Joost Zwagerman – De Vrouwenhand in de beeldende kunst

Wat doet een vrouw met haar handen zodra zij, ‘een weinig kwijnend’, ten prooi is aan melancholie en spleen? In de marge van Gauguin, Bonnard, Denis. Een Russische liefde voor Franse kunst toont de Hermitage in Amsterdam diverse kabinetten werken van de ‘mindere goden’ onder de zogeheten ‘Nabis’ (de ‘profeten’ in de kunst – inderdaad, een nogal bombastische zelftypering). Van sommigen had ik nog nooit gehoord. Eugène Carrière was voor mij een nieuwe naam. De Hermitage toont van Carrière het mistige en vooral mismoedige schilderij Vrouw, leunend op een tafel (1898)1. Je denkt meteen aan geprangde dames uit de tweede helft van de 19de eeuw: Emma Bovary, Anna Karenina, en bij ons, Eline Vere. Eén zin uit Eline Vere (1889) van Louis Couperus zou zo als onderschrift kunnen dienen voor Carrière’s vrouwenportret: ‘Haar hoofd, een weinig kwijnend, geleund tegen het (…) rood fluweel, zat Eline alleen (…).’ Het rood fluweel moet bij Carrière vervangen worden door: ‘de rechterhand’. De hand! Wat doet een vrouw met haar handen zodra zij, ‘een weinig kwijnend’, ten prooi is aan melancholie en spleen? Eén hand ondersteunt in zo’n geval de kin of het voorhoofd. Bij Carrière wordt het ‘kwijnen’ nog eens benadrukt doordat de … Meer lezen over Joost Zwagerman – De Vrouwenhand in de beeldende kunst