Cor Hendriks – The Sphinx Speaks (5): Internationaal toneel in Rewat Mantavar en Rishi Narad

Lang voordat de Vloed van Manu plaats had aan het eind van de Chakchush Manvantar, hadden de belangrijkste gebeurtenissen van de Samudra Manthan (het Karnen van de Oceaan) plaats met de eruit resulterende 2e Devasur Sangram (godenstrijd). Ten tijde van de 2e Devasur Sangram bestond het Lemurische of Gondwana continent nog steeds en verschafte heel handige landbruggen die de Daitya of Heliolitische cultuur toestond om over te steken naar Amerika en Afrika. De Samydra Manthan had ook plaats in de Chakchush Manvantar zoals gesteld in de Bhagwat Purana (8:5:10). Maar de internationale gebeurtenissen, die leidden tot dit Karnen van de Oceaan, begonnen in de 5e of Rewat Manvantar.

De duur van Manvantars wordt geteld in astronomische termen door orthodoxe “pandits” (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Pandit), maar de Puranische verslagen lijken er niet veel steun aan te verlenen. Zo was de 1e Manu Swayambhava Manu. Hij had twee zonen, genaamd Priyavrat en Uttanpad. Geen van hen beiden werd een Manu. Maar beiden startten een Koninklijke dynastie. In de lijn van Uttanpad de zevende persoon Chakchu werd de Manu van de 6e Chakchusha Manvantar (zie https://vaniquotes.org/wiki/The_father_of_Dhruva_Maharaja,_King_Uttanapada,_ruled_over_the_universe_because_his_elder_brother,_Priyavrata,_practiced_austerity_from_the_very_beginning_of_his_life). Priyavrat had twee vrouwen. Bij de ene vrouw had hij drie zonen, Uttam, Tamas en Rewat. Al deze drie werden de derde, vierde en vijfde Manu’s in Uttam, Tamas en Rewat Manvantars. Bij de andere vrouw had Priyavrat negen zonen van wie de oudste Agnidhra hem opvolgde als koning. Hij had negen zonen en hij verdeelde zijn hele koninkrijk Jambudvipa in negen delen of “Varsh” en maakte zijn negen zonen de koningen van deze delen. Dus terwijl de Koninklijke dynastie het land regeerde, werden de hoofdwetgevers van de tijd, of ze koning waren of niet, de Manu. Swayambhava Manu werd opgevolgd als Manu door naar het schijnt een onafhankelijk persoon Swarochish Manu, terwijl zijn directe afstammelingen Uttanpad en Priyavrat het land regeerden als koningen. Na Swarochish waren nog vier Manu’s. Van deze waren Uttam, Tamas en Rewat kleinzonen van Swayambhava Manu en de 6e Chakchush Manu was de achtste in afstamming van Swayambhava Manu (zie Bhagwat Purana 4:13 en 5:1-2). Een periode die tussen de acht stappen vanaf Swayambhava Manu zou kunnen worden omsloten kan niet worden geteld in astronomische getallen. De Puranische geografie en chronologie kan niet letterlijk worden geaccepteerd en moet onafhankelijk gecontroleerd worden (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Manu_(Hinduism)).

Het Karnen van de Oceaan, waarvan gezegd wordt dat het plaats had in de 6e of Chakchush Manvantar, gebeurde ten tijde van de beroemde koning Bali van de Daitya’s. Bali was de zoon van Berochan, die de zoon van Prahlada was. De vader van Prahlada was de beruchte Adi-Daitya Hiranyakashpa, koning van Hyrcania bij de Kaspische zee, het land van het Kaspii volk. Dus Bali was de achterkleinzoon van Hiranyakashpa (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Prahlada, https://en.wikipedia.org/wiki/Virochana en https://en.wikipedia.org/wiki/Mahabali). Dus zelfs als het Karnen van de Oceaan plaatshad rond het midden of zelfs vroeg in de 6e of Chakchush Manvantar, moet Hiranyakashpa hebben geregeerd ergens in Rewat Manvantar. Dit wordt verder ondersteund door het feit, als eerder gesteld, dat Vaikunth werd gebouwd in de 5e of Rewat Manvantar. Vaikunth kwam tot stand in de tijd van Prahlada, onmiddellijk na de dood van Hiranyakashpa, zoals we zo meteen zullen zien [voor de tabel van de afstammelingen van Swayambhava Manu, zie de PDF van het boek van Singhal p. 43].

De genealogie van de 2e Manu, Swarochish, is niet bekend (zie echter https://en.wikipedia.org/wiki/Manvantara#Second_Manvantara_%E2%80%93_the_interval_of_Swarochisha_Manu). Hoe dan ook, zijn periode moet kort geweest zijn want hij werd opgevolgd door de 3e Manu, Uttam, de kleinzoon van Swayambhava Manu.

Dus in Rewat Manvantar vinden we de Daitya’s in volle kracht in hun koninkrijk Hyrcania, dat zich uitstrekte van de rivier Daitya en verspreidde langs de zuidkust van de Kaspische zee. Hun machtige koning Hiranyakashpa had zijn imperium uitgebreid over de vele volken levend in Klein Azië, Mesopotamië, Perzië, Turkestan en had zelfs China onder tribuut gelegd. Hij riep zichzelf uit tot heer van de hele bekende wereld. De Purana’s zeggen dat hij zichzelf beschouwde als de ware god en de verering van enige andere god verbood. Dit is waarschijnlijk een overdrijving om te passen in de theorie van een Goddelijke Incarnatie, die verscheen om hem te doden.

De belangrijkste Goddelijke Incarnaties, waarover wordt gesproken in de Purana’s, zijn die van Barah (ever), Narsingh (leeuwman), Kachhap (schildpad), Vaman (dwerg), Matsya (vis), Ramchandra (koning van Ayodhya), Krishna, Jin (Jain Mahavir), Buddha en (de 10e thans verwachte) Kalki. Sommigen proberen te argumenteren, dat deze incarnaties het proces van evolutie representeren van het waterleven van vissen naar land-water dieren, dan dieren van het droge land en dan mens. Maar dit is duidelijk een verkeerde opvatting allereerst omdat het de volgorde van de incarnaties verandert, Vis als eerste plaatsend in plaats van de vijfde plaats. Ten tweede past het niet bij de periode van hun verschijning. Bijvoorbeeld, Barah (ever) wordt gezegd te zijn verschenen aan het begin van de schepping om de Aarde uit het water naar boven te brengen, hoewel het niet erg duidelijk is hoe een ever onder water kon gaan en waarom de vorm van ever werd aangenomen om deze operatie te verrichten.

Hoe dan ook, de Ever incarnatie wordt gezegd te zijn verschenen in de Kalpa, voorafgaand aan de huidige en dus houden we ons er niet mee bezig. Wanneer we echter bij meer definieerbare perioden in de huidige Kalpa komen, is de Narsingh de eerste incarnatie, die verschijnt om Hiranyakashpa te doden. Dan komt de Schildpad die helpt met het Karnen van de Oceaan; dan verschijnt Vaman om vrede te stichten tussen Indra en de Daitya-koning Bali. Daarna, aan het eind van de Chakchush Manvantar, komt de Vis om Manu’s boot te leiden naar een veilige plek tijdens de Vloed. Daarna behoren de anderen tot de huidige Vaivaswat Manvantar. Dus in hun enthousiasme om in een wetenschappelijke theorie te passen wordt de historische volgorde geheel genegeerd. In werkelijkheid was geen van deze een dier. Ze waren allemaal mensen en koningen van hun eigen naties. Sommige van deze naties hadden dierentotems en werden bekend door die totems. Naast deze waren er ook andere minor incarnaties die enige onbelangrijke functies verrichtten of niet zo machtig waren of niet zo’n grote rol speelde in de regulering van de wereld als de belangrijkste deden.

Bali (foto iskcondesiretree)

Bali (foto iskcondesiretree)

Naast de Daitya’s waren er de Devata’s, Gandharva’s, Takshaks, Kinnara’s, Naga’s, Garuds of Suparna’s, en Ariërs of Manushya’s. De Ariërs woonden in Sapta-Sindhu ten zuiden van de Pamir en Hindu Kush en waren dus waarschijnlijk niet bekend aan deze andere naties vanwege het afgescheiden zijn door de bergen en de resten van de Tethys zee in Rewat Manvantar. Dat is waarom we niets lezen over dat Hiranyakashpa ooit Sapta-Sindhu of Aryavrata of Manushyaloka is binnengevallen of heeft veroverd.

Het contact tussen deze verschillende naties werd te weeg gebracht door Rishi Narad (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Narada). Onder alle Rishi’s van India heeft Narad twee grote bijzonderheden die geen enkele andere Rishi bezit. Een is dat Narad altijd reist. Hij kan niet stil zitten. En hij heeft toegang tot alle landen of loka’s, of het Brahmaloka, Indraloka, Swarga, Daityaloka, Nagaloka, Gandharvaloka, Shivaloka, Vaikunth of diverse delen van Patala of zelfs de hellen als er enige bestaan. Zijn verplaatsingen ontmoetten nooit enig obstakel of interruptie. Dit toont dat Narad de grote Arische ontdekkingsreiziger was. Terwijl andere Rishi’s onderzoekingen verrichtten in andere takken van kennis, had Narad voor zichzelf geografische exploratie gereserveerd. Geen andere Rishi is met hem in dit opzicht te vergelijken.

Ik kan over deze geografische kennis niets vinden, wel over zijn reizen [Narada travels to distant worlds and realms (Sanskrit: lokas). He is depicted carrying a khartal and tambura with the name Mahathi and is generally regarded as one of the great masters of the ancient musical instrument]. Volgens Dowson vertoont hij in sommige opzichten gelijkenis met Orpheus. Hij is de uitvinder van de vina (luit) en was leider van de Gandharva’s of hemelse musici. Hij ging ook neer naar de onderwereld (Patala) en was “delighted” met wat hij daar zag. [CDHM 219] Patala, de onderwereld of de helse gebieden, wordt bewoond door Naga’s, Daitya’s, Danava’s, Yaksha’s en anderen. Er zijn zeven gebieden, waarvan de onderste het eigenlijke Patala is, waarin Vasuki heerst over de hoofd-Naga’s of slangengoden. De wijze Narada bracht een bezoek aan deze gebieden en gaf bij zijn terugkeer naar de hemelen een gloeiend verslag ervan, hen veel aangenamer verklarend dan Indra’s hemel, en overstromend met iedere soort luxe en sensuele gratificatie [ID. 233] (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Patala#Patala en https://www.indianetzone.com/27/regions_hell_indian_belief.htm).

De tweede grote eigenaardigheid is dat Narad de enige Rishi is, die ook een Devarishi wordt genoemd (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Devarishi). Er zijn vele Brahmarishis’s en Rajrishi’s, maar geen Devarishi’s. Narad zelf is een Brahmarishi maar hij is bovendien een Devarishi. Dit beduidt dat terwijl de andere Rishi’s zichzelf beperkten tot het Arische land, Narad overal heenging en werd geadopteerd als een Rishi of wijze ook door de Devata’s. De Devata’s, die zo afkerig waren om enige vreemdeling toe te laten tot hun land, gaven Narad de vrijheid tot heel het Devataland, zodat Narad overal kon gaan. De Devata’s waren niet alleen overtuigd dat Narad geen spion was van een of andere vijandelijke natie, maar moeten ook zeer dankbaar zijn geworden tot Narad voor een of andere dienst verricht bij hem, om hem deze uitzonderlijke privilege toe te staan [Dowson geeft de definitie van devarishi’s, i.e. rishi’s of heiligen van de hemelse klasse, die verblijven in de gebieden van de goden, zoals Narada. Wijzen die perfectie op aarde hebben bereikt en zijn verheven als demigoden tot de hemel. (CDHM 85)].

narada means Naara = Wisdom + Da = Giver) or Narada Muni is a divine sage (foto santoshat60)

narada means Naara = Wisdom + Da = Giver) or Narada Muni is a divine sage (foto santoshat60)

Er is een belangrijk verhaal, dat zeer suggestief is, maar het is jammer dat de schrijvers van de Purana’s het grote historische belang ervan niet hebben gezien en het hebben verbonden met een ander verhaal, dat slechts geconstrueerd is om bij hun eng theologische standpunt te passen. In een juist perspectief gepresenteerd echter komt het hierop neer. Op een zeker moment ging Narad naar de Himalaya en zat neer in diepe meditatie. Indra, de koning van de Devata’s, die hiervan bericht kreeg, begon te vrezen dat Narad zelf Indra wil worden. Daarom zond hij Kam Deva [zie https://en.wikipedia.org/wiki/Kamadeva] met vele mooie apsara’s of dansmeisjes van Devataland [zie https://en.wikipedia.org/wiki/Apsara]. Zij dansten en zongen vlak voor Narad, maar zijn meditatie werd niet verstoord. Toen nam Kam Deva zijn boog op en schoot een pijl van bloemen naar Narad. De inslag van de pijl deed Narad zijn ogen openen en hij zag het hele plot. Desondanks excuseerde hij hen allen en bleef ongestoord [zie http://www.shreemaa.org/story-narada-curses-vishnu/, voor een uitgebreidere versie: vgl. http://bakthipudhayal.blogspot.com/2016/06/a-story-of-narada-maharishi-narad-ji.html evenals https://www.facebook.com/Bhakti.Krishna/posts/once-upon-a-time-when-narada-muni-was-meditating-lord-indra-sent-kamdev-and-one-/1917470478486870/, https://nishantindia.com/2016/10/04/why-narad-muni-cursed-lord-vishnu/ en https://satsangweb.wordpress.com/category/ramayan/].

Geïnterpreteerd conform de boven geuite opvattingen zou het neerkomen op zulke conclusies als beneden worden gegeven. Narad, de ontdekkingsreiziger, vroeg zich af wat er voorbij die bergen was. De Himalaya was toen niet zo hoog als nu. Hij besloot de bergen over te steken en de zaken zelf te bekijken. Hij ging diep de bergen in en kwam bij een buitenpost van de Devata’s met Kam Deva als de leidinggevende. Hij werd tegengehouden door Kan Deva, aangezien het niemand was toegestaan het land van Indra te betreden. Kam Deva probeerde Narad om te kopen om terug te gaan. Waarschijnlijk werden wijn en vrouwen geprobeerd, maar Sint Narad weigerde alles en stond op zijn recht van exploratie. Toen probeerde misschien Kan Deva om Indra’s toestemming te krijgen en kreeg die door Narad te presenteren als een onzelfzuchtige heilige persoon. Toen ging Narad naar Indra’s hof en daar raakte hij bekend met de andere natie van Daitya’s aan wie de Devata’s of Chinezen tribuutbrengers waren geworden. Narad verzekerde waarschijnlijk Indra van de hulp van Ariërs in zijn gevecht met de Daitya’s, zodat allen een eerzaam leven konden leiden. Toen bracht Narad een verdrag tot stand tussen de Devatakoning Indra en de Arische koning Narsingh. Narsingh [zie https://en.wikipedia.org/wiki/Narasimha] had niet het lijf van een leeuw. Hij was alleen beroemd om zijn moed, staatsmanschap en ook om zijn geestelijke perfectie. Hij was een leeuw onder de Manushya’s. Maar alvorens daadwerkelijk vijandigheden te beginnen met de Daitya’s, probeerde Narad uiteraard eerst meditatie. Met de hulp van Indra, in een vimana geleend door de Devata’s, ging hij naar de Daitya keizer in Hyrcania. Daar probeerde hij Hiranyakashpa over te halen om in vriendschap met de Devata’s te leven. Hiranyakashpa moet deze inmenging van een andere onbekende natie in zijn politiek hebben ontstemd. Niet alleen behandelde Hiranyakashpa Narad uit de hoogte maar hij probeerde hem te straffen, maar Narad gebruikte mogelijk zijn yoga of mesmerische krachten zodat de hovelingen van Hiranyakashpa verstijfd waren en Narad niet konden grijpen. Terwijl Hiranyakashpa vijandig stond tegenover Narad, was de oudste zoon van Hiranyakashpa, prins Prahlad, zo onder de indruk van de wijsheid, geleerdheid en geestelijke krachten van Narad, dat hij ter plekke Narads leerling werd. Dit was verraad in de ogen van Hiranyakashpa, die de dood van Prahlad decreteerde [zie https://vaniquotes.org/wiki/Prahlada_Maharaja_simply_followed_the_instructions_of_Narada_Muni,_his_guru,_and_thus_he_always_remained_a_stalwart_devotee._This_is_the_nature_of_an_intelligent_devotee].

Narada Muni teachning Prahlad in womb of his mother (foto bhagavatam-katha)

Narada Muni teachning Prahlad in womb of his mother (foto bhagavatam-katha)

In het Puranische verhaal wordt ook gezegd, dat Narad op een keer wijsheid had geleerd aan de moeder van Prahlad, toen Prahlad in haar baarmoeder was [zie http://www.bhagavatam-katha.com/narada-muni-story-narada-muni-teachning-prahlad-in-womb-of-his-mother/, etc.]. Die leer maakte indruk op het kind in de baarmoeder en toen Prahlad werd geboren, was hij een gelovige in en vereerder van God [i.e. Vishnu]. Zijn vader Hiranyakashpa beschouwde dit als verraad en probeerde hem op diverse manieren te doden, door hem van een berg af te gooien, door hem in vuur te verbranden, maar op de een of andere manier werd hij telkens gered. Hiranyakashpa bond Prahlad aan een pilaar en trok zijn eigen zwaard om Prahlad het hoofd af te slaan. Hiranyakashpa daagde Prahlad uit zijn God op te roepen om hem te redden. Er wordt gezegd, dat toen de pilaar in tweeën spleet en een wezen met het lichaam en gezicht van een leeuwman te voorschijn kwam. De leeuwman of Narsingh greep Hiranyakashpa en rukte zijn ingewanden open [zie https://en.wikipedia.org/wiki/Prahlada#The_story_of_Prahl%C4%81da].

Uit het Puranische verhaal is het duidelijk dat Narad een contact had met Hiranyakashpa’s paleis en in staat was indruk op Prahlad te maken met zijn leringen. In onze interpretatie wordt een objectieve kleur, passend bij de politiek en historische positie van de tijd, gegeven. Hoe dan ook, Prahlad beschouwde Narad als zijn geestelijke leermeester en Narad moet geprobeerd hebben Prahlad te redden van vervolging en dood door Narsingh erbij te brengen. Narsinjgh kwam op tijd om Prahlad te redden en doodde Hiranyakashpa. Volgens de Bhagwat Purana (5:18) was God Narsingh (Incarnatie van Vishnu) toen in Harivarsh deel van Jambudvipa, wat het koninkrijk was toegewezen door Agnidhra aan zijn derde zoon Harivarsha [zie https://www.indianetzone.com/46/progeny_pryavrata.htm]. Daarom schijnt het dat Heer Narsingh de koning was van dit deel van het Arische land. Hij werd door Narad meegenomen naar Hyrcania in de vimana geleend door Indra voor het redden van zijn discipel Prahlad van de dood.

Deze daad van Narad had een geweldige internationale impact in die dagen. Plotseling was de schrik van de toenmalige wereld dood. Het Daitya rijk lag aan de voeten van Narsingh. Maar Heer Narsingh weigerde voordeel te trekken uit deze situatie aangezien de Ariërs niet de landen van andere volken annexeerden. Hij gaf het Daitya rijk terug aan Prahlad en kroonde hem tot Heer van het Daitya-rijk. Het verhaal kan verder worden uitgebreid door te zeggen dat de kroning van Prahlad moet zijn bijgewoond door Indra evenals door afgevaardigden van andere naties, zodat zijn bestijging van de troon internationale erkenning kan hebben gehad en het doel van Narad om internationale vriendschap te vestigen tussen de toen bestaande naties kan zijn gediend. Bij deze kroning moeten al de verzamelde naties en vooral de Devata’s grote dankbaarheid hebben gevoeld voor Heer Narsingh en moeten immens onder de indruk zijn geweest van zijn welwillendheid in geen voordeel ontlenen aan deze gebeurtenissen voor de Ariërs zelf. Al deze zijn natuurlijke en redelijke aannames.

Guru Shukracharija (foto samacharjagat)

Guru Shukracharija (foto samacharjagat)

Toen hadden twee belangrijke gebeurtenissen tegelijk plaats. De ene is dat de wijze Shukracharya de goeroe of geestelijke leermeester van de Daitya’s onder Prahlad [zie voor een uitgebreide versie: https://sagarworld.com/blog/hinduism/puranas-hindu-mythology/jai-ganga-maiya-ramanand-sagar/ganga-maiya-characters/story-of-guru-shukracharya/]. Hij was niet daar in de tijd van Hiranyakashpa, maar Prahlad, die de Arische cultuur had ingedronken van Narad, moet Narad gevraagd hebben om permanent bij hem te blijven. Maar de reizende Narad kan zo’n voorstel niet hebben geaccepteerd. Natuurlijk werd daarom een substituut gepresenteerd en geaccepteerd. Shukracharya was een van de meest geleerde personen van die tijd, zo zeer zo dat hij de kunst van het herleven der doden kende, die zelfs de Devata’s niet kenden [zie https://www.ganeshaspeaks.com/predictions/astrology/shukracharya-some-unknown-aspects-of-the-powerful-preceptor/]. Natuurlijk moeten met Shukracharya een aantal Ariërs zijn meegegaan naar Hyrcania en Prahlad moet regelingen hebben getroffen voor hun juiste huisvesting. Dit was de wijze en de gelegenheid dat een golf van Ariërs naar Perzië ging vanuit Sapta-Sindhu en neerstreek in wat bekend werd als Ariana, Media, Iran. In die tijd was er geen Aryanam Veijo. Dat land was nog steeds het Daitya-land van Hyrcania. Dat Shukracharya een Arische rishi was, blijkt uit het feit, dat Priyavrat, de tweede zoon van Swayambhava Manu, zijn dochter Urjaswati trouwde met Shukracharya. Van Urjaswati werd een dochter genaamd Devyani geboren aan Shukracharya (zie Bhagwat Purana 5:1) [Shukra is de planeet Venus, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Shukra. Shukra’s wife was the goddess Jayanti, and their union produced Queen Devayani, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Devayani].

Een andere belangrijke gebeurtenis van het hoogste belang had plaats in die tijd. Indra was zo dankbaar ten opzichte van Heer Narsingh, dat hij hem aansprak als Vishnu Trilokinath (beschermer van de drie werelden: Devaloka, Daityaloka en Manushyaloka) en Heer Shiva, de meester van Kailash, presenteerde het geschenk van het nieuwgevormde maagdelijke land van Trivishtap (Tibet) als een nederige tribuut van al de dankbare naties. Heer Narsingh accepteerde deze gift met de voorwaarde dat dit Trivishtap geen militaire of politiestaat wordt, maar een cultureel centrum zal zijn, waar een Arische rishi zal regeren door vriendschap en waar alle naties van de toen bekende wereld vrijelijk konden komen en hun geschillen beslechten door onderhandeling met de hulp van de heerser van het centrum. De titel Vishnu werd ook op deze heerser toegepast. Heer Narsingh benoemde Vaikunth, zoon van Vaikuntha, tot dit hoge ambt. Aldus werd Trivishtap (Tibet) bekend als Vaikunth, de residentie van Heer Vishnu. Dit gebeurde in Rewat Manvantar zoals reeds gesteld. Met Heer Vishnu van Vaikunth ging een aantal Ariërs ook naar Tibet. Het is opmerkelijk dat Heer Vishnu’s plaats van residentie niet alleen Vaikunth wordt genoemd en Kshirsagar, maar ook Berg Sumer en het aangrenzende gebied wordt Sumerkhand genoemd [zie https://en.wikipedia.org/wiki/Kshir_Sagar = melkoceaan, in het bijzonder https://en.wikipedia.org/wiki/Kshir_Sagar#Svetadvipa: Cosmologically the Dvipas and Sagaras depict the entire Cosmos, though in Cartiography (or Cosmography), all the Dvipas and Sagaras are shown to lie in the Southern Hemisphere]. Waarschijnlijk is de moderne naam Samarkand. En in de buurt van deze streek leefden ook de Sheshnaga’s en Suparna Garuds, die bondgenoten van Vishnu werden [zie https://en.wikipedia.org/wiki/Shesha en https://sanskritdictionary.org/suparna, zie ook https://books.google.nl/books?id=caskYEbIQDoC&pg=PA132&lpg=PA132&dq=suparna+garuda&source=bl&ots=jMIZHvnoH-&sig=ACfU3U0h6mtLQwc5sa8zvLRSvikBd-GLpw&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwiY9v_GmtPiAhVRsaQKHSBcBrk4FBDoATAFegQIBhAB#v=onepage&q=suparna%20garuda&f=false).

Deze traditie is zichtbaar tot op deze dag in Tibet, dat nog steeds een culturele staat is en waarvan de heerser wordt beschouwd een incarnatie te zijn van God. Het is interessant op te merken dat, toen Boeddhisme overheerste in Tibet, de Heer van Tibet de Incarnatie werd van Heer Boeddha, die zelf wordt beschouwd als een Incarnatie van Vishnu in de Purana’s. De Tibetaanse Vishnu intervenieerde om de haverklap om vriendschap te brengen tussen de Daitya’s en Devata’s, wanneer ze ruzieden. Tibet werd aldus een Zwitserland van die prehistorische dagen.

Zie ook https://www.booksfact.com/puranas/king-mahabali-went-patala-loka-south-america.html.

Extra over Bali

In India komen we Beli, Bali tegen als een machtige koning van India. Hij was een gunsteling van Brahma en veroverde met diens hulp de hele wereld, ja, zelfs zou hij de hemel hebben veroverd, als niet Vishnu de “zonnegod” Indra te hulp gekomen was. Bali werd toen de god van de onderwereld, Balisatma genaamd. Zijn grote feest, dat onder luid gejubel aanvangt, valt in september, de voorjaarstijd in Malabar. Hij wordt wel voor identiek gehouden met Bali, de apenkoning, een incarnatie van Indra. Deze stootte Hanuman, de vroegere apenkoning van de troon, die zich met Shri Rama tegen hem keerde, toen Rama zijn veldtocht door India hield. Rama doodde Bali en Hanuman werd weer in zijn rijk hersteld. Bali echter, die Visjnoe erkende en zich tegenover hem deemoedig toonde, steeg ontzondigd op naar het paradijs. Hij wordt ook gezien als de jager Jura, die een pijl schoot op het lichtende swastika teken onder de voetzool van de slapende Krishna en hem zo doodde [WdM 102].

Vishnu was geboren als Vamana om een koning te overwinnen, die Bali of Mahabali heette. Bali betekent “offer”. Mahabali was bekend om zijn grote ambitie. Bali was de machtigste heerser van India, die in de 2e tijdperiode (Treta-yuga) leefde. Omdat hij een grote wijze en leerling van Sakra was, voerde hij ook de naam Mahabali Sakrawati. Hij wordt voor identiek met Baali gehouden. Baali is de stichter van de staat Iran, die van de goden de vier heilige boeken ontving en zijn volk in vijf kasten deelde. Hij is met Brama te vergelijken, evenals met de Bel der Assyriërs en de Kushieten. Hij was de man van eenvoudige natuurwetten en heerste in zalige onschuld voor de grote zondvloed tot de ruwere cultus van Shiva hem verdrong. Mahabali (= Mahabad) is de oudste heerser van India en de stamvader van de hele Indiase bevolking. Hij had de laatste vreselijke vernietiging van de aarde overleefd, werd door de goden gezegend weer met zijn vrouw verenigd en plantte het vernietigde mensengeslacht weer voort. Ook gaven de goden hem het heilige wetboek Dusatir, volgens welke hij de godsdienstgebruiken van het nieuw geschapen volk vaststelde, dat volk aan een god leerde geloven en het gesternte, in het bijzonder de planeten voor de opperste dienaren van deze god verklaarde. Bali was een gunsteling van Brama en veroverde met diens hulp de hele aarde en zou zelfs de hemel veroverd hebben, wanneer Vishnu niet Indra te hulp was gekomen. Bali erkende zijn nietigheid, werd deemoedig en vroom en smeekte Vishnu, zijn knieën omvattend, steeds in zijn nabijheid te blijven, welke bede de god verhoorde en hem tot beheerser van de onderwereld maakte, die naar hem Balisatma heet [WdM 96, 88, 319; Mees, 18.] (zie http://btg.krishna.com/lord-vamana-resolves-universal-conflict).

Avatara Vamana splashes Bali's head, and sends him to the Patala (foto Wikipedia)

Avatara Vamana splashes Bali’s head, and sends him to the Patala (foto Wikipedia)

Zoals MEES opmerkt, betekent Bali “offer” en Mahabeli dus “groot offer”. De grote ambitie van Mahabali was, dat hij het Visjvajit-offer bracht, waarvan het doel de wereldbeheersing is. Na op deze manier grote macht verkregen te hebben, trok Mahabali zelf op de hemelstad af, geregeerd door Indra, en begon die te belegeren met zijn leger. Na het ingenomen te hebben vestigde hij zich er, terwijl de goden of zich hadden verborgen of aan hen onderworpen waren. Ondanks dat Mahabali de noodzakelijke riten achterwege had gelaten en de traditionele verering van de goden negeerde en heerschappij over de hogere sferen verlangde, was hij een deugdzame en rechtvaardige koning t.o.v. zijn onderdanen op aarde en hij was bij hen geliefd. Om hem op zijn nummer te zetten werd Vishnu geboren als zoon van Kasyapa en Aditi. Kasyapa is een van de zeven Rishi’s. [MEES, 18f.]

Volgens MEES verscheen Vishnu in de maand Bhadrapada, corresponderend met Virgo. Visjnoe nam de vorm aan van een brahmachari (een heilige) in dwerggestalte (d.w.z. heel klein: Klein Duimpje), die echter boven iedereen uitstraalde in geestelijke luister (bedoeld is, dat hij helderder straalde dan de andere hemellichamen). Toen Mahabali op het punt stond een Asvamedha of Paardoffer te brengen (dat symbolisch voor wereldoverheersing staat), kwam Vishnu de troonzaal van de koning binnen in de gedaante van een religieuze bedelaar [= yogi]. Mahabali ontvangt hem met het nodige respect en wast zijn voeten. Dan vraagt hij zijn gast, wat deze wil hebben en biedt hem land, goud, een prachtig huis, eten en drinken of een vrouw aan, maar Vamana antwoordt niet meer te wensen dan drie voet land, gemeten naar zijn voeten. Mahabali dringt er bij hem op aan iets waardigers te vragen, maar dit weigert de brahmachari. Toen de koning zijn belofte wilde vastleggen, werd hij door zijn guru, Sukra, de god van de liefde (tussen de planeten), gewaarschuwd, dat de bedelaar Vishnu in vermomming was en dat een grote ramp hem te wachten stond, wanneer hij de belofte zou vervullen, omdat alles hem zou worden afgenomen. Maar dit was de eer van Mahabali te na. Na de vastlegging van de belofte van de koning door het uitgieten van water, dijde de dwerg Vamana zodanig uit, dat zijn gestalte de hele kosmos vulde. Bali kreeg het “gezicht” [“visioen”, vgl. Arjuna van Krishna, p. ] van de Al-vorm. Toen doorliep Vishnu met twee stappen het universum, boven en beneden, het voor de goden terugeisend. En omdat er toen geen stappen meer te nemen waren, beschuldigde hij Mahabali ervan hem bedrogen te hebben en veroordeelde hem tot een tijd in de onderwereld. Toen viel Mahabali op zijn knieën en bood de god zijn hoofd aan voor de derde stap, waarna hij door Vamana naar Sutala werd gezonden. Volgens Vollmer verliep het bovenstaande als volgt: De reus (Bali) belooft de vraag te vervullen, waarop Vishnu zijn godengestalte aanneemt, met één voet de hele aarde bedekt, met de andere het hele ruim tussen hemel en aarde en vervolgens weer met de 1e de kop van de reus in Patala (onderwereld) trapt. MEES vergelijkt dit verhaal met Tarotkaart 16: De door de bliksem getroffen toren, waar enige figuren vanaf storten. De tekortkoming van Mahabali was de arrogantie van de wereldlijke macht. Hij had zijn koninkrijk in een materialistisch Utopia omgezet en ging daarmee door, de ineenstorting van de gehele geestelijke wereld nabijbrengend.

Sutala, het “oord der verbanning” wordt de “Grote Grot” genoemd. Volgens MEES is het de put of afgrond (abyss), die we al regelmatig zijn tegengekomen als de plek der diepste diepte, die echter tevens de plaats is van het Mysterie van de “wederopstanding”. Het verblijf van Bali is maar tijdelijk, want Vishnu belooft de status van Indra aan Bali voor een toekomstige tijd. Ondertussen is het Bali [Indrasena] toegestaan om elk jaar op die dag terug te keren naar de wereld om te zien of zijn volk nog leeft in welvaart en geluk [vgl. Ploutos: door ervoor te ploeteren!]. Dit feest van Bali’s terugkeer [vgl. Sinterklaas!] wordt gevierd in Kerala, een landstreek grenzend aan de Malabar kust. Dit gebied is het enige deel van India, waar de mythe ruime bekendheid heeft en dit feest niet alleen met groot enthousiasme gevierd wordt, maar ook het hoofdfeest van het jaar is. Het heet Onam (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Mahabali#Genesis_of_Onam) en is het nationale festival van alle Hindoe-Malayali’s. Het valt in Leo, aan het eind of na de oogst van de rijstvelden, en de ene dag is in werkelijkheid een week of zelfs een maand feest [MEES, 20-22; WdM, 451].

Onappottan, a symbolic representation of King Bali. He visits houses during the onam and gives blessings (foto Wikipedia)

Onappottan, a symbolic representation of King Bali. He visits houses during the onam and gives blessings (foto Wikipedia)

Wanneer de vogelgod Garuda (geestelijke aspiratie) de vrome Asura Bali in boeien legt, kan hij dit slechts m.b.v. soma [Aurobindo, 233] (zie https://iskcondesiretree.com/photo/bali-maharaja-lowers-his-head-in-shame-in-front-of-lord-vamana).

In de Ramayana lezen we de volgende claim van Mrityu (7:22):

Hiranyakashipu, de gelukkige Namuchi, Shambara, Nishandi, Dhumaketu, Bali, Virochana, de reus Shambhu, machtige vorsten, Vritra en Bana, de Rajarishi’s, geschoold in de Shastra’s, Punnaga’s, Daitya’s, Yaksha’s en menigten Alsara’s met de aarde en zijn bergen, rivieren en bomen en de grote oceaan, zijn allen door mij vernietigd aan het einde van de wereld-cyclus [Ram. III, 434].

Hoewel Mrityu deze conversatie houdt tegen Yama, de heer Vaivasvata, – ze staan samen in Yama’s strijdwagen in de slag tegen Ravana – is Mrityu, de god der Dood, slechts een andere naam voor Yama en betekent “Brenger der dood” [Rām. III, 664].

Het einde van de wereldcyclus kan slaan op het einde van een yuga en het einde van Hiranyakashipu wordt gezien als het einde van de Krita-yuga. Bali was echter de goede en deugdzame Daitya-koning, de zoon van Virochana (vanwaar bijgenaamd Vairochana), de zoon van Prahlāda, de zoon van Hiranyakashipu, die door zijn devotie en boetedoening Indra wist te verslaan, de goden te vernederen en zijn gezag uit te breiden over (geheel) de drie Werelden. De goden beriepen zich op Vishnu voor hun bescherming en die manifesteerde zich in zijn dwerg-avatāra om Bali in te perken. Deze dwerg[monnik] vroeg aan Bali de gunst van drie stappen grond en stapte, na de gunst te hebben verkregen, over hemel en aarde in twee stappen; maar toen hield hij stil uit respect voor de deugdzaamheid van Bali en zijn grootvader Prahlāda en liet hem Pātāla, de onderaardse gebieden. De bron van de legende van de drie stappen is te vinden in de Rig-veda, waar Vishnu wordt voorgesteld als drie stappen nemende over aarde, hemel en de lagere gebieden, wat misschien het rijzen, op zijn hoogtepunt zijn en ondergaan van de zon voorstelt [oftewel het raadsel van de sfinx]. [CDHM 331, 42].

We hadden gezien, dat die drie stappen in verband werden gebracht met het doden van Vritra. Zoals we zagen, bracht de Rām. ook de dood van Bali en Vritra met elkaar in verband en met het wereldeinde. De Vāmana of dwerg-avatāra wordt in de Treta-yuga geplaats. Hij werd geboren als een Klein Duimpje zoon van Kashyapa en Aditi, als eerste Vishnu-avatāra na het einde van de Satya-yuga of 1e periode van de wereld [CDHM 37].

Meer informatie:
http://ajitvadakayil-1.blogspot.com/2013/06/shukracharya-is-ahura-mazda-god-of.html
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-the-sphinx-speaks-1-introductie/
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-the-sphinx-speaks-2-de-tethys-zee/
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-the-sphinx-speaks-3-de-vloed-van-manu-en-aryanam-veijo/
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-the-sphinx-speaks-4-wie-waren-de-devatas/

1 Trackbacks & Pingbacks

  1. Cor Hendriks – The Sphinx Speaks (10): De Zeven Patala’s + Manu in the Bible and the History of Mankind + FIVE FLOOD STORIES YOU DIDN’T KNOW ABOUT | Rob Scholte Museum

Leave a comment

Your email address will not be published.

*