Kees Engelhart – DAGEN VAN VAN PUTTEN | Boek 12 | Een berusten | Lente + Epiloog

Wat vooraf ging:
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-proloog-dagen-van-van-putten-boek-1-dat-dient-zich-aan-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-2-de-kwaal-herfst/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-3-het-grauw-winter/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-4-de-rook-lente/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-5-een-pak-warmte-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-6-draden-herfst/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-7-het-afrekenen-winter/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-8-het-gefilterde-lente/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-9-het-bevrijden-zomer/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-10-een-nevel-herfst/
http://robscholtemuseum.nl/kees-engelhart-dagen-van-van-putten-boek-11-het-verval-winter/

BOEK 12

Een berusten

Lente

IN KOELE EN BITTERE GENIETING

Van Putten lijdt aan een hem langzaam verterende
Gloeiende woede die hij verborgen tracht te houden
Binnen de uit beton opgetrokken wanden van zijn
Stoffelijk lichaam
Desondanks begint de hitte door de wanden heen
Te dringen en mensen
Velen van zeer diverse pluimage
Beginnen zich aan hem te schroeien

Het is avond eind maart tweeduizend en drie
Van Putten zit aan tafel en luistert naar de
Luitsuites van Bach zijn gezicht is verhit
Of het allemaal nog wel goed zal komen
Dat vraagt van Putten zich af
Niet schamper probeert hij erbij te glimlachen

Hoe het komt weet van Putten niet maar elke
Morgen waarop van Putten wakker wordt
Moet hij onwillekeurig voor de duur van precies
Vijftien minuten denken aan zijn dood ergens eens
Aanstaande
Adembenemende hem totaal verlammende minuten
Goed voor niets
Zijn het

Na dat afgemeten kwartier is het voorbij en als vee
Gebrandmerkt
Dat het brandmerken al lang vergeten is
Stapt van Putten in de dag

De ochtenden brengt van Putten door met het
Het huishouden van zijn aanstaande
Rond twaalf uur eet hij zo gezond mogelijk
De middagen na de ochtenden zwerft van Putten fietsend
Rond
Veelal om vrouwen te bezoeken
En alleen te zijn

HET IS HALF ZEVEN IN DE VROEGE AVOND

1

Het is half zeven in de vroege avond
Mevrouw Leenschat van Bodegraven is ingedut
Behagelijk weggezakt in haar gemakkelijke stoel
Bij het raam
De lente is pril en de late zon schijnt nog
Fritzi ligt in elkaar gerold op mevrouw Leenschat
Van Bodegraven haar schoot
Zachtjes snurkt ze met lange adempauzes tussen
De snurkjes in
Stil is het in huis

Om tien over half zeven plotseling
Wordt mevrouw Leenschat van Bodegraven
Met een schokje wakker
Onwillekeurig denkt ze aan van Putten
Onmiddellijk springt Fritzi van haar schoot

Mevrouw Leenschat van Bodegraven rekt zich uit
En staat op
In de keuken wast zij haar bord kopje lepel mes
En vork af
De verpakking van de eenpersoonsmaaltijd werpt
Mevrouw Leenschat van Bodegraven in de afvalbak

De kwaliteit van de vergaderingen op het gemeentehuis
Bevalt mevrouw Leenschat van Bodegraven de laatste
Tijd helemaal niet
Al die felgekleurde stropdassen en die vlotte pakken
Al dat gedraai ten bate van zichzelf alleen

2

Zonder dat mevrouw Leenschat van Bodegraven het
Aan voelt komen zegt zij plotseling
Bah

Licht verbaasd over haar kleine verbale uitspatting
Zet mevrouw Leenschat van Bodegraven zich even
Later aan tafel
Uit de half gevulde fles calvados die zij uit de keuken
Heeft meegenomen schenkt mevrouw Leenschat
Van Bodegraven zich een glaasje in
Vervolgens rolt zij zich een kleine kruidensigaret

Het laatste zonlicht van de dag valt zwakjes
Haar kamer binnen
Fritzi is opnieuw in slaap gevallen
Nu op de hand gebreide trui die mevrouw Leenschat
Van Bodegraven gisteren zomaar heeft
Laten slingeren
Wat zij anders nooit doet

NIETS

De kleine man zit aan tafel
Het is een gure avond begin april
De kleine man heeft de lichten ontstoken
Het is lekker warm in de kamer van de kleine man

De kleine man zal niet meer terugkeren in het bos
Van van Putten heeft de kleine man al voor maanden
Niets vernomen
Als het zo doorgaat zal de kleine man binnen
Afzienbare tijd ongeschikt worden verklaard
Daar zal niet veel aan te veranderen zijn
De kleine man weet het zeker

De kleine man loopt naar de keuken en schenkt zich
Een borrelglaasje whisky in
Voor enige tijd kijkt de kleine man aandachtig naar
Het fotoportret van zijn vader die in de pose van
De schaker zichzelf duidelijk iets vindt
Dat kon de vader van de kleine man heel goed
Iets van zichzelf vinden
De kleine man denkt aan de laatste weken
Van zijn vader

De kleine man mist het bos
De kleine man is in verwarring want hij weet
Niet hoe het verder moet
Van van Putten verwacht hij niet veel meer
Te zullen vernemen
Van Putten heeft het al druk genoeg met zichzelf
Dat begrijpt de kleine man wel
Maar wat helpt dat de kleine man

VAN PUTTEN ONTVANGT EEN BRIEF

1

Het is avond begin april
Van Putten zit aan tafel en een lentestorm
Raast rond zijn huis
Van Putten drinkt een bitterzoet Bockbier
Van welk Bockbier het bittere licht overheerst
De smaak die van Putten het best bevalt

Het is tien uur in de avond en van Putten wil
Bach horen
Van Putten loopt naar de platenspeler en zet
Morton Feldman af
Even later vult Bach de kamer
Selig ist der Mann

Dan pakt van Putten de envelop die links voor
Hem op tafel klaarligt gelezen te worden
Van Putten heeft geen briefopener tot zijn
Beschikking en ritst de envelop open met
De punt van zijn balpen

Van Putten neemt de brief uit de envelop en
Ziet onmiddellijk dat de brief aan hem gericht
Van zijn psycholoog is
Even legt van Putten zijn hand die wat koud
Aanvoelt op de verwarming onderwijl hij
Luistert naar de derde aria
Ich Wűnsche mich den Tod
Van Putten glimlacht en vouwt de brief open
En leest

AANMANING

Uit mijn administratie blijkt dat u de nota
Met bovenstaand factuurnummer nog niet

2

Heeft voldaan ondanks een eerder gestuurde herinnering
Ik verzoek u dringend het openstaande bedrag
Binnen tien dagen na ontvangst van deze
Aanmaning te voldoen

Indien u binnen deze termijn niet heeft betaald
Ben ik helaas genoodzaakt de inning van het
Notabedrag uit handen te geven aan
Gerechtsdeurwaarder kantoor Ter Zee en Hoogherweide BV
Kantoor houdende te de provinciestad aan zee
De hieruit voortvloeiende kosten zijn geheel
Voor uw rekening

Ik wijs u er bovendien op dat er in dat geval
In overeenstemming met de algemene
Betalingsvoorwaarden een bedrag van honderd
Dertien euro vijf en veertig cent als buitengerechtelijke
Kosten in rekening zal worden gebracht

Mocht u inmiddels al hebben betaald dan kunt u
Deze aanmaning als niet verzonden beschouwen

Hoogachtend

Uw psycholoog

Van Putten vouwt de brief dicht en schuift hem
Van zich af
Dat is nu mijn psycholoog
Mompelt van Putten voor zich uit

De lentestorm lijkt in alle hevigheid
Te zijn toegenomen
Makkelijk houdt Bach stand
Dan staat van Putten op
En loopt naar de keuken

VAN PUTTEN NU IS VAN WEEMOED VOL

Het zou mij zeer aan het hart gaan wanneer je
Op deze wijze het bos zult verlaten
De innemende jongensachtig ogende man van midden
Vijftig kucht en neemt een slokje van zijn koffie
Ik ben hier niet uit hoofde van mijn functie
Maar jongstleden maandag nam ik deel aan
Een vergadering en daar viel je naam van Putten
Ik vernam wat er aan de hand was en onmiddellijk
Dacht ik ik moet naar je toe
Ik vraag niet hoe het met je is
Eerst wil ik je mijn verhaal vertellen
Ook ik heb enkele jaren geleden ernstig getwijfeld
Aan de gang die het bos gaat en op een gegeven
Moment vervloekte ik mijn betrokkenheid met
Het bos en alles wat ik in het bos had doorgemaakt
Toen werd ik plotseling wakker en ik dacht
Ik wil mijn huisje boompje beestje behouden
Ik draaide een knop om en alles wat mij tegenstond
Stond mij nog steeds tegen maar tegelijkertijd kon
Ik er opeens tegen de innemende man meent het
Even lijkt te zien dat hij die zelfoverwinning opnieuw
Doorleeft

Buiten schijnt de zon het is begin april maar nog erg koud
Zachtjes op de achtergrond klinkt Selig ist der Mann
Van Putten kent de jongensachtige man van midden vijftig
Al acht en twintig jaar
Van Putten heeft weet van zijn daarmaals liederlijke leven
Van Putten heeft weet van de knappe vrouwen die stuk
Voor stuk dol op hem waren en die ieder voor zich getracht
Hebben hem te veroveren voor zichzelf alleen

DE TUINDEUR

Het is elf uur in de avond half april
De tuindeur staat voor het eerst dit voorjaar
Open
Van Putten wil dat kleine geluk volledig
Ervaren
Maar vanavond zal hem dat niet lukken

Juist op het moment dat hij aan tafel
Wil gaan zitten om de pen ter hand te nemen
Stormt de licht waanzinnige en misschien wel
Diep ongelukkige vrouw zijn huiskamer binnen
Zij wil bier
En praten

Van Putten schikt zich in zijn lot
Zij zet zich neer op de stoel naast de tuindeur
En begint een onsamenhangend en omslachtig relaas

Van Putten geeft haar bier
De licht waanzinnige vrouw is vol beweging en begint
Hevig te roken
De misschien wel diep ongelukkige vrouw lacht
Schor en diep
Heel goed kent van Putten die vrouw

Dan neemt zij nog een bier
Want zij drinkt heel snel
Ze zegt ik doe de tuindeur dicht
Ik krijg het koud
Tegen twaalf uur gaat de licht waanzinnige en
Misschien wel diep ongelukkige vrouw naar huis

EN JEUGDIGE STEMMEN KLINKEN OP VAN HET PAD

Het is een warme lentedag geweest
De zon scheen en de mensen waren blij
Nu schemert het eigenlijk is het al vrijwel donker
De bewegelijke stilte van de lenteavond
Glijdt binnen door de geopende tuindeur
In de verte ronkt een helikopter en
Fietsers ruisen over het pad naast het huis

Mevrouw Leenschat van Bodegraven zit aan tafel
Zij heeft zich een flesje Le Fruit Défendu ingeschonken
Haar rijglaarsjes en sokken heeft zij uitgetrokken
Mevrouw Leenschat van Bodegraven heeft een hekel
Aan warme en zweterige voeten

Nu haar voeten steunen op de lage steunbalk van haar
Tafel strekt zij enige malen haar tenen wat een prettig
En ontspannend gevoel in de spieren van haar kuiten
Te weeg brengt
Haar sokken heeft zij op de verwarming gelegd

Mevrouw Leenschat van Bodegraven rookt een sigaretje
Waarin zij op kunstige wijze een filtertje gewrongen heeft
Nu al doen haar voeten droog en lekker afgekoeld aan
Mevrouw Leenschat van Bodegraven voelt zich rozig

Cesare ligt ineengerold in de rotanfauteuil onder het
Portret van de lezende oude vrouw van Gerard Dou
Dromerig kijkt mevrouw Leenschat van Bodegraven
Naar Cesare
Het bamboegordijn dat in de opening van de tuindeur
Hangt beweegt zachtjes in de avondwind

IK HEB GEZWETEN EN NU WIL IK ROKEN

In de loop der maanden neemt de woede heviger
En heviger bezit van van Putten en veel denkt
Van Putten na over kwade aandriften die
Naar van Putten zijn mening grond vinden
In juist die woede alleen

De mening toegedaan dat hem onnodig leed is berokkend
Mijmert van Putten meer en meer over gerechtelijke
Stappen jegens de directeur van het bos
Schadeloosstelling is een woord dat de afgelopen
Weken in het bijzonder van Putten zijn aandacht neemt

Het is twaalf mei en van Putten zit aan tafel
De tuindeur is gesloten de thermostaat geeft
Precies achttien graden aan
Van Putten denkt aan immense geldbedragen
Hij ziet het wit weggetrokken gezicht van de
Directeur van het bos nadat de rechter het
Vonnis uitgesproken heeft

Van boven hoort van Putten zijn aanstaande die
Druk doende is met intensieve gymnastiekoefeningen
Dit om haar figuur dat al prachtig van zichzelf is
Nog meer te verbeteren van Putten glimlacht
Nog lang niet is van Putten ten einde raad
Hun levensvreugde daar gaat het van Putten om

Dan hoort van Putten het kraken van de trap
Zijn aanstaande zet zich tegenover hem
En de woorden die zij quasi bars uitspreekt
Balsemen zijn woede van zo even onmiddellijk

VOLKOMEN

Brumming zit moedeloos op zijn balkon
Het regent en het waait hard
Brumming slaat zijn zwarte colbert wat vaster
Om zich heen niet van plan als hij is naar
Binnen te gaan
Voor zichzelf constateert Brumming dat hij leidt
Aan muizenissen

Het is half twaalf en negentien mei
Rust wil Brumming en kalme overwegingen
Wat is het toch dat Brumming kwelt
Brumming onderneemt geen avonturen meer
Dat moet het zijn spreekt Brumming plotseling
Voor zich uit en ook veel is teloorgegaan
Ik ben slap geworden en durf niets meer
Ik beef voor vele mensen en daarom ben ik
Altijd thuis
Ze hebben mij gekraakt en ik liet mij kraken

Brumming zwijgt en luistert naar de lentestorm
Die giert over zijn balkon
Onwillekeurig huivert Brumming en hij staat op
Even later sluit Brumming de balkondeur en sloft
Naar de keuken
Uit het meest rechtse kastje boven pakt Brumming
De medicijndoos
Daar blijft Brumming voor enige minuten mee in
De handen staan
Dan zet Brumming de medicijndoos terug
Onmiddellijk daaropvolgend schenkt Brumming zich
Een mezcal in

Dan gaat Brumming zitten in zijn gemakkelijke fauteuil
Van bruin ribfluweel
Van het bijzettafeltje neemt Brumming het Guinnes Book
Of Records
En hij ontspant zich

EIND MEI

Het is eind mei en van Putten zit boven aan tafel
Van Putten heeft er werkelijk genoeg van en hij wil niet meer
Van Putten wil geen plannen nog maken
Van Putten heeft er schoon genoeg van
Zijn psycholoog heeft van Putten geen nieuwe inzichten verschaft
Van Putten is teleurgesteld in zijn psycholoog
Van Putten had wel wat meer van zijn psycholoog verwacht
Maar verder dan obligate clichés die van Putten al zovele malen
Van zovele personen aangehoord heeft is zijn psycholoog niet Gekomen

Van zijn werkgever verneemt van Putten weinig tot niets de laatste Tijd
Van Putten wil rust
Van Putten bezoekt zijn voornamelijk vrouwelijke kennissen niet
Meer

Op zijn lange fietstochten strijkt van Putten regelmatig neer
In de bibliotheek van de provinciestad aan zee
Daar drinkt hij koffie soms met zijn aanstaande
Daar beschouwt van Putten met aandacht de vaste cliëntéle
Na de koffie als zijn aanstaande weer aan het werk gaat
Loopt van Putten de trap op naar boven om in een rustig
Hoekje van de bibliotheek brieven te schrijven
Werk uit te zoeken en te ordenen
Daar denkt van Putten na en kijkt rond

De bibliotheek is een opmerkenswaardig fenomeen
Zeer wel is van Putten zich daarvan bewust
Heel zijn verdere leven zou van Putten in bibliotheken
Door willen brengen vooral na lange fietstochten
En altijd koffiedrinken met zijn aanstaande

Van Putten zet zijn glas zware Duitse bier neer
Nu een Bachcantate zegt van Putten
Der Friede sei mit Dir
Daar valt zijn keuze op
Het kralengordijn hangt stil in de deuropening
De wind is gaan liggen
Morgen is het donderdag

EN OPNIEUW RONKT EEN HELIKOPTER OVER

Het is eind mei half elf in de avond
Het rechter tuimelraam staat half open
De dag is een fijne drukke dag geweest
Met veel zon en de temperatuur aangenaam
Hoewel voor sommigen nog fris
Links achter het huis ronkt een helikopter over

Van Putten voelt zich anders nu
Heel anders en sereen
De woede lijkt het heeft hem uiteindelijk verlaten
Nogmaals ronkt een helikopter over
Links van van Putten brandt een druipkaars
Waar van Putten niet zo gelukkig mee is
Af en toe namelijk wordt zijn tafel door kaarsvet
Bespat en dat moet van Putten er dan morgen
Of overmorgen weer met een bot mesje vanaf
Schrapen
Toch voelt van Putten zich beter
Veel beter
Langzaam maar gestaag maakt van Putten zich los
Van alles wat hem beknelt
Dit wordt een geweldige zomer zegt van Putten zachtjes
Tot zichzelf en geen zorgen meer zal ik mij maken
Ik zal zinvolle dingen doen
Niet langer nog zal de woede mij verteren
Goede dingen en juiste dingen zal ik doen
En meer van dat
Van Putten glimlacht

Dan loopt van Putten naar de platenspeler
En niet veel later vult de kamer zich met

INDERDAAD IS ALLES PRECIES GEGAAN ZOALS VAN PUTTEN ZICH HAD VOORGESTELD EN SCHENKT ZICH EEN BRANDY IN

Wie Schön Leuchtet der Morgenstern

Het is een zeer warme avond begin juni
De tuindeur staat open de deur naar de hal staat open
De voordeur staat open en alles staat open
De wind is stilgevallen een brommer knort
Over het pad en vele vogels zingen

Van Putten drinkt zijn zware Duitse bier
Naast alle hem omringende geluiden luistert van Putten
Vooral naar Morton Feldman en onderwijl mijmert
Van Putten

Deze morgen in alle vroegte gaat van Putten met de bus
Naar de grote provinciestad om aldaar een arts te bezoeken
Die van Putten spreken wil
In de bus leest van Putten niet de ochtendkrant
Veelal staart hij in het zon verlichte water van het kanaal
Dat naar de grote provinciestad voert

Opnieuw een zinloze tocht glimlacht van Putten
Niets zal het mij opleveren
Ik ga erheen omdat ik altijd mijn afspraken nakom
Dat is alles denkt van Putten
Meer niet
God heeft het zo gewild dus waar zou ik mij voor schamen
Of druk over maken
Even denkt van Putten aan zijn aanstaande
Dan leunt van Putten gemakkelijk achterover
En sluit zijn ogen
Nu is het avond
Morton Feldman speelt steeds langzamer
Het is donker geworden
De honden worden uitgelaten op het pad
De eigenaren roepen naar de honden
Ondertussen praten ze met elkaar

IETWAT PLECHTIG

Cesare en Fritzi liggen volkomen ontspannen tegen
Elkaar aangerold
Het bamboegordijn dat in de deuropening naar de
Tuin hangt beweegt zachtjes in de late avondwind

Mevrouw Leenschat van Bodegraven zit aan tafel
En brengt een fijn sigaartje naar haar lippen
Haar bril ligt rechts van haar en met toegeknepen
Oogleden tuurt mevrouw Leenschat van Bodegraven
Naar Cesare en Fritzi
Een kleine tevreden lach krult haar mondhoeken
Dan schenkt mevrouw Leenschat van Bodegraven
Zich een goede whisky in

Het is alles zinloos geweest mijmert ze
Wie wel had van Putten kunnen behoeden
Wiens goede raad zou van Putten niet in
De wind hebben geslagen
Wie zou werkelijk toenadering tot van Putten
Hebben kunnen bewerkstelligen
Niemand
Niemand

Mevrouw Leenschat van Bodegraven glimlacht
Niet bitter
Kunstig kringelt ze een fijne cirkel rook met
Een klein pufje naar omhoog
Buiten is het vrijwel donker geworden
De merels hebben hun zang deze dag beëindigd

Het is het goed recht van de mensen zich af te sluiten
Als zij dat verkiezen wanneer de onoprechtheid die zij
Keer op keer ontmoeten hen te machtig geworden is

Niet lang nadat mevrouw Leenschat van Bodegraven
Deze woorden even onverwacht als helder uitgesproken heeft
Staat zij bedachtzaam op

EPILOOG

DAT MOET HIJ VOLHOUDEN TOT ZIJN VIJF EN NEGENTIGSTE

Mocht al dit werk uiteindelijk een psychografie
Blijken te zijn
Brumming zou God danken
Dat het toch iets geworden is
Dat het een naam gekregen heeft

Zelf zou hij
Mocht hij de tijd bezitten alles te lezen
Al uiterst tevreden zijn
Mocht hij zich zonder schroom
Van bladzij naar bladzij kunnen begeven
Al was het alleen maar om te weten
Te komen hoe het afloopt

Dat het mogelijk een landkaart is
Zou hem nauwelijks interesseren
De bladzijden slechts met stijgende verbazing
Afgrijzen
Vreugde
Alle aanvechtingen die de mens bezit
Aan zich voorbij laten gaan

Na de laatste bladzijde
Zo veronderstelt Brumming op dit moment
Zal hij even de ogen sluiten
Zijn koffie nippen
Om diezelfde avond nog
Aan tafel plaats te nemen
Voor een volgende bladzijde
En dat zal doorgaan
Tot dat Brumming dood is

Dat is hem namelijk opgedragen
Dat is de opdracht
Die hij vervullen moet

2 Comments

  1. Geachte medelzers

    Waarlijk ik ben zelf ontroerd

    Uw toegenegen

    Theodoor Brumming

  2. PS

    Medelezers

2 Trackbacks & Pingbacks

  1. Kees Engelhart – Proloog + DAGEN VAN VAN PUTTEN | Boek 13 | Kijkend over de velden | Zomer | Rob Scholte Museum
  2. Kees Engelhart – DAGEN VAN VAN PUTTEN | Boek 16 | Over het achteloze | Lente | Rob Scholte Museum

Leave a comment

Your email address will not be published.

*