Cor Hendriks – Het Velikovsky Syndroom (8): Ten Besluite (van de EO serie)

We vervolgen Velikovsky’s monoloog.

Mijn beide boeken ‘Werelden in Botsing’ en ‘Ages in Chaos’ gaan over verschillende onderwerpen. Het ene betrof een reconstructie van natuurlijke gebeurtenissen: ‘Werelden in Botsing’, en het andere van de politieke en culturele geschiedenis en van de tijdrekening: ‘Ages in Chaos’. Ik kon tot mijn voldoening aantonen dat het Oude Testament op beide punten een zeer betrouwbaar document is.

De natuurrampen, die ik beschreven heb in ‘Werelden in Botsing’ en die als onmogelijke wonderen beschouwd werden, blijken natuurlijke gebeurtenissen te zijn geweest. Gelovige mensen moeten voor zichzelf uitmaken of ze er de hand in willen zien van een Opperwezen dat alles zo regelde. Maar die gebeurtenissen waren geen verzinsel. Ze vonden werkelijk plaats, op plaatsen die in de Bijbel genoemd worden, zoals b.v. de plek die ik noemde en waar dat grote gebeuren plaatsvond, de doortocht door de zee, Pi-Hachiroth. Zowel de Egyptische bronnen als de Bijbel vermelden deze plaats, waar de Farao werd verzwolgen door de terugvloeiende wateren van de zee.

Ik beschouwde dus twee onderwerpen apart. Ten eerste de aarde van de rampen, in ‘Werelden in Botsing’, ten tweede ‘Ages in Chaos’, waarin de rampen alleen in het begin een rol speelden ter situering van de tijd als aanknopingspunt van waaruit ik kon zoeken naar politieke en culturele bewijzen van generatie tot generatie, van decennium tot decennium, zelfs van jaar tot jaar en, in ‘Ages in Chaos’, bijna van dag tot dag.

Vele malen heeft men mij gevraagd waarom ik het vervolg nog niet heb uitgegeven op deel I van ‘Ages in Chaos’ ter voltooiing van de reconstructie, zoals aangekondigd in het voorwoord van deel I. Toen het eerste deel ter perse ging, was het tweede in feite ook al klaar. Maar toen deel I verschenen was, besefte ik dat voor ik mijn tweede stelling kon verdedigen, ik me bezig moest houden met mijn eerste stelling, het onderwerp van ‘Werelden in Botsing’, een boek waarover nog hevige polemieken gaande zijn. Ik moest de geologische en paleontologische bewijzen aandragen voor de natuurrampen in historische en prehistorische tijden. Daarom besteedde ik de volgende vijf en half jaar aan het schrijven van ‘Aarde in Beroering’, waarin ik tal van bewijzen aanvoerde. Naarmate de tijd verstreek, voelde ik de noodzaak om het werk ‘Ages in Chaos’ verder aan te vullen. Op dit ogenblik omvat het werk al vijf of zes delen.

Eén deel gaat over de donkere periode van Griekenland, het tweede over het tijdperk van de Assyrische veroveringen, dus vanaf omstreeks 840, waar deel I van ‘Ages in Chaos’ ophoudt, tot aan de val van Ninivé in 612 [deze delen zijn niet verschenen]. Het deel ‘Ramses II and his Time’ gaat over de periode van 612 tot de Perzische veroveringen; en van deze tijd tot Alexander de Grote en in feite tot de tweede [eeuw, de tijd] der Ptolemaeën[,] is het onderwerp van ‘Peoples of the Sea’, dat het eerst uitkomt.

‘Peoples of the Sea’ is al helemaal klaar. Verder onderzoek is niet meer nodig. De hierin aangegeven verschillen tussen de aanvaarde chronologie en die, welke ik kon vaststellen en dit tot genoegdoening van allen, die het tot nu toe lazen, bedragen zelfs niet 540, maar tegen de 800 jaar. Zo’n verschil komt beslist aan het licht bij C14-dateringproeven.

Op dit boek komt een aanvulling onder de titel ‘Astronomy and Chronology’. Die is al gepubliceerd in het tijdschrift ‘Pensée’ [een betere versie is opgenomen in ‘Peoples of the Sea’]. Daarin toon ik aan hoe het mogelijk was, dat bij de uitlegging van de geschiedenis en bij de datering zulke fouten gemaakt werden. Ik heb aangetoond dat de aanvaarde geschiedenis en chronologie zijn gebaseerd op de mededelingen van een onbetrouwbare auteur, de Egyptische priester Manetho, die in de derde eeuw voor Christus leefde. Hij schreef in het Grieks. Er zijn alleen uittreksels van zijn werk bekend, maar deze bevatten talloze onnauwkeurigheden. (Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Manetho en veel uitgebreider https://en.wikipedia.org/wiki/Manetho.)

Manetho’s opzet was de Grieken, de Macedoniërs, te bewijzen dat het Egyptische volk de oudste geschiedenis had, ouder ook dan die van de veroveraars. Daarom breidde hij de geschiedenis van zijn land uit met verzonnen dynastieën en koningen. Zijn geschriften bevatten dan ook een reeks van onwaarheden. Was de geschiedenis dus al onjuist, in moderne tijden hebben de geleerden de onjuistheden versterkt door de berekening van de Sothis-periode, een tijdvak in de Egyptische kalender. Hierbij ging men uit van de stand van de ster Sirius ten opzichte van een jaar dat toen nog niet nauwkeurig berekend was zonder de Gregoriaanse correctie en zelfs zonder de Juliaanse correctie van een kwart dag per jaar. De afwijking ten opzichte van de regelmatige verplaatsing van Sirius zou ons op weg helpen als we in Egyptische bronnen enige informatie aantreffen over de stand van Sirius. In mijn boek toon ik aan hoe onjuist deze berekening was, op hoeveel fouten men zich had gebaseerd. Van de hele berekening klopt totaal niets.

Mijn weerlegging is al in druk verschenen in het tijdschrift ‘Pensée’, dat ondanks zijn Franse naam wordt uitgegeven in Amerika, in Portland, Oregon, door de Student Academic Freedom Forum (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Pens%C3%A9e_(Immanuel_Velikovsky_Reconsidered)). Het is gewijd aan een kritische bestudering van mijn werk. Er zullen in totaal ten minste tien nummers aan gewijd worden, misschien ook meer. Vijf nummers zijn al uitgekomen. In nummer vier werd mijn verhandeling ‘Astronomy and Chronology’ gepubliceerd. Met betrekking tot ‘Pensée’ is het interessant te vermelden dat hieraan wordt meegewerkt door vele vooraanstaande geleerden uit alle delen van de wereld.

De kritische toetsing van mijn werk is langzamerhand haast geworden tot grote bewondering. De veranderde houding van astronomen en natuurkundigen is zeer symptomatisch. Die verandering is te danken aan de vele ontdekkingen door het ruimteonderzoek van de laatste jaren en aan andere ontdekkingen en het resultaat is, dat er nu veel natuurkundigen en astronomen zijn die verdere research willen doen met betrekking tot mijn werk.

Op 25 februari 1974 vindt de jaarlijkse bijeenkomst plaats van de American Association for Advancement of Science. Dit genootschap houdt dan een symposium over ‘Velikovsky’s uitdaging aan de wetenschap’. (Zie http://science.sciencemag.org/content/182/4114/848.3 en http://www.velikovsky.info/Velikovsky’s_Challenge_to_Science.)

Ruim een jaar geleden namen 250 geleerden en waarnemers deel aan een symposium van drie dagen op het Louis St. Clair College te Portland, Oregon, ter bespreking van mijn werk op het gebied van de astronomie, humaniora en geschiedenis.

Deze zomer zullen er waarschijnlijk twee symposia plaatsvinden, waarvan één op de McMaster University in Canada. Aan dit symposium, dat drie dagen zal duren, wordt ook door Russische geleerden deelgenomen.

Een ander symposium zal waarschijnlijk plaatsvinden in Alberta. Het zal gewijd zijn aan het verband tussen mijn opvattingen en collectieve amnesie (geheugenverlies). Dit symposium vindt plaats aan de Lethbridge University in Alberta, waar mij tegelijkertijd een eredoctoraat zal worden verleend in de natuurwetenschappen en letteren. Nu is zo’n eredoctoraat niet zo iets bijzonders, maar dat een wetenschappelijke ‘ketter’ nog tijdens zijn leven zijn verdiensten zó erkend ziet, is zeker ongewoon. Ik ben dankbaar dat ik lang genoeg heb mogen leven en dat het ruimte- en oudheidkundig onderzoek snel genoeg is gegaan, dat ik dit kan meemaken.

Zo blijkt dus dat niet de Egyptische geschiedschrijvers zoals Manetho, noch de lijst van de Assyrische koningen, noch onze kennis van de Griekse geschiedenis, maar het Oude Testament de juiste leidraad geweest is bij de reconstructie van de oude geschiedenis.

Tot zover het boekje van de EO. Uit de laatste zin blijkt de motivatie van de EO om met het werk van Velikovsky aan de slag te gaan. En vaker wordt het werk van Velikovsky in een fundamentalistische hoek geplaatst, waar het uiteraard niet thuishoort. In feite is het zelfs een aanval op alles waar de EO voor staat, want Velikovsky zegt dat Jehova een komeet was, die allerlei rampen op aarde bracht.

Het enige boek van Velikovsky, dat ik niet heb, is het postuum verschenen ‘Stargazers and Gravediggers’ (1983), waarin op p. 284 door Velikovsky wordt gezegd:

“In the astronomer’s view there can be no greater effrontery than the questioning of their truths, and nothing enrages them more than to challenge such a perfect science by recourse, horribile dictu, to the Scriptures as a historical document. That Worlds in Collision contains much folklore, or ‘old wives’ tales,’ was not so ludicrous as the fact that it brought the Old Testament back into the debate. The citation of passages from the Vedas, the Koran, and Mexican holy books was not so insulting as quotation from the Hebrew Bible . It is irrelevant that this book is among the most ancient of written literary documents in existence. As the theologian believes with blind faith that the Scriptures contain only truth, that their authorship is from God, and therefore, that every verse in them can be quoted as an irresistible argument, so the astronomer believes that where a passage is reproduced from the Scriptures, there must be a blunder, a softening of the brain tissue, or an attempt to hoax the credulous, as if the Scriptures were written by the devil.”

“To my way of thinking, these books of the Old Testament are of human origin; though inspired, they are not infallible and must be handled in a scientific manner as other literary documents of great antiquity. Yet I must admit that I had a share of satisfaction upon discovering that the so-called miracles of the Hebrew Bible were physical phenomena, and like the disturbance…[seen by] other peoples of great antiquity in different parts of the world, they are al so found preserved in the ancient literature of other nations.” [Citaten naar Ginenthal, ‘Sagan and Velikovsky’]

Van de niet gepubliceerde boeken van Velikovsky heb ik de vorige keer het deel over de Donkere Eeuwen van Griekenland gepubliceerd. Ditmaal voeg ik een door mijzelf gemaakte PDF toe van ‘The Assyrian Conquest’, het deel over het tijdperk van de Assyrische veroveringen.

Waarschuwing: de bovenstaande foto komt van de site http://afrikablack.blogspot.nl/p/de-zwarte-joden-van-zuid-afrika.html, die zeer mooie foto’s heeft, maar uitermate moeizaam te lezen is. De tekst lijkt mij gemaakt met een automatische vertaler (iets waarover ik eerder schreef, zie http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-vrijmetselaars-cryptografie-met-google-translate/)

Een klein voorbeeldje (de hele tekst is zo) volstaat:

“Voorbij zijn bloedige staatsgreep, is er weinig bekend over de gebeurtenissen van de regering van Jehu’s. Hij werd hard ingedrukt door de predations van Hazaël, de koning van de Arameeërs, die wordt gezegd te hebben versloeg zijn leger “door heel het grondgebied van Israël” buiten de Jordaan, in het land van Gilead, Gad, Ruben en Manasse. Dit zou misschien verklaren waarom Jehu is het aanbieden van eerbetoon aan Salmanassar III op zijn Zwarte Obelisk (waar zijn naam verschijnt als MIA-u-a mar mhu-um-ri-i of “Jehu, de zoon van Omri”); Het is wel dat Jehu was het stimuleren van een vijand van de Arameeërs tot stand zijn vriend. In de Assyrische documenten die hij is gewoon aangeduid als “Jehu, de zoon van Omri,” dat is, Jehu van het Huis van Omri, een Assyrische naam voor het Koninkrijk van Israël.”

Predations’ zijn plunderingen; ‘ingedrukt’ moet zijn onderdrukt, etc. Kortom een heel gepuzzel.

Lees het vervolg: Het Velikovsky Syndroom (9): De Zeevolken

PDF:
Immanuel Velikovsky – The Assyrian Conquest

http://robscholtemuseum.nl/?s=Velikovsky

Leave a comment

Your email address will not be published.

*