ISVW.NL Internationale School Voor Wijsbegeerte – NRC academie: filosofie en moderne kunst

april 28 @ 10:30 – mei 2 @ 17:00

Inleiding

Beeldende kunst geeft ons niet alleen iets te zien, maar laat zich tevens begrijpen als een intuïtief en visueel antwoord op een aantal filosofische vragen. Als we bijvoorbeeld kijken naar een werk van Cézanne of Mondriaan, dan zien we niet alleen een landschap of een vlak met horizontale en verticale lijnen. Het zijn schilderijen waarin de kunstenaar een antwoord probeert te vinden op fundamentele vragen rondom de kunst en het leven.

Tableau 1. Piet Mondriaan
Om inzicht te krijgen in dergelijke vragen maakt u in deze cursus kennis met de verschillende opvattingen van vooraanstaande filosofen over moderne kunst. Onder begeleiding van drs. Arthur d’ Ansembourg krijgt u inzicht in de manier waarop de ideeën van Nietzsche, Merleau-Ponty, Derrida en andere filosofen een rol spelen in de kunstwerken die ons boeien. Naar welke kunstenaars verwijzen zij indien zij filosoferen over kunst, welke kunstenaars hebben zich door hen laten inspireren en hoe spelen hun opvattingen een rol in de kunstwerken die ons boeien? U krijgt daarmee een aantal handvatten aangereikt om zelfstandig en met elkaar te filosoferen over kunst.

Deze zoektocht naar de verbanden tussen filosofie en moderne kunst zal zich toespitsen op het werk van enkele bekende Nederlandse kunstenaars zoals Ronald Ophuis, Gwenneth Boelens en Rob Scholte. Zij zullen aanwezig zijn als gastspreker om met u te filosoferen over hun werk. Tevens zal schrijver en essayist Joost Zwagerman zijn licht laten schijnen over enkele kernthema’s op het raakvlak van filosofie en moderne kunst.
Kunst, moraal en de verbeelding van het kwaad

Dag 1 – Dinsdag 28 april 2015

Tijdens deze bijeenkomst onderzoeken we in hoeverre schoonheid altijd verbonden is geweest met een opvatting over wat moreel goed is. Om die samenhang inzichtelijk te maken wordt ingegaan op de relatie tussen kunst en moraal bij Plato en Giotto, Nietzsche en Ophuis. Terwijl volgens Plato de kunst in dienst staat van de morele opvoeding, roept Nietzsche de kunstenaar op om de morele conventies af te breken. Wat betekent dit voor de verbeelding van het kwaad en hoe speelt deze controverse een rol in het werk van Ronald Ophuis? Tevens zullen we aandacht schenken aan de stelling van Adorno dat we na Auschwitz geen poëzie meer kunnen schrijven. Wat betekent dit voor het werk van de Duitse dichter Paul Celan en de schilderijen van Anselm Kiefer?

Gastspreker: Ronald Ophuis
Een ontologie van het kunstwerk en een filosofie van de waarneming

Dag 2 – Woensdag 29 april 2015

Tall Tree and the Eye. Kapoor,_Bilbao
In zijn essay Over de oorsprong van het kunstwerk (1935) onderzoekt Heidegger het eigen karakter van kunstwerken. Waarin verschilt een kunstwerk van iets wat geen kunstwerk is? In de uitwerking van die vraag komt o.a. naar voren dat kunstwerken hun materiële kwaliteiten exposeren en op grond daarvan verschillen van gebruiksvoorwerpen. Vraag is daarbij wat dit betekent voor zijn opvatting van kunstenaarschap. Waarin onderscheidt een kunstenaar zich van een technicus of een ingenieur en wat bedoelen we met woorden als creativiteit en scheppen? In de uitwerking van deze vragen zullen we tevens nagaan hoe deze kwesties een rol spelen in het werk van hedendaagse kunstenaars zoals Richard Serra en Anish Kapoor.

Vanwege het fysieke karakter van kunstwerken willen we tevens aandacht schenken aan de rol van het lichaam in het maken en ervaren van kunst. Vandaar dat we te rade gaan bij Merleau-Ponty’s Fenomenologie van de waarneming (1945) en zijn opvattingen over het werk van Cézanne. Volgens hem is het werk van Cézanne een visueel antwoord op de vraag wat waarnemen is. Hij onderzoekt de verschillende manieren van waarnemen en gaat na waarom we de dingen zien zoals we ze zien. In de uitwerking van dit onderzoek staat Merleau-Ponty stil bij de vraag naar de logica van de fotografische blik en haar relatie met de alledaagse waarneming. In het avond programma komt de Nederlandse kunstenares Gwenneth Boelens ons vertellen over haar tactiele werkwijze en de materiele kwaliteiten van haar werk.

Gastspreker: Gwenneth Boelens
Deconstructie van de waarheid in de schilderkunst

Dag 3 – Donderdag 30 april 2015

In een interview met Rob Scholte kunnen we lezen dat zijn werk begrepen kan worden als een deconstructie van de waarheid. De deconstructie is een filosofische methode die door de Franse filosoof Derrida wordt gehanteerd om klassieke hiërarchische opposities (waar en onwaar, wezenlijk en bijkomstig, man en vrouw) open te breken. Vraag is hoe hij deze methode hanteert in zijn boek over De waarheid in de schilderkunst (1978). Wat daarbij opvalt is dat de deconstructie een methode is die allerlei klassieke opvattingen over de kunstenaar als genie, de positie van het museum in de samenleving, of de grens tussen kunst en commercie problematiseert en laat schuiven. Vraag is daarbij hoe deze kwesties een rol spelen in het werk van Rob Scholte en wat dit betekent voor het klassieke onderscheid tussen kunst en kitsch.

Gastspreker: Rob Scholte
Het tijdperk van het einde van de kunst (en daarna…)

Dag 4 – Vrijdag 1 mei 2015

De Amerikaanse filosoof en kunstcriticus Arthur Danto meent dat het succes van de moderne kunstenaar voor een belangrijk deel wordt bepaald door de mate waarin hij in staat is om een filosofische visie op zijn werk te formuleren. Het is een ontwikkeling die volgens hem zijn oorsprong heeft in de filosofie van Hegel. Deze meende dat de geschiedenis van de kunst tot een voltooiing was gekomen en dat wij al geruime tijd leven in het tijdperk van het einde van de kunst.

Vraag is wat hij daarmee bedoelt en hoe dit een rol speelt in de opvattingen van Greenberg en Mondriaan. In welke zin menen zij dat de abstracte schilderkunst begrepen kan worden als een voltooiing van de geschiedenis van de schilderkunst. Arthur Danto meent dat die visie op het einde van de kunst wordt weerlegd door het werk van Andy Warhol en schenkt daarbij aandacht aan de politieke betekenis ervan.

Gastspreker: Joost Zwagerman
Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid

Dag 5 – Zaterdag 2 mei 2015

De Duitse filosoof Walter Benjamin wordt vaker in verband gebracht met het idee dat schilderkunst misschien wel een achterhaalde vorm van kunst is. Kenmerkend voor de moderne tijd is immers dat het een tijd is van massabewegingen en massaproductie en massaconsumptie. Dat maakt dat we volgens Benjamin een vorm van kunst nodig hebben die zich laat reproduceren en verspreid kan worden onder grote groepen mensen. Vandaar dat hij meent dat fotografie en filmkunst een centrale rol zullen gaan spelen in de ontwikkeling van moderne kunst. Vraag is daarbij wat dit volgens hem betekent voor de klassieke opvattingen ten aanzien van schoonheid, uniciteit en originaliteit in het domein van de kunst. Omdat de analyse van Walter Benjamin vooral de situatie in de eerste helft van de 20ste eeuw betreft, zullen we tevens nagaan op welke wijze Baudrillard in de jaren ’80 en ’90 – deels in het spoor van Benjamin – aandacht schenkt aan de rol van de kunst in de consumentenmaatschappij.
Praktische informatie
Dinsdag 28 april mei t/m zaterdag 2 mei 2015
Aanvang ma. 10.30 uur – einde vrij. 17.00 uur

Arrangement 1: € 1074,-
(incl. 4 x diner met wijn, 5 x lunchbuffet en koffie/thee).

Locatie:
Landgoed ISVW
Dodeweg 8, Leusden, 3832 RD Nederland
Telefoon:
033 – 465 07 00
E-mail:
reserveringen@isvw.nl
Website:
http://www.isvw.nl

1 Comment

  1. heleen van der leest 29 maart 2015 at 10:15

    toegankelijk voor een elitair gezelschap

Leave a comment

Your email address will not be published.


*