NHD – ’Zeestad mag’ + Drs. K.H. Ollongren, minister Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties – Antwoorden op vragen Van Raak over “ondoorzichtige constructies als Zeestad in Den Helder”

’Zeestad mag volgens de wet’

Een privaatrechtelijke constructie zoals de gemeente heeft met Zeestad, mag volgens de wet.

Dat antwoordt minister Ollongren op vragen van Tweede Kamerlid Ronald van Raak. Het is volgens haar toegestaan als ’het openbaar belang’ daarmee gediend is. Of daarvan sprake is, beoordelen de gemeente en provincie.

Of stukken van Zeestad op basis van de Wet openbaarheid bestuur openbaar gemaakt moeten worden, wil de minister niet zeggen, vanwege een rechtszaak die enkele Helderse burgers hierover hebben aangespannen.

Noordhollands Dagblad, Gisteren, 18:32

Reacties:

Henk van Kuijk · Leraar banjo, gitaar, bouzouki en zang bij Muziekleraar
De minister schrijft ook:
“In het geval van Zeestad CV/BV dient de verantwoording afgelegd te worden aan het college van B&W van Den Helder en gedeputeerde staten van Noord-Holland, die de gemeente en de provincie vertegenwoordigen in de algemene vergadering van aandeelhouders en daarin stemrecht hebben. Deze colleges leggen op grond van de Gemeentewet en de Provinciewet verantwoording af aan de gemeenteraad respectievelijk provinciale staten.” De bewoners zijn in bezwaar gegaan bij de rechter om openbaarheid van de financiële stukken over de schouwburgverhuizing te krijgen, omdat de Gemeente beweert ze niet te hebben en er niet aan te kunnen komen, omdat Zeestad ze niet geeft. Dat staat haaks op de verantwoordingsplicht die de minister hierboven aangeeft. Die is nog helemaal niet gegeven, noch aan Raad, noch aan burger. Het rapport van de Rekenkamercommissie is heel beperkt, en biedt geen inzage in gegevens. Er is nog steeds sprake van een doofpot dus. Hopelijk wordt die door het nieuwe college opgeheven, al zal de burgemeester niet staan te trappelen. Jammer dat de krant alleen belicht wat het college wettelijk mag, en de rest weglaat.

https://www.noordhollandsdagblad.nl/den-helder-eo/zeestad-mag-volgens-de-wet

Antwoord op vragen het lid Van Raak over “het gebrek aan informatie van gemeenten aan burgers door ondoorzichtige bestuurlijke constructies als Zeestad in Den Helder”

Hierbij bied u ik de antwoorden aan op schriftelijke vragen die zijn gesteld door het lid Van Raak (SP) over “het gebrek aan informatie van gemeenten aan burgers door ondoorzichtige bestuurlijke constructies als Zeestad in Den Helder”. Deze vragen werden ingezonden op 6 maart met kenmerk 2018Z03798.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties,

Drs. K.H. Ollongren

2018Z03798

Antwoord op vragen van het lid Van Raak (SP) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het gebrek aan informatie van gemeenten aan burgers door ondoorzichtige bestuurlijke constructies als Zeestad in Den Helder (ingezonden 6 maart 2018)

1
Hoe verklaart u dat in Den Helder burgers naar de rechter moeten om informatie te krijgen over een schouwburg die mede op initiatief van en met geld van de gemeente werd gebouwd en wordt geëxploiteerd? (1)

4
Is het waar dat de Wet Openbaarheid van Bestuur (de WOB-procedure) niet geldt voor organisaties als Zeestad? Hoe kunnen burgers dan aan informatie komen van dit soort publieke organisaties? Waarom zou de gemeente dit soort gegevens niet hebben en kunnen delen met burgers van Den Helder?

Antwoord vragen 1 en 4

De casus Zeestad is momenteel onder de rechter. Ik acht het om die reden niet opportuun daar nu uitspraken over te doen. Wel merk ik op dat de toepasselijkheid van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is gekoppeld aan het begrip bestuursorgaan van de Awb. Onder bestuursorgaan (artikel 1:1 Awb) wordt verstaan: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. De Wob is niet van toepassing op privaatrechtelijke rechtspersonen. Dat lijdt uitzondering wanneer zij, zoals de Wob het uitdrukt, werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan (art. 3 Wob), waaronder in dit verband moet worden verstaan dat de gemeente overwegende invloed op de rechtspersoon heeft. De vraag of hiervan in deze casus sprake is, dient door de rechter te worden beantwoord, mede op basis van de statuten van de instellingen en de jurisprudentie. De statuten van privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen niet voorzien in de toepasselijkheid van de Wob, maar kunnen wel een eigen openbaarheidsregime voorschrijven. Dat regime kan materieel sterk overeenkomen met de Wob, maar die openbaarheid kan dan niet bij de bestuursrechter worden afgedwongen.

2
Deelt u de opvatting dat bestuurlijke organisaties die publieke taken uitvoeren, zoals het samenwerkingsverband Zeestad in Den Helder, ook verantwoording moeten afleggen aan de gemeenteraad en burgers van de gemeente? Zo nee, waarom niet?

3
Deelt u de opvatting dat bestuurlijke organisaties als Zeestad in Den Helder, die geheel in handen zijn van de overheid, dezelfde gegevens moeten leveren aan de gemeenteraad en aan de burgers van de gemeente als alle andere gemeentelijke organisaties? Zo nee, waarom niet? Welke stem heeft de gemeenteraad in het wel of niet openbaar maken van deze gegevens?

5
Welke gemeenten hebben nog meer vergelijkbare constructies als Zeestad in Den Helder? Als dit soort van bestuurlijke organisaties zelfstandig publieke diensten uitvoert, hoe kan de gemeenteraad en hoe kunnen burgers dan nog effectief controle uitoefenen op het uitvoeren van publieke diensten en het uitgeven van publiek geld?

Antwoord op vragen 2, 3 en 5.

In de Gemeentewet en de Provinciewet gaat op dit moment de voorkeur uit naar publiekrechtelijke rechtsvormen voor de behartiging van publieke belangen. Dit met het oog op de waarborgen voor het gebruik van bevoegdheden, besluitvormingsstructuren, beïnvloedingsmogelijkheden, toezicht, democratische controle en openbaarheid. Gemeenten en provincies maken echter ook gebruik van de ruimte die de Gemeentewet en de Provinciewet bieden om publieke taken via een privaatrechtelijke rechtsvorm uit te voeren. Gebruikmaking van een privaatrechtelijke rechtsvorm is voor gemeenten en/of provincies alleen toegestaan “indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang” (artikel 160, tweede lid, Gemeentewet en artikel 158, tweede lid, Provinciewet). Of daarvan sprake is en welke rechtsvorm vervolgens passend is, is aan de gemeente en/of de provincie om te beoordelen. Om gemeenten en provincies te ondersteunen in het maken van de keuze tussen publiekrecht en privaatrecht heeft het ministerie van BZK in 2015 de handreiking verzelfstandiging en samenwerking bij decentrale overheden laten ontwikkelen. De handreiking biedt ook aan volksvertegenwoordigers handvatten voor de uitvoering van hun kaderstellende en controlerende taken.

De gemeente Den Helder heeft ervoor gekozen om publieke taken door privaatrechtelijke rechtspersonen te laten uitvoeren om waar nodig en gewenst slagvaardig te kunnen besturen. In het geval van Zeestad CV/BV dient de verantwoording afgelegd te worden aan het college van B&W van Den Helder en gedeputeerde staten van Noord-Holland, die de gemeente en de provincie vertegenwoordigen in de algemene vergadering van aandeelhouders en daarin stemrecht hebben. Deze colleges leggen op grond van de Gemeentewet en de Provinciewet verantwoording af aan de gemeenteraad respectievelijk provinciale staten.

De gemeenteraad heeft verschillende instrumenten om zijn kaderstellende en controlerende rol waar te maken. De raad kan onder andere de rekenkamer of rekenkamer commissie verzoeken om onderzoek te doen naar privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden (artikel 182 jo. artikel 184 Gemeentewet). In tegenstelling tot de berichtgeving is er door de rekenkamer commissie van Den Helder ook onderzoek gedaan. Dit onderzoek is openbaar. De raad van Den Helder heeft eind 2017 over de bevindingen van de rekenkamer commissie vergaderd.

Er bestaat geen overzicht van gemeenten die met Zeestad CV/BV in Den Helder vergelijkbare constructies hebben. In 2017 is wel een inventarisatie gedaan van samenwerkingsverbanden tussen decentrale overheden, waarbij is gekeken naar aantal en typen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden en overige (informele) samenwerkingsverbanden (2). Daaruit komt naar voren dat gemeenten in de regel kiezen voor publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden.

(1) http://politiek.tpo.nl/2018/02/28/chris-aalberts-helder-39-gemeente-lijkt-geen-enkel-belang-transparantie/
(2) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/06/01/rapport-inventarisatie-samenwerkingsverbanden-decentrale-overheden

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2018D23399&did=2018D23399

2 Comments

  1. De totale krankzinnigheid, ECHT de complete verrotting. “Zeestad mag volgens de wet en van de minister” blaten de schapen in Den Helder nu in kudde. Alsof het mogelijk zou zijn om alle smerige streken die maffiosi kunnen bedenken in wetboeken te verbieden. Dan kreeg je een stapel wetboeken van hier tot ver voorbij de maan. Fatsoen en gemeenschapszin zijn onmisbaar in een democratische samenleving, anders gaat die eraan. Daar zitten we dus midden in. Wat schreeuwt die Berts weer hard? Kenmerkt van het soort verrottingsproces waar we in zitten en dat helaas al zo vaak is voorgekomen in de menselijke geschiedenis, is dat niemand het wil zien. Of hard schreeuwen dan helpt betwijfel ik, maar het is wanhoop, want niets werkt meer. De complete staat der Nederlanden in een bv tje onderbrengen, zodat openbaarheid niet meer bestaat en de kamer en het volk buitenspel staan? Toegestaan volgens de minister….

  2. Is het openbaar belang er mee gebaat zoals onze minister stelt.

Leave a comment

Your email address will not be published.

*