René Zwaap – De gesel van het optimisme

Nog niet zo heel erg lang geleden onderscheidde Nederland zich van de rest van de wereld door een uiterst tragische opvatting van het bestaan. Het leven was lijden, de koers stond al van tevoren vast, en het diende dan ook vooral gedisciplineerd te worden uitgezeten. Eindigheid was de maat van alles. Alleen de strengste sjiieten in de woestijnen van Perzië, die zichzelf bij elke zonsopgang omstandig plachten te flagelleren als doe therapie tegen al te veel onbezonnen levensvreugd, konden misschien tippen aan de calvinistische cocktail van zwaarmoedigheid en zondebesef die in de zompige moerasdelta aan de monding van de Rijn was gebrouwen. De Nederlandse fixatie op dood en treurnis werd natuurlijk veel bekritiseerd, onder meer vanwege de gebrekkige rol die het grote avontuur en het heidens hedonistische vuur erin kregen toebedeeld, maar ondertussen dokterden die apocalyptische jeneverdrinkers in hun permanente vrees voor de wraak van de Heer wel even een verzekeringssysteem en later een verzorgingsstaat zonder weerga uit – juist als een monument van hun voortdurende besef van eindigheid. Zo werd het adagium ‘Il faut cultiver notre jardin’ – de boodschap van Voltaire’s Candide, dat nog altijd vlammende schotschrift uit het tijdperk der Verlichting tegen de funeste gevolgen van het … Meer lezen over René Zwaap – De gesel van het optimisme