René Zwaap – Michel Bosio + EO Tijdsein – IRT affaire: Bosio affaire + Eveline Lubbers – Wat Van Traa vergeten is

Michel Bosio

Twee jaar geleden werd de Franse zakenman Michel Bosio als ‘een ernstig gevaar voor de nationale veiligheid’ ons land uitgewezen. Sinds de Raad van State dat besluit verleden week vernietigde is het uur der wrake aangebroken. Gaan Piet van Zeil, Ruud Lubbers, Frits Korthals Altes en vele anderen alsnog voor de bijl?

Sylvain Ephimenco - Façades

Sylvain Ephimenco – Façades (cover Hugo Kaagman)

Dat Sylvain Ephimenco, de Nederlandse correspondent van het Franse dagblad Liberation, voor zijn beschrijving van het drama rond zijn landgenoot Michel Bosio uiteindelijk koos voor de vorm van een roman het in 1991 bij uitgeverij In de Knipscheer verschenen Façades had ook enkele voordelen. Een daarvan is, dat hij met Gallische ronde borst te werk kon gaan, verder dan de marges van de journalistiek hem tot dan toe hadden toegestaan. Het leverde een zeer doorzichtige en daardoor zeer explosieve sleutelroman op, die achteraf bekeken de perfecte opmaat was voor de grote politieke tragedie, die nu bekend staat als de IRT affaire. In ieder geval moet Façades verplichte kost worden voor de leden van de parlementaire enquête commissie, die als alles goed gaat binnenkort start met het onderzoek naar niet toegestane opsporingsmethoden. Zoals dezelfde commissie ook onmogelijk een confrontatie met Bosio zelf uit de weg kan gaan, nu hij hier weer vrij mag rondlopen.
Bosio heeft veel aan Ephimenco te danken. De in Cannes geboren ondernemer zat volkomen stuk toen hij eind jaren tachtig aanklopte bij de Liberation correspondent. Tientallen pogingen om de Nederlandse pers te interesseren voor de intrigerijke verwikkelingen rond zijn persoon, waren op niets uitgelopen. Vanuit zijn armetierige kamer in het Arnhemse Spijkerkwartier voerde Michel Bosio, de berooide ex directeur van de firma Russel Air Conditioning, een schriftelijke guerrilla oorlog met de Nederlandse autoriteiten, steeds verder wegzakkend in een status als paranoïde querulant. Niemand wenste te geloven, dat hij het slachtoffer was geworden van een complot, waarbij zowel de CIA, de DEA, de BVD als de CRI waren betrokken. Bosio hield bij hoog en bij laag vol, dat het door hem opgerichte bedrijf onder druk van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken een dekmantel organisatie was geworden voor smokkel van wapens, diamanten en drugs, waarbinnen de Nederlandse en de Amerikaanse veiligheidsdiensten broederlijk samenwerkten. Een en ander zou verband houden met infiltratie acties in het milieu van de georganiseerde misdaad. Met de aldus binnengehaalde revenuen werd volgens dit mondiale complotmodel ook nog eens het anti communistische verzet in Afghanistan gesteund.
Het geheel van Bosio beschuldigingen wees in de richting van een EUropese versie van het Iran Contra schandaal, waarmee Oliver North op dat moment in de Verenigde Staten in de schijnwerpers was komen te staan. Kortom: het verhaal van Bosio klonk zo fantastisch, dat niemand zich er de vingers aan durfde branden.
Na een loopbaan met twaalf ambachten en dertien ongelukken, die hem onder meer in Duitsland en in Israël brachten, lukt het Michel Bosio begin jaren tachtig in Arnhem een bedrijfje op te zetten, dat zich specialiseert in de productie van airconditioning voor personenauto’s. Russel Air Conditioning richt zich vooral op de Arabische markt, een gegeven, dat snel tot grote problemen leidt als Bosio afnemers merken, dat allerlei onderdelen van de verkochte apparatuur uit Israël afkomstig zijn. In 1983, negen maanden na de oprichting, gaat het bedrijf dan ook over de kop. De failliete Bosio weet echter onmiddellijk een subsidie los te krijgen van het ministerie van Economische Zaken. De staatssecretaris daar, de CDA‘er Piet van Zeil, trekt er 650.000 gulden voor uit. Een opmerkelijke investering in zo’n failliete boedel, die later nog eens zal worden opgehoogd tot in totaal 2,3 miljoen gulden. De subsidie is overigens geheel illegaal: Bosio is, gegeven zijn bankroet, onder curatele gesteld en mag derhalve eigenlijk helemaal geen deals meer sluiten.
Bosio zelf zal daar weinig baat bij hebben. Op last van het ministerie krijgt hij een man naast zich. Deze G.J.B. Belderbos, eerder op last van Van Zeil betrokken bij een zeer dubieuze subsidie aan het Friese bedrijf Luyt, ontpopt zich tot schrik van Bosio als een handelaar in wapens en diamanten. Van airco’s verkopen komt niets. In plaats daarvan neemt Belderbos, een majoor buiten dienst met aanzienlijke connecties in het Trans Atlantische netwerk van Gladio, twee verkopers aan, H. Parisius en een Amerikaan genaamd O’Kelly. Parisius en O’Kelly maken de ene verre reis na de andere met de EZ subsidies, zonder dat Bosio enig schot ziet komen in de airco handel. Beetje bij beetje krijgt hij door, dat Parisius en O’Kelly in hele andere zaken zitten. De Amerikaan zou hem zelfs onomwonden hebben verklaard, dat hij werkzaam was voor de CIA. Parisius, een handelaar in kokosnoten, zou een agent van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) zijn. Bosio schrijft daar een protestbrief over aan staatssecretaris Van Zeil. Antwoord ontvangt hij niet. Wel krijgt hij kort daarop te horen, dat hij is ontslagen.
Bosio laat zich echter niet zo maar wegsturen. De flamboyante Fransman weet zelfs een keer binnen te dringen in de werkkamer van Van Zeil om de staatssecretaris een asbak naar het hoofd te slingeren en bij de strot te grijpen. Vreemd genoeg volgt er geen aanklacht van de bewindsman. Bange dagen beleeft hij als in 1985 blijkt, dat een container met kokosnoten uit Ghana, door Parisius onder Bosio’s naam op de boot naar Rotterdam gezet, afgeladen vol zit met 646 kilo marihuana. De drugs worden gevonden door de douane in Antwerpen, nadat de Ghanese boot vanwege een staking in de haven van Rotterdam moest uitwijken naar de Schelde stad.
Bosio is ervan overtuigd, dat het gaat om een complot, bedoeld om hem definitief van het toneel te vegen. Hij weet de Belgische autoriteiten van zijn onschuld te overtuigen. De Belgische minister van Justitie Wathelet stopt de hele zaak van de Ghanese kokosnoten in de doofpot, na intens overleg met zijn Nederlandse collega Korthals Altes.
Voor Bosio is dat reden om de politie in te schakelen. De Arnhemse politie adjudant H. Buil zou hem bij die gelegenheid te verstaan hebben gegeven, dat de inmiddels spoorloos verdwenen Parisius bekend stond als een agent van zowel de CIA als de DEA. Regeringswaarnemer Belderbos overlijdt eind 1985 plotseling aan een hartaanval. De Arnhemse zakenman J. Heesackers uit in het openbaar het vermoeden, dat hij is vermoord. Kort voor Belderbos’ overlijden had Heesackers nog een gesprek met hem over de mogelijke levering van anti tankhelikopters en ander wapentuig. Belderbos bleek bij leven een ‘freelance manager voor discrete contacten’ te zijn, in de jaren zeventig actief in onder meer Iran.
Voor Bosio zijn al deze losse eindjes informatie voldoende om een zaak aanhangig te maken bij de Commissie voor verzoekschriften van de Tweede Kamer. Hij kiest voor die omslachtige procedure op advies van zijn advocaat mr. R.S. Meijer uit Den Haag, een peperdure raadsman, die zijn diensten uit eigen beweging en geheel Pro Deo aanbiedt aan de bankroete zakenman. Een genereus aanbod, dat echter een dubbele bodem heeft. Meijer blijkt ook juridisch consultant van het ministerie van Economische Zaken en dat ministerie komt het wel heel gelegen, dat de verzoekschriftencommissie ongelooflijk traag met Bosio’s klacht omspringt. Dat de plaatsvervangende voorzitter van die parlementaire commissie niemand minder is dan ex minister Korthals Altes, speelt daar mogelijk een rol bij. Na vier jaar komt de commissie, onder voorzitterschap van de huidige vice premier Hans Dijkstal, tot de conclusie, dat Bosio’s klacht ongegrond was. Hoewel, ongegrond: Dijkstal stelde, dat ‘we op het einde van de rit moesten concluderen, dat niet op alle punten onmiskenbaar kon worden vastgesteld wat de waarheid was’.
Bosio laat zijn advocaat Meijer wijselijk schieten. Zijn volgende juridische raadsheer, P. H. Doedens, verwijt zijn confrère Meijer welbewust een geheel verkeerd traject te hebben gekozen. In Bosio’s geval had er onmiddellijk een strafrechtelijk onderzoek moeten komen. De parlementaire weg hoefde helemaal niet te worden bewandeld.
De Tweede Kamer doet er vervolgens alles aan om Bosio uit Nederland te laten verdwijnen. In oktober 1992 doet CDA kamer lid Soutendijk de suggestie dat ‘de lastpak’ Bosio moet worden uitgewezen. De PvdA en de VVD sluiten zich daar bij monde van PvdA’er Zeilstra en VVD‘er Wiebenga van harte bij aan. Staatssecretaris Aad Kosto van Jusititie ziet in de aanwezigheid van Bosio op Nederlandse bodem ‘een gevaar voor de openbare veiligheid’ en gelast de deportatie van de ongewenste vreemdeling. Het is een procedure, die normaal gesproken is voorbehouden aan buitenlanders, die zijn veroordeeld wegens handel in heroïne en cocaïne, terwijl er tegen Bosio nog niet eens een juridisch onderzoek naar dergelijke praktijken is uitgevoerd. Integendeel: het was Bosio zelf, die een onderzoek naar de drugstransporten bij zijn oude bedrijf had gevraagd.
Op 2 november 1992 krijgt Bosio zijn vertrek order binnen. Hij krijgt tien minuten om zijn tandenborstel in te pakken en wordt als persona non grata op het vliegtuig gezet naar Parijs. ‘Dit is een politieke deportatie’, aldus de zakenman, die de maanden daarna tot vier keer toe wordt aangehouden op Nederlandse bodem en weer naar Frankrijk teruggestuurd. Zijn nieuwe advocaat spant ondertussen een procedure bij de Raad van State aan: Bosio’s uitwijzing is in flagrante tegenspraak met het vrije verkeer van personen in de EUropese Gemeenschap.
Verleden week donderdag kreeg Bosio gelijk van de Raad van State. Zijn advocaat heeft juridische stappen aangekondigd tegen een hele rij Nederlandse bewindslieden, van Van Zeil tot Ruud Lubbers, van Hirsch Ballin tot Winnie Sorgdrager, die als procureur-generaal al voor systematische tegenwerking van Bosio’s campagne voor eerherstel zou hebben gezorgd. Nu is de vernietigende kracht, die tegen mij is ingezet, gestopt en zal zij zich tegen zichzelf keren, profeteerde Bosio daags na de uitspraak van de Raad.

De Groene Amsterdammer, nr. 46, 16 november 1994

https://www.groene.nl/artikel/michel-bosio

IRT affaire: Bosio affaire

Gepubliceerd op 2 mei 2018

Tijdsein item uit 1996.

Bosio affaire had nauw te maken met de IRT affaire.

Het Rapport Enquête Opsporingsmethoden is hier te vinden:
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24072-11.html

Reacties:
https://youtu.be/Nv-68wVr9nI

Wat Van Traa vergeten is

Vanuit Ghana is een container kokosnoten onderweg naar Nederland. Achter een dubbele wand zit 650 kilo marihuana verborgen. Bedoeld voor drugshandelaren uit Amsterdam. Het transport is georganiseerd door de Antilliaan H.P. Als officiële bestemming voor de container gebruikt hij een lege BV van een oude zakenrelatie uit Arnhem. De eigenaar van de BV, de fransman M.B., is niet op de hoogte van de ware aard van de lading. De Antilliaan stuurt de afnemers van de container bij de Fransman langs om samen bij de bank het losgeld voor de container te betalen. P. is niet zomaar een tussenpersoon. Hij werkt als informant voor de Drugs Enforcement Agency (DEA). Omdat P. regelmatig met informatie aankomt over dingen, die zich afspelen op Nederlands grondgebied, introduceert de DEA de Antilliaan bij de CID Schiphol. Bij ontmoetingen in het Hilton Hotel op Schiphol tipt de DEA informant zijn runners over de container kokosnoten uit Ghana. Dan gaat het mis. Door stakingsdreiging in de Rotterdamse haven moet het schip uit Ghana uitwijken naar Antwerpen. De CID Schiphol besluit de Belgische autoriteiten te informeren over de lading marihuana, zodat de container zo onopvallend mogelijk in beslag genomen kan worden. Omdat de identiteit van de informant bekend dreigt te raken in het criminele milieu verzoekt de CID de Belgen geen verder opsporingsonderzoek in te stellen. De Antilliaan is in paniek en gaat op dezelfde dag langs bij de Fransman. Hij vertelt hem over de drugs en dat de politie ervan weet. Een week later staan de afnemers van de hasj boos bij de Fransman op de stoep. Hij moet mee om de container op te halen. B. weigert dit en doet dezelfde dag nog aangifte van bedreiging en valsheid in geschrifte. Adjudant Buil van de Arnhemse politie belooft het verhaal over de container met drugs door te geven aan de CRI in Den Haag.
Dit verhaal speelt zich af in 1985. Vandaag de dag lijkt deze gang van zaken niet zo onwaarschijnlijk. Een criminele burger  informant, die een drugstransport organiseert. Het gebruik van een lege BV als frontstore zonder medeweten van de eigenaar. Een zending drugs die wordt weg getipt. De vraag is wat er was gebeurd als de container gewoon in Rotterdam gelost zou zijn. Had de lading ‘gecontroleerd afgeleverd‘ moeten worden? Of was het een proefzending om de route uit te proberen? Wie tien jaar geleden opperde, dat de DEA in Nederland drugs transporten organiseerde, werd niet serieus genomen. De Franse zakenman uit dit verhaal had het tij niet mee. Michel Bosio heeft altijd geroepen, dat zijn bedrijf begin jaren tachtig is gebruikt voor doorvoer van drugs. Zijn eigenzinnige aanpak en zijn koppige opstelling zorgden, dat hij al snel bekend stond als lastpak en querulant. Verschillende onderzoekscommissies kregen de waarheid niet boven tafel. De Tweede Kamer vond het geheimhouden van de identiteit van de informant, de Antilliaan H.P. uiteindelijk belangrijker. Dat de voormalige zakenrelatie van Bosio, de mysterieuze DEA informant en de organisator van het drugstransport één en dezelfde persoon waren, mocht niet hardop gezegd worden. Na het Rapport van Traa lijkt het tij gekeerd. Paul Rosenmöller, destijds lid van de parlementaire onderzoekscommissie, vindt het een overweging waard de Bosio zaak te heropenen. “Omdat je met alle wetenschap die je nu hebt over overheid, politie, informanten en drugs meer te weten zou kunnen komen als wij daarover vier jaar geleden wisten.” zei het Groen Links Tweede Kamerlid op 29 januari j.l in EO Tijdsein. Was het kokosnotentransport een voorloper van de Delta methode? Ook de afwikkeling van de Bosio zaak vertoont veel overeenkomsten met de IRT affaire. Verschillende diensten, die de verantwoordelijkheid op elkaar afschuiven. Veel politiemensen met geheugenverlies. Een minister van Justitie, die door zijn ambtenaren niet goed op de hoogte wordt gehouden. Een Hirsch Ballin, die het parlement niet naar behoren inlicht, en met aftreden dreigt. En een Tweede Kamer, die, om Van Traa te citeren, van niks weet en niet verder vraagt.

Een kleine inventarisatie van de vragen, die zijn blijven liggen. De eerste keer, dat het parlement zich over de Zaak Bosio buigt, is bij de bespreking van het verslag van de Commissie voor de Verzoekschriften. Bosio is ontevreden over de manier, waarop zijn kredietaanvragen behandeld zijn door het Ministerie van Economische Zaken. En hij denkt, dat er niets gebeurd is met zijn aangifte over de container. Bosio kreeg begin jaren tachtig subsidie van Economische Zaken om een exportbedrijf te beginnen in airconditioningapparatuur voor auto’s. Hij ontving 650.000 gulden onder voorwaarde, dat hij toezicht van de overheid accepteerde. Ex werknemers verdenken de, inmiddels overleden, regeringscommissaris Gerard Belderbos van praktijken, die het daglicht niet verdragen. Het is deze Belderbos, die de Antilliaan Herbert Jan Parisius bij het airco bedrijf introduceerde. Parisius maakte als vertegenwoordiger voor Bosio enkele reizen naar Afrikaanse landen, waaronder Ghana, om daar de markt te verkennen. Omdat het bedrijf niets produceerde werd Bosio in 1983 ontslagen, maar het verlenen van krediet ging door. In totaal verdween er twee miljoen gulden in een bodemloze put. Na tweeënhalf jaar onderzoek onder leiding van Hans Dijkstal presenteert de Verzoekschriftencommissie eind 1991 haar bevindingen. Die zijn teleurstellend. De administratie van het ministerie van Economische Zaken vertoont “dusdanige leemten, dat nu niet meer onomstotelijk vaststaat op welke gronden een kredietgarantie is verleend“. Met de aangifte van Bosio is volgens de Commissie wél iets gebeurt. De informatie is doorgegeven aan de Centrale Recherche Informatiedienst, en “de aan de CRI verstrekte inlichtingen hebben geleid tot inbeslagneming van een partij verdovende middelen door Belgische politie ambtenaren, maar niet tot een vervolging door de Belgische justitiële autoriteiten“. Dit klopt niet. Peter Lankhorst van Groen Links ontdekt via vragen in het Belgische Parlement, dat de container al in beslag genomen is op het moment, dat Bosio aangifte deed. Dat gebeurde een week eerder om precies te zijn. De Verzoekschriftencommissie concludeert, dat Hirsch Ballin de Kamer “niet naar behoren heeft ingelicht“. De minister van Justitie is hierover zo kwaad, dat hij intern met aftreden dreigt. In het debat op 30 oktober 1991 geeft hij tekst en uitleg. Hirsch Ballin beweert, dat ook hij pas na de vragen in het Belgische parlement te horen had gekregen, dat de tip over de container van de DEA informant afkomstig was. Overigens houdt de minister vol, dat er geen enkel verband is tussen Bosio en de in beslag genomen container. De Kamer accepteert deze uitleg, maar besluit, dat de affaire Bosio nu echt tot op de bodem moet worden uitgezocht. Een parlementaire onderzoekscommissie gaat samen met de Rijksrecherche een fact finding onderzoek doen “naar de betrokkenheid van de Nederlandse overheid met het bedrijf van Bosio in het algemeen en de relatie BosioContainer met marihuanaOverheid in het bijzonder“. Dit onderzoek vindt plaats onder verantwoordelijkheid van procureur generaal, mw. W. Sorgdrager, fungerend als directeur politie. Een half jaar later is het rapport klaar. De conclusie luidt wederom: er zijn geen aanwijzingen voor een relatie tussen de drugs in Antwerpen en het bedrijf van Bosio. Het enige verband is, dat een voormalige zakenrelatie hem heeft gevraagd zijn BV te gebruiken. Uit het Commissie rappport blijkt, dat de tip over de container afkomstig was van de DEA informant en dat de liaison officier van de DEA hierover nog enkele keren aanvullende informatie heeft doorgegeven. De Rijksrecherche stelt desalniettemin, dat “niet gebleken is , dat de DEA sturing heeft gegeven aan de wijze, waarop deze zaak werd behandeld.” De bescherming van de identiteit van deze informant was van doorslaggevend belang voor de afwikkeling van de container affaire. Hoewel de rol van de informant daardoor niet tot in detail kon worden onderzocht, eindigt het Rapport met een aantal aanbevelingen buiten de directe taakopdracht. De Commissie wil meer informatie over de verhouding tussen de DEA en Nederlandse diensten, en de controle hierop. Verder is de Commissie geïnteresseerd in de positie van informanten en hun mogelijke betrokkenheid bij criminele activiteiten.
Was de commissie toch meer tegengekomen, dan in het eindverslag terug te vinden is? Ja. Dat blijkt uit de processen verbaal van de Rijksrecherche. Alle stukken van een parlementaire onderzoekscommissie zijn openbaar. Dat wil zeggen, de dikke ordners liggen ter inzage bij het Ministerie van Justitie, op afspraak. Wie de moeite neemt deze informatie door te spitten, doet een aantal verrassende ontdekkingen. Uit de chronologie van de gebeurtenissen is moeiteloos af te leiden, dat de voormalige zakenrelatie van Bosio en de DEA informant één en dezelfde persoon zijn. Herbert Jan Parisius heeft niet alleen de container georganiseerd, maar blijkt tevens op de hoogte van de stappen, die de politie onderneemt. De CID Schiphol doet alle mogelijke moeite om te voorkomen dat de identiteit van hun informant bekend wordt.

Waarom gaat de CID Schiphol zover in het beschermen van deze informant? De verhoudingen tussen de DEA en de CID Schiphol liggen uiterst gevoelig, zo blijkt uit de verhoren van de Rijksrecherche. De CID Schiphol benadrukt de onafhankelijkheid van haar functioneren. De DEA had een informant, die kwam met zaken, waar de Amerikanen ‘niet mee uit de voeten kunnen‘. Die informant werd voor ‘zaken die ‘raakvlakken’ hebben met Nederland’ bij de CID Schiphol geïntroduceerd. Daar kwam hij met het verhaal over de container kokosnoten. De Nederlandse politiemensen verklaren nadrukkelijk, dat zij de zaak ‘zelfstandig‘ en ‘zonder sturing‘ hebben geregisseerd.
Uiteindelijk blijkt echter dat de liaison officier van de DEA ook naderhand nog bijzonderheden over de container heeft doorgegeven. De Amerikaanse Ambassade ontkent in een brief aan de Rijksrecherche deze samenwerking. De betrokkenheid van Special Agent Dale Laverty eindigde volgens zijn superieuren na de eerste kennismaking van de informant met de CID Schiphol. Maar op de vraag onder wiens verantwoordelijkheid de informant werd gerund was het antwoord: This informant was handled and directed jointly by DEA and the Rijkspolitie Schiphol.” Door de Amerikanen waar het drugs naar de VS betrof en door de Nederlanders voor wat Nederland en EUropa aanging. Gaat het hier in feite om een DEA actie op Nederlands grondgebied, afgeschermd door een Nederlandse dienst? Wie draagt daarvoor de verantwoordelijkheid? Wat wisten de Nederlandse autoriteiten hier van? De Onderzoekscommissie concludeert op basis van het Rijksrecherche onderzoek: De contacten van de CID van de Dienst Luchtvaart RP met de DEA en de Belgische autoriteiten verliepen rechtstreeks. Uit het onderzoek is niet gebleken dat tussen de Dienst Luchtvaart RP en de CRI over deze zaak contact is geweest. Deze conclusie is regelrecht in tegenspraak met wat de betrokken agenten van de CID Schiphol verklaarden tegenover de Rijksrecherche. M.H. Schuckman, CID coördinator: “In die tijd was er in hoge frequentie contact met diverse personen van de Verdovende Middelen Centrale van de CRI. Het was toen gebruikelijk, dat zaken als de onderhavige container aan de CRI werd gemeld. Meestal gebeurde dit mondeling, hetzij telefonisch, hetzij tijdens een bezoek door een van de rechercheurs aan onze afdeling.” Ook de chef CID, G.J. Kamp en G. Piening, runner van de informant in kwestie vertellen, dat de mensen van de CRI vrijwel dagelijks over de vloer kwamen. Bij de CRI is echter helemaal niets terug te vinden over de Belgische container. Alle medewerkers lijken de zaak te zijn vergeten als de Rijksrecherche er naar vraagt. Gerrit de Gooyer bijvoorbeeld, toenmalig hoofd Verdovende Middelen Centrale, kan zich “totaal niets herinneren van een container met hasj in de haven van Antwerpen“. Hij acht het zelfs “hoogst onwaarschijnlijk,” dat hij ooit contact heeft gehad met de heer Buil van de politie Arnhem. A.A.C. Kops verklaart over de fax, die de politie Arnhem aan de CRI stuurde met het verhaal van Bosio over de container, dat hij aan die zaak geen enkele herinnering heeft: “Het feit, dat die fax aan mij was gericht, houdt niet automatisch in, dat ik die aangelegenheid ook heb behandeld.” Het slechte geheugen van politiemensen komt ons sinds de Van Traa verhoren niet geheel onbekend voor. Maar waarom gaat de Onderzoekscommissie er voetstoots van uit dat de CRI ambtenaren de waarheid spreken en die van de CID Schiphol niet? Omdat de verantwoordelijkheid dan bij de CID Schiphol komt te liggen? Omdat de CRI onverwijld de minister had moeten inlichten? De leden van de Parlementaire Onderzoekscommissie moeten deze verslagen van de Rijksrecherche hebben gelezen. Ook voor andere parlementariërs was deze informatie beschikbaar. Het eindrapport is op zijn minst onvolledig te noemen. Maar de Tweede Kamer is vol lof over de verrichtingen van de Onderzoekscommissie. Geen woord over de discutabele positie van Parisius c.q. de informant. De rol van de DEA komt niet aan de orde. Inhoudelijke vragen worden, voor zover gesteld, niet beantwoord. Aan de vooravond van dit debat onthult Liberation correspondent Sylvain Ephimenco in NRC Handelsblad een vertrouwelijke nota van het Ministerie van Justitie. In die nota staat met zoveel woorden, dat “de informant inderdaad Parisius is geweest.” Het PvdA Kamerlid Piet Zijlstra is bijzonder ontstemd over het feit, dat de naam van de informant over tafel is gegaan. Hij is bang, dat politie en justitie daardoor in de toekomst minder open zullen zijn naar de Kamer. Zijlstra tijdens het debat: “Het betekent, dat de Kamer minder goed haar werk zal kunnen doen in voorkomende gevallen.” Er is meer. Deze geheime nota van de afdeling Staats en Strafrecht is gedateerd op 16 oktober 1992. Dat betekent dat minister Hirsch Ballin door zijn ambtenaren op de hoogte is gebracht van de rol van Parisius, vier weken vóór de Tweede Kamer besloot tot het instellen van de parlementaire onderzoekscommissie. Heeft de minister de Kamer dan toch ‘niet naar behoren ingelicht‘? Moest de zoveelste onderzoekscommissie dienen als doofpot? Alle leden van de Commissie hadden de nota in hun bezit, maar niemand maakt melding van deze cruciale informatie. In de nota staat nog een opvallende passage: Overigens is Parisius kort daarna door de Rijkspolitie niet verder als informant gebruikt omdat hij niet altijd even betrouwbaar bleek te zijn, zo gebruikte hij de politie door als informant te fungeren bij drugstransporten, die hij zelf had opgezet.” Herbert Jan Parisius reageert vanuit zijn geheim verblijfplaats in de Verenigde Staten aanvankelijk vol ongeloof op het bericht, dat zijn naam bekend is geworden in het Bosio debat. Later zegt hij berustend: “Ik ben er niet slecht uitgekomen, financieel. Ik heb de rol van zondebok op me genomen, door mijn mond te houden.” Parisius heeft geen behoefte aan verdere vragen: “Als ik nog wel eens een job heb, is dat van overheidswege. Dus u begrijpt mijn positie. Maar ik zou u dingen kunnen vertellen.”

In de Bosio zaak zijn veel vragen blijven liggen. Ook in het rapport van Traa blijkt de samenwerking met buitenlandse diensten een ondergeschoven kindje. Met oog op de komende discussies over opsporingsmethoden kan het geen kwaad de bijzondere aanbevelingen van de Commissie Bosio nog eens te herhalen. De Commissie verzoekt de regering haar nader te informeren omtrent:
a. de relatie tussen Nederlandse justitiële en politiële instanties en de DEA, de ter zake gemaakte afspraken en de wijze waarop hierop toezicht wordt uitgeoefend;
b. de positie van informanten, de reikwijdte van hun bescherming, de gevolgen van de mogelijke betrokkenheid bij criminele activiteiten.
Mocht het tot een heropening van de Bosio zaak komen, dan moet ook België niet vergeten worden. Daar werden in juni 1993, een half jaar na de afronding in de Tweede Kamer, vragen gesteld door het Agalev Kamerlid Hugo van Dienderen. Hij vroeg de Belgische minister van Justitie naar de controversiële drugsvangst in 1985 en wilde weten welke Belgische diensten daarbij betrokken waren. Hij vroeg ook van wie de tip afkomstig was, of het klopte dat op verzoek van een Nederlandse dienst is afgezien van verder opsporingsonderzoek. Tot slot wilde van Dienderen horen wat de aanleiding was voor onderlinge conflicten hierover binnen de Belgische politie en justitiewereld. Het antwoord van de minister liet lang op zich wachten. Het klopt dat er op 28 oktober 1985 beslag werd gelegd op 650 kilogram. marihuana verstopt in een container kokosnoten. De minister zegt verder: “Gezien het geheim karakter van het nog hangende gerechtelijk onderzoek en de kiesheid van de zaak is het mij niet mogelijk meer informatie te geven over die zaak.

Wil je meer over bovenstaande Bosio affaire weten, dan kun je contact opnemen met:

Jansen & Janssen
Postbus 19591,
1001 EN, Amsterdam
020 6123202

Kleintje Muurkrant, Nr. 294, februari 1996

https://www.stelling.nl/kleintje/edities/1996/februari-294/bosio

Misdaad99 @Misdaad99

De echte naam van Herbert Jan Parisius is Rob Kouffeld uit Utrecht #IRT

9 sep. 20191 · 2:18 a.m.

https://twitter.com/Misdaad99/status/1170823681972604933

Meer informatie
http://robscholtemuseum.nl/?s=René+Zwaap
http://robscholtemuseum.nl/?s=Michel+Bosio
http://robscholtemuseum.nl/?s=Bosio+Affaire
http://robscholtemuseum.nl/?s=Sylvain+Ephimenco
http://robscholtemuseum.nl/?s=Hugo+Kaagman
http://robscholtemuseum.nl/?s=Frits+Korthals+Altes
http://robscholtemuseum.nl/?s=IRT
http://robscholtemuseum.nl/?s=Spijkerkwartier+Arnhem
http://robscholtemuseum.nl/?s=CIA
http://robscholtemuseum.nl/?s=DEA
http://robscholtemuseum.nl/?s=Drug+Enforcement+Administration
http://robscholtemuseum.nl/?s=BVD
http://robscholtemuseum.nl/?s=CRI
http://robscholtemuseum.nl/?s=Ministerie+van+Economische+Zaken
http://robscholtemuseum.nl/?s=Iran+Contra
http://robscholtemuseum.nl/?s=Oliver+North
http://robscholtemuseum.nl/?s=Piet+van+Zeil
http://robscholtemuseum.nl/?s=Luyt
http://robscholtemuseum.nl/?s=Gladio
http://robscholtemuseum.nl/?s=Ghana
http://robscholtemuseum.nl/?s=Wathelet
http://robscholtemuseum.nl/?s=Hans+Dijkstal
http://robscholtemuseum.nl/?s=Piet+Doedens
http://robscholtemuseum.nl/?s=Winnie+Sorgdrager
http://robscholtemuseum.nl/?s=CID
http://robscholtemuseum.nl/?s=Maarten+van+Traa
http://robscholtemuseum.nl/?s=Schiphol
http://robscholtemuseum.nl/?s=Paul+Rosenmöller
http://robscholtemuseum.nl/?s=Rapport+van+Traa
http://robscholtemuseum.nl/?s=Gerard+Belderbos
http://robscholtemuseum.nl/?s=Herbert+Jan+Parisius
http://robscholtemuseum.nl/?s=Peter+Lankhorst
http://robscholtemuseum.nl/?s=Ernst+Hirsch+Balin
http://robscholtemuseum.nl/?s=Rijksrecherche
http://robscholtemuseum.nl/?s=Dienst+Luchtvaart
http://robscholtemuseum.nl/?s=Rijkspolitie
http://robscholtemuseum.nl/?s=Dale+Laverty
http://robscholtemuseum.nl/?s=Parlementaire+Onderzoekscommissie

Leave a comment

Your email address will not be published.


*