Micha Kat – Lees mee met vluchteling Micha Kat (22): Jef Geeraerts | De Ambassadeur

Vier jaar lang heb ik ik Laos gewoond, van 2008 tot 2012. In dat laatste jaar werd ik – nog woonachtig in Vientiane aan de Mekong – gearresteerd op Schiphol en afgevoerd naar de Goelag. Ik heb het land nooit meer teruggezien. Ik kwam er terecht via mijn toenmalige vriendin, die daar werkzaam is in het toerisme. Ik was toch al on the run voor de Demmink-squads, dus waarom niet naar Laos? Nu anno 2018 denk ik, dat landen als Laos en Thailand (Bangkok was the international airport) juist ideaal zijn voor de Demmink-squads (zie Fred de Brouwer) en dat ik in Ierland veel veiliger ben! Hoe was het om te leven in Laos? We woonden prachtig aan de rivier. Ik deed mijn ‘gewone’ journalistieke werk, wat ik nu ook doe, maar daarnaast hielp ik mijn vriendin met het opzetten van een bedrijf, dat fietstochten organiseerde voor toeristen door de stad en de omgeving. Hoogtepunt van deze tochten waren de talloze Boeddhistische tempels, vaak hele complexen, waar de bus doorheen reed: fascinerend met enorme standbeelden van dieren, een enorme ‘liggende Boeddha’, spelende kinderen, monniken in felle oranje pijen… een droomwereld. Maar echt gelukkig heb ik me er nooit gevoeld. Een van de redenen was het vermoeiende sociale leven in de expat gemeenschap. Er liepen allerlei Nederlanders rond en die waren allemaal bezig met land te redden van de ondergang – op kosten van de Nederlandse belastingbetaler uiteraard. Aardige mensen, daar niet van. Ik herinner me iemand, die een ‘project’ had bepaalde ‘allesbranders’ te introduceren bij arme mensen, waarop ze ‘goedkoop’ hun potje konden koken. Dat werk. Leuke borrels, in het begin als het nog nieuw is. Maar het vlakt allemaal zo snel af. Een andere belangrijkere reden is het enorme contrast tussen de lokale cultuur en die van je eigen gemeenschap. Je hebt geen idee, wat er in de hoofden van die Aziaten omgaat, behalve dat vrijwel alle ‘verbintenissen’ tussen Nederlanders (meestal mannen) en lokale vrouwen – zowel zakelijk als privé – ontaarden in een financieel armageddon, waarbij de ‘falang’ altijd aan het kortste einde trekt. En dan is er natuurlijk die magische sfeer van bijgeloof, rituelen, bezweringen en geesten, die overal rondwaren. Nederland had geen ambassade in Laos: het land viel onder Bangkok. Op gezette tijden kwamen er mensen van de ambassade naar Laos en dan was er altijd een borrel. Verder is het nog vermeldenswaardig, dat ik vanuit Laos de beruchte telefoontjes heb gepleegd – in 2010 waarschijnlijk -, die mij later ‘noodlottig’ zouden worden: de valse bommeldingen bij het kantoor van de landsadvocaat en bij het Ministerie van Justitie. Justitie wist, dat ik toen in Laos zat en dat ik dus nooit de daad bij het woord zou hebben kunnen voegen. Dat ze me twee jaar later hiervoor alsnog arresteerden, waardoor mijn complete leven op de kop werd gezet, is natuurlijk te gek voor woorden.

Het boek De Ambassadeur van Jef Geeraerts uit 2000 beschrijft het leven van een gepensioneerde Belgische ex ambassadeur in Laos. Ambassadeurs, en zeker in die landen – ik heb het zelf meerdere malen mogen ondervinden – doen niets zinnigs en hebben dus alle tijd voor criminaliteit en perversiteit. De man uit het boek, Louis Kessler, smokkelt kunst naar rijke vrienden in het Westen en kijkt porno tot en met snuff-movies aan toe. Niet wordt beschreven, dat hij kleine Laotiaanse jongetjes aan stukken scheurt, maar je voelt aan, dat Jef weet waar hij het over heeft. Te midden van al zijn criminaliteit en perversiteit is Kessler vooral bang. Bang voor zijn personeel, voor de gekko’s, die overal onverwacht opduiken en wellicht geesten zijn en ook bang, dat er ‘iets mis is’ met zijn bankrekening in Bangkok, waarop hij al zijn zwarte misdaad geld oppot. Daarom reist hij regelmatig naar de Thaise hoofdstad om te checken, of ‘alles nog in orde is’ met zijn bankrekening. Steeds blijkt, dat het geval. Maar de angst van Kessler is in die zin terecht, dat een van zijn ‘vrienden’, een Vietnamese kruidenmenger, een agent blijkt te zijn van de Russische geheime dienst, die samenwerkt met de communistische autoriteiten. Kessler loopt tegen de lamp: zijn spel is uit. De snuff-movies komen niet meer uit het kastje, waarin ze zo zorgvuldig zijn verstopt om ze te beschermen tegen ‘boze geesten’ en andere pottenkijkers.

Laos stond in die dagen niet zo bekend als ‘pedo paradijs’ als het nabijgelegen Cambodja, waar Joris Demmink actief was als bestuurslid van een Stichting om kleine meisjes te helpen en reeds vele Nederlandse kindermisbruikers tegen de lamp liepen. Dit kan komen, doordat het land nog steeds communistisch is en overal ‘spionnen’ rondlopen – dat is ook precies wat de ambassadeur beschrijft: overal ogen, alles wat je doet wordt gezien en/of geobserveerd en daarna natuurlijk ‘doorgegeven’ aan de ‘autoriteiten’. Ik ben in die periode nog vanuit Laos naar het bekendste pedo paradijs in Cambodja gegaan (Sihanoukville) om daar een filmpje te maken van het ‘meisjeshuis,’ waarvan Demmink in het bestuur zat. Hoogtepunt van de video is het moment, dat de pater van dienst aldaar naar een kast loopt, een ordner pakt en een grote foto laat zien van Demmink. In your face.

De vrouwen daar zijn prachtig, maar zoals gezegd: levensgevaarlijk. Ik herinner me een verhaal van een Amerikaan – het gaat vrijwel zonder uitzondering om leraren Engels -, die zo’n meisje ging daten en elke week een groot duur cadeau moest brengen aan de ouders: een i-pad, mobiele telefoons, laptops, vooral dat werk. Dat was dan nog de leuke variant. Een andere Amerikaan was totaal in shock weggevlucht uit Zuid Korea. Daar schijnen de vrouwen nog mooier, maar ook nog veel gevaarlijker, te zijn. Hij vertelde een horror verhaal, waarvan de details me nu niet meer bijstaan, behalve dat zijn leven zo veel gevaar liep, dat hij alles moest opgeven en hals over de kop wegvluchten. Talloos zijn ook de verhalen van falangs, die in de disco een lekker wijf aan de haak dachten te hebben geslagen om daarna in een hotelkamer te worden geconfronteerd met een enorm geslachtsdeel. Zelf heb ik dat allemaal niet meegemaakt.

Anno 2018 is er van het ‘oude’ Laos niet veel meer over, althans zeker niet meer in Vientiane en omgeving. In dit soort landen gaan de ontwikkelingen ‘razendsnel’. En de ambassadeur? Precies in de periode, dat ik in Laos zat, kwam om de ambassade in Bangkok een enorme fraude aan het licht met allerlei weerzinwekkende seksuele componenten. De puinhopen waren zo groot, dat er vanuit Den Haag aparte doofpot specialisten moesten worden ingevlogen om de beerput toe te dekken en de snuff-movies ‘op te ruimen’… of haal ik nu feit en fictie door elkaar heen?

Meer informatie:
http://robscholtemuseum.nl/?s=Micha+Kat
http://robscholtemuseum.nl/?s=Jef+Geeraerts

2 Comments

  1. “Verder is het nog vermeldenswaardig, dat ik vanuit Laos de beruchte telefoontjes heb gepleegd – in 2010 waarschijnlijk -, die mij later ‘noodlottig’ zouden worden: de valse bommeldingen bij het kantoor van de landsadvocaat en bij het Ministerie van Justitie. Justitie wist, dat ik toen in Laos zat en dat ik dus nooit de daad bij het woord zou hebben kunnen voegen. Dat ze me twee jaar later hiervoor alsnog arresteerden, waardoor mijn complete leven op de kop werd gezet, is natuurlijk te gek voor woorden”.

    Het woord moet ons wapen blijven Micha en niet bommeldingen of erger. Echt overzien kan ik het niet, maar voor mijn gevoel ben je meerdere keren ten onrechte gearresteerd. Maar deze keer was WEL terecht. Voor hetzelfde geld zou je gebruik hebben gemaakt van een handlanger in Nederland. Bommeldingen zijn zo wie zo onacceptabel en dienen wat mij betreft in alle gevallen strafrechtelijk vervolgd te worden.

  2. In het geval van de landsadvocaat ging het niet om een bommelding -dat heeft het OM en van gemaakt na het vervalsen van de stukken. ‘Er vliegen binnenkort brandbommen door jullie ramen’ is veranderd in ‘Ik gooi binnenkort…’. Aardige bijkomstigheid is nog dat het betreffende kantoor helemaal geen ramen heeft waardoor iets kan worden gegooid want gevestigd hoog en droog in Nieuw Babylon bij het Haagse CS.
    In het geval van het Ministerie ging het duidelijk om een prank, een soort joke waarin ik zei dat ‘onder het bureau van Demmink een bom lag die precies over 1 uur zou exploderen tenzij de SG zou worden ingeleverd bij het dichtstbijzijnde politiebureau’. Aan jou Dick om dit verder jurdisch/strafrechterlijk/journalistiek in te schatten.

Leave a comment

Your email address will not be published.

*