Geert Lovink – Interview met Erik Hobijn (1): Machinegevaar (Delusions, Dante, Technoparasieten)

De Waarheid van het Vuur

Mensen raken gefascineerd en gehypnotiseerd door vuur, zeker wanneer ze erin gaan staren. Ik ben daar heel fel in en probeer zulke vragen te ontwijken. Ik kan Goudsblom wel volgen wanneer hij beweert dat de beheersing van het vuur de eerste overwinning vormt op het dierenrijk en de natuur. Hij beschijft de vlucht die de sociale struktuur heeft genomen, de architektuur die met de plek rond het vuur is ontstaan en het verschil dat ontstaat tussen leiders en priesters. Ik kan me dan wel voorstellen dat als je in het vuur kijkt je de lijn, de navelstreng terug naar het ontstaan van de mensheid op een rare manier voelt. Het Danteorgel heeft alles te maken met strijd en nazisme van doen. Het is herotiek, een kombinatie van erotiek en het heldhaftige. Die link is voor mij duidelijk. Maar wat ik niet wil is dat het in verband gebracht wordt met het mystieke. Ik heb niets te maken met het offer en ben niet met het Heilige bezig (b.v. ten opzichte van de kunst). Bataille is net zulke kitsch als de vraag die mij zo vaak gesteld wordt ‘wat mij bij vuur beweegt’, net zo goedkoop als S/M en piercing. De delusion machine wordt nog steeds vergeleken met bunch jumping. Dan pak ik liever mijn gitaar en speel voor Bob Dylan bij het kampvuur.

Mijn omgang met vuur blijft voor mijzelf een raadsel en ik heb die vraag laten rusten. Het is net als met een goede compagnon: als je goed wilt samenwerken moet je hem nooit goed leren kennen. Voor mij is het materiaal dat ik te vriend hou en waar ik niet mee dweep, want het is al romantisch genoeg. Ik heb me wel een tijd bezig gehouden met de piromanie. Daar zit het geniepige controleren in, de outcast, het criminele gedeelte. De gekte van de piromaan is ook heel normaal. De piromaan gebruikt het vuur om liefde, warmte op te wekken, een soort geruststelling. In het stukmaken vindt een ontlading plaats. Dat vind ik wezenlijk, zeker wanneer je aan sommige beelden van de oorlog denkt. Door het geweld en de vernietiging wordt ruimte gecreëerd. De piromaan maakt van een objekt een offerande, projekteert daar zijn eigen problematiek op en steekt dat vervolgens in de fik om een tijdelijke oplossing van het konflikt te creëren. Hij wil de emotionele warmte omgezet zien in fysiek vuur. De vernietiging is geen doel in zichzelf, maar voor de piromaan heel funktioneel.

Elementaire krachten

Het zijn bergen met clichés waar je je doorheen moet worstelen, zoals het Freudiaanse beeld van de jongen die het vuur uitpist. Soms kost dat wel eens m’n kop, zeker wanneer iemand naar me toekomt en zegt: ‘Ik vind het wel erg spectaculair, hoor.’ Wat moet je dan nog zeggen? Ik heb geen antwoord op de associatie tussen de zelfmoordmachine en bungy jumping. In sommige gevallen kun je inderdaad betalen voor het gaan tot de uiterste grens. Je betaalt dan voor de kans dat er aan het eind weer gezond uitkomt. Maar het gaan tot het uiterste, het onderzoeken van je eigen mogelijkheden is inherent aan het menszijn. Het is niet te reduceren tot een marktsegment. Ik moet altijd denken aan een computer waar je tegen betaling aan kunt werken. Je gaan zitten en spelen. Als je niet wint, blaast hij zich en jou, je familie en alles in je omgeving op, zodat het opeens real time wordt. Is daar een markt voor of is dat pure fantasie? Het heeft zeker rituele kanten die te maken hebben met inwijding. Als je jong bent is er een waanzinnige bron van energie in je lichaam aanwezig. Een soort kernreactor, waarvan je voelt dat die kracht zeer elementair is, maar je weet nog niet wat de reden is van zijn aanwezigheid. In die kracht zit ook heel veel agressie, tenminste, die had ik in me. Die bron in jezelf was ten tijde van punk en later in de jaren tachtig de drive van veel onderzoekingen en extremiteiten.

Ik heb altijd interesse gehad in apparaten en gebeurtenissen, de machine die je hebt, namelijk het lichaam, wordt getest zodat je een begrip van je aanwezigheid krijgt. Die vraag heeft te maken met de volwassenwording. Op het moment dat je volwassen wordt, speelt die vraag niet meer. Dat is voor mij het moment dat je je realiseert dat je sterfelijk wordt, dat dingen vergankelijk zijn. Bij andere volken is die overgang sterk geaccentueerd en gecultiveerd. Een belangrijk element in zo’n ritueel was het gevaar, het aantasten van het bestaan. Alleen zo krijg je er een begrip van. Je kan dat niet uit een boek halen of studeren. Na zo’n ervaring is er een uitwisseling tussen een volwassene en zo’n jongen. Dan wordt er verteld wat voor plichten je hebt en hoor je er helemaal bij. No way back. In het Westen bestaat die overgang niet en dat is mijn strijd in de jaren tachtig geweest. En Ivar’s, maar hij heeft het niet overleefd en vele anderen met hem ook niet.

Ik vond het een industriele vraag of je op dit gebied nog rituelen zou kunnen maken. We zijn een technische cultuur. Ik vroeg me af of je met de taal van de techniek alsnog een ritueel kunt creâren. Een volgende fase zou dan kunnen zijn dat er een Japanner komt die de delusion-machine in een verbeterde vorm seriematig produktie neemt. Zoiets moet z’n eigen leven gaan leiden. De tocht die ik nu afleg met de machine vind ik vreselijk zwaar. Het begeleiden van mensen op de machine is mooi. Maar het tentoonstellen valt onder de kategorie van het promoten van een industrieel produktie. Moulinex verkopen. To prove that it exists. Ik heb ook al tekeningen voor verbeterde modellen. Maar ik ben geen bedrijf. Ik zou bijvoorbeeld willen dat de persoon zelf de pijngrens kan bepalen. Het werk wat ik aan het doen ben noem ik ook wel eens ‘auto-automotulisme’. Ik ben naarstig op zoek naar een bestaansgevoel. Om je aanwezigheid te bevestigen pijnig je jezelf. De pijn is een eenzaam gesprek met je lichaam. Maar als je het zelf kan instellen heb je niet dat ritueel. Ik vind het sociale gebeuren rondom de machine prachtig. Het is in de kunst niet gebruikelijk dat je gezamenlijk iets meemaakt. Daar komt nog bij dat er reëel iets wezenlijks meegemaakt moet worden. Niet iets abstracts dat je alleeno ndergaat, maar per defintie een sociaal gebeuren. Net als als bij de domestificatie van het vuur, toen er sociale structuren ontstonden, omdat er iemand werd aangesteld die het vuur ging bewaken.

Afbraak van het nut

De installatie ‘Aus-Witz-Toerist'(alleen in concept-vorm) gaat over iets wat heel extreem is, maar wat je niet kunt aanraken. Het liefst zou de hitte niet moeten kunnen voelen. De verstilling. Het is waanzinnig negatief. Je wordt er niks wijzer van. Het zelfs zo negatief, dat ik twijfel om hem uit te voeren. De machine is nog erg primitief in z’n afstelling: je kunt in een wolk staan, je kunt half en helemaal verbranden. Ook in de computerwereld zou geopereerd moeten worden op terreinen die niets te maken hebben met funktionaliteit. Daarom ben ik zo’n fan van SRL, die de machines een eigen bestaansrecht geven, buiten de doelstellingen van het Pentagon om. Mark Pauline draait het nut om, niet puur voor de show. Hij speelt met de machines om het nut af te breken. Daarom ben ik ook een groot voorstander van het organiseren van een concert voor Stingerraketten. Om willekeur duidelijk te maken. Het kan, dus why not? De kunst is daartoe nooit in staat, maar de techniek kan altijd zeggen: het kan. Als je de vraag stelt is het antwoord al bijna uitgevoerd.

Het fysieke kontakt met het bestaan wordt steeds meer abstrakt. De techniek heeft een wollige sfeer van comfort om ons heen aangebracht. Het wisselen van de jaargetijden kan je wel eens ontgaan. Het is geruststellend om regen en een harde wind te voelen. Het betekent dat jij niet oppermachtig bent. Er is iets dat de wisselingen van de getijden stuurt. Maar door de techniek lijkt het dat jij wel aan de macht bent. Je kan dingen sturen. Er wordt zo een terrein vergeten waarin de mens een conflict kan uitvechten met z’n omgeving. Zodat je weet waar je staat. Een deur moet voor mij opengaan, maar halverwege weer dichtklappen, zodat iedereen zich realiseert dat hij de deur heeft overleefd. Daarom begrijp ik ook mensen die voor een trein springen. Ikzelf zou voor een hele pijnlijke dood willen kiezen omdat je dan het hardst vecht. Op dat moment moet je superieur leven, heel kort.

Er zijn deelgebieden waar de techniek nog niet is doorgedrongen, maar dat is nu aan het gebeuren. En dat zal z’n tol hebben, denk maar aan de situatie in L.A., dat heeft niets meer met vrede of oorlog te maken en ook de toeristen kunnen zich daar terecht niet meer aan onttrekken. Er zijn een aantal video’s gemaakt, die allemaal een ander aspekt van de Machine belichten. Er bestaat er zelfs een over de voorbereiding, toen er nog niet meer was dan een verzameling buizen. De tape van Menno Grootveld, uitgebracht door Staalplaat, heeft de vertraging tot onderwerp en wordt daardoor heel gewelddadig… in de traditie van Derek Jarman, omdat hij ook lichaam en geweld thematiseert. We wilden het moment vasthouden als je erop staat. Als je het zelf ondergaat is die tijd helemaal niet zo kort. Je kan de tijd uitrekken en het zo beter ondergaan: dat diepe en dat zware, je wordt ergens aangeraakt, maar je weet alleen niet waar. De video van Dick Verdult daarentegen is helemaal niet gewelddadig. Hij kan beter dan wie dan ook observeren. Hij heeft het ritueel laten zien, het insmeren en mijn afstandelijke houding. Je mag niet klef zijn. Het mag niet pathetisch worden, want dan is het niet echt. Je moet niet iemand opfokken naar een moment dat uitblijft. Je moet het zo brengen dat het zijn moment wordt. Koncentreer je, het is heel kort, take it all. Dick heeft gefilmd bij het optreden in Graz. De Oostenrijkers waren woedend. Zij hadden het gepromoot gekregen via zo’n foto van een brandend iemand. Dat moment is uitgestreken over maanden. Ze hadden er belachelijk veel voor neergeteld en zaten op een heuse stage, die onder groot protest van mij, speciaal hiervoor was opgebouwd. Ik heb het publiek uitgelegd dat ze besodemieterd waren als ze dachten dat ze naar show kwamen kijken. Omdat bij Dick niets vertraagd is kun je zien dat het moment van verbranding voor het publiek een anti-klimax is.

Mogelijke machines

Er zijn veel nog nooit gebouwde machines. Dat zijn bedenksels die misschien wel nooit uitgevoerd worden. Maar dat komt niet omdat de constructies onrealistisch zouden wezen. Het is er gewoon nog niet van gekomen. En subsidie komt eerder voor grote, ambitieuze installaties. Neem de ‘kunstmatige tornado’, een karretje met een blower die hevige luchtwervelingen veroorzaakt. Het idee hierbij is ‘het natuurgeweld te creëren en het onkontroleerbare op gang te brengen.’ Of de opstelling van explosieven die de vorm van een atoombom simuleert en onder het motto ‘modern toerisme’ tegemoet komt aan de behoefte van ‘1 atoombom per dag’. Er moet een piromanenkongres komen. geheel gewijd aan de vraag: ‘Hoe te verbranden, hoe te vernietigen?’ ‘In de tuin van het kongrescentrum zullen vuur-demonstratie plaatsvinden, er is een bibliotheek met alle kennis op dit gebied aanwezig en in de keuken leert men bommenmaken.’ Van een andere orde is de ‘crematiemachine’, een mobiele containter van 2 x 2 mtr., die je altijd bij je in de buurt hebt. Volgens de leer van het auto-automotulisme, zou je zo veel mogelijk onder eigen regie, buiten alle autoriteiten om, verast moeten worden. De machine bestaat uit een droogtrommel, een lopende band en draaiende branders. Het is wel noodzakelijk om eens in de zoveel jaar (nieuwe) vrienden te instrueren hoe de crematiemachine werkt, want als de praktische kennis op het juiste moment ontbreekt, kan de inzet van de crematiemachine wellicht toch verhinderd worden.

Abstracter is de vuurachitectuur, zoals vierkanten die bestaan uit een pasta van diesel en zaagsel. Een vuurzee in een hoogst onnatuurlijke vorm die het mogelijk maakt het ‘lopen’ van het vuur en luchtwervelingen zichtbaar te maken. Moderne geweldmatra’s. Of de ‘dansmachine’, die van dichtbij shockwaves op je afschiet. Het heet ook wel de balletmachine, ‘De wil tot dansen’. Je wordt dan van alle kanten beschoten. Er wordt van achter op je kniâen geschoten, zodat je kniâen knikken, van voren op je maag zodat je voorover klapt, vanaf de zijkant zodat je arm omhoog gaat. Je neemt daarvoor een kamer met een venturi, die je zult moeten koelen, je neemt asthileen en zuurstof in de juiste verhouding. Via een ontsteking krijg je dan een kogel van lucht, die hard aankomt. ‘Alleen het geluid is ook erg hard. Dus zal men met oorbescherming op moeten dansen, maar dat vind ik wel goed.’

Het liefdesbed bestaat uit een stalen bed, omgeven door gasbranders. Onder het bed zijn sensoren aangebracht die de intensiteit van het liefdesspel meten. Een computer bewerkt de gegevens van het neurosysteem van beide partners en berekent de hoogte van de vlammen. De machine zal alleen op serieuze vrijpartijen reageren. Hoe intenser het neuken, des te hoger zal het vuur komen. Tijdens de climax zal het bestaan uit een 1 meter hoog vuurgordijn. Dat is het moment waarop het paar wordt getest: zal het instinkt de overhand krijgen, de angst voor de hitte van het vuur, of zal het zweet en vuur het paar voeren tot grotere erotische hoogtes? Een ideale tantra-relatie. Uit de reclamefolder: “A wet dream for a pyromaniac is true domestica of fire and sex. The unification of two sources of energy. As the Freudian ultimatum of a technical society.” Je hebt in Amsterdam inderdaad een martelmuseum. Een onderbuurman van mij maakte indertijd daarvoor middeleeuwse martelwerktuigen. Maar ik ben daar nog nooit heengegaan, alhoewel ik een tijd lang ‘toerist in eigen stad’ ben geweest. Dat was in ’81. Ik timmerde mijn huis dicht, pakte mijn rugzak en ging in de buurt van het NRC rondslenteren en deedme voor als een Fransman met Amerikaans accent.

Het ontwerp voor de Technoparasieten

Techno-parasieten zijn apparaatjes die gebruikmaken van gedeeltes van onze verworvenheden, speeltjes behept met opmerkzaamheid die technische storingen tot gevolg hebben. Technoparasiet 00020004C leeft van de lantaarnpaal. Het is een soort bloemkelk dat het regenwater opvangt en het licht van de lantaarn omzet in energie, met als doel het creâren van een potentiaal verschil. Het regenwater wordt gebruikt om het proces te versnellen. Hiermee wordt eerst de zinklaag aangetast en op den duur ook de ijzerlaag aangevroten zodat de lantaarnpaal wordt doorgezaagd en omvalt. Een andere parariet klimt in een spiraalachtige beweging langs de lantaarnpaal omhoog. Het motortje loopt op lichtenergie, heel langzaam. Boven aangekomen slaat hij ineens het glas en lamp kapot, vermoord zo zijn voedingsbron en valt dan naar beneden. Dan is er de netwerkparasiet 0003007N, die zich heeft vastgeklampt aan ons 220 V electrciteitsnet. Hij zich in een stopkontakt waar hij zichzelf oplaadt en de 220 V omhoog ‘trapt’ tot ongeveer 25 kV bij 10 A en 1 k Herz. Nadat hij is geladen stuurt hij een zware, hoog-frequente verontreiniging het net op en stoort daarmee alle electrische apparatuur in de nabije omgeving. De stroomstoot zal hoog-frequent moeten zijn omdat je dan langs alle filters kan. Ook de centrale zal er last van krijgen. Het is hetzelfde geval als bij slecht afgestelde converters en inverters van lasapparaten, die ook veel verontreiniging op het net veroorzaken. Dat wordt er allemaal uitgefilterd. Maar als je dat in één stoot doet kan je theoretisch alle hardware in een straal van 100 meter tot een kilometer opblazen. Tegenwoordig worden de filters steeds beter, dus het zaak de filters te gaan ontwijken. Hetzelfde kan ook ontwikkeld worden voor het telefoonnet.

Nr. 00000002003B is een tegenstander van licht en alles wat licht produceert of reflecteert. Hij valt alles wat licht is aan met het tegenovergestelde van licht, namelijk roet. Licht is simpel gezegd een gevolg van vuur en daarom vormt roet (koolstof Cx) het tegendeel. Alles wat licht afgeeft, wordt door dit zeer precieze roetkanon zwart gespoten. Hij houdt pas op wanneer er geen licht meer wordt opgevangen. De parasiet is uitgerust met optische meetapparatuur en een automatische besturing. Tevens maakt hij een registratie, zodat een grafisch rapport ontstaat over de overgang van wit naar zwart. Verder is er nog 0000666C die zich onder een auto plakt met behulp van een magneet. Via een wieltje houdt hij kontakt met de bodem en laadt zich zodoende op. Als hij voldoende vermogen heeft gekregen, ontlaadt hij zich en stoort het electronisch gedeelte met een magnetisch veld (b.v. de inspuit of gelijkrichter). Of hij injecteert een zuur in het frame, of tast via osmose de zinklaag aan. Hij kan ook een gat in de benzinevoorraad maken en deze verbruiken cq. vernietigen. Zodra de auto tot stilstand is gekomen, rijdt de parasiet op eigen kracht door, tot zijn energie op is. Het is dan afgelopen, tenzij hij weer onder een auto komt te liggen, dan begint de cyclus van voren af aan.

De technoparasiet is niet meer dan een principe, waar geen copyright of ideologisch keurmerk op zit. Het enigste dat vaststaat is dat het parasiteert en irriteert. Je zou kunnen zeggen dat het de bedoeling is om de onzichtbare computervirussen weer een gezicht te geven en van de immateriële software een hardware-variant te construeren. Het zijn objecten die niet gepresenteerd hoeven te worden, maar gewoon kunnen worden uitgezet. Het is een kommentaar op de achterhaalde manier waarop nieuwe media worden tentoongesteld. Je ziet dat goed in de publieke omgang met het fenomeen van het technisch mankement. Bij een optreden van SRL kan er zoveel misgaan, zoals dat in Frankrijk het geval was, dat het publiek woedend wordt. Het stukgaan van zaken is onderdeel van het gebeuren zelf. Stel dat ik telepathisch zou zijn en kan zien waar auto-ongelukken plaats zullen vinden. Dan zou ik ze niet verhinderen, maar een podium bouwen en kaartjes gaan verkopen. Het ongeluk is onderdeel van het autorijden. Het benaderen van het object is iets waar nog veel in moet gebeuren. Het concept van het Treshold-festival dat ik met Tesla in augustus 1993 organiseerde, kan verder worden uitgewerkt. Dat bestond eruit dat het publiek op zoek moest gaan naar de machines. Als een bepaalde stoommachine kapotgaat is dat een even duidelijke performance, dan als die het doet. Zo ben ik op de parasiet gekomen, die er slechts op uit is iets kapot te maken en te frustreren.

Wanneer je het moment supreme presenteert als een anti-climax stel je duidelijk dat men verkeerd gekeken heeft. Je moet het punt waarop het publiek gefixeerd is zien te verminken zodat de andere gebieden naar voren komen. Je moet je realiseren dat het publiek in Europa zeer professioneel is. Wanneer jij je optreden ‘machineballet’ noemt, gaat men gelijk een oordeel vellen over de dramaturgie tussen die grote en die kleine machine, terwijl jij met iets totaal anders bezig was. Met een klassieke know-how ben je trouwens reddeloos verloren bij het kijken naar een startende auto. Je moet jezelf ook nooit in een theater-context plaatsen. Theater is het eerste dat je moet afbreken. Er zitten wel theatrale elementen in SRL of de Zelfmoordmachine, maar dat maakt het nog geen theater, it’s a play for real. De machine is sowieso de slechtste acteur die je je maar kunt bedenken. Het publiek moet getuige zijn van een riskant experiment en geen gladde show krijgen voorgeschoteld.

De techniek heeft heel lang een magie om zich heen gehad. En het is Mark Pauline geweest die dat heeft doorbroken. ‘Ik ga wedijveren met het Pentagon en dat voor niets anders gebruiken dan mijn eigen statement.’ Techniek is niets anders dan know-how en die kun je je eigen maken. Je begint bij A en eindigt bij Z. Dat wat ik doormaak, kan iedereen in principe doormaken. Dat ingenieurspad volgt zichzelf. Ik wil de techniek niet verstoppen. Ik leg hem bloot. De machine is transparant en ik leg publiekelijk uit hoe hij werkt en hoe je hem in wezen zou kunnen kopiëren. Ik doe het ook omdat ik me ervan bewust ben dat ik de techniek hanteer als een taal, een universele taal, veel meer dan religie of kunst dat is. Het systeem van de vlammenwerper, die ik bij de Delusion en het Dante Orgel gebruik heb ik op schrift gesteld en uitgetekend, uitgelegd tijdens radioprogramma’s en Matt Hackert heeft dat al eens gepubliceerd. Maar wat ik weet is oninteressant. Ik zou via Internet meer vragen hebben, hoe de echte hogedruk-vlammenwerpers wegschieten. Ik kom nu 40 meter ver en zou theoretisch tot 120 meter kunnen komen met de nieuwe systemen die er zijn.

Handleiding bij de ‘Delusions of Self-Immolation’

De Zelfmoordmachine is funktioneel. Het ontwerp drukt het oprichten uit. Een machine moet een slaaptoestand hebben, ontwaken en zich gereed maken voor het gevecht. De bewegingen die het uitvoert zijn cirkels die in tegengestelde richting draaien en elkaar opheffen. Voor elk linksdraaiend deeltje is er een rechtsdraaiend deeltje. De machine kan je ook zien als een weg, met de dood aan het eind. Je kunt terugkijken en vooruitkijken. Aan de rugkant wordt je door de vlam gepakt, als een verrassing. Dan wordt je omgedraaid naar de oorzaak, die je niet meer ziet. Je voelt een basisenergie, dat je alles aankan. Een wildheid. Een oneindigheid in de route die je kan lopen. Tegelijkertijd voel je de vraag opkomen wat de zin van deze energie is. Maar zodra je de vlam ziet, is die verdwenen.

Het werkt zo dat je een vat hebt, met een stijglijding en een vloeistof. In het geval van de Delusion is dat iso-prophile alcohol met een verdikker, HDK, fiumed sillicium, dat ook in tandpasta of bepaalde verven zit, een niet-toxide goedje dat niet verbrandt en zich ook niet vermengd. Bij het Dante-orgel is het diesel, die je kan gaan verdikken zoals napalm. Ik zet er een druk op van ongeveer 10 bar. Op de stijgleiding zit een spring-return ventiel met veer-terugkerende kleppen en kogelkranen omdat die een mooie gelijkmatige doorlaat hebben. Meestal gebruik ik pneumatische kranen, dus je doet ze met lucht open. Als je de lucht eraf haalt of de stroom valt uit dan wordt hij door de veer weer gesloten. Na deze klep zit er een kleine stabilisatiebuis, in de vorm van een venturi, een nauw toelopende buis, hetzelfde principe als een sproeier, dat ervoor zorgt dat de turbulentie vermindert. Ik zet daar dan een Legner-sproeier op van carbonstaal, die een mooie, strakke straal hebben. Op 7 a 8 cm van de sproeier heb ik twee electroden aangebracht, waartussen een vonk springt. Dat zijn electrodes die gebruikt worden bij oliebranders. Ik zet daar via een spoel of een bobine uit een auto een 6 of 12 volt batterij op, die zorgt voor de stroom. Het is van belang dat de vonk vet is en heet, zo’n 20.000 volt. Die vonk ontsteekt de vergassing van de vloeistof. Het voordeel van dit systeem dat vloeistof spuit is dat de brand ook nooit naar binnen toe kan slaan.

De hoogste vlammen bereik je met een druk van 8 bar, dan wordt de optimale werplengte bereikt. Belangrijk bij een vlammenwerper is dat je de straal die naar buiten schiet zo lang mogelijk bij elkaar houdt, dus dat je hem zo min mogelijk aan de buitenkant laat breken met de lucht. De snelheid aan de binnenkant van de straal is het hoogte, dat komt door de venturi. Ga de vloeistof verdikken, dan wordt de massa zwaarder en heb je meer druk nodig, minimaal 28-30 bar. Dan spuit je, zoals bij napalm, de vloeistof er als een gel uit. Dan is de kans kleiner dat het bij het doorklieven van de lucht uit elkaar breekt. Je moet hem dan heter ontsteken, bijvoorbeeld met een hete gasvlam. Maar dan kom je wel drie keer zo ver. Fosfor zorgt ervoor dat zuurstof wordt onttrokken aan het object, dat de vlam raakt. De kleverigheid van napalm zorgt ervoor dat je het niet van je huid krijgt. Door forsor wordt de temperatuur veel hoger.

Militaire vlammenwerpers zijn zo gebouwd dat de vlam de hele afstand aflegt en dan nog brandstof in zich heeft. Dat is bij mij niet het geval. Bij mij moet de vlam bovenaan ook helemaal op zijn, anders vallen er grote klodders naar beneden. Bij het Dante-orgel komt trouwens wel wat materiaal naar beneden, hoor. Water is ongeveer hetzelfde. Het is een zwaardere stof, heeft een grotere viscositeit en kan daardoor een grotere afstand afleggen. In het Dante-orgel gaan per vat 50 liter diesel en dat gaat in 106 seconde op. In een show heb ik dan voor ongeveer vier minuten brandstof. De blusser van de delusion werkt op een druk van 7 bar. Dat werkt met waterslag-armen en pneumaatventielen zodat hij bij het afsluiten niet zo’n grote klap geeft op het pijpensysteem. Ik heb uiteindelijk een Duitse landbouwsproeier gebruikt, met allemaal gaatjes, vier sproeiers voor 160 liter water die er in een minuut doorheen gaan. Het slaat de zuurstof weg en je blaast zo een volkomen verzadigde massa, een nevel over dat lichaam heen. Het is zo’n brede straal dat hij niet gericht hoeft te worden. Ik iso-propyl alcohol genomen omdat het gedoofd kan worden met water, dat kan niet met benzine, je verplaatst het allemaal maar.

De vlam wordt met een laser gericht, in opzicht is het wel smart weapon. De arm van de vlammenwerper richt zich naar je rug toe, zakt langzaam met zo’n rood stipje naar een bepaalde plek op je rug en precies op die plek komt de kern van de vlam aan en slaat daar op je rug stuk, vormt een wolk die gelijk ook het heetst is (600-800 ¯C). Op dat moment draait het platform 180¯. Dat gebeurt met een dubbel aangestuurde pneumaat cylinder en wordt opgevangen door een mooi remsysteem van Edine, een apparaat dat de energie kinetisch omzet in oliedruk. Een filtersysteem waarin de beweging wordt omgevangen in allemaal kleine kanaaltjes die olie verplaatsen. De energie wordt daar omgezet in warmte. Een mooie rem die ineens stopt en niet veert. Hhhmmm, en hij staat stil. Dan sta je dus met je rug naar de blusser en die moet je met de hand stoppen. We hebben gekozen voor een electronische aansturing omdat computerprogramma’s toch teveel bugs hebben. Ik heb gedacht of het via ouderwetse relais zouden kunnen aansturen. Vladimir Grafov heeft het hoofdbesturingbord gebouwd. De aansturing van de motoren om de armen op te richten is door Hans Meyaard gebouwd en de pneumatiek is ontworpen door Hans Leutscher. Verder heb ik bij de constructie veel hulp gehad omdat we in tijdnood kwamen. Maar ik ben er faliekant tegen dat je als kunstenaar je ontwerp door ambachtslieden laat uitvoeren. Dan zal je de ziel van de machine nooit leren kennen. Ik moet het op z’n minst kunnen volgen. Maar bij de electronica zal ik nooit op het nivo komen van de mensen die daar al jaren mee werken.

Wat wij doen is het binnenste buiten keren van de funktionaliteit. Dat is een spel. Soms bouw je een machine die in zichzelf gekeerd is en aan zichzelf genoeg heeft. Een funktionaliteit die in zichzelf is gekeerd.Dat is de ontmaagding van de techniek. En daar zijn steeds meer mensen mee bezig, die niet zozeer een inhoudelijke kunstachtergrond hebben, zoals Chip, Stock, George, Barry Schwartz. Just Married uit Oostenrijk zijn net als ik veel langzamer. De jonge generatie, dat zijn krijgers die uit zijn op revende, wraak op de koele high-tech business waar ze mee in aanraking kwamen. Je hebt ook Laura Kikauka en Gordon, die een verzamelwoede en met wie ik samen met Bastiaan de ‘Glowing Pickel’ in Oost-Berlijn heb gerund. Dat was een hok vol afgedankte communistische technologie, die we uit containers en bedrijven vandaan hadden gescharreld, zoals Geigertellers, Robotroncomputers, plotters, Russische röntgenapparatuur. Het werd een winkel, museum, laboratorium, bar waar alles opeengestapeld stond en waar je donderdags kon gaan zitten rommelen.

Het Dante-orgel wordt aangestuurd door een Atari, gemaakt door Marc-Marc, die al in de tijd van het NL-Centrum boven in het gebouw zaten te bouwen aan analoge geluidsapparatuur. Het eerste programma dat hij in ’88 schreef was voor mijn Dante-orgel. Ik zie helemaal niet dat er een competitie bestaat tussen de materiële machines en de computer. Techniek is techniek. Ik zou graag in het volgend leven terugkomen als biogeneticus, zodat ik bijstulpingen aan mijn arm kan creëren.

De machine is tot leven gekomen in mijn dagboek, het ‘dagboek van een piromaan’. Een voorloper van de delusion is een installatie waarbij je in kettingen hing, met je armen omhoog. Zou je nou van vermoeidheid bezwijken, dan zou je in de fik geschoten worden, maar meteen weer worden geblust. Eigenlijk is dat Prometheus die aan de rots geketend, z’n lever uit het lichaam wordt gegeten. De straf voor degene die ons het vuur bracht. Het komt ook voort uit tekeningen die ik maakte hoe ik zelf verbrand zou willen worden na mijn dood, je crematie als bouwpakket. Ik heb op een gegeven ogenblik de Art of Self Arson gecultiveerd en er een reis, een gebied van gemaakt.

Het Dante-orgel zou eigenlijk niet uit vijf maar uit minstens twintig vlammenwerpers moeten bestaan. Echte verspilling zoals in Koeweit. Nu ben ik nog maar op één plek geweigerd uit milieuoverwegingen. Er is nu ook nog de ‘Dikke Bertha’ bijgekomen die 40 meter ver schiet. Die staat ook op een wagentje. De bedoeling is om daarmee keurig op vakantie te gaan, tent mee, auto met trekhaak, met daarachter die vlammenwerper. Hij heeft een doorlaat van 40 mm, met een vat van meer dan 200 liter. Eerst even bij het tankstation langs en dan kan vanuit je achteruitkijkspiegel de druk aflezen en op de knop drukken. Op de snelweg!

De installaties Manneke Pis en The Clock

Manneke Pis heeft een stalen arm, die verbonden is aan z’n hoofd. Dat knalt naar voren, zodat het hoofd een meter van z’n pik komt te staan en dan pist hij vuur op z’n hoofd. In plaats van z’n hoed doet hij z’n hoofd af en dan klatsch! weer terug op de romp. Meestal kon hij maar drie keer achter elkaar deze beweging maken, want dan was hij alweer stuk. Het was een beeldje dat we uit een tuincentrum hadden gehaald, gebouwd samen met Bastiaan Maris. Hij is nooit ergens tentoongesteld, want meestal was hij al in de voorbereiding stuk gegaan, omdat we zo zaten te freaken. De arm werd bestuurd door een rolluikmotor, met een hele gammele relaiskast die bij slecht weer onder 380 V stond. De klok ontstond omdat Peter Giele bij de opening van Roxy een vuurshow wilde. Voorheen werkte ik met lijnen waar ik ruimte in de lucht mee maakte die brandde. Ik wilde geen show, maar iets maken dat paste bij een kroeg. Ik heb de verwarmingsbuizen uit mijn ruimte gezaagd, 9 cm doorsnee en heb daar de staander van gebouwd. 3 meter hoog. Een buis was de brandstofvoorraad, in de andere twee druk. De klok zat er bovenop. Om het half uur spuwde hij benzinevlam van 6 meter hoog, binnen in de Roxy. Dat gaf een hele konsternatie, met die dansende mensen er omheen. De afzuiginstallatie raakte ontregeld door de rook. Hij heeft daar maar tien dagen gestaan. Lydia Lunch en Psychic TV hebben er ook nog mee opgetreden. Hij moest afgaan op een verradelijk moment en veel mensen flipten daarop. Het was bloedlink en ik heb daar veel problemen met gekregen met de brandweer.

De civiele techniek, voor zover die bestaat, is erop gericht om het leven gemakkelijk, zacht, wollig te maken, als een fauteuil. Dat is in wezen tegenstrijdig aan het leven zelf. De strijd, conflict en het oplossen daarvan is het leven zelf. In de ontwikkelingsfase van jong naar volwassen is geweld altijd een middel geweest om tot inzicht te komen. Het geweld in die rituelen is tegenwoordig weggevallen door de invoering van de techniek. Omdat de techniek zo’n vlucht heeft genomen is men zich meer en meer bewust gaan worden van de wolligheid en gaat op zoek naar die verloren hardheid. Maar dan wel erg op vorm. Piercing is vorm, esthetica. Het houdt zich niet met inhoudelijke vragen bezig. Ornamentiek, niet meer dan dat. Het heeft wel een rituele oorsprong. Maar er ziet geen dynamiek in, geen volgorde, geen sociale context, geen werkelijk gevaar. Van oorsprong was het een beloning voor een bepaalde daad. Het was de materialisering van een route die je had afgelegd.

http://thing.desk.nl/bilwet/Geert/HOBIJN1.txt

Leave a comment

Your email address will not be published.


*