. In 1865 was een coupure noodzakelijk ten behoeve van de spoorlijn en in 1886 zijn enkele batterijen toegevoegd. Het oostelijke deel heeft men rond 1914 afgegraven ten behoeve van een bassin van de mijnendienst (later spoorweghaven). In 1942 zijn diverse bunkers van gewapend beton toegevoegd, waaronder één bij de spoorcoupure.

Het voorm. weeshuis (Kerkgracht 1) is een fors sober neoclassicistisch gebouw met hoek risalieten en een midden risaliet met balkon, fronton en achtzijdige klokkentoren. Het werd in 1851 gebouwd naar een ontwerp van A.J. Sevenhuysen, dat uitgekozen was na een prijsvraag. Uit de tijd van de verbouwing tot raadhuis (1926) dateren de twee dienstwoningen aan de achterzijde. Tot 1987 heeft het als raadhuis dienst gedaan.

Het kantongerecht (Kerkgracht 4) kwam in 1862 tot stand op basis van een standaardplan van A.C. Pierson (uitgebreid 1910). Het gepleisterde tweelaagse gebouw met middenrisaliet en rondboogvensters is neoclassicistisch van vorm. Het naastgelegen gebouw Kerkgracht 3 dateert uit 1892.

Het belasting- en accijnskantoor (Koningsplein 9), een tweelaags diep pand met neorenaissance-details, dateert uit 1898.

Scholen. Uit circa 1900 dateren de tweelaagse openbare lagere schoolgebouwen Vismarkt 3 en Molenstraat 1 (met gymnastieklokaal) en de Gemeenteschool nr. 7 (Weststraat 110); laatstgenoemde met als opschrift boven de deur: ‘leeren is leven: kennis is macht’. De tweelaagse Vakschool voor Meisjes (Middenweg 159; 1922, D. Saal) vertoont expressionistische details. Een uitgesproken expressionistische gebogen ingangspartij en strokenvensters kenmerken de Gemeentelijke Hogere Zeevaartschool (Ankerpark 1; 1929). Zakelijk-expressionistisch van vorm zijn de schoolgebouwen Brakkeveldweg 51 (1932) en Middenweg 168 (circa 1934). De scholengemeenschap Timorstraat 2 (circa 1955) is voorzien van een opmerkelijke betonnen wandsculptuur.

Het postkantoor (Middenweg 174) is in 1960 gebouwd nabij de telefooncentrale (Boerhaavestraat 15; circa 1930) en een telefoonbunker (1942).

Woonhuizen. Door de afbraak van Oud Den Helder (1943-’44) dateren de oudste huizen van circa 1840, zoals de sobere neoclassicistische huizen Binnenhaven 24 en Kerkgracht 5-9. Eclectische details vertoont Westgracht 9 (1891) en van neorenaissancedetails voorzien zijn Plantsoenstraat 7-11 (circa 1895). Voorbeelden van huizen met jugendstil-details zijn Bassingracht 5-6 (circa 1910) en – vermengd met rationalistische invloeden – Spoorgracht 6 (circa 1915). Fraaie houten erkers hebben Weststraat 82 (circa 1910) en Loodsgracht 48 (1916), de laatste is ook versierd met bricornasteentjes. Langs de Brakkeveldweg en de Van Hogendorpstraat staan eenlaagse arbeiderswoningen uit 1915 met een gepleisterde strook aan de bovenzijde. S. Krijnen ontwierp in 1922 het woningbouwcomplex Van Galenstraat 4-20 met poortgebouw.

Winkels. Opmerkelijke vroeg-20ste-eeuwse winkels zijn Weststraat 65 (circa 1905), Beatrixstraat 92 (circa 1910) en – met ‘Um 1800’-details en hoektorentje – Spoorstraat 45 (circa 1910). Mogelijk ontworpen door J. Kuyt is het warenhuis van Vroom & Dreesmann (Beatrixstraat 1; 1957) met zijn op een kolom geplaatste ronde tearoom.

Hotel ‘Het Wapen van Den Helder’ (Spoorgracht 44) werd in 1910 gebouwd met aan de jugendstil verwante details.

De voorm. Rijkswerf Willemsoord (Hoofdgracht 3) is een fors omgracht en rechthoekig terrein met een groot scheepsdok, een dokkanaal naar de maritieme binnenhaven, een zeedoksluis naar het Nieuwe Diep, twee droogdokken en veel industriële gebouwen. Kort na het eerste plan van Jan Blanken (1812) begon tegenover de zeedoksluis de bouw van een stenen droogdok (in gebruik 1822). Het bijbehorende stoommachinegebouw staat na de buitengebruikstelling (1862) sinds 1889 bekend als ‘graanpakhuis’. Het definitieve plan voor de Rijkswerf werd in 1823 goedgekeurd, waarna het werk in 1827 gereed kwam. Voor de opslag van licht ontvlambare stoffen verrees aan de noordzijde het gebouw ‘t Torentje (Hoofdgracht 3; 1826). Dit vrijwel vierkante neoclassicistische gebouw met achtzijdige lantaarn dient sinds 1966 als Marinemuseum. Het ontwerp is van L. Valk, die ook tekende voor het in de noordoosthoek gelegen Commandementsgebouw (Het Nieuwe Diep 4; 1823-’24). Dit neoclassicistische drielaagse gebouw heeft hoekrisalieten en een middenrisaliet voorzien van een voorsprong met fronton. Aan de westzijde staan langs het kanaal nog enkele langgerekte eenlaagspanden in sobere neoclassicistische vormen.

Een tweede grote bouwcampagne volgde in 1857-’66. Daarbij werd in de zuidwesthoek een tweede droogdok gegraven (1857-’58). Naast het Commandementsgebouw verrees naar een eclectisch ontwerp van C. Outshoorn het U-vormige hoofdgebouw van het Koninklijk Instituut voor de Marine (1869-’70) als opleidingscentrum voor adelborsten. Van de rond 1880 aan de noordzijde opgerichte loodsen voor kanonneerboten resteren er nog zeven (nu onderdeel Marinemuseum).

De in 1882 als voltooid beschouwde rijkswerf werd in 1933 de enige Nederlandse Marineherstelwerf. Bombardementen in 1940 en 1942 brachten vooral de oostzijde van het complex schade toe. Rond 1946 is daar op de fundamenten van het oude militaire ziekenhuis Het Klooster een carré-vormig lesgebouw voor adelborsten geplaatst. Tot de diverse andere aanpassingen en uitbreidingen behoort de nieuwe zeedoksluis uit 1975. Na de sluiting van de Rijkswerf in 1993 is het complex verbouwd tot het nautisch complex Cape Holland met het Nationaal Reddingmuseum ‘Dorus Rijkers’. In het grote dok liggen diverse historische schepen, waaronder het in 1952 op de Rijkswerf gebouwde lichtschip ‘nr. 10 Texel’.

Het voorm. Gebouw voor het Loodswezen (Het Nieuwe Diep 23-25), een sober neoclassicistisch tweelaags pand met kantoor-wachtlokaal en aangrenzende dienstwoningen, werd in 1846-’47 gebouwd naar ontwerp van L. Valk. Vlakbij staan de rond 1850 gebouwde loodsen en het kantoor van de havenmeester (Het Nieuwe Diep 37a).

Zeemanstehuizen. Het voorm. militair tehuis Ned. R.K. Volksbond (Molengracht 17) kwam rond 1890 tot stand in neorenaissance-vormen. Het voorm. Alg. tehuis voor Militairen (Spoorstraat 56) kreeg rond 1935 zijn huidige voorgevel.

De watertoren (Middenweg 59) verrees in 1908 naar ontwerp van J. Schotel tussen de twee toenmalige dorpskernen. Bij een verbouwing in 1957 is het Intzereservoir door een betonnen reservoir vervangen en heeft men de ronde onderbouw gepleisterd. In 2004 hersteld.

De Postbrug over het Helders Kanaal (Loodsgracht ong.) werd in 1933 gebouwd met expressionistische hoekpilonen, vermoedelijk naar ontwerp van S. Krijnen.

Gedenktekens. In 1922 is ter herinnering aan het marinepersoneel in de Eerste Wereldoorlog het marinemonument (A.G. van Lom) opgericht, dat in 1951 is herplaatst (bij Middenweg 22) en gerestaureerd als oorlogsmonument voor beide wereldoorlogen. Het monument voor het Reddingwezen (Helden der Zeeplein ong.; 1934-’35), een expressionistisch ontwerp van P.L. Kramer, is een grote bakstenen pyloon met beeldhouwwerk van Th. Vos en tableaus van J.C. Schultz en G.J. van der Veen. Het carillon werd geleverd door de Gebr. Van Bergen (gerestaureerd 1999).

De Alg. begraafplaats (Kerkhoflaan ong.), gelegen tussen Den Helder en Huisduinen, dateert uit de 18de eeuw. Rond 1920 werd een aula toegevoegd. Opvallend zijn de diverse fraaie 18de- en vroeg-19de-eeuwse grafzerken voor walvisvaarders, zoals die voor de commandeurs Jan Cornelisz († 1719), Jan Klaasz Castricum († 1775), Anthony van Hanxleden († 1818) – alle met een afbeelding van een schip – en die voor Geertje Bakker († 1814) met rocaillemotief. Een door Nering Bögel gegoten gietijzeren cippus met omfloerste vaas staat op het graf van G.F.G. Gobius († 1859). Een forse cippus is er voor de in 1882 omgekomen bemanning van de monitor Adles. Interessant zijn verder de obelisken op piëdestal voor kapitein ter zee D.E. Hinxt († 1797) en voor burgemeester K.J.C. Stokman († 1888), de cippus voor Cornelis Dito († 1886) en de grafsteen met pleurant voor A. Bonselaar († 1913). Aan de westzijde ligt de Isr. begraafplaats met metaarhuis (circa 1930) en grafstenen voor onder andere S.D. van Embden († 5649 (1889)) en J. Coltof († 5687 (1927)). De aan de oostzijde gelegen R.K. St.-Jozefbegraafplaats, gesticht rond 1880, heeft een eigen ingang (Jan Verfailleweg) en een kapel (circa 1950).

De voorm. Duitse ziekenboeg (Nieuweweg 23), gelegen ten zuiden van Den Helder, is kort na 1942 gebouwd in traditionalistische ‘Heimat-stil’. Een eenlaagspand met hoog schilddak diende als hospitaal. Verder omvat het complex een opslagruimte en een stafgebouw met souterrain en bordestrap.

Julianadorp. Dit dorp ten zuiden van Den Helder is officieel gesticht in het geboortejaar van koningin Juliana (1909) en ligt in de in 1817-’18 bedijkte polder Het Koegras. Al rond 1900 bouwde men een school, maar een echte dorpskern ontstond pas met de komst van de bloembollenteelt (rond 1910). Vanaf 1974 is aan de zuidwestzijde een forse woonwijk (de Drooge Weert) ontstaan. De voorm. openbare lagere school (Langevliet 58-60) kwam rond 1900 tot stand als zesklassige gangschool met dwars geplaatste onderwijzerswoning op de kop. De Herv. kerk (Parkstraat 12) is een zaalkerk uit 1909 met geveltoren en sober neogotisch vormgegeven steunberen en spitsbogen. De zeskantige muziektent (Loopuytpark 17) dateert uit 1927. In 1930 gebouwd naar ontwerp van C. de Leeuw zijn de arbeiderswoningen J. van der Veerstraat 6-24. Van het tot de Atlantikwall behorende Verteidigungsbereich Den Helder resteren van het Landfront enkele rond 1942 gebouwde betonnen bunkers (Middenvliet, Schoolweg).

Uit: Ronald Stenvert, Chris Kolman, Saskia van Ginkel-Meester, Elisabeth Stades-Vischer en Ronald Rommes, Monumenten in Nederland. Noord-Holland. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist / Waanders Uitgevers, Zwolle 2006, ISBN 90 4009187 1

http://www.dbnl.org/tekst/sten009monu11_01/sten009monu11_01_0052.php