Cor Hendriks – Ramayana (4): Valmiki’s Ramayana

Het volgende is een vertaling van het eerste deel van de PDF (http://www.iaiar.org/admin/book/chepterPdf/8116-Chapter%20-%203.pdf).

Uttara Kanda bevat het verhaal van het vroege leven van Valmiki als een struikrover genaamd Ratnakar, die gewoon was mensen te beroven na hen te doden. Op een keer probeerde de rover de goddelijke wijze Narada te beroven ten behoeve van zijn familie. Narada vroeg hem, of zijn familie de zonde, die hij opliep tijdens de beroving, wilde delen. De rover antwoordde positief, maar Narada zei hem dit te bevestigen bij zijn familie. De rover vroeg zijn familie, maar geen was akkoord om de last der zonde te dragen. Afgewezen begreep de rover tenslotte de waarheid van leven en vroeg Narada om vergiffenis. Narada leerde de rover de mantra voor redding. Maar de mantra in kwestie, de naam van heer Shri Ram, dat wil zeggen “Rama”, mocht niet gegeven worden aan moordenaars en dergelijke. Narada zei dus Ratnakar om in plaats daarvan “Mara” te zingen, de fonetische anagram van “Rama” om deze restrictie te omzeilen. De rover mediteerde vele jaren lang, zo zeer dat mierenheuvels rond zijn lichaam opgroeiden. Tenslotte verklaarde een goddelijke stem zijn boetedoening geslaagd, hem de naam Valmiki verlenend, wat betekent “iemand geboren uit mierenheuvels”.

Narada asked the robber if his family would share the sin he was incurring due to (foto iaiar.org)
Narada asked the robber if his family would share the sin he was incurring due to (foto iaiar.org)

Rishi Valmiki daalde op een keer af naar de rivier Ganges voor zijn dagelijkse wassingen. Een leerling genaamd Bharadvaja droeg zijn kleren. Onderweg kwamen ze bij de Tamasa stroom. De stroom bekijkend zei Valmiki tegen zijn leerling: “Zie hoe helder dit water is, als de geest van een goede man! Ik zal vandaag hier baden.” Toen hij aan het zoeken was naar een geschikte plek om in de stroom te stappen, zag hij een kraanstel copuleren. Valmiki was zeer ingenomen bij het zien van de blije vogels. Plotseling, getroffen door een pijl, stierf de mannetjesvogel ter plaatse. Vervuld met verdriet gaf zijn partner een schreeuw van pijn en stierf van shock. Valmiki’s hart smolt bij dit meelijwekkende gezicht. Hij keek in de rondte om te ontdekken wie de vogel had geschoten. Hij zag een jager met een boog en pijlen in de buurt. Valmiki werd heel kwaad. Zijn lippen openden zich en hij riep:

mā niṣāda pratiṣṭhaṁ tvamagamaḥ śāśvatīḥ samāḥ
yat krauñcamithunādekam avadhīḥ kāmamohitam

Je zult geen rust vinden voor de lange jaren der Eeuwigheid
Want je doodde een verliefde en argeloze vogel.

Rishi Valmiki cursed the hunter who killed the Krouncha Bird (foto iaiar.org)

Rishi Valmiki cursed the hunter who killed the Krouncha Bird (foto iaiar.org)

Spontaan tevoorschijn komend uit Valmiki’s woede en verdriet was dit de eerste śloka in Sanskriet literatuur. Later componeerde Valmiki Muni de hele Ramayana met zegen van heer Brahma in hetzelfde lyrische metrum, dat uit hem voortkwam, zoals de śloka. Aldus wordt deze śloka vereerd als de “eerste śloka” in Hindoe literatuur. Valmiki Muni wordt vereerd als de eerste dichter, of Adi Kavi, en de Ramayana als de eerste Kavya.

Zijn eerste leerlingen aan wie hij de Ramayana leerde waren Kuśa en Lava, de zonen van Śri Ram.

De Valmiki gemeenschap te vinden in Punjab, Rajasthan en Gujarat vereert Valmiki als hun voorouder en als god.

Traditioneel behoort de tekst tot de Tetra Yuga, tweede van de vier eonen (yuga’s) van Hindoe chronologie. Shri Ram wordt gezegd te zijn geboren in de Treta Yuga aan koning Daśaratha in de Ikshvaku Vamsa (clan). Maharishi Valmiki – de schrijver van Ramayana en een tijdgenoot van Shri Ram – heeft in drie sloka’s de posities van planeten gegeven ten tijde van de geboorte van Shri Ram.

Het epos wordt traditioneel verdeeld in diverse grote kanda’s (boeken), die in chronologische volgorde de belangrijkste gebeurtenissen in het leven van Shri Ram behandelen. De verdeling in zeven kanda’s is als volgt:

1. Bala Kanda (Boek van de kindertijd): De origine en kindertijd van Shri Ram, geboren aan koning Dasharatha van Ayodhya en voorbestemd om demonen te bevechten. Sita’s swayamvara en daarop volgende huwelijk met Shri Ram.
2. Ayodhya Kanda (Boek van Ayodhya): De voorbereidingen voor de kroning van Shri Ram in de stad Ayodhya, zijn verbanning naar het woud en het regentschap van Bharata.
3. Aranya Kanda (Boek van het woud): Het woudleven van Shri Ram met Sita en Lakhshmana, zijn constante gezel. De ontvoering van Sita door de demonenkoning Ravana.
4. Kishkindha Kanda (Boek van het aaprijk): Shri Ram ontmoet Hanuman en helpt met het vernietiging van de aapmensenkoning Vali en maakt Vali’s jongere broer Sugriva koning van Kishkindha in zijn plaats.
5. Sundara Kanda (Boek der schoonheid): Gedetailleerde verslagen van Hanumans avonturen, inclusief zijn ontmoeting met Sita. Traditioneel als eerste gelezen wanneer de Ramayana wordt voorgedragen, is de naam van het boek afgeleid van de troetelnaam gegeven aan Hanuman door zijn moeder.
6. Yuddha Kanda (Boek van oorlog, ook bekend als Lanka Kanda): De oorlog in Lanka tussen de legers der apen en demonen van respectievelijk Shri Ram en Ravana. Nadat Ravana verslagen is, ondergaat Sita de vuurtest, voltooit de verbanning met Shri Ram, en ze keren terug naar Ayodhya om over de ideale staat te regeren.
7. Uttara Kanda (Laatste boek): Geruchten van onzuiverheid leiden tot de verbanning van Sita. Gedurende welke tijd zij Lava en Kusha baart en opvoedt. Shri Ram en Sita verzoenen zich. De tweelingjongens bestijgen later de troon van Ayodhya, waarna Shri Ram uit deze wereld vertrekt.

Rishyashringa performed the holy sacrifice and the final day of the event, a dark skinned deity appeared from Agni and offered holy food to King Dasaratha (foto iaiar.org)

Putrakameshti Yagya performed by King Dasaratha – Rishyashringa performed the holy sacrifice and the final day of the event, a dark skinned deity appeared from Agni and offered holy food to King Dasaratha (foto iaiar.org)

1. Bala Kanda

Dasharatha was de koning van Ayodhya. Hij had drie koninginnen Kausalya, Kaikeyi en Sumitra. Hij was een lange tijd kinderloos en begerig om een erfgenaam te verwekken volbracht hij een vuuroffer bekend als putra-kameshti yagya. Als gevolg daarvan werd Shri Ram als eerste geboren aan Kausalya, Bharat werd geboren aan Kaikeyi en Lakshmana en Shatrughna werden geboren aan Sumitra. Deze zonen waren begiftigd in diverse graden met de essentie van de God Vishnu; Vishnu had ervoor gekozen om in sterfelijkheid geboren te worden om de demon Ravana te bevechten, die de goden onderdrukte en die alleen door een sterveling kon worden vernietigd.

Pictorial depiction of the birth of four sons of Dasaratha (foto iaiar.org)
Pictorial depiction of the birth of four sons of Dasaratha (foto iaiar.org)

De jongens werden opgevoed als prinsen van het rijk en ontvingen instructies uit de geschriften en in oorlogsvoering. Toen Shri Ram ongeveer 16 jaar oud was, kwam de wijze Vishwamitra naar het hof van Dasharatha om hulp te zoeken tegen demonen, die offerriten verstoorden. Hij koos Shri Ram, die gevolgd werd door Lakshmana, zijn constante gezel door heel het verhaal. Shri Ram en Lakshmana ontvingen instructies en bovennatuurlijke wapens van Viswamitra en gingen op weg om de demonen te vernietigen.

Rama-strip 1 (foto iaiar.org)
Rama strip 1 (foto iaiar.org)

Janaka was de koning van Mithila. Op een dag werd een vrouwelijk kind in het veld door de koning in de diepe vore gegraven door zijn ploeg. Overweldigd door vreugde beschouwde de koning het kind als een “miraculeus geschenk van god”. Het kind werd Sita genoemd, het Sanskriet woord voor vore. Sita groeide op om een kind van onvergelijkbare schoonheid en charme. Toen Sita op huwbare leeftijd kwam, besloot de koning om een swayamvara te houden, die een wedstrijd bevatte. De koning was in het bezit van een enorm zware boog, hem geschonken door de heer Shiva: wie deze boog kon hanteren mocht met Sita trouwen. De wijze Vishwamitra woonde de swayamvara bij met Shri Ram en Lakshmana. Alleen Shri Ram was in staat de boog te hanteren en toen hij de pees aantrok, brak de boog. Huwelijken werden gearrangeerd tussen de zonen van Dashratha en dochters van Janaka. Shri Ram trouwde met Sita, Lakshmana met Urmila, Bharata met Mandavi en Shatrughan met Shrutakirti. De huwelijken werden gevierd met grote feestelijkheid te Mithila en de huwelijkspartij keerde terug naar Ayodhya.

Mata Kaikeyi asked two boons from King Dasaratha (foto iaiar.org)
Mata Kaikeyi asked two boons from King Dasaratha (foto iaiar.org)

2. Ayodhya Kanda

Nadat Shri Ram en Sita twaalf jaar getrouwd waren, uitte een oud geworden Dasharatha zijn begeren om Shri Ram te kronen, waartoe de Kosalavergadering en zijn onderdanen hun ondersteuning uitdrukten. Op de vooravond van het grote gebeuren claimde Kaikeyi – haar jaloezie opgewekt door Manthara, een boze dienstmaagd – twee gunsten die Dasharatha lang geleden haar had verleend. Kaikeyi eiste dat Shri Ram werd verbannen naar de wildernis voor veertien jaar, terwijl de troonopvolging overgaat op haar zoon Bharata. De koning met gebroken hart, beperkt door zijn rigide toewijding aan zijn gegeven woord, gaf toe aan Kaikeyi’s eisen. Shri Ram accepteerde zijn vaders met tegenzin gegeven decreet met absolute onderwerping en kalme zelfcontrole, die hem door heel het verhaal karakteriseren. Hij werd vergezeld door Sita en Lakshmana. Toen hij Sita vroeg hem niet te volgen, zei ze: “Het woud waar jij dwaalt is Ayodhya voor mij en Ayodhya zonder jou is een ware hel voor mij.” Na Shri Rams vertrek overleed koning Dasharatha, niet in staat om het verdriet te verdragen.

Shri Ram, Sita and Lakshmana departure to Guha, the boatman at Sringiperbur offers oblation to Forest (foto iaiar.org)
Shri Ram, Sita and Lakshmana departure to Forest (foto iaiar.org)

Ondertussen hoorde Bharata, die op bezoek was bij zijn oom van moederszijde, van de gebeurtenissen in Ayodhya. Bharata weigerde te profiteren van zijn moeders boze gekonkel en bezocht Shri Ram in het woud. Hij verzocht Shri Ram om terug te keren en te regeren. Maar Shri Ram, vastbesloten om zijn vaders bevelen letterlijk uit te voeren, weigerde terug te keren, voordat de verbanning was afgelopen. Bharata echter nam Shri Rams sandalen mee en bewaarde ze op de troon, terwijl hij heerste als Shri Rams regent.

Guha, the boatman at Sringiperbur offers oblation to Shri Ram (foto iaiar.org)
Guha, the boatman at Sringiperbur offers oblation to Shri Ram (foto iaiar.org)

3. Aranya kanda

Shri Ram, Sita en Lakshmana reizen zuidwaards langs de oevers van de rivier Godavari, waar ze hutten bouwden en van het land leefden. In het Panchavatiwoud werden ze bezocht door een Rakshasavrouw, Surpanakha, de zuster van Ravana. Zij probeerde de broers te verleiden en ondernam, toen ze daar niet in slaagde, een poging om Sita te doden. Lakshmana stopte haar door haar neus en oren af te hakken. Toen hij dit hoorde, organiseerde haar demonenbroer Khara een aanval op de prinsen. Shri Ram vernietigde Khara en zijn demonen.

Rama-strip 2 (foto iaiar.org)
Rama strip 2 (foto iaiar.org)

Toen nieuws van deze gebeurtenissen Ravana bereikte, besloot hij Shri Ram te vernietigen door Sita gevangen te nemen met de hulp van de Rakshasa Maricha. Maricha, de gedaante van een gouden hert aannemend, trok de aandacht van Sita. Betoverd door de schoonheid van het hert smeekte Sita Shri Ram het te vangen. Heer Shri Ram, bewust dat dit een listigheid van de demonen was, was niet in staat Sita van haar verlangen af te brengen en achtervolgde het hert in het woud, Sita achterlatend onder de hoede van Lakshmana. Na een tijdje hoorde Sita Shri Ram haar roepen; bevreesd voor zijn leven stond zij erop, dat Lakshmana hem te hulp snelde. Lakshmana probeerde haar te overtuigen, dat Shri Ram onoverwinnelijk is en dat het beste is om door te gaan Shri Rams bevelen te volgen met haar te beschermen. Bijna hysterisch stond Sita erop, dat niet zij maar Shri Ram het was die Lakshmana’s hulp nodig had. Hij gehoorzaamde aan haar wens maar stipuleerde, dat zij de hut niet zou verlaten of vreemden binnenlaten. Hij trok buiten een kalklijn, de Lakshmana rekha, rond de hut en sprak een toverspreuk erover uit, die iedereen verhinderde de grens te overschrijden maar mensen toestond naar buiten te gaan. Toen de kust tenslotte veilig was, kwam Ravana in de gedaante van een asceet Sita om gastvrijheid verzoeken. Niet bewust van het sluwe plan van haar gast werd Sita ertoe verleid de rekha te verlaten en werd toen met geweld weggevoerd door de kwaadaardige Ravana.

Rama-strip 3 (foto iaiar.org)
Rama strip 3 (foto iaiar.org)

Jatayu, een gier, probeerde Sita te redden, maar werd dodelijk gewond. Te Lanka werd Sita bewaakt door de zware wacht van rakshasa’s. Ravana verlangde Sita hem te trouwen, maar Sita, voor eeuwig toegewijd aan Shri Ram, weigerde. Shri Ram en Lakshmana leren over Sita’s ontvoering van Jatayu en gaan meteen op weg om haar te redden. Tijdens hun zoektocht ontmoeten ze de demon Kabandha en de asceet Shabari [verhaal van Matanga Rishi wordt vermeld in de Aranya Kandha van Ramayana. Shabari, die moksha bereikte door haar toewijding aan Shri Ram, verbleef in deze Ashram], die hen doorstuurde naar Vanara Sugriva en Hanuman.

4. Kishkindha Kanda

De Kishkundha Kanda heeft plaats in de apencitadel Kishkindha. Shri Ram en Lakshmana ontmoetten Hanuman, de grootste der aaphelden en een aanhanger van Sugriva, de verbannen pretendent voor de troon van Kishkindha. Shri Ram werd vrienden met Sugriva en hielp hem door zijn oudere broer Vali te doden en aldus het koninkrijk Kishkindha terug te krijgen in ruil voor het helpen van Shri Ram om Sita terug te krijgen. Sugriva vergat echter zijn belofte en bracht zijn tijd door in losbandigheid. De slimme aapkoningin Tara, vrouw van de overleden Vali, kwam kalm tussenbeide om een razende Lakshmana te verhinderen de aapcitadel te vernietigen. Vervolgens overtuigde ze eloquent Sugriva om zijn belofte te respecteren. Sugriva zond toen opsporingsexpedities naar de vier hoeken der aarde, alleen om terug te komen zonder succes uit het noorden, oosten en westen. De zuidelijke opsporingsexpeditie onder leiding van Angad en Hanuman leerde van een gier, genaamd Sampati, dat Sita naar Lanka was gebracht.

Rama-strip 4 (foto iaiar.org)

Rama strip 4 (foto iaiar.org)

5. Sundara Kanda

De Sundara Kanda vormt het hart van Valmiki’s Ramayana en bestaat uit een gedetailleerd, levendig verslag van Hanumans avonturen. Na over Sita geleerd te hebben nam Hanuman een gargantueske vorm aan en maakte een kolossale sprong over de oceaan naar Lanka. Hier verkende Hanuman de demonenstad en bespioneerde Ravana. Hij lokaliseerde Sita in het Ashoka Bos, die het hof werd gemaakt en bedreigd door Ravana en zijn rakshasa’s om Ravana te huwen. Hij stelde haar gerust, haar Shri Rams zegelring gevend als een teken van vertrouwen. Hij bood aan Sita terug te dragen naar Shri Ram; zij weigerde echter, omdat ze zichzelf niet toestond aangeraakt te worden door een andere man dan haar man. Ze zei dat Shri Ram zelf moest komen en de belediging van haar ontvoering wreken.

Hanuman maakte toen een puinhoop op Lanka door bomen en gebouwen te vernielen en Ravana’s krijgers te doden. Hij liet zichzelf gevangen nemen en voor Ravana gebracht worden. Hij gaf een boude les aan Ravana om Sita vrij te laten. Hij werd veroordeeld en zijn staart in brand gestoken, maar hij ontsnapte aan zijn boeien en stak, springend van dak naar dak, Ravana’s citadel in brand en maakte de gigantische sprong terug vanaf het eiland [na in zee zijn staart te hebben gedoofd]. De verheugde opsporingsexpeditie keerde terug naar Kishkindha met het nieuws.

Rama-strip 5 (foto iaiar.org)
Rama strip 5 (foto iaiar.org)

6. Landa Kanda of Yudh Kanda

Ook bekend als Yudhdha kand, beschrijft dit boek de strijd tussen de legers van Shri Ram, opgebouwd met de hulp van Sugriva, en Ravana. Na Hanumans verslag over Sita te hebben verkregen, gingen Shri Ram en Lakshmana op weg met hun bondgenoten naar de kust van de zuidelijke zee. Daar werden ze vergezeld door Ravana’s afvallige broer Vibhishana. De apen genaamd Nala en Nila construeerden een drijvende brug (bekend als Shri Ram Setu) over de oceaan en de prinsen en hun leger staken de zee over naar Lanka. Een langdurige strijd volgde en Shri Ram doodde Ravana. Shri Ram installeerde vervolgens Vibhishana op de troon van Lanka.
Toen hij Sita ontmoette, vroeg Shri Ram haar om een “agni pariksha” (vuurtest) te ondergaan om haar zuiverheid te bewijzen, aangezien hij afwilde van de geruchten rond Sita’s zuiverheid. Toen Sita werd geworpen in het offervuur, hief Agni de vuurheer Sita op, onbeschadigd, naar de troon, haar zuiverheid betuigend. De episode van Agni pariksha varieert in de Ramayana-versies van Valmiki en Tulsidas. De bovenstaande versie is van Valmiki’s Ramayana. In Tulsidas’ Ramcharitamanas was Sita onder de bescherming van Agni (zie Maya sita), dus was het nodig haar daaruit te brengen alvorens te herenigen met Shri Ram. Bij de afloop van zijn verbanningsperiode keerde Shri Ram terug naar Ayodhya met Sita en Lakshmana, waar de kroning werd uitgevoerd. Dit was het begin van Ram Rajya, wat een ideale staat met goede zeden inhoudt.

Rama-strip 6 (foto iaiar.org)
Rama strip 6 (foto iaiar.org)

Rama-strip 7 (foto iaiar.org)

Rama strip 7 (foto iaiar.org)

Rama-strip 8 (foto iaiar.org)

Rama strip 8 (foto iaiar.org)

Rama-strip 9 (foto iaiar.org)

Rama strip 9 (foto iaiar.org)

7. Uttara kanda

Na tot koning te zijn gekroond gingen vele jaren met Sita aangenaam voorbij. Echter ondanks de Agni Pariksha (vuurproef) van Sita deden geruchten over haar zuiverheid de ronde onder de bevolking van Ayodhya. Shri Ram gaf toe aan de publieke opinie en verbande Sita naar het woud, waar de wijze Valmiki onderdak bood in zijn ashram (kluis). Hier baarde ze de tweelingjongens Lava en Kush, die pupillen werden van Valmiki en opgevoed werden in onwetendheid van hun identiteit.

Valmiki componeerde de Ramayana en leerde Lava en Kush deze te zingen. Later hield Shri Ram een ceremonie tijdens Ashwamedha yagna, die de wijze Valmiki, met Lava en Kusha, bijwoonde. Lava en Kusha zongen de Ramayana in de tegenwoordigheid van Shri Ram en zijn enorme gehoor. Toen Lava en Kusha over Sita’s verbanning reciteerden, werd Shri Ram door verdriet getroffen en Valmiki bracht Sita tevoorschijn. Sita riep de aarde, haar moeder, op haar te ontvangen en de grond gaat open en ze verdwijnt erin. Shri Ram leerde toen dat Lava en Kusha zijn kinderen waren. Later kwam een bode van de goden en informeerde Shri Ram dat de missie van zijn incarnatie voorbij was. Shri Ram keerde terug naar zijn hemelse verblijf.

Rama-strip 10 (foto iaiar.org)
Rama strip 10 (foto iaiar.org)

Zie ook de video ‘Meaning of Ramayana in the sense of spritual practice (sadhna)’ van https://youtu.be/1mHvVz5a_nM op de pagina https://onlinebabajikriya.com/meaning-ramayana-sense-spritual-practice-sadhna/.

Meer informatie:
https://www.quora.com/What-are-the-some-unknown-or-lesser-known-facts-about-the-Mahabharata-and-the-Ramayana
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-ramayana-1/
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-ramayana-2-in-indonesie/
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-ramayana-3-had-de-ramayana-eigenlijk-plaats-in-en-rond-hedendaags-afghanistan/

Leave a comment

Your email address will not be published.

*