Hendrik Jan Korterink – Deze week in de Bunker: het hoofdpijndossier van de Otton
“Ton vertelde dat Mustafa in het verleden een bom heeft gezet onder de auto van een bekende advocaat, mr. Hammerstein.” Zegt de Antilliaanse drugssmokkelaar Hensley J.(41) uit Lelystad op 16 februari 2004 als hij in Zwolle terechtstaat in de Otton-zaak. De verklaring komt nogal uit de lucht vallen, het gaat eigenlijk over heel andere dingen. Hensley noemt het incident alleen om de figuur Tom Bergsma – die hij consequent als ‘Meneer Ton’ aanduidt – neer te zetten. In grote lijnen komt het erop neer dat Hensley Bergsma ervan beschuldigt de grote man achter de schermen van het cocaïnetransport met de Otton te zijn: als opdrachtgever of als informant voor de CIE (Criminele Inlichtingen Eenheid). Bergsma ontkent dat, maar geeft wel toe dat hij Hensley J. al sinds 1994 goed kent, dat hij Henk Rommy “heel goed” kent en de naam Mustafa zegt hem ook wel wat. De smokkelpartij met de Otton is, als je het dossier leest, een haast hilarisch gebeuren als je vergeet hoeveel geld en welke belangen ermee gemoeid zijn. Omdat niet alle verdachten hun mond opendoen en omdat degenen die wel verklaringen afleggen niet steeds de waarheid spreken, blijven er een paar onduidelijkheden. Zelf ontkent hij het, … Meer lezen over Hendrik Jan Korterink – Deze week in de Bunker: het hoofdpijndossier van de Otton
Kopieer en plak deze URL in je WordPress site om in te sluiten
Kopieer en plak deze code in je site om in te sluiten