Henriette Bucciarelli – Ook mevrouw Bulte dwaalt door het leven (43): Sinterklaas

Als mevrouw Bulte de hoek omslaat, komt de geur van zoet gebak haar tegemoet. Als uit het niets mengen zich in de winter de speculaas geuren met de koude lucht. Want zo zijn Nederlanders. Als iets ze niet bevalt, lukt het ze op magische wijze, de angel uit de natuur te halen en er zo een verrukkelijke draai aan te geven, dat je er nog naar verlangen gaat.
Het is sowieso een bijzonder fenomeen, die hele sinterklaastijd. Het is een soort inwijdingsritueel, waarin het kind, zodra hij een zekere rijpheid bereikt, inzicht krijgt in een groot collectief geheim, dat zijn jongere broertje nog voor zoete koek aanneemt. Vreemd, het besef in een leugen gelooft te hebben maakt het kind niet boos of zelfs maar verbaasd. Integendeel. Het doet voortaan vrolijk mee. Eigenlijk is zo’n feest een uiterst geschikte manier de mens van jongs af aan, aan allerlei curieuze zaken in de maatschappij te laten wennen. Die baard was immers ook niet echt. Bovendien doet iedereen er aan mee en wie zoet is krijgt lekkers.
Het is toch ook heerlijk, al die vrolijke reclame, die als een flakkerend vuurtje in de duisternis warmte geeft. En al die prachtige verpakkingen in de etalage. Lege dozen, natuurlijk, maar toch.
Mevrouw Bulte is dankbaar, dat ze weinig wensen heeft. Af en toe een pepernoot. Als vrouw alleen moet je je schoen niet meer willen zetten. Het is tenslotte een kinderfeest. Dat zou wat moois wezen. Jezelf een chocoladepiet geven en dan zingen uit dankbaarheid. Nee, op een gegeven moment houdt het op. Gelukkig maar. Mevrouw Bulte hoeft geen lootjes te trekken, geen gedichten te schrijven of geschenken te zoeken. Josefien woont ver weg en viert het niet meer. Jans is er te nuchter voor. En zij zelf houdt zich wijselijk verre van de bejaardensoos, die op zulke dagen nog wel eens wil uitpakken.
Wat een bevrijding eigenlijk, bedenkt mevrouw Bulte. Weg van de terreur van de commercie. Want reken maar, dat de mens eindeloos doorgaat met zijn verlangens. Heb je al een pen? Dan wil je een horloge. Heb je een horloge, dan een tv. Hoe rijker de natie, hoe groter de cadeaus. een eindpunt van verzadiging komt nooit. Dat zou tegen de economische wetten in de menselijke natuur ingaan, bepeinst mevrouw Bulte. Het is als met de pauw, die zijn staart steeds groter en mooier door ontwikkeld heeft. Hij kan zich nog nauwelijks bewegen en is een makkelijke prooi voor zijn vijanden. Evolutionair dom natuurlijk. Maar hij doet het!
Mevrouw Bulte is zo in gedachten, dat ze niet merkt, dat het zachtjes is gaan regenen.
Een grote man loopt haar snel voorbij. Hij heeft een eerlijk, goedmoedig hoofd, dat uiterst geschikt voor een lieve Sint zou zijn, maar hij heeft zijn habijt niet aan. Mevrouw Bulte waagt het, in een jolige bui, naar hem te knikken.
De man knikt verrast terug.
Het begint nu echt hard te gaan regenen en beiden schuilen ze bij de draaideuren van de supermarkt.
‘Wel een prettige tijd, hè meneer, zo tegen Sint Nicolaas,’ zegt mevrouw Bulte.
‘Och,’ zegt de man. ‘Ik ben zo bezig. Ik heb er nauwelijks acht op geslagen.’
Hij heeft grote struiken groente bij zich.
‘U eet gezond.’
‘Ja, boerenkool. Dat is supervoeding! Mineralen, vitaminen, zink, ijzer. Er zit van alles in!’
Mevrouw Bulte wankelt een beetje. Ja, er zijn natuurlijk ook nog mensen, die stamppot eten.
‘Nou, daar word je wel krachtig van,’ beaamt ze.
‘Ik heb zelfs allerlei zaden in huis,’ gaat de man door. Ook boerenkool. Dat is altijd handig om in huis te hebben. Zelfs bij de grootste rampen kan een mens zich toch redden.’
Ja, denkt mevrouw Bulte, deze meneer is met de essentie bezig. Maar wat zal zijn maagje lang knorren voor die boerenkool opschiet. Duurt dat geen maanden?
‘Laten we hopen, dat er geen rampen gebeuren,’ mompelt ze daarom.
‘Die gebeuren allang, mevrouw.’
‘Ja, ik weet van de ijsschotsen en het milieu, ‘ zegt ze verdedigend.
‘Er is nog veel meer aan de hand. En als ik u een goede raad mag geven. Haal kaarsen in huis,’ buigt de man zich naar haar toe.
‘Kaarsen’, herhaalt mevrouw Bulte zachtjes in zichzelf, zonder zich een beeld te kunnen vormen. Voor als het licht uitvalt, snapt ze opeens.
Kijk, een geweldige zaklamp is natuurlijk ook wel handig. De man zoekt zijn binnenzak. Als ik een exemplaar bij me had, mocht u hem van me hebben.
‘O nee, meneer, dat zou ik nooit aannemen!` roept mevrouw Bulte onmiddellijk.
De man is werkelijk een goedheilig man.
U lijkt sinterklaas wel, grinnikt ze zachtjes.
‘O God, bewaar me. Tegenwoordig is dat allang geen erebaantje meer.’
‘Ja, dat heb ik gehoord. Alle zwarte Pieten blijken rechtstreekse afstammelingen van de slaven te zijn. Nu, ja,’ gaat mevrouw Bulte door.
‘Als ik zou horen, dat in Zuid Afrika, na alles wat er gebeurd is, nog steeds een kinderfeest gevierd wordt, met een witte kardinaal en zwart geschminkte knechten, zou ik dat ook bizar vinden. Maar, omdat we allemaal ons vrolijk maakten om de nep er van, zagen we het als onschuldig vermaak. Wij zagen er slechts cliniclowns in.’
De man begint zijn spullen bij elkaar te graaien. Het regent nog wel, maar hij heeft haast.
‘En zo is alles altijd in beweging, mevrouw. Niets blijft wat het is.’
‘Zolang de magie maar altijd blijft, meneer, en in alle onschuld!’ roept ze hem nog na.

http://robscholtemuseum.nl/?s=Henriette+Bucciarelli

1 Comments

  1. Vreemd om een – op zich goed verhaal – te combineren met een compositietekening uit ‘Opsporing verzocht’.

Leave a comment

Your email address will not be published.

*