Bart de Man – Zwagermans draaikont
Laatst was ik bij een poppenkastvoorstelling. Jan Klaassen had zich verstopt en een bromsnor kwam de kinderen vragen of ze wisten waar Jan Klaassen was. ‘Neeeee…!’ schreeuwden ze om het hardst. Maar toen het weer stil werd, was er één jongetje dat zei: ‘Ik wel hoor, meneer.’ Dat jongetje was Joost Zwagerman. Ik mag hem graag, Joost Zwagerman. Hij is nooit te beroerd om je een compliment te geven en je het volgende moment voor epigoon (dat is één van zijn stopwoorden) uit te maken. Hij houdt zich bij voorkeur op bij de dorpspomp, waar hij ten overstaan van jou over je vrienden roddelt en met je vrienden over jou. ‘Ik ben opgegroeid met het enorme uiterlijke vertoon, de theatrale gebakken lucht en de smiechterigheid van het katholicisme – en zoiets tekent je wel’, zei hij in een interview. Die woorden getuigen van enige zelfkennis. Als er één Roomse draaikont is in de ‘jonge’ Nederlandse literatuur dan is hij het wel. Hem op een uitspraak of stellingname vast willen pinnen komt neer op het grijpen naar paling in een emmer snot, op scheten vangen met een netje. Die typeringen van sociaaldemocraten voor katholieke politici geven wel zo’n beetje weer hoe … Meer lezen over Bart de Man – Zwagermans draaikont
Kopieer en plak deze URL in je WordPress site om in te sluiten
Kopieer en plak deze code in je site om in te sluiten