Dirk Gorter – Aangifte tegen K.F. Schuiling, burgemeester van Den Helder en tegen P. Hofstra, ambtenaar van Gemeente Den Helder

de Hoofdofficier van Justitie
van het arrondissementsparket Noord-Holland
mr. B.W.J. Steensma
Postbus 601
2003 RP HAARLEM

Datum: woensdag 30 november 2016.

Onderwerp:
AANGIFTE tegen K.F. Schuiling, burgemeester van Den Helder en tegen P. Hofstra, ambtenaar van gemeente Den Helder.

Bijlagen:
8, genummerd 1 t/m 8.

Geachte heer Steensma,

Met deze brief doe ik aangifte op grond van vervalsing van bestuurlijke documenten tegen de burgemeester dhr. K.F. Schuiling, en tegen dhr. P. Hofstra, manager van de afdeling Handhaving van de gemeente Den Helder.
Mijn aangifte betreft valsheid in geschrift in officiële bestuurlijke documenten en in overheidscorrespondentie, het opzettelijk verstrekken van onjuiste informatie, het opzettelijk omzeilen van integere procedures zoals in de Gemeentewet vastgelegd en het misbruik maken van macht met het oogmerk mij, maar zeker ook andere inwoners van Den Helder te beschimpen, te misleiden en te benadelen.

Toelichting bij deze aangifte:
Op dinsdag 27 januari 2015 werd in de collegevergadering van B&W van Den Helder met het vaststellen van een zogenaamde akkoordlijst formeel besloten mij als eigenaar/bewoner een last onder dwangsom op te leggen wegens achterstallig onderhoud van een door de gemeente zelf decennia lang tot slooprijpheid verwaarloosd schoolgebouw aan de Molenstraat 1 in Den Helder.

Per aangetekende brief van 28 januari 2015 werd mij de sanctie bekend gemaakt. De brief was ondertekend door de manager van de afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving (VVH), P. Hofstra. Deze manager krijgt de speelruimte om samen de burgemeester tot dwangsom opleggingen te kunnen besluiten en de correspondentie die met die sancties tot stand komt te kunnen voeren buiten het zicht en dus ook buiten de bestuurlijke invloed van het college van B&W om.

Als brieven uitgaan als collegebesluiten en dat in feitelijke zin niet zijn, dan is ook daarbij valsheid in geschrift aan de orde, maar het inzetten van bestuurlijke documenten die inhoudelijk zijn vervalst en die valse parafen van wethouders bevatten, is natuurlijk een veel ernstiger misdrijf.

En dat is hier helaas aan de orde omdat de burgemeester het opleggen van een dwangsom aan mij opzettelijk onttrok aan beraadslaging en besluitvorming van wethouders door het besluit op voorhand (of mogelijk zelfs naderhand) op de akkoordlijst van de vergadering van 27 januari te plaatsen gebaseerd op dit vervalste B&W advies waarop in strijd met de waarheid met digitaal geplakte parafen van de wethouders Visser en Pastoor werd vastgelegd dat zij akkoord gingen met het opleggen van deze dwangsom. Mogelijk misleidde de burgemeester daarbij zijn wethouders door te melden dat een meerderheid in het college administratief al akkoord gegaan was met de dwangsom oplegging.

Omdat ik door mijn persoonlijke contacten met de wethouders Visser en Pastoor wist dat zij tegen de dwangsom oplegging wilden stemmen, rekende ik erop dat burgemeester K.F. Schuiling als portefeuillehouder Handhaving geen meerderheid in het college zou krijgen om mij de dwangsom op te leggen. Toen ik met het ontvangen van de brief van 28 januari 2015 moest vaststellen dat het collegebesluit toch was genomen, werd mijn wantrouwen gewekt. Ik had al veel signalen opgevangen waaruit mij bleek dat de burgemeester zichzelf boven en buiten de wet plaatst en dat hij er niet voor terugdeinst met dossiers te knoeien om van leugens waarheden te maken. Ik wilde daarom meer zicht krijgen op de niet integere bestuursstijl van de burgemeester, die naast zijn wettelijke taken ook de portefeuilles Handhaving, Communicatie, Personeelszaken en Interne en Externe betrekkingen beheert.

Ik vroeg op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur om openbaarmaking van documenten waaruit de integriteit van de bestuurlijke besluitvorming met betrekking tot de aan mij opgelegde last onder dwangsom zou blijken. Op basis van mijn WOB-verzoek ontving ik bij een brief gedateerd 25 februari 2015 met kenmerk AU15.01921 documenten waaronder een zogenaamd B&W advies met adviesdatum 8 januari 2015, zijnde een parafen blad, waarop fotokopieën van wethouders parafen van de wethouders Geurt Visser en Dirk Pastoor waren aangebracht in het vakje “akkoord”.
Zie bijlage 1: parafen blad met vervalste parafen van Visser en Pastoor.
Bijlage 1 Besluitenlijst opleggen dwangsom 27 januari 2015 met Adviesnummer a15.00022

Omdat ik op de kopie van het document onmiddellijk zag dat de parafen niet met de hand waren geplaatst maar waren geknipt en geplakt, begreep ik dat hier sprake moest zijn van een gefingeerd document. De vervalsing betreft niet alleen de parafen van de wethouders Visser en Pastoor zelf, maar ook dat met deze gekopieerde parafen in strijd met de waarheid werd vastgelegd dat de wethouders zich akkoord verklaarden met het te nemen besluit. Met dit vervalste bestuurlijke document heeft burgemeester K.F. Schuiling, misbruik makend van zijn positie als voorzitter van het college, de stelling betrokken dat voor de wethouders bestuurlijk overleg over het besluit op 27 januari 2015 overbodig was geworden. Door het besluit op de akkoordlijst te plaatsen had hij het risico uitgeschakeld dat er zich geen meerderheid zou vormen om mij een last onder dwangsom op te leggen.
Mijn vermoeden van de intimiderende en manipulerende werkwijze van de burgemeester werd bevestigd door de twee wethouders waarvan de parafen werden vervalst, wat zij elk met een schriftelijke verklaring hebben vastgelegd.
Zie bijlage 2: verklaring van wethouder Visser.
Bijlage 2 Verklaring wethouder Geurt Visser over valse parafering
Zie bijlage 3: verklaring van wethouder Pastoor.
Bijlage 3 Verklaring wethouder Dirk Pastoor over misbruik van zijn paraaf

Mijn aangifte betreft dus primair het vervalsen van bestuurlijke documenten door of onder verantwoordelijkheid van burgemeester K.F. Schuiling. Het is zeer aannemelijk dat ook bij andere collegebesluiten parafen van deze maar ook andere wethouders zijn vervalst om daarmee de schijn te wekken van integere bestuurlijke besluitvorming. De burgemeester deinst er dus niet voor terug om wethouders medeplichtig te maken aan corrupte besluitvorming en hij doet dit, met intimiderende inzet van zijn autoriteit, zonder de wethouders te informeren over hun medeplichtigheid en de mogelijke
risico’s die zij daarbij in strafrechtelijk zin kunnen lopen. Vastgesteld kan worden dat er in Den Helder met regelmaat collegebesluiten worden gepubliceerd terwijl die besluiten niet op een formeel juiste wijze werden genomen of zelfs in het college nooit aan de orde werden gesteld.

De wethouders Visser en Pastoor gaven onafhankelijk van elkaar toe dat zij waren misleid omdat de burgemeester de oplegging van de last onder dwangsom op het pand Molenstraat 1 niet had geagendeerd op 27 januari 2015. Hij had alleen terloops in die collegevergadering gemeld dat hij voornemens was de dwangsom oplegging door te zetten. Door een gesprek met wethouder Kos had ik al begrepen dat Kos zich door Schuiling wijs had laten maken dat de burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan bij alle zaken van de afdeling Handhaving autonoom kan beslissen buiten de wethouders om. Overigens als de gehele besluitvorming op oprechte wijze was geschied dan nog bevatte het vervalste B&W advies te weinig parafen om te spreken van een bij meerderheid genomen administratief besluit. Het toenmalig college telde zes stemgerechtigden (vijf wethouders en de burgemeester) maar er werden slechts drie parafen op het B&W advies geplaatst. Het tekort van één valse paraaf wijst er op dat de knip en plak praktijk stamde uit de voorgaande bestuursperiode met vier wethouders, en misschien ook dat de vervalsing werd gefabriceerd op de afdeling Handhaving, omdat ik veronderstel dat de Concernstaf een dergelijke telfout niet zou hebben gemaakt. De wethouders Visser en Pastoor zouden, zo werd door beiden bevestigd, nooit kennis hebben gekregen van het feit dat hun paraaf werd vervalst en gebruikt om in misleiding vast te leggen dat zij akkoord zouden zijn met het aan mij opleggen van de last onder dwangsom, als zij niet door mij persoonlijk met het vervalste document waren geconfronteerd nadat ik het ontving op grond van mijn WOB-verzoek.

Het B&W advies met de valse parafen van twee wethouders bevatte ook de parafen van de burgemeester en de gemeentesecretaris. Een gemeentesecretaris zou geacht moeten worden het document te valideren door als laatste te paraferen en dan ook de datum waarop hij dat doet te vermelden. Dat is niet gebeurd; ook de parafen van de burgemeester en de gemeentesecretaris lijken geknipt en geplakt te zijn. Ik sluit niet uit dat dit document speciaal werd gefabriceerd om aan mijn Wob- verzoek te kunnen voldoen en om in misleiding de indruk te wekken dat de zware bestuurlijke sanctie op volwaardige en integere wijze door het college van B&W was genomen op de vergadering van 27 januari 2015. Dat juist de parafen van twee wethouders die tegen de dwangsom zouden stemmen als het tot een stemming in het college was gekomen, in het kader “akkoord” werden geplaatst, was voor de vervalser uiterst risicovol. Omdat de burgemeester kennis draagt van mijn communicatiekanalen met de betrokken wethouders is het niet aannemelijk dat de burgemeester zelf heeft bedacht om de vervalsing op deze wijze in te richten. Mijn eerste verdenking gaat uit naar P. Hofstra als manager van VVH die deze roekeloosheid gemakkelijker kon begaan omdat hij geen kennis droeg van mijn persoonlijke betrekkingen met de meeste leden van het college. Gesteld dat ook de burgemeester net als de twee wethouders pas achteraf met het vervalste document kennis kreeg, dan heeft hij in ieder geval verzaakt de vervalser te ontmaskeren en in te grijpen op grond van zijn zorgplicht als hoeder van de bestuurlijke integriteit. Hij heeft, gelet op zijn optreden en uitingen, ingestemd met de corruptie die in dit document gestalte krijgt, volgehouden dat er geen sprake was van geknoei en mij weggezet als een querulant die zich verwerpelijke insinuaties veroorlooft. Hij heeft zo zijn bestuurlijke autoriteit ingezet om te bereiken dat het vervalste bestuurlijke document zijn status behield. Hij heeft daarmee mogelijk ambtenaren op de werkvloer gedwongen om misleidende verklaringen af te leggen en medeplichtig te worden.

Ik was bij de Helderse Commissie Bezwaarschriften in bezwaar gegaan tegen de opgelegde last onder dwangsom. De zitting was op 21 mei 2015. Direct bij aanvang werd door mijn gemachtigde een pleitnota voorgelezen en overhandigd waarmee door mij om schorsing werd gevraagd omdat ik eerst en vooral het authentieke parafen blad wilde inzien waarop de originele met de hand aangebrachte parafen van de wethouders te zien moesten zijn. Daarop reagerend geeft de gemeentelijke vertegenwoordiging, een ambtenaar van VVH, direct aan dat het document waarom ik vraag, niet bestaat. De commissie Bezwaarschriften schorste de zitting wel om de gemeente de gelegenheid te geven nader te reageren op mijn verzoek.
Zie bijlage 4: pleitnota 1
Bijlage 4 Pleitnota Commissie Beroep & Bezwaar 21 mei 2015

Een uitnodiging om het met de hand geparafeerde B&W advies op het stadhuis te komen inzien kreeg ik niet. Wel een brief met kenmerk AU15.05833 datum 09 juni 2015, ondertekend door burgemeester en gemeentesecretaris. Burgemeester Schuiling neemt, nadrukkelijk vermeldend dat hij dat doet namens het voltallige college, de moeite om mij op misleidende wijze de besluitvormingsprocedure met paraferen uit de doeken te doen. Hij schrijft over het omzetten van de analoge, met de hand geplaatste parafen, naar gedigitaliseerde parafen. Als dat heeft plaatsgevonden dan worden kennelijk de inkt op papier documenten vernietigd of zij raken onvindbaar. Terwijl een ambtenaar van VVH die op de zitting van 21 mei de gemeente vertegenwoordigde, nog verklaarde dat het naïef van mij was om te vragen naar originele paraferingen omdat wij in het digitale tijdperk leven en het in het Helders stadhuis gebruikelijk is dat parafen worden aangebracht door middel van knippen en plakken door leden van de concernstaf en hun assistenten, verklaart de burgemeester in zijn brief aan mij dat parafen eerst door wethouders met de hand worden geplaatst en dat er vervolgens een document wordt gemaakt waarop die parafen digitaal worden overgezet. Hoe wethouders parafen dan in het kader “akkoord” komen en niet in het kader “bespreken” wordt uiteraard niet verklaard; de fraude is immers ingericht om bespreken te voorkomen.
Zie bijlage 5: brief AU15.05833
Bijlage 5 Besluitvormingsprocedure volgens burgemeester Koen Schuiling

Wie inzage in een document met authentieke signaturen of parafen vraagt, moet dus begrijpen dat in het modern bestuurde Den Helder met de hand geplaatste parafen verdwijnen nadat zij zijn gedigitaliseerd. In mijn beleving moet dit betekenen dat de wettelijke bepalingen met betrekking tot dossiervorming en bewaking in de gemeente Den Helder worden uitgeschakeld als de kwaliteit van bestuurlijk handelen het daglicht niet kan verdragen.

Na de schorsing werd de zitting van de Commissie Bezwaarschriften op 25 juni 2015 voortgezet met als vertegenwoordiger van de gemeente een andere ambtenaar van VVH die op zijn beurt weer verklaarde dat Helderse wethouders niet met de hand paraferen maar digitale parafen plaatsten door gebruik te maken van een app op hun mobiele telefoon. Bij deze zitting werd door mijn gemachtigde een tweede pleitnota voorgelezen en aan de voorzitter overhandigd.
Zie bijlage 6: pleitnota 2
Bijlage 6 Pleitnota 2 De varianten van besluitvorming voorgelezen in tweede deel zitting en overhandigd

Van de zitting in twee bedrijven van deze Helderse Commissie Bezwaarschriften werd door mij een complete audio-opname gemaakt waarop de opstelling van de leden van de commissie en ook de tegenstrijdige verklaringen van de zijde van de gemeente zijn te beluisteren.
Het is met deze registratie aantoonbaar dat door het frauduleuze opereren door of met instemming van de Helderse burgemeester, ambtenaren van de gemeente worden gedwongen om misleidende verklaringen af te leggen bij zittingen van commissies. Het ligt voor de hand dat dit ook gebeurt bij rechtszittingen.

Ook in de Helderse Courant van 22 mei 2015 wordt aandacht gegeven aan de kwestie.
De gemeente verklaart, geheel in strijd met de verklaringen van ambtenaren bij de Commissie Bezwaarschriften, dat wethouders wel degelijk zelf en met de hand paraferen maar dat zij zich dat niet altijd meer zullen kunnen herinneren. Mijn stelling dat er sprake is van frauduleus geknoei met parafen en dus met overheidsbesluiten en overheidsdocumenten wordt door de gemeente Den Helder onder verantwoordelijkheid van de portefeuillehouder Communicatie K.F. Schuiling smadelijk afgedaan als “zonder meer verwerpelijke insinuaties”
Zie bijlage 7: bericht Helderse Courant van 22 mei 2015.
Bijlage 7 Helderse Courant, 22 mei 2015, Insinuatie zonder meer verwerpelijk
Zie bijlage 8: bericht Helderse Courant van 27 mei 2015
Bijlage 8 Helderse Courant, 27 mei 2015, Over wel of niet paraaf wethouder

Tijdens de zitting bij de bestuursrechter in Alkmaar op 28 januari 2016 over de oplegging van de last onder dwangsom werd door de voorzitter mevr. Slijkhuis verklaard dat zij daags tevoren met Den Helder had gebeld en dat de gemeente Den Helder haar desgevraagd had laten weten dat het college van B&W van Den Helder functioneert zonder reglement van orde. Ik heb het vermoeden dat er in de Helderse stadhuispraktijk ook geen sprake is van een geformaliseerd protocol voor elektronische handtekeningen dat voldoet aan de Wet elektronische handtekeningen zoals in Nederland op 21 mei 2003 ingevoerd.

Ten slotte laat ik u weten dat ik kennis draag van een eerder door een voormalige Helderse ambtenaar aan u geadresseerde aangifte wegens het crimineel opereren van de Helderse burgemeester Schuiling, ambtenaren en een advocaat van CAPRA. Deze aangifte leidde tot een sepot. Ik heb inzage gekregen in de wijze waarop dit sepot werd gemotiveerd. Het heeft bij mij een verontrustend vermoeden gewekt dat aangiften tegen burgemeesters via politiekanalen worden teruggeleid naar de burgemeester zelf om hem in de gelegenheid te stellen om de aangifte af te doen als onterecht en zelf zijn verweer op schrift te stellen zodat dit verweer kan worden overgenomen in de motivatie van een sepot. Mij is ook bekend dat de aangever het sepot niet heeft geaccepteerd en dat nu een artikel 12 Sv procedure loopt.

Omdat mijn vertrouwen in de rechtsstaat Nederland ernstig is geschokt door een lokale overheid die onder regie van een burgemeester ten prooi valt aan ernstige bestuurlijke verloedering, omdat ik in de pers door die overheid smadelijk werd bejegend, want ik zou mij “verwerpelijke insinuaties” veroorloven terwijl ik aantoonbaar ernstige en strafbare feiten had benoemd; omdat mij door die overheid willens en wetens morele en materiële schade werd berokkend, heb ik tot deze aangifte besloten.

Ik vertrouw er op dat u mijn aangifte ernstig neemt, nader onderzoek laat uitvoeren door de Rijksrecherche en tot strafrechtelijke vervolging zult overgaan van de heren Schuiling, Hofstra en anderen die in beeld komen door onderzoek van de Rijksrecherche want naar mijn mening vormen het vervalste B&W advies (bijlage 1) samen met de schriftelijke verklaringen van de wethouders Visser en Pastoor (bijlagen 2 en 3) voor het Openbaar Ministerie het wettig en overtuigend bewijs dat de Helderse burgemeester en de ambtenaar P. Hofstra, strafrechtelijk moeten worden vervolgd.

Hoogachtend,

Dirk Gorter,

D. Gorter
Molenstraat 1
1781 NJ Den Helder

P.S.
U zult begrijpen dat ik afschriften van deze aangifte zal delen met personen en instanties die verantwoordelijk zijn voor de integriteit van de rechtsstaat Nederland, of de noodzaak zien om te publiceren over de bedreigingen van die integriteit.

PDF:
Dirk Gorter – Aangifte tegen K.F. Schuiling, burgemeester van Den Helder en tegen P. Hofstra, ambtenaar van Gemeente Den Helder, 30 november 2016

1 Comments

  1. Molenstraat omdopen tot Dirk Gorterstraat, vet verdiend! Grote bewondering voor de moed van Dirk. Wat dat betreft een voorbeeld voor ons allemaal.

Leave a comment

Your email address will not be published.

*