Micha Kat – Lees mee met vluchteling Micha Kat (31): Joost Zwagerman | Gimmick!

Joost Zwagerman en ik zijn precies even oud. Nou ja, ik ben 7 maanden ouder. Allebei uit 1963. Tijdens de ‘opkomst’ van Joost bewoog ook ik mij in de ‘Amsterdamse scene’: hij debuteerde een jaar voordat ik afstudeerde aan de UvA. Toen Gimmick! uitkwam in 1989 publiceerde ik mijn eerste stukken in De Volkskrant. Hoewel ik kind aan huis was in de ‘schrijvers- en journalistenkroeg’ De Zwart aan het Spui (zie deel 29 in deze serie), waar tal van andere bekende auteurs kwamen, zoals A.F.Th. (Van der Heijden) en P.F. Tomese en Adriaan Venema heb ik Joost nooit ontmoet. Ik kende wel mensen uit ‘zijn kring’ – de ‘kring,’ die de cast vormt van Gimmick! – in deze sleutelroman de naam van discotheek Roxy -, waar ik ook nooit ben geweest. Uit het feit, dat Joost nooit in De Zwart kwam kun je concluderen, dat hij meer was verbonden met de (Roxy) kunstenaars scene van Koos Dalstra, Rob Scholte en Paul Blanca (de mensen, die in de roman opereren als Groen, Eckhard en Moreno, terwijl Zwagerman zelf de hoofdpersoon Raam is) dan met de schrijvers en journalisten scene van De Zwart. Ik kan dus uit eigen ervaring weinig tot niets vertellen over de wereld van kunst, drugs en seks, die in het boek wordt beschreven. Gelukkig maar, want mijn wereld was heel wat interessanter! Waar de mensen in Gimmick! met bloedende neuzen van de coke wankelend en brakend uit toiletten kropen om vervolgens meisjes met zonnebrillen te neuken, terwijl ze naar clips op MTV keken of naar video’s van seksfilms, begon ik bij NRC Handelsblad als verslaggever en zat de hele dag over ingewikkelde stukken gebogen en beleidsnota’s. Verschil moet er zijn. Van belang is natuurlijk ook, dat de mensen in Gimmick! In 1989 net drie stappen verder waren in hun ‘carrières’ als ik. Ik begon pas te experimenteren met coke vanaf 1990, zeg maar, toen er wat geld op de plank begon te komen. De mensen in Gimmick! hebben geld zat. Wij gingen niet uit in de Roxy, maar in het nabij gelegen Odeon. Dat was ook een wilde tent. Op een gegeven moment werd Odeon zelfs gesloten, omdat er te veel wapens waren, er waren voortdurend incidenten en vechtpartijen. Maar het was totally fascinating wat er allemaal gebeurde! In het theater op de eerste verdieping heb ik zelf nog eens opgetreden in een toneelstuk van mijn studentendispuut. De uitsmijter van Odeon was berucht met zijn ringbaardje – hij stond erop, dat hij fooien kreeg – if not liet hij je gewoon niet naar buiten. Ik was natuurlijk continu berooid, dus de truc was steeds om bij het verlaten van Odeon deze figuur te ‘omzeilen’. Daar hadden we allerlei trucs voor bedacht, maar de man was niet voor de poes. Ik werd op een gegeven moment ‘gepakt’ om vijf uur ’s ochtends wegens een ‘onrechtmatige poging tot het verlaten van Odeon zonder fooi’ en uit woede smeet ik een hele hand kleingeld in het gezicht van deze portier. Hell broke loose. Ik wist weliswaar met kunst en vliegwerk zonder dodelijke verwondingen mijn fiets te bereiken aan een nabijgelegen brug, maar heb nooit meer een voet in Odeon kunnen zetten als deze ‘portier’ voor de deur stond. Ik herinner me nog tragische scenes – hartverscheurende momenten – waarin ik afscheid moest nemen van vrienden en vriendinnen, die Odeon wel binnen gingen. Het zijn traumatische ervaringen als deze, die mij hebben gehard en zo weerbaar hebben gemaakt als bekendste complotdenker van Nederland.

Net als A. F. Th. (Van der Heijden) kon Zwagerman niet schrijven. Hij is volledig ‘gemaakt’ door uitgevers en media en ‘gemarket’ aan het volk als ‘trendy jonge schrijver’. Hij moest voortdurend zijn ‘toevlucht nemen’ tot seks om de aandacht te kunnen trekken van een vooral jeugdig publiek. Gimmick! is zelfs ‘ghost-written’ – door de genoemde Dalstra. Zwagerman moest continu ‘op zijn tenen lopen om ‘erbij te horen’ en het fascinerende van het boek is, dat je dat op elke bladzijde op verbijsterende wijze tegenkomt. Alles wat hij doet is fout, elk woord, dat hij uit is beside the point en hij wordt voortdurend en door iedereen gekleineerd en afgezeken. Ik kan me nauwelijks voorstellen, dat het echte leven van Zwagerman er ook zo triest heeft uitgezien, al zou hij volgens de ‘officiële bronnen’ wel zelfmoord hebben gepleegd. In werkelijkheid is hij echter vermoord in een wanhoopsdaad van de groep ‘experimentele kunstenaars,’ waar hij bij probeerde te horen, die alles te maken heeft met de aanslag in 1994 op ‘Eckhard’ – Rob Scholte, zoals is beschreven in dit stuk op mijn website: https://revolutionaironline.com/de-aanslag-op-rob-scholte-en-de-moord-op-joost-zwagerman-het-ware-verhaal-na-24-jaar/.

In deel 28 van deze serie stond ik uitgebreid stil bij de ‘omslag’ die eind jaren ’80 plaatsvond in de ‘culturele elite’ en de ‘beau monde’ van Amsterdam van een anti establishment vorm van escapisme (seks, drugs en rock ’n roll) naar het omarmen van ‘het grote geld’ en een aanbidding van alles, dat rook naar status en carrière. In het boek zie je dit voor je ogen gebeuren. Aan het eind wordt de opening beschreven van een tentoonstelling in het Stedelijk Museum, waaraan de groep kunstenaars deelnemen. We lezen (pag. 248):

The Amsterdam Dream wordt door een zelfverzekerd sprekende minister ten doop gehouden. Achter in de zaal praten beleggers over de laatste ontwikkelingen op het gebied van de allermodernste kunst en even verderop hebben de kunstenaars het over hun laatstverdiende loon. De schilders zijn gekleed alsof ze net van de optiebeurs komen en de beursspeculanten dragen artistiekerige dasspeldjes en Keith Haring sokken onder hun glimmende Dr. Adams schoenen. Kunstenaars en moneymakers, moneymakers en kunstenaars, de ene groep wil dolgraag op de andere lijken en daardoor is er zowat niets meer dat hen van elkaar onderscheidt. Tijd is geld; creativiteit is meer geld. Zo iets.

Ik koos in deze ontwikkeling totaal en met overtuiging voor precies die wereld: die van het geld. Niet om eraan deel te nemen en mijn zakken te vullen, maar als journalist. Ik raakte compleet gefascineerd door beurs, banken, commerciële advocatuur en beleggen. Dit leidde uiteindelijk tot een dik boek over accountancy, Boekhoudfraude (2009) – het onderwerp van een latere aflevering uit deze serie.

Meer informatie:
http://robscholtemuseum.nl/?s=Micha+Kat
http://robscholtemuseum.nl/?s=Joost+Zwagerman

1 Comments

  1. Dit comment van mijn Twitterkanaal wil ik de lezers van deze site niet onthouden:

    Jeroen de Mink

    @JeroendeMink
    57 min.57 minuten geleden
    Meer
    Als antwoord op @drsmichakat1
    Leverde je vroeger ook zulke boekverslagen in, toen je nog scholier was? Ik vraag me sterk af of je het boek überhaupt wel gelezen hebt. Het verslag gaat louter en alleen over MK, de lezer leert NIETS over het boek. Knappe wanprestatie weer, Micha.

Leave a comment

Your email address will not be published.

*